Loading...
 

17e zondag B - evangelie

Manden


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 6, 1-15: Jezus geeft veel mensen te eten

Johannes 6, 1-15 // Matteüs 14, 13-21// Marcus 6, 32-44 // Lucas 9, 10b-17 // Matteüs 15, 32-39 // Marcus 8, 1-10



De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1683)

Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea, dat ook wel het Meer van Tiberias genoemd wordt. Een grote groep mensen ging Jezus achterna. Want ze hadden gezien dat hij met zijn wonderen zieke mensen beter maakte.
Toen ging Jezus een berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen. Het was vlak voor het Joodse Paasfeest. Jezus keek om zich heen. Toen hij zag dat er een grote groep mensen aan kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we eten kopen voor al deze mensen?’ Jezus vroeg dat omdat hij wilde zien hoe Filippus zou reageren. Hij wist zelf al wat hij zou gaan doen. Filippus zei tegen Jezus: ‘Dat kan echt niet! We hebben veel te weinig geld om voor al deze mensen eten te kopen!’ Er kwam een andere leerling bij. Het was Andreas, de broer van Simon Petrus. Andreas zei: ‘Er is hier een jongen met vijf broden en twee vissen. Maar daar hebben we niets aan voor zo veel mensen.’
Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Laat alle mensen gaan zitten.’ Er was veel gras op die plaats. Iedereen ging zitten, het waren meer dan vijfduizend mensen. Jezus pakte het brood dat de jongen bij zich had, en dankte God voor het voedsel. Daarna begon hij het brood uit te delen. Met de vis deed hij hetzelfde. En de mensen konden zo veel eten als ze wilden. Toen iedereen genoeg gegeten had, zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Haal het eten op dat over is. Er mag niets achterblijven.’ De leerlingen haalden alles op wat over was van de vijf broden. Het waren twaalf manden vol met brood.
De mensen zagen dat Jezus een wonder gedaan had, en ze zeiden: ‘Ja, hij is de profeet die naar de wereld zou komen!’ Ze wilden hem meenemen om hem koning te maken. Jezus wist dat, en daarom liep hij weg. Hij ging de berg weer op, alleen.



Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Johannes 6, 1-15)

Wat later steekt Jezus met een boot
het meer van Galilea over.
Heel veel mensen volgen Hem.

Dan trekt Jezus de bergen in
en gaat daar zitten met zijn leerlingen.
Wanneer Hij zijn ogen opslaat
ziet Hij dat er heel veel mensen
naar Hem toekomen.
Hij vraagt aan Filippus:
‘Waar kunnen we brood kopen
om al die mensen te eten te geven?’
Filippus zegt:
‘We hebben nooit genoeg geld
om voor zoveel mensen
eten te kopen.’
Dan zegt Andreas, een andere leerling van Jezus:
‘Er is hier een jongen
met vijf gerstebroden en twee gedroogde visjes.
Maar wat hebben we daaraan?
Zie eens hoeveel mensen er zijn!’
Jezus zegt:
‘Laat iedereen gaan zitten.’
Er is daar veel gras en ze gaan zitten.
Er zijn ongeveer vijfduizend mannen.
Jezus neemt de broden,
bidt tot God om Hem te danken
en geeft ze aan zijn leerlingen
om ze uit te delen onder de mensen.
Hij geeft hun ook vis, zoveel als ze willen.
Wanneer iedereen genoeg te eten heeft,
zegt Jezus tegen zijn leerlingen:
‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood,
zodat er niets verloren gaat.’
Dat doen ze.
Ze hebben wel twaalf manden vol overschot.

Als de mensen dat zien zeggen ze:
'Dit is zeker de profeet die in de wereld zal komen.'
Maar Jezus heeft schrik
dat zij van Hem een koning willen maken.
Daarom trekt Hij heel alleen de bergen in.



Stilstaan bij…

Meer van Galilea
Het meer van Galilea is een heel groot meer: ongeveer 150 km2. Het is 12 km breed en 21 km lang. Het is het laagst gelegen zoetwatermeer ter wereld (210m onder de zeespiegel).
Lees meer over dit meer.


Tiberias
Stad die Herodes Antipas op de oever van het meer bouwde ter ere van zijn Romeinse beschermheer.
Lees meer


Tekenen
Johannes spreekt niet van wonderen, maar van 'tekenen'. Dit gebeuren zegt wat voor hem de be-teken-is van Jezus is.
Merk ook op dat Johannes niet schrijft hoe het wonder precies in zijn werk ging. Hieraan kan men zien dat dit gebeuren ondergeschikt is aan zijn betekenis.


Filippus
(Grieks = paardenliefhebber)
De apostel Filippus was afkomstig uit Betsaïda in Galilea. Hij was waarschijnlijk vertrouwd met het Grieks, want hij werd aangesproken door een aantal Grieken die Jezus wilden zien (Johannes 12, 20-21). Op iconen wordt Filippus daarom afgebeeld met een typisch Griekse haarsnit.


Brood
Als basisvoedsel is brood een beeld voor leven. Brood en leven liggen zo dicht bij elkaar dat mensen die iets nodig hebben om in leven te blijven zeggen: 'Ik heb dat broodnodig'. Zo spreekt Johannes over Jezus als 'Het brood van het leven' (Johannes 6, 35).


Denarie
Augustus Denarie
Een denarie is een zilveren munt, die tijdens de Romeinse overheersing in Palestina werd ingevoerd. Die munt vertegenwoordigde het dagloon van een arbeider. Met deze Romeinse munt moesten de joden belastingen betalen aan de Romeinse bezetter.


Vijf
‘Vijf’ herinnert aan de vijf boeken (Pentateuch) van Mozes, waarin de woorden van God te lezen zijn.


Gerstebrood
Dit is het brood dat tijdens het joodse paasfeest als offerbrood werd gebruikt.
Johannes situeert dit gebeuren dan ook 'kort voor Pasen'.


Dankgebed
In de Griekse tekst staat hiervoor het werkwoord ‘eucharistein’. Dit kan erop wijzen dat de eerste christenen al de gewoonte hadden om eucharistie te vieren toen Johannes dit evangelie schreef. Een bijeenkomst waarbij ze God dankten om ‘brood en wijn’ en ook om Jezus Christus.


Twaalf manden
Deze twaalf manden verwijzen naar de twaalf stammen van Israël en naar de twaalf apostelen.
Dat er twaalf korven zijn met overgebleven brokken, is ook een manier om te zeggen dat de genade van God heel ruim is en dat Hij doorheen Jezus de honger van de mens kan stillen.


Profeet
(Grieks = ‘spreken voor of in naam van een ander’)
Een profeet spreekt in naam van God: hij kan goed nieuws brengen. Dan verwoordt hij Gods beloften van zegen en geluk. Hij kan ook een concrete situatie aanklagen. Hij roept dan op om die te veranderen en om te keren vanuit Gods droom over de wereld. Heel wat profeten werden niet graag gezien omdat ze durfden kritiek te geven en de mensen niet naar de mond praatten.





Bij de tekst

Eucharistie

Reeds zeer vroeg werd deze tekst over de broodvermenigvuldiging verteld en geïnterpreteerd tegen de achtergrond van het vieren van de eucharistie. Zeker bij Johannes die niets zegt over de instelling van de eucharistie tijdens het laatste avondmaal van Jezus.



Een kijk op Jezus

goed mens
Hij is iemand vol zorg en kommer voor zijn medemens in nood.
Zijn optreden roept zijn volgelingen op om ook de nood van mensen te zien en er iets aan te doen.

Messias
De rabbijnse literatuur schrijft over het Rijk van de Messias, met beelden van een groot maal en van een nieuw mannawonder.
'... en dan zal de Messias beginnen zich te openbaren.
... de aarde zal tienduizendvoudig vrucht dragen; en aan de wijnstok zullen duizend ranken groeien, en een rank zal duizend druiventrossen dragen, en een bes zal een kor (= 360 liter) wijn geven. En zij, die honger hebben geleden, zullen genieten in overvloed; bovendien zullen zij elke dag wonderen zien gebeuren... En in die tijd zal het manna weer uit de hoogte neervallen.
(Syrische Baruch-apokalyps ± 130 voor Christus)
Jezus is voor zijn volgelingen deze lang verwachtte Messias.


Brood van het leven
Van in het begin legden christenen een verband tussen de broodvermenigvuldiging en de eucharistie: Jezus is het echte brood. Zoals brood stevigheid en kracht biedt, zo zijn de woorden van Jezus voor de gelovigen en zo moeten ook zij 'brood' zijn voor elkaar.


nieuwe Mozes
De overvloed na het tekort laat vermoeden wat mogelijk wordt als God zijn volk weer nabij komt zoals vroeger, toen Hij veertig jaar lang de Israëlieten tijdens hun tocht door de woestijn elke dag genoeg te eten gaf.



Spreken met getallen

Twaalf manden overschot.
Die overschot is niet in verhouding tot de vijf broden en de twee vissen uit het begin van de tekst. Het zegt beeldend dat wie van dat ‘brood’ eet, leven in overvloed heeft.

Welke gebeurtenis er ook aan de basis lag van de broodvermenigvuldiging die wel zes keer voorkomt in het Nieuwe Testament, feit is dat de eerste christenen er al heel vlug een beeld in hebben gezien van de betekenis van Jezus in hun leven. In de loop van de jaren hebben ze dit gebeuren verder gekneed en gevormd, zodat die in de catechese gebruikt kon worden.
De hoeveelheden brood, de hoeveelheid vis, de hoeveelheid overschot, werden aangepast aan wat men ermee wilde zeggen:

twee vissen:
kan verwijzen naar de twee delen van de bijbel (Oude en Nieuwe Testament)

vijf broden:
kan verwijzen naar de vijf boeken van Mozes (Pentateuch), waarin het programma van God (de wetten) te vinden zijn.

twaalf manden overschot:
kan verwijzen naar de twaalf apostelen en zo naar de hele Kerk



Wortels in het Oude Testament

.
Met het verhaal van de broodvermenigvuldiging wilden de evangelisten duidelijk maken dat Jezus, net zoals God, zijn volk niet in de steek laat. (vgl met het verhaal over het manna)




.
“Komt allen die dorst hebt, hier is water; en gij, die geen geld hebt, komt, koopt koren en eet zonder geld, en drinkt zonder betaling wijn en melk. Waarom besteedt gij geld aan wat geen brood is, en uw loon aan iets wat niet verzadigt? Luistert aandachtig naar Mij, en gij zult eten wat goed is, en uw honger stillen met uitgelezen spijs. Neigt uw oor en komt naar Mij, luistert en gij zult leven; een eeuwig verbond zal Ik met u sluiten, een blijk van mijn blijvende trouw aan David gezworen.” (Jesaja 55, 1-3)

In het licht van Jesaja 55, 1-3, kan men er van uitgaan dat de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging allereerst het verhaal is van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met zijn woord. Zo wordt deze tekst het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen. De honger naar wat hun leven zinvol kan maken.




.
Het 'groene gras' in de tekst van Marcus (Marcus 6, 39) heeft niets te maken met de mogelijkheid dat dit gebeuren zich afspeelde in de lente, maar is een verwijzing naar psalm 23:

De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij in grazige (groene) weiden rusten,
Hij voert mij naar vredig water,
daar geeft Hij mij nieuwe kracht.
Hij leidt mij op het rechte spoor,
omwille van zijn naam.
Al moet ik door dalen van duisternis en dood,
ik ben voor geen onheil bang,
want U bent bij mij:
uw knots en uw staf
geven mij nieuwe moed.
Voor mijn ogen dekt U de tafel,
zodat ook mijn belagers het zien;
met olie zalft U mijn hoofd,
mijn beker is tot de rand gevuld.
Ja, uw goedheid en liefde blijven mij volgen
alle dagen van mijn leven.
Zo mag ik telkens weer wonen in het huis van de Heer,
tot in lengte van dagen.

Merk op dat nog andere woorden (vetgedrukt) in deze psalm Marcus geïnspireerd hebben.



Een belangrijke tekst

Dat Jezus veel mensen te eten geeft komt op zes verschillende plaatsen voor in het Nieuwe Testament.
Klik hier als je deze teksten naast elkaar wilt lezen.
Dat er zoveel versies zijn, toont aan hoe belangrijk de eerste christenen het vonden om dit door te vertellen. Wie deze zes teksten zorgvuldig leest, vindt er vele verwijzingen naar het laatste avondmaal van Jezus en de eucharistie ('Breken van het brood').

. Het gebeuren speelt zich af in de avond, het moment waarop de eerste christenen bijeenkwamen om eucharistie te vieren. Het moment ook waarop het laatste avondmaal gesitueerd wordt.

. De handelingen bij dit gebeuren, komen ook terug in het laatste avondmaal en in de eucharistie.



Merk bij het lezen op dat de evangelisten Matteüs en Lucas in hun tekst niets meer schrijven over de vissen waarover Marcus en Johannes het hebben. Hierdoor trekken ze heel sterk de aandacht op het brood als symbool. Later namen de eerste christenen die Grieks spraken, die vissen terug op in hun beeldspraak. Elke letter van het Griekse woord voor vis (IXTUS) was de beginletter van vijf woorden die de betekenis van Jezus weergeven: Jezus, CHristus, Zoon van God, Redder.

Ichtus





Bijbel en kunst

Mozaïek

ANONIEM -Tabgha

Tabgha

Bovenstaand mozaïek werd ontdekt in de ruïnes van een Byzantijnse kerk die in de vierde eeuw gebouwd werd in Tabgha, de plaats waar men het verhaal van de broodvermenigvuldiging situeert.
Het kunstwerk verwijst naar die broodvermenigvuldiging. Wat opvalt is dat de Byzantijnse mozaïeklegger vier broden en twee vissen afbeeldt, terwijl Johannes spreekt van vijf broden en twee vissen. Zo verwijst de kunstenaar symbolisch naar het vijfde brood, het eucharistisch brood op het altaar.




Suggestie
Materiaal
Voor ieder deelnemer: een tijdschrift met kleurige foto's, schaar, lijm, een stevig blanco blad (al of niet gekleurd tekenpapier)


Verloop
Eerst worden vijf broden en twee vissen getekend. Hiervoor kan men zich inspireren aan het mozaïek uit Tabgha. Daarna worden uit de tijdschriften vlakjes van ongeveer 1 cm² geknipt, die gesorteerd worden naar kleur: alle soorten blauw bij elkaar, rood bij elkaar...
Het best begint men dan met het beplakken van de grote lijnen met 'steentjes' in één soort kleur. Daarna vult men de tussenruimtes in met andere 'steentjes.


TIPS
. Laat het mozaïek regelmatig vanop een afstand bekijken of met toegeknepen ogen. Zo krijgt men een beter idee hoe het wordt, dan wanneer men er voortdurend met zijn neus bovenop zit.

. Laat kinderen een eenvoudige tekening maken die niet te klein is. Ze kunnen misschien elk één voorwerp in mozaïek uitvoeren.
Bijvoorbeeld: vijf kinderen maken elk een brood, twee kinderen een vis. Een achtste maakt een mand.
Spreek af om dezelfde kleur van achtergrond te gebruiken (Bijvoorbeeld groen, of blauw, of...). Schik de acht mozaïeken nadien tot een geheel. (bedenk hierbij vooraf of je werkt met vierkante bladen of met A4-bladen. In dat laatste geval spreek je af om het blad horizontaal of verticaal te houden - dit maakt het schikken nadien heel wat gemakkelijker.)





S. KÖDER

Avonmaalsviering

S. Köder Avandmaalsviering

De gedekte tafel staat vol eten en drinken: blauwe druiven, brood, vijf broden, twee vissen, een overvolle schaal rijst, twee appelen, een citroen. een kruik, wijn- en waterflessen, glazen met water en wijn, en een grote beker gevuld met wijn.
Om de rijk gedekte tafel heen zitten vertegenwoordigers uit de hele wereld: een Afrikaanse jongen, een indiaan uit de Andes, een Aziatische vrouw ...
Deze groep is aan tafel genodigd door Hem die het brood breekt en van wie we het spiegelbeeld in de beker zien.
Die maaltijd is het symbool voor het feestmaal van het koninkrijk van God. Jezus nodigt alle mensen bij Hem aan tafel, niet alleen een kleine kring van gelijkgezinden. Hij is te herkennen aan de tekens van brood en wijn en aan de wonden op zijn handen die het brood breken.

Met dit kunstwerk legt Sieger Köder een band tussen het wonderverhaal (vijf broden en twee vissen), het laatste avondmaal (breken van het brood; de beker wijn) en het 'avondmaal' (Protestantse christenen kennen het 'avondmaal', dat deels te vergelijken is met de eucharistie bij de katholieke christenen).




Suggestie
Benader dit kunstwerk vanuit de vragen:
- Wat zie je op dit kunstwerk?
- Wie zie je op dit kunstwerk?
- Wat valt op als je naar die mensen kijkt?
- Op de tafel staan vijf broden en twee vissen. Waar doet jou dit aan denken?
- Op de tafel staat ook wijn. Iemand breekt brood. Waar doet dit jou aan denken?
- Wie breekt dit brood? Hoe kun je dit weten?
- Op welke manier zegt dit schilderij iets over het verleden?
- Hoe zegt het iets over het heden?
- Wat wil het zeggen over de toekomst?
- Schrijf in drie zinnen wat dit schilderij met jou doet.





SIBUEA

De broodvermenigvuldiging (Indonesië 2013)

Broodvermenigvuldiging


De twee vissen op het groene 'gras' (?) vallen het eerst op. Ze zijn samen te zien met vijf gele cirkels die broden voorstellen. Over het hele schilderij zijn ook handen te zien: handen die geven, handen die ontvangen, handen die reiken.
Zoals brood en vis voedsel zijn voor de mens, zo ervaren christenen de woorden van Jezus als voedsel voor hun leven.





Een wonderverhaal voor alle leeftijden

De teksten over Jezus die zoveel mensen te eten geeft namen een heel belangrijke plaats in in het leven van de eerste christenen: men vindt ze op zes verschillende plaatsen in de evangelies: Marcus 6, 30-44, Matteüs 14,13-21, Lucas 9, 11-17, Marcus 8, 1-21, Matteüs 15, 32-39 en Johannes 6, 1-15.
(Wie hier klikt, vindt ze alle zes naast elkaar) Reeds zeer vroeg werd de broodvermenigvuldiging verteld en geïnterpreteerd tegen de achtergrond van het vieren van de eucharistie.

De 'broodvermenigvuldiging' is een wonderverhaal, een verhaal waarvan de betekenis belangrijker is dan het feit dat mogelijk aan de basis van deze tekst ligt. Omwille van die betekenis moet men niet alleen aandacht besteden aan de manier waarop men dit verhaal brengt, maar ook aan de mogelijkheid die de toehoorders (kinderen, jongeren, volwassenen) hebben om doorheen de feiten ook de betekenis ervan te zien.


Kleuters en kinderen tot 7 jaar
beluisteren een wonderverhaal doorgaans zoals ze een sprookje beluisteren. In hun ogen is Jezus een tovenaar die water in wijn tovert, tovert dat zieke mensen terug kunnen genezen of dat mensen die honger hebben te eten krijgen. Om dit beeld van Jezus bij kinderen te vermijden, of althans zo min mogelijk te bekomen, doet men er goed aan om bij het vertellen:

. weinig aandacht te besteden aan het miraculeuze in dit verhaal. Dit neemt wel de spanning bij het vertellen weg, maar maakt het later minder moeilijk om aandacht te hebben voor de betekenis van de tekst.

. aandacht te hebben voor Jezus als iemand die de nood (honger, ziekte ...) van de mensen ziet en ervoor zorgt dat ze te eten krijgen.

. aandacht te hebben voor de oproep die vanuit het verhaal komt. Ook kinderen worden opgeroepen om aandacht te hebben voor wie in nood is.


Vanaf ongeveer 8 jaar
ontwikkelt zich bij kinderen het vermogen om een verhaal, een tekst op verschillende manieren te lezen, te beluisteren. Een eenvoudig middel om te weten of die kinderen daar al toe in staat zijn is na te gaan of ze al moppen verstaan én verder vertellen. Want kunnen lachen met een mop, veronderstelt een minder strak omgaan met taal, waarbij ruimte gelaten wordt voor één of meerdere betekenissen van die taal.


Vanaf 10 jaar
kan men doorgaans genuanceerd omgaan met wonderverhalen. Toch mag men de kinderen hierin niet overschatten. Daarom is het belangrijk een soort opwarmingsoefening te houden. Dit kan er bijvoorbeeld in bestaan eerst even stil te staan bij spreekwoorden die in dit geval met brood te maken hebben. Zo'n spreekwoorden gebruikt men immers niet om wat er letterlijk gezegd wordt, maar om wat men er mee oproept. Pas dan wordt het voor kinderen mogelijk om in dit verhaal te zien dat mensen zich voeden aan Jezus (aan wat Hij zegt en wat Hij doet).


Jongeren
beginnen in toenemende mate aandacht te krijgen voor de vraag: is dit wel echt gebeurd?
Als men zegt 'ja', dan bekijken ze je meewarig met in hun blik: 'dat men in deze tijd zoiets nog gelooft!'
Als men zegt 'de betekenis is belangrijker dan de feiten', dan besluiten ze hieruit dat heel de bijbel vol symbolische taal is, en dus 'niet echt', één groot sprookje.
Dit ongenuanceerd denken kan niet in een keer omgebogen worden. Daarom is het belangrijk om met jongeren bij elk wonderverhaal opnieuw te zoeken naar wat de betekenis is, die achter dit verhaal schuilgaat.



Klik hier voor nog meer info ivm wonderverhalen.





Suggesties

Kleine kinderen

VERKENNEN

Brood, een wonder

(naar C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2004 nr 7)

Materiaal
broodje, meel, korenaar, graankorrels


Verloop
Toon het brood van bij ons
- Wat is nodig om brood te bakken? (meel, gist, water, ev. vetstof, suiker)
- Waar komt meel vandaan?
- Waar komen tarwekorrels vandaan?
(van korrels die gezaaid werden en in de grond ontkiemde tot kleine plantjes)
Indien je genoeg tarwe-aren hebt, kun je er aan elk kind een geven. Laat ze voorzichtig de aar uitwrijven, zodat ze de graankorrels ontdekken. Verzamel die in een bord. Laat ook kinderen van de korrels proeven – indien je grof bruin brood bij hebt, kun je ze de korrels in het brood laten terugvinden.
- Wie zorgde ervoor dat dit korreltje kon groeien?
(het korreltje zelf - kiemkracht; de natuur - zon, regen, groeikracht van de aarde; de boer - voorbereidend werk: ploegen, bemesten…)

Er worden in de wereld vele soorten brood gegeten.
- Waarom is het eten van brood zo belangrijk?
(Omdat nogal wat kinderen meer vertrouwd zijn met ontbijtgranen, kun je erbij stilstaan dat dit een andere manier is om granen te eten)

Sta ook stil bij de woorden van het Onze Vader: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’





KENNISMAKEN MET DE TEKST UIT DE BIJBEL

Het jongetje met vijf broden en twee vissen

De evangelist Johannes is de enige van de evangelisten die vertelt van een jongen die vijf broden en twee gedroogde visjes bij zich heeft, een identificatie-figuur voor kinderen in de tekst zelf.

Jezus en zijn leerlingen zijn moe.
Jezus zegt: 'Laten we een eenzame plaats zoeken,
daar kunnen we eten en wat uitrusten.'
Ze stappen in een boot en roeien weg.

De mensen zien hen wegvaren.
Zij willen ook graag bij Jezus zijn.
Ze vragen: 'Waar is Hij heen gevaren?
We reizen Hem achterna!'

Jezus stapt uit de boot.
Hij ziet heel veel volk, wel vijfduizend man.
Jezus weet dat de mensen graag met Hem praten
over God en over zichzelf.

Het is avond en iedereen is nog bij Jezus.
Veel mensen hebben die dag nog niet gegeten.
Jezus' vrienden komen naar Hem toe en zeggen:
'Het is al laat. Stuur de mensen maar weg
om in de dorpen eten te gaan kopen.'

Een jongen stapt naar Jezus toe.
Hij heeft een mand bij zich,
met vijf broden en twee gedroogde vissen erin.
De jongen zegt: 'Dit mogen jullie verdelen onder de mensen.'
Jezus zegt tot de mensen: 'Ga in groepjes op het gras zitten.'
De mensen doen dat.
Jezus neemt de vijf broden en de twee gedroogde vissen en bidt tot God.
Hij breekt het brood en geeft de brokken aan zijn vrienden om ze uit te delen.
Met de vissen doet Jezus hetzelfde.

Alle mensen eten. Er is meer dan genoeg voor iedereen.
Die avond zijn de mensen heel blij.
Ze vertellen nog vaak aan elkaar hoe buitengewoon Jezus wel is.

(C. LETERME e.a. Zes kruiken wijn, standaard Educatieve uitgeverij, 1994, p. 66-67.)


Meer info: vertellen uit de bijbel





EVEN TESTEN

De juiste volgorde

De kinderen kijken goed naar de zes verschillende illustraties en plaatsen ze in de goede volgorde. Ze doen dat door bij de eerste tekening één rondje te kleuren, bij de tweede tekening twee rondjes en zo verder. Of door de tekeningen uit te knippen en in de juiste volgorde te kleven op een ander blad.





INLEVEN

Bespreking

(Naomi, november-december 2011, nr 2, p. 10)

- Wat zou de jongen zeggen?
- Hoe zou hij zich voelen?
- Zou jij dat ook doen: al jouw broden en vissen weggeven voor zoveel mensen? Of zou je ze liever voor jezelf bewaren?
- Wat zouden de leerlingen zeggen?
- Hoe zouden ze zich voelen bij het begin van het verhaal? En aan het einde van het verhaal?
- Wat zou Jezus tegen de jongen zeggen?
- Wat zou Hij tegen de leerlingen zeggen?



Bibliodrama: Foto

Herneem met de kinderen het verhaal dat je verteld / voorgelezen hebt met behulp van vragen als:
- Wie speelt er mee in dit verhaal?
(Jezus, Filippus / Andreas / vrienden van Jezus, jongen, mensen)
- Wat zeggen ze?
- Wat is het belangrijkste moment in dit verhaal?
(Niet zozeer het antwoord op die vraag is belangrijk. Wel de reden waarom kinderen dat moment belangrijk vinden)

Nodig de kinderen uit dit moment uit te beelden. Laat ze hun houding ‘bevriezen’.
Ga dan als reporter tussen de kinderen door en neem een kort interview van ze af:
- Wie ben jij?
- Wat doe je hier?
- Wat vind je van ... (Jezus/ de jongen / ...)
Meer info: Foto





VERTELLEN

De boterhamdoos

(C. LETERME e. a., Zes kruiken wijn, Standaard educatieve uitgeverij, 1994, p. 77)

Het is middag.
De kinderen mogen naar huis om te gaan eten.
Eerst mag de klas van Juf Mia naar buiten
en dan de klas van juf Janneke.
De kinderen die niet naar huis gaan,
mogen al naar de eetzaal.
Lien begint te huilen.
Haar vriendjes vinden dat heel vreemd:
Lien is toch niet gevallen
en niemand heeft haar pijn gedaan.
Thomas komt naar Lien toe.
‘Wat is er, Lien, waarom huil je zo?’
‘Ik heb mijn boterhamdoos niet bij me,’ snikt Lien,
‘en ik moet op school blijven,
want mijn papa en mama zijn de hele dag weg.’
Lien huilt dikke tranen.
Dan komt Alec.
Hij zegt: ‘Je krijgt een boterham van mij.’
Elke ziet dat en zegt: ‘Van mij krijg je een stuk appel.’
Thomas zegt:
‘Ik heb nog wat chocolade voor je.’
En van tine mag Lien meedrinken.
Lien krijgt zo veel te eten van haar vrienden,
dat zij zelfs nog een groot stuk chocolade over heeft.
Als ze klaar zijn met eten,
mogen alle kleuters naar de speelplaats,
ook Lien en haar vrienden.
Lien huilt al lang niet meer.
Dat kan ook niet als je zulke vrienden hebt.




Onverwacht bezoek

(C. LETERME e. a., Zes kruiken wijn, Standaard educatieve uitgeverij, 1994)

Lien en Sam hebben de hele middag gespeeld.
Mama is net thuis van haar werk.
Daar gaat de bel.
Lien en Sam hollen naar de voordeur.
Wie staan daar?
Oom Jos en tante Greet, met kleine Annelies.
Lien en Jan zijn heel erg blij.
Nu kunnen ze Annelies nog eens knuffelen en bewonderen.
Ook mama is blij verrast met dit onverwachte bezoek.
'Wil je wat drinken?' vraagt mama
en ze pakt alvast wat glazen uit de kast.
Intussen begint iedereen te praten en nieuwtjes te vertellen.
De tijd vliegt zo voorbij, niemand let erop.

Tot ineens...
Oh, wat is het laat geworden!
Mama vraagt oom en tante of ze blijven eten.
Ze gaat naar de keuken.
Maar wat ziet ze: het brood is op.
Wat moet ze nu beginnen?
De bakker is nu al een tijdje gesloten, en mama kan toch niet zeggen
dat tante en oom zomaar zonder eten naar huis moeten gaan.
Daarvoor is het nu toch veel te laat!
Mama kijkt nog een tweede keer in de keukenkast:
er is nog bloem olie en suiker.
En in de koelkast staat nog melk.
Dan denkt mama: 'Als ik nu nog wat eieren had,
dan kon ik pannenkoeken bakken.'
'Lien,' roept mama,
'loop eens naar de buren
en vraag beleefd of je een paar eieren mag hebben.'

Natuurlijk mag dat!
Samen met tante Greet begint mama alles klaar te maken om te bakken.
En even later smullen ze met z'n allen van de heerlijkste pannenkoeken.
Het is net alsof er een groot feest is bij hen thuis.





ZINGEN / BELUISTEREN

Ik heb maar vijf broden

(A. WILLEMS, R. VANLOO, Ik zing, want ik ben blij, uitgeverij Averbode, Berne, 1998, p. 27)

De mensen die kwamen om Jezus te zien,
die waren met velen, vijfduizend en tien!
Het werd al heel laat, en ze waren in nood.
Ze kregen zo’n honger, en Jezus gebood:
Geef hun wat te eten, jij hebt toch iets bij?
Ik heb maar vijf broden!
En ik maar twee vissen!
Maar Jezus zei: ‘Dat is genoeg, kom bij mij!

Kom mensen, ga zitten, en eet wat je lust,
en heb je nog honger, ja neem dan gerust!
We delen het brood en de vis met elkaar,
ja, eet maar genoeg, ’t is voldoende, echt waar!
Verzamel daarna wat op ’t gras is gevallen.
Ik had maar vijf broden!
En ik maar twee vissen.
Maar Jezus zei: ‘Dat is genoeg voor ons allen.





DOEN

Boetseren met zoutdeeg

Materiaal voor het zoutdeeg
drie kopjes bloem
één kopje zout
één kopje water
bakpapier
kleurstof (bv. cacao)
een plastic zakje en een ijzerdraadje om af te sluiten
beslagkom en een lepel.


Werkwijze
Roer de bloem en het zout in de kom door elkaar. Voeg het water er beetje bij beetje aan toe. Eventueel voeg je er wat kleurstof aan toe.
Kneed het deeg daarna nog minstens vijf minuten met de hand.
Rol het deeg op tot een balletje en doe het in het plastic zakje.
Laat het brooddeeg in de koelkast of op een andere koele plaats minstens 30 minuten met rust. Gebruik daarna het brooddeeg als klei.

Zet de brooddeegvorm met het bakpapier op de bakplaat in het midden van de oven.
Verwarm de oven dan op 150 graden (niet voorverwarmen). Bak gedurende 90 min.
Laat het gebakken brooddeeg in de oven afkoelen.

Als je het werk met vernis lakt – wanneer het goed droog is -
krijgt het een mooie glans en is het minder gevoelig voor vocht.


Laat de kinderen naar keuze boetseren:
vrienden van Jezus (maximum 12)
mensen (mannen, vrouwen, kinderen) die naar Jezus komen luisteren
12 mandjes
5 broden, 2 vissen
Jezus.

Schik de kunstwerkjes op een plank, waarop je een golvend landschap hebt geschilderd.





'Mandala'

Communion Copie 1




Kleuren

4 Kleurplaat





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Over brood

Materiaal
Ongesneden brood
Werkblad


Verloop
Haal uit een boodschappenmand een ongesneden brood.
Laat de kinderen over brood vertellen:
- eten jullie brood?
- wie eet er brood?
- wanneer eten mensen brood?
- waarom eten ze brood?
- welke soorten brood kennen ze?
- welke soorten brood vinden ze het lekkerst?
- wanneer eten ze brood het liefst? (versgebakken?)
- waar is brood van gemaakt? (meel, gist, water, ev. vetstof, suiker)
- waarom is brood belangrijk?


Wijs er op dat mensen voor heel belangrijke dingen zeggen dat ze iets broodnodig hebben. Laat ze hierover nadenken bij de vraag met beeldmateriaal dat te vinden is op het werkblad.
Laat de kinderen dan nadenken over wat voor hen even belangrijk is als brood – maar niet iets is om te eten (bv. ouders, vriendjes...) De belangrijkste ideeën worden onder aan het werkblad genoteerd.


Om af te sluiten
Verdeel het brood in stukken zoals je dat met een taart zou doen. Als het om een versgebakken brood gaat, heb je gegarandeerd veel kandidaten om te proeven.
Merken de kinderen ook op dat het gezellig is van één brood te kunnen eten?

Bid / Zing het Onze Vader en wijs voordien extra op de zin: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’


Belangrijk
Zing het onzevader op de melodie die tijdens de eucharistie gebruikt wordt. Dit verhoogt de herkenning van dit moment.





KENNISMAKEN MET DE TEKST UIT DE BIJBEL

Vijf broden en twee vissen

Jezus en zijn leerlingen zijn moe.
- Laten we naar de andere kant van het meer varen, zegt Jezus
daar kunnen we eten en wat uitrusten.
Ze stappen in een boot en roeien weg.

De mensen zien hen wegvaren.
- Waar is Hij heen gevaren?
- Kom, we reizen Hem achterna!'

Als Jezus uit de boot stapt,
ziet Hij heel veel volk, wel vijfduizend man.
Hij vraagt aan Filippus:
- Waar kunnen we brood kopen
om al deze mensen te eten te geven?
- We hebben echt niet genoeg geld
om iedereen zelfs maar een klein stukje brood te geven.
Andreas, de broer van Petrus zei:
- Er is hier een jongen met vijf broden en twee vissen.
Maar wat hebben we daar nu aan voor zoveel mensen?
- Laat de mensen in groepjes op het gras zitten, zegt Jezus.
De mensen doen dat.
Jezus neemt de vijf broden en de twee vissen. Hij dankt God.
Hij breekt het brood en geeft de stukken aan de mensen die er zitten.
Met de vissen doet Hij hetzelfde.

Alle mensen eten. Er is meer dan genoeg voor iedereen.


Bezorg de kinderen bovenstaande tekst. Verdeel de groep kinderen in groepjes van vijf.
In elk groepje zoeken ze wie er allemaal iets zegt en wat ze zeggen.
Laat elk groepje de dialogen opnieuw zeggen.
Hiervoor zijn minstens vijf kinderen nodig: verteller, Filippus, Jezus, Andreas, de mensen. Om uit te komen met het reële aantal kinderen, kunnen ‘de mensen’ door 1 of meerdere kinderen gespeeld worden.
Let er bij de voorbereiding in de groepjes op dat de kinderen
. niet gaan overdrijven bij het brengen van dit verhaal
. dicht bij de geschreven dialogen blijven.





SPREKEN MET BEELDEN

De 'broodmachine'

Broodmachine
Vertel eerst het verhaal van de broodvermenigvuldiging.
Bekijk dan met de kinderen deze illustratie.
- Wat herken je uit het verhaal?
- Wat stond niet in het verhaal?
- Wat vind je van wat de kunstenaar toegevoegd heeft? Zeg ook waarom je dat goed of slecht vindt.





VERRUIMEN

Jezus, het brood van het leven

Kopieer deze twee bladen.

Lees het verhaal van de broodvermenigvuldiging voor.
Gebruik het eerste blad om stil te staan bij dat verhaal: waar gaat het over?
In de vakjes tekenen de kinderen wat de zin onder het vakje beschrijft.

Daarna doen de kinderen hetzelfde met de tweede bladzijde.
Het is hierbij de bedoeling dat de kinderen zien dat wat toen gebeurde, te herkennen is in de eucharistieviering.


TIP
Je kunt ook elk van de tekeningen door een ander kind laten uitwerken, zodat je nadien een fries of een boekje kunt maken. Daarbij is het interessant om de tekeningen van vroeger en van nu bijeen te plaatsen.



Twaalf manden overschot

Jezus vraagt dat zijn leerlingen de resten van het brood zouden verzamelen. Ze vullen twaalf manden met overschot. Hierin kun je lezen dat Jezus vindt dat niets verspild mag worden, dat alles in de ogen van God waardevol is.
Bespreek met de kinderen deze houding van Jezus.
Vergelijk met wat de mensen / maatschappij doen met resten.





INLEVEN

Lege stoel

De kinderen zitten in een kring. In die kring werd een extra stoel geplaatst die leeg is.
Zeg dat er op die stoel de jongen zit, of Jezus of een leerling van Hem (maak vooraf een keuze) en dat de kinderen hem een vraag mogen stellen nav van het verhaal over de broodvermenigvuldiging.
Nodig de kinderen uit om te ‘luisteren’ naar wat die persoon daarop te zeggen heeft. Wie wat gehoord heeft, mag achter de stoel staan om in naam van de ‘onzichtbare persoon’ op de stoel te spreken.


Merk op
Het is beter dat de kinderen niet op de stoel gaan zitten, want zij zijn alleen de woordvoerders van de 'persoon die op de stoel zit'.





VERDIEPEN

Brood, al wat nodig is om te bestaan

'Broodnodig'
Noteer op een flap wat de kinderen nodig hebben om te leven.
Wellicht hebben de kinderen meer nodig dan alleen maar 'eten'.
Wat de kinderen aanbrachten wordt verder uitgediept door te klasseren:
Teken een hand op een flap.
Op een grote hand worden alle dingen opgeschreven die we nodig hebben voor ons lichaam (om die hand te laten werken)
B.v. melk, groenten, vlees, kleding, huis, brood, bed...
Teken naast de hand een hart.
Op een groot hart wordt alles opgeschreven wat broodnodig is voor ons hart, voor onze geest.
B.v. thuis, liefde, vriendschap, sympathie...


Niet iedereen heeft brood
De gehele wereld met haar grote honger wordt de klas binnengehaald: foto's van kinderen uit de gehele wereld.
(Liever geen tekeningen om te vermijden dat eenzijdige typeringen van mensen ingang vinden. B.v. Indiaan met pluimen, zwart kind met strooien rokje)
Die foto's worden aangebracht op een wereldkaart.
Bij elk van die foto's is de mogelijkheid voorzien om te noteren of die kinderen wat nodig hebben en of ze het gemakkelijk kunnen krijgen.
- Kunnen we dat zomaar laten?
We moeten van ons brood delen!


Jezus, brood voor allen
Bespreek:
. Is het moeilijk te delen?
. Wie houdt het delen in ons wakker?
Jezus wil dat het stillen van honger naar brood en vriendschap iedere dag gebeurt.
Lees het verhaal van de broodvermenigvuldiging



Brood = woord van God

Johannes noemde dit gebeuren een teken. Het gaat dus niet om het verslag van een gebeurtenis, maar om iets wat verteld wordt om de betekenis die het heeft.
Om de betekenis van dit verhaal op het spoor te komen, staan we even stil bij wat Jezus zei toen Hij in de woestijn bekoord werd: ‘Een mens leeft niet alleen van brood, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.’ Er zijn niet alleen dingen die we nodig hebben als brood, maar ook ‘woorden’
Kennen de kinderen woorden die Jezus zelf gesproken heeft?
Wellicht wel het onzevader.





ACTEREN

Hou van elkaar

(naar: K. VAN CLEYNENBREUGEL in Simon, uitgeverij Averbode 2009 nr 7, p. 13-14)

Brood delen = woord van Jezus doen
Het woord van Jezus vermenigvuldigt zich ...


Vertel over de vader van Arne die over Jezus vertelt in de kinderwoorddienst (laat de kinderen zelf zeggen wat dat is. Pas dit woord eventueel aan aan het woord dat in de eigen parochie gebruikelijk is)
Laat de kinderen ook vertellen wat ze thuis, op school, in de jeugdbeweging, in een sportclub zouden doen als ze zelf dit woord zouden gehoord hebben. Inventariseer hun antwoorden.

Vader: spreekt over Jezus in een kinderwoorddienst
Marlies: volgt de kinderwoorddienst en wil wel proberen om van de ander te houden.
Zij helpt Daphne.
Arne vindt dat nogal stom, maar hij ziet het effect dat Marlies heeft bij Daphne. Hij stelt thuis voor om af te wassen.
Zijn zus Febe vindt dat ongelooflijk en gaat zelf Els helpen.
Els heeft aandacht voor de juf die jarig is en stelt voor om er iets voor te doen.


Daarna spelen de kinderen dit verhaal na. Je kunt ze de tekst van dit toneelstukje bezorgen, maar je kunt ze ook vanuit de herinnering laten spelen waardoor ze een veel grotere persoonlijke inbreng hebben.

Personages: papa, Arne, Marlies, Dafne, Febe, Els.
Zorg voor kaartjes waarop de volgende plaatsnamen: winterkapel, klas, thuis, turnclub, kleedkamer.
Plaats die zo in het lokaal dat er zekere afstand moet afgelegd worden tussen de verschillende plaatsen.


In de winterkapel
Papa
Beste kinderen,
Jezus zei: ‘Zie de andere graag zoals je jezelf graag ziet.’
Hou dus van elkaar.


Op weg naar huis
Papa
Wel, Arne, wat vond je van de woorden van Jezus?
Arne
‘Hou van elkaar?’
Ik vind dat nogal stom, papa. Daar doe ik echt niet aan mee.
Marlies Ik vind het wel iets hebben, meneer. Ik ga het eens proberen.


In de klas
Dafne laat haar pennenzak vallen
Dafne
Oh, neen en de taakjuf wacht op mij.
Marlies
Geen nood, Dafne. Ik zal je snel even helpen.
Dafne
(geeft Marlies een knuffel)
Je bent een engel, weet je dat? ‘
Marlies
Dat heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd, dank je wel!


Op weg naar huis
Arne
Misschien was Jezus’ boodschap toch zo gek niet.


Thuis
Papa
Febe, het is jouw beurt om de afwas te doen.
Arne
Vandaag doe ik het wel in jouw plaats.
Febe
Waaauw, wat een verrassing, broer. Echt fijn van jou!


In de turnclub
Febe
Hé Els, als je wil, help ik je op de evenwichtsbalk.
Met twee gaat het toch altijd beter.
Els
Tof van jou. Ik doe deze oefening echt niet graag alleen.


Nadien in de kleedkamer
Els
Ik heb thuis nog een leuk boek liggen, je mag het lenen.
Febe
Vind je dat echt oké? Heel graag!


Els en Febe stappen naar buiten, Arne en Marlies staan te wachten.
Els
Hé kijk, Arne en Marlies staan ons op te wachten.
Arne
Zullen we met jullie mee lopen naar huis?
Els
Tof idee. De turnjuf is volgende week jarig. Doen we iets?
Marlies Ik weet al hoe we haar kunnen verrassen. Kijk maar!


TIP
Daag de kinderen uit om een vervolg te bedenken bij dit verhaal.
Bijvoorbeeld: welke reactie kan dit bijvoorbeeld teweegbrengen bij de juf.
Misschien denkt ze aan haar oma die binnenkort verjaart.
Een de oma kan iets extra doen voor haar kleinkind.
En dat kleinkind...





OP STAP

Naar een hostiebakkerij

Vraag een bezoek aan bij zusters die hosties bakken.

Sta erbij stil dat deze broodjes gebakken worden met meel en water en zonder gist.
Net zoals matses (ongedesemd brood dat de joden met hun paasfeest eten, en dat herinnert aan de avond voor hun uittocht uit Egypte) gebakken worden.

Het recept voor hosties is eenvoudig: neem wat bloem en water, kneed dit goed en smeer dit deegmengsel glad uit op een hete bakplaat,
zonder dat het de kans kreeg om te rijzen.

Alleen tarwebloem en water. Geen gist! Zo verwijst elke hostie naar het ongedesemde brood van het Joodse paasfeest
en Jezus' laatste avondmaal, waarbij Hij duidelijk de band legde tussen de hostie en zijn persoon.

Het woord 'hostie' komt van het Latijnse woord 'hostia',
wat slachtoffer of offerdier betekent.
Bij christenen slaat het woord 'hostie' op Christus,
die zichzelf als Brood te eten geeft.
Met 'hostie' worden ook de ronde stukjes ongegist brood bedoeld
die tijdens de eucharistie 'geconsacreerd' worden en gegeven aan de gelovigen.
Zo'n hostie verwijst naar het brood
dat Christus tijdens het laatste avondmaal deelde met zijn apostelen:
"En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit,
brak het brood, deelde het uit en zei:
'Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt.
Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.'" (Lucas 22,19).
Maar het verwijst ook naar Jezus zelf.






VERTELLEN

Een zak vol cadeautjes

(Bron onbekend)

Als ik je vertel over iemand, die ieder jaar een hele zak vol cadeautjes meebrengt en lekkere dingen,
dan denkt je meteen aan Sint-Nicolaas.
Maar niet iedereen. Eline en Hugo niet.
Eline en Hugo denken dan aan hun oom Toon. Hun oom Toon werkt ver weg over zee.
Nu eens in Afrika, dan weer in India of Peru. Overal waar waterputten moeten worden gemaakt.
Want oom Toon werkt bij een bedrijf dat waterputten maakt. Een keer per jaar komt hij terug.
Dan gaat hij bij iedereen van de familie op bezoek, met een zak vol cadeaus,
met allerlei lekkere dingen en wel honderd verhalen uit die verre landen waar hij is geweest.
Een heerlijke dag is dat, ieder jaar weer.
Geen wonder dat Eline en Hugo de dagen aftellen tot oom Toon weer komt.
Dit jaar lijkt het extra lang te duren voor hij opbelt dat hij deze zondag komt.
En als het dan eindelijk zondag is, duurt het maar en duurt het maar.
Om half elf is er nog steeds geen taxi te zien in de straat.
De kinderen, die de hele morgen al met hun neuzen tegen de ramen staan, zien hem het eerst.
Hij stapt gewoon uit de bus, in z'n ouwe jas, zonder ook maar een zak of doos of pak.
Mama doet open, en de kinderen vliegen hem al om z'n nek.
Dikke kussen, handen schudden, knuffels, lieve woorden, schouderklopjes en koffie met taart.
'Dat je gewoon met de bus bent, Toon, dat is toch niets voor jou', zegt papa.
'Ach, ik had niks te dragen deze keer, en geld heb ik ook niet, dus van daar', antwoordt oom Toon.
En dan begint hij te vertellen van het dorp waar hij nu werkt,
en van het bootje met vluchtelingen dat daar aan land gespoeld is.
Veertien mensen zaten erin. Zes groten en acht kinderen.
'Het is een wonder dat ze niet verdronken zijn onderweg', zegt oom Toon.
'Die schuit was zo lek als een zeef.
Ze hebben de hele tocht, dag en nacht, het water eruit moeten scheppen. Hier, ik heb er foto's van'.
Ze kijken vol verbazing.
'Och', zegt mama, 'moet je zien, ze hebben bijna geen kleren meer aan.
'Dat was alles wat ze hadden', zegt oom Toon.
'Ze wonen nu in mijn huis, en ik heb al mijn geld bij hen achtergelaten.
Daarom dus geen cadeautjes deze keer', zucht hij. Even is het stil.
Dan zegt mama: 'Toon, zo te zien op die foto, zijn die meisjes kleiner dan Eline.
Ik heb nog een stapel kleren waar zij uit gegroeid is. Heb je daar iets aan?'.
'Nou en of,' zegt oom Toon.
'Ik heb nog wel wat gereedschap over, als ik die mensen daarmee helpen kan', zegt papa.
'En speelgoed, hebben die kinderen speelgoed?', vraagt Hugo.
'Ze hebben helemaal niks', zegt oom Toon.
'Dan weten wij ook iets', roepen Eline en Hugo tegelijk.
En terwijl mama allerlei kleren tevoorschijn haalt, en papa in zijn gereedschapskist rommelt,
duiken zij in hun speelgoedkast, op zoek naar knuffels voor de baby's,
een auto voor de kleine jongen op de foto, en een bal en een pop en een kleurdoos.
'We pakken alles mooi in', bedenkt Eline.
'Ik heb nog een heleboel papier van de cadeautjes van vorig jaar'.
'Dan sturen we oom Toon met een zak vol cadeautjes weg', glundert Hugo.
De hele middag zijn ze met z'n allen bezig.
Er worden tekeningen gemaakt, knopen aangenaaid, ritsen ingezet,
schroeven uitgezocht en beitels scherp gemaakt.
De babykleertjes komen voor de dag, en de kleuterschoentjes.
Alles wordt mooi ingepakt in kerstpapier, in cadeaupapier, in kaftpapier, zelfs in WC-papier.
Alle pakjes worden versierd met lintjes en uitgeknipte hartjes.
Wanneer de zak klaar is voor die veertien vluchtelingen ver weg,
merken ze dat ze vergeten zijn te eten!
'Pannenkoeken dan maar,' stelt mama voor.
'Prima', vindt papa.
'Waw!', zegt oom Toon.
'Joepie', roepen de kinderen.
Pas 's avonds laat is oom Toon weg gegaan, in een taxi, met alle spullen.



Twee sneetjes brood

naar C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007, p. 147

Twee sneetjes brood, een heel oud en een vers,
waren in de broodtrommel met elkaar aan het praten.

Het verse sneetje zei:
‘Ik ben heel jaloers op jou.'
‘Hoe kom je daar bij?’ vroeg het oude sneetje.
‘Er kan jou niets meer gebeuren.
Niemand haalt het nog in zijn hoofd om je op te eten.
Maar mij kunnen ze ieder ogenblik opeten,
en dan blijft er niets meer van mij over.’
‘Hoe kun je nu zo praten?' zei het oude sneetje.
Wat is er zaliger
dan opgegeten te worden als je brood bent?
Brood dat niet gegeten wordt, deugt nergens voor,
tenzij om weggegooid te worden,
te beschimmelen en helemaal te vergaan.’
‘Maar van mij blijft er toch ook niets over
als ik opgegeten wordt’ zei het verse sneetje
‘Heb je er dan nog nooit over nagedacht
wat er met je gebeurt als je opgegeten bent?’
‘Ja... eerst word je fijngekauwd,
dan word je doorgeslikt,
dan kom je in de buik van de mens
en daar word je fijngemaakt
tot er niets meer van je overblijft...’
‘Wel, zal ik je nu eens iets zeggen?' zei het oude sneetje,
'Als het lijkt dat er niets meer van je overblijft,
gebeurt er iets wonderlijks.
Dan stroom je door het hele lichaam van de man of vrouw
die je opgegeten heeft.
Die mens is heel blij met je,
want door jou kan hij werken en dansen
en springen en lachen...’
‘Dat heb ik nooit geweten’, zei het oude sneetje.



Een verhaal dat inspireert

(om voor te lezen, of om zelf te doen)

De juf zei bij het einde van de les dat elk een strootje mocht trekken.
Dat moesten ze goed bewaren en meebrengen naar de volgende les.

Ze waren het niet vergeten de week nadien, de kinderen van het tweede leerjaar.
De nummers 1 tot 10 mochten eerst de klas binnen.
Ze mochten plaatsnemen aan een rijk-beladen feesttafel:
koffiekoeken, fruitsap en kleurige versiersels.
De nummers 11 tot 30 mochten pas na de 10 eerste binnenkomen.
Ook voor hen stond een tafel gedekt: geen tafellaken, geen mooie versiersels, oude bekers.
Op gebarsten borden gebroken koekjes. Water in een kruik.
Iedereen stond bedremmeld. De juf zei dat ze mochten gaan zitten en doen wat ze wilden.
Eén meisje van de 'arme tafel' begon te huilen.
Een andere werd woedend en stampte op de grond en zei: 'Dàt is niet eerlijk.'
Maar een stem van de rijke tafel zei: 'Jawel, dat is wel eerlijk, want we hebben er toch om geloot.' 'Moeten we bidden, juffrouw?'
'Ik zeg niets,' zei de juf, 'Jullie mogen doen wat je graag doet.'
De 'rijke tafel' bad vlug en greep daarna gretig naar de koffiekoeken en het vele lekkers.
De 'arme tafel' bad langzaam en niemand maakte haast om de eerste te zijn.

(Hier zou je kinderen eventueel het verhaal verder kunnen laten vertellen)

Maar aan de rijke tafel bleef één meisje in stomme verbazing zitten...
Tenslotte zei ze: 'Juffrouw, mogen we dan niets delen met de anderen?'
De juf herhaalde: 'Jullie mogen doen wat je graag doet.'
Dit was voor het meisje voldoende om vlug koffiekoeken door te geven aan de andere tafel,
die ondertussen met lange tanden enkele kapotte koekjes at.
'Mogen we fruitsap geven ook?'
De juf zei niets. De anderen stonden er al met hun bekertjes.
En dat ene meisje schonk de bekers vol. Ze vergat zelf haar eigen koffiekoeken te eten.
Stilaan was er een tweede en een derde die ook al eens iets doorgaf.
Tenslotte had iedereen iets lekkers in de hand.
Toen kwam de juf dichterbij en ze vroeg of ze begrepen wat dit betekende.

Nee, dat was een raadsel.
'Wel zo gaat het in de wereld. Voor elke mens die overvloedig te eten heeft zijn er twee mensen die honger lijden, die aan een arme tafel zitten. Dat was de betekenis van die twee tafels.
Ineens werden de slokoppen wakker.
'Juf, ik dacht ook al: zo dadelijk ga ik de anderen iets geven.'
'Juf, ik wou ook iets geven, maar ik dacht dat U het niet graag wilde hebben.'
'Juf, ik had ook al gedacht: ik zal maar niet veel eten, dan blijft er nog wat over.'
Dat ene meisje zei niets, zich niet bewust van de rol die ze had gespeeld.





DOEN

'Mandala'

Communion Copie 1

Bespreek deze 'mandala' met de kinderen:
- Op welke manier komt deze tekening overeen met wat Johannes in zijn evangelie schrijft?
(vijf broden en twee vissen)
- Komt nog iets overeen met de tijd van toen?
(de vele mensen rond het brood en de vis)
- Wat komt niet overeen?
(Jezus is niet zichtbaar aanwezig;
de mensen lijken eerder op mensen van deze tijd)
- Wat zou de tekenaar daarmee willen zeggen?
(mensen komen na tweeduizend jaar nog steeds bijeen rond voorwerpen die aan Jezus doen denken. Het brood is nu terug te zien in de hostie; maar de vis leeft nu veel minder als symbool dan dat die vroeger geweest is.)



TIP
Inspireer je aan deze 'mandala' om met de kinderen een grote collage te maken met allemaal mensen (uitgescheurd uit tijdschriften)
De kinderen plakken een foto of tekening van zichzelf tussen de menigte.
In de menigte: jong, oud, verschillende huidskleuren, mannen, vrouwen ...





BIDDEN / MEDITEREN

Bidden met woorden van anderen

Jezus,
Jij toonde
hoe je brood,
maar ook tijd
en vriendschap,
vreugde en verdriet
met elkaar kunt delen.
Jij toonde
hoe je brood kunt zijn
voor anderen.

Help me, Jezus,
om ook te delen,
om ook brood te zijn
voor de mensen om me heen.




Jezus,
Je had medelijden met de mensen
Het is voor Jou niet genoeg te zien
dat er iemand wat tekort heeft,
Je wil er ook iets aan doen.

Geef ons de moed ons in te zetten voor alle mensen
door te delen wat we hebben.
Zodat ook vandaag het wonder mag geschieden
dat de honger naar brood en vriendschap van alle mensen
gestild mag worden.



Een bezinningstekst of een gebed schrijven

De kinderen schrijven een tekst / gebed waarin de volgende woorden voorkomen:
Jezus, brood, delen, anderen.





Jongeren

REFLECTEREN

Huwelijksverjaardag

Een Schots echtpaar is zestig jaar getrouwd.
Het koppel besluit om voor één keer een feest te geven,
een groot openluchtfeest met veel genodigden.
- Hoe zullen jullie al die mensen eten geven? vraagt een buurman.
- We kopen vijf broden en twee vissen.



Bespreek
- Op welke manier heeft dat echtpaar die tekst gelezen?
- Komt dit overeen met de bedoeling van Johannes bij het schrijven van de broodvermenigvuldiging? Waarom wel? Waarom niet?




BIDDEN

En nu?

Ze hebben honger, Heer!
Honger naar brood,
honger naar menselijke waardigheid,
honger naar vriendschap en liefde.
Honger ...

Zend hen terug naar waar ze thuishoren,
naar hun dorpen, weg uit het T.V.-nieuws,
terug naar het verleden,
zodat we ze niet meer zien.
Want we kunnen het niet baas.
We kunnen niet alle twee miljard te eten geven.
Al ons brood is niet genoeg
als ieder onder hen een stukje wil krijgen.
Heer we zijn ten einde raad.
Stuur hen heen.

Hoeveel hebt ge? Laat eens zien...
We hebben onze gezondheid, Heer,
onze tijd, ons verstand, ons geloof,
onze krachten,
tja ons leven is al wat we hebben.
Wat betekent dat voor zo velen?
Breng het Mij hier.
Breng alles wat ge hebt.
Hij zag op ten hemel, brak het,
en sprak er de zegen over uit.
Allen aten en werden verzadigd.





Overwegingen

Zuster Leontine (paliatieve zorg)

(Bron: Kerk en leven, nr. 6 - 10 februari 1993, p. 15)

Terwijl de apostelen geneigd waren de hongerige menigte weg te sturen, maant Jezus hen aan de mensen eten te geven van de karige middelen die ze hebben: vijf broden en twee vissen. Wanneer ze daarmee beginnen gebeurt het wonder door Gods Geest.
Iets dergelijks gebeurde in de Sint-Janskliniek.
Samen met een groep geneesheren, verpleegkundigen, een pastor en een maatschappelijke werker hebben wij de evangelische fasen doorlopen.
Wij herkenden de nood van de stervende in het ziekenhuis, een hongerende in de woestijn van vandaag.'
Die nood is meervoudig. Lichamelijk overheersen pijn en allerlei ongemakken. Psychologisch heeft de ziekte er behoefte aan zichzelf terug te vinden niettegenstaande de ontluistering van zijn lichaam en zijn groeiende afhankelijkheid.
Relationele moeilijkheden ontstaan door de vaak onhandige omgang met de waarheid in de relatie tussen de zieke en zijn naastbestaanden. En op geestelijk vlak is er de angst voor het onbekende, het hopeloos zoeken naar zin en 'het moeilijke gevecht om het schamele vlammetje van de hoop levendig te houden'.
Naast de zieke delen ook familie en vrienden in die woestijnervaring. Ook zij hebben behoefte aan steun en aanmoediging 'om hun belangrijke rol aan het ziekbed te kunnen vervullen en om zich voor te bereiden op hun verdere taak in het leven zonder hun geliefde'.

Zoals de apostelen telde men op Sint-Jan de broden. Tot de schamele middelen behoorden 'de vaste wil van ieder van het team om de zwaar zieke terminale mens nabij te zijn en te helpen in zijn totale menszijn... de vaste wil ook om het samen te doen... in alle bescheidenheid, wel bewust van onze onmacht ten opzichte van de kern van het probleem - de naderende dood'.
Tenslotte is ook het wonder gebeurd: Palliatieve Zorgen Sint-Jan mocht op twee jaar tijd meer dan 500 zieken op hun laatste levensweg begeleiden. Het vertrouwen van de zieken, de feestelijke bijeenkomsten met hun familie, en soms ook de verzoening na jaren van onenigheid en vervreemding tussen mensen... dat zijn de 'twaalf korven die wij er op de koop toe gratis bij krijgen.



Jan Wuyts pr.

Een verhaal van overvloed (2018)

Gedurende de volgende vijf weekendvieringen wordt telkens een stuk voorgelezen uit het lange hoofdstuk 6 van het Johannesevangelie. Het begint met de broodvermenigvuldiging. In de vier evangeliën samen wordt dit bekende verhaal zes keer verteld, en het zijn zes licht verschillende versies. Het moet dus in de jonge kerk, de tijd waarin de evangeliën geschreven zijn, een belangrijk verhaal geweest zijn. Maar het blijft een vreemd verhaal. Het is alsof iemand van de aanwezigen thuis komt en vertelt wat voor bijzondere dingen hij heeft meegemaakt. Ik ga het verhaal navertellen, zoals het kan geklonken hebben in de mond van iemand die graag overdrijft, die alles in superlatieven vertelt. ‘En Jezus trok de bergen in, altijd maar verder en verder van de bewoonde plaatsen. Een massa volk liep Hem achterna. Misschien waren we wel met tienduizend, de kinderen nog niet meegerekend. En toen Jezus lang gesproken had kregen veel mensen honger. Die hadden niets meegenomen om te eten en daar was nergens een plaats waar ze eten konden kopen. Het was precies alsof Jezus het met twee van zijn makkers daarover had. Want ze riepen een kleine jongen erbij, die wel voor proviand gezorgd had. Maar die twee mannen maakten hulpeloze gebaren, zo van: we hebben zoveel mensen in een uitzichtloze situatie gebracht. Hoe moet dit verder? Maar ge gaat me niet geloven, maar op een moment doet Jezus teken dat ze allemaal moeten gaan zitten. Hij zegt een gebed, alsof we aan tafel gaan. Een zijn makkers moesten die broodjes en die visjes beginnen uit te delen. En die geraakten niet op. Ongelooflijk! Iedereen kon eten zoveel hij maar wilde. In het begin was er bijna niets, en het verhaal eindigt met overschot.’
Na zijn verhaal zullen zijn toehoorders wel gezegd hebben; ‘Ge zijt weer aan ’t overdrijven, hé. Wat ge daar vertelt is toch onmogelijk!’
Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat er met dit verhaal iets aan de hand is. Het is niet zomaar een straffe toer van Jezus. Daar zit meer achter. Maar hoe komen wij dat op het spoor? De verteller zorgt zelf wel dat wij aanknopingspunten vinden om de ware betekenis van het verhaal te achterhalen. Over één episode ben ik met opzet vlug overheen gegaan. Wat Jezus namelijk doet met de vijf gerstebroden. Hij neemt ze, spreekt het dankgebed uit, en verdeelt ze onder de mensen. Hij spreekt bijna letterlijk de woorden uit waarmee wij straks in de consecratie herhalen wat Jezus deed op Witte Donderdag tijdens het Laatste Avondmaal. In de tijd van Johannes kwamen de christenen elke zondag samen en hoorden deze woorden herhalen door de voorganger. Zou Johannes hier misschien willen uitleggen wat de eucharistie betekent, en de communie? Het is een verhaal van overvloed. Welke overvloed ontvangen wij, wanneer we deelnemen aan de eucharistie? Het schijfje hostiebrood lijkt niet op overvloed. Maar het gaat om de betekenis van dit brood. In dat brood biedt Jezus ons zichzelf aan ‘in overvloed’. Wat dat betekent wordt duidelijk op het einde van het verhaal. De mensen die het gebeuren op de berg hebben meegemaakt, willen Jezus tot koning uitroepen. Zij hebben de overvloed van eten louter materieel begrepen. Een man die zijn volk op deze wijze overlaadt met wat nodig is om van te leven, zulke man moeten wij tot koning uitroepen. En wat doet Jezus? Hij muist er onderuit. Hij maakt dat hij wegkomt, hij trekt verder de berg op, alleen. Het ging er hem niet om letterlijk die mensen eten te bezorgen. Het verhaal vertelt ons uiteindelijk wie Jezus werkelijk is. Hij geeft zichzelf in overvloed aan ons, niet in materiële welvaart, maar om ons te helpen leven in liefde met elkaar. We zijn zo gewoon aan deze uitdrukking, die klinkt als een vrome wens, dat de draagwijdte ervan niet genoeg tot ons doordringt. ‘Leven in liefde met elkaar’ vormt de kern van de christelijke moraal.. Een christelijke moraal stelt de vraag: wanneer is - wat we doen - goed voor anderen? Slaat de balans van ons handelen over naar het goed doen aan de anderen, en niet naar de kant van het eigenbelang? Dit geldt voor alle domeinen van ons leven. De mensen liepen Jezus achterna omdat hij hun zieken genas en omdat hij hun te eten gaf. Dat zijn natuurlijk belangrijke dingen in het leven, maar er is meer. Is onze zorg voor elkaar overvloedig, zoals Jezus in overvloed brood en vis uitdeelde? Deze eucharistieviering brengt ons weer in contact met Jezus, die ons gegeven is opdat wij nooit vergeten wat het betekent overvloedig goede mensen te zijn.



Frans Mistiaen sj

Wat wij delen, wordt door Jezus vermenigvuldigd!

Ook wij zijn vandaag weer eens samengekomen op deze rustige plek,
waar wij opkijken naar de Heer Jezus, die ons ontvangt.

En wij hebben honger.
Honger, niet zozeer naar brood voor onze maag.
Wij voelen veeleer een diepere honger:
honger naar vrede en vergeving,
naar geborgenheid, naar waarheid en echte liefde.
Wie schenkt ons toch voor deze diepere verlangens
verzadiging en nieuwe kracht?
Misschien ervaren ook wij soms wel eens
de ontmoediging van Jezus' leerlingen:
"Waar moeten wij dát brood gaan halen?"

Midden in het gevoel van machteloosheid
treedt een jongen naar voren die zijn knapzak opendoet
en vijf gerstebroden en twee vissen aanbiedt.
Een klein gebaar dat veel teweegbrengt.
Zoals dikwijls, is het ook hier de jeugd die de situatie redt:
de jeugd namelijk die in ieder van ons steekt.

Want, hoezeer ook wij in een hoek van ons hart
de twijfels van de ongelovige apostels horen murmelen:
"Wat is dat nu voor zoveel volk?",
toch herkennen wij in dat moedig gebaar van die éne jongen
de jeugdige edelmoedigheid van onze eigen beste dagen.
Ja, wij weten het weer:
Als wij naar voren treden en de Heer gul durven aanbieden
wat wij hebben gekregen, ja dán gebeuren grootse dingen.
Als wij hetgeen wij bezitten, hoe weinig het misschien ook is,
met liefde durven weggeven, dan worden velen rondom ons
vervuld met diepe vreugde, verrijkt door nieuwe hoop.
Wij weten het wel: wat met een edelmoedig hart wordt gedeeld,
verrijkt anderen overvloedig.
"Delen" wordt "vermenigvuldigen".

Ja, wij herinneren het ons...
hoe die zogezegd onervaren jongere
toch leider of leidster werden van gehandicapten en minder-bedeelden
en hun door hun edelmoedigheid tijdens een vakantie
een prachtkamp bezorgden.
Gedeelde liefde werd vermenigvuldigde vreugde.

Ja, wij herinneren het ons weer...
hoe die jonge leerkracht met zwakke overtuigingskracht
het toch waagde aan zijn leerlingen
te vertellen over Jezus' blijde boodschap
en werd beluisterd en geapprecieerd.
Gedeelde liefde werd vermenigvuldigde vreugde.

Ja, wij herinneren het ons weer...
hoe die jonge ouders, met beperkte middelen,
hun kinderen wisten op te voeden op een manier
dat elk van hen zijn eigen, originele weg in het leven vond.
Gedeelde liefde werd vermenigvuldigde vreugde.

De edelmoedigheid van onze eigen vernieuwde jeugdigheid
kan veel vreugde vermenigvuldigen.
Want, ook vandaag doet de Heer grootse dingen
met hetgeen wij aanbieden.
Door een klein, delend en gevend gebaar
kunnen velen rondom ons rijkelijk verzadigd worden.
Wij moeten het vooral niet te ver gaan zoeken.
Wij moeten maar eenvoudig kijken
naar wat wij voor vandaag nog kunnen bovenhalen
uit die knapzak van ons hart:
wat meer vrede en vergeving,
wat meer zachtheid en geborgenheid,
wat meer waarheid en echte liefde.

Wij komen vandaag weer in jeugdige edelmoedigheid naar voren
met open handen en een open hart.
Het weinige wat wij hebben, maar durven delen,
wordt door de Heer Jezus rijkelijk vermenigvuldigd
en tot teken van Zijn overvloed.



Marc Gallant, Trappist (Orval)

Overvloed

Wij onderbreken vijf zondagen na elkaar de lezing van het Marcusevangelie om te luisteren naar het zesde hoofdstuk van Johannes dat ons het verhaal brengt van het teken van de broden, en de uitweiding die Jezus erover geeft.

De evangelische traditie heeft een groot belang gehecht aan dit teken van de broden: het is het enige wonder dat voorkomt in de vier evangeliën. In ieder evangelie heeft het ook een belangrijke plaats. Het is zowat het hoogtepunt van Jezus’ messiaanse macht en het beslissend moment voor het geloof van de leerlingen.

Johannes legt de broodvermenigvuldiging in verband met de instelling van de eucharistie: ‘het was kort voor het Joodse paasfeest’. Deze tijdsopgave heeft in de eerste plaats een theologische bedoeling: de wonderbare spijziging van de menigte is kennelijk een afbeelding vooraf van de eucharistische maaltijd. Johannes, die Jezus reeds voorgesteld heeft als ‘het Lam Gods dat wegneemt de zonde der wereld’ (Johannes 1, 29.36), herinnert er zijn lezers aan dat dat Jezus gestorven is als het echte paaslam, op het ogenblik dat het paaslam geslacht werd voor het Joodse paasfeest, en dat hij zich als voedsel geeft in de eucharistie, zoals hij dat verder zal expliciteren.

Het is dus, zoals bij de eucharistie, Jezus zelf die het initiatief neemt van de broodvermenigvuldiging. Bij de synoptici zijn het de apostelen die Jezus’ aandacht vestigen op de menigte die niets te eten heeft. Hier komt het initiatief van Jezus zelf. Hoewel hij weet wat hij gaat doen, vraagt hij aan Filippus die, afkomstig uit Betsaïda, de streek kent, hoe de menigte te spijzigen. Jezus wil niets doen zonder de samenwerking van de apostelen. Hij stimuleert hen tot het opnemen van hun verantwoordelijkheid. Daarmee leren ze hoe ontoereikend hun menselijke middelen wel zijn. Andreas, die ook van Betsaïda is, heeft reeds uitgekeken: hun mogelijkheid beperkt zich tot vijf gerstebroden en twee vissen. Tweemaal niets en kost voor armen! Er was de smalende spreuk: “Linzen zijn mensenkost, gerst is veevoeder” (Midrash Ruth 2,9). Maar Jezus is juist gekomen om aan armen de Blijde Boodschap te verkondigen.

We horen in dit verhaal een verwijzing naar de profeet Elisa die gerstebroden vermenigvuldigde ‘en zij aten ervan en hielden nog over’ (2 Koningen 4, 42-44). Een verwijzing ook naar het manna, sterk overtroffen door het brood dat Jezus geeft. Het manna werd gegeven in afgemeten maat en kon niet bewaard worden (Exodus 16, 21 v.), terwijl Jezus brood geeft in overvloed, met korven vol nog voor later. Jezus’ woorden: ‘opdat niets zou verloren gaan’ (Johannes 6, 12), drukken de bedoeling uit om de beperkte historische context van de broodvermenigvuldiging te overschrijden. Zoals voor de wijn te Kana (Johannes 2, 6), dit ander teken van de eucharistie, geeft Jezus met overvloed, opdat deze gave ook de Kerk ten goede zou komen. Jezus is gekomen ‘opdat de mensen leven zouden hebben, leven in overvloed’ (Johannes 10, 10). Twaalf is het getal van de volmaaktheid: er blijven genoeg korven brood over voor al de christenen die nog zullen komen. En het zijn geen kruimels die vergaderd worden, maar ‘klasmata’, brokken, stukken gebroken brood. Die term bevindt zich ten andere in het antieke eucharistisch ritueel (vgl. Didachè 9, 4). Johannes gebruikt de taal die zijn christenen horen bij de eucharistieviering: ‘Hij nam de broden, Hij sprak het dankgebed uit’ (Johannes 6, 11).

Bij de Synoptici zijn het de leerlingen die het brood en de vis uitdelen. Als zij hun evangelie schrijven is er nog de zorg voor de organisatie van de gemeenschappen. Weldra laat het gevaar van een ‘machtsinname’ bij de verantwoordelijken zich voelen, en Johannes herinnert eraan dat het Jezus zelf is die, verrezen en tegenwoordig in de gemeenschap, de eucharistie in handen heeft: Hij neemt er het initiatief van, Hij deelt het brood uit, Hij laat de brokken verzamelen bestemd voor alle mensen van alle tijden.

Zoals bij het teken van de wijn te Kana, vermeldt Johannes de reactie van de aanwezigen. ‘Hij openbaarde zijn heerlijkheid en zijn leerlingen geloofden in Hem’, horen we te Kana (Johannes 2, 11). Hier horen we de geloofsuiting: ‘Dit is werkelijk de profeet die in de wereld zou komen’ (Johannes 6, 14). Jezus tijdgenoten verwachtten de Messias volgens het woord van Mozes: ‘Uit uw eigen broeders zal de Heer uw God een profeet laten opstaan zoals ik, Mozes, naar wie u moet luisteren’ (Deuteronomium 18, 15). Het teken der broden doet op enige manier denken aan het wonder van het manna, waar ze de hernieuwing van verwachtten met de Messias. De menigte leidt daaruit de profetische zending van Jezus af. Deze ontwaart echter in dit toejuichen een betekenisverschuiving: hun profeet wordt een politieke zending toegemeten. Hij trekt zich dan ook terug in de eenzaamheid, in de intimiteit van zijn Vader die hem een geestelijke zending heeft gegeven.

Voor Pilatus zal Jezus nogmaals bevestigen: ‘Mijn koningschap is niet van deze wereld’ (Johannes 18, 36). Het brood dat Jezus ons wil geven is niet van deze wereld: het moet ons in de communie zijn verrezen leven geven: zijn mee te delen liefde.