Loading...
 

1e zondag van de advent A - Evangelie

Waakzaam


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Wees waakzaam

Matteüs 24, 37-44 // Marcus 13, 33-37 // Lucas 21, 25-28.34



De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1566)

Jezus zei: ‘De Mensenzoon zal onverwacht komen. Niemand weet precies wanneer dat gaat gebeuren. Ook de engelen in de hemel weten het niet. Zelfs ik weet dat niet. Alleen God, de Vader, weet dat.
Het zal net zo gaan als in de tijd van Noach. Toen waren de mensen bezig met gewone dingen: met eten, drinken en trouwen. Niemand wist wat er ging gebeuren. Totdat de dag kwam dat Noach zijn boot in ging. Toen kwam plotseling de grote overstroming, en alle mensen verdronken. Net zo plotseling zal ook de Mensenzoon komen.

Als de Mensenzoon komt, mag niet iedereen met hem mee. Als er bijvoorbeeld twee mannen aan het werk zijn op het land, mag maar één van hen met de Mensenzoon mee. De ander moet achterblijven. Of als er twee vrouwen graan aan het malen zijn, mag maar één van hen met de Mensenzoon mee. De ander moet achterblijven.
Blijf opletten! Want jullie weten niet wanneer jullie Heer zal komen. Stel dat je van tevoren weet wanneer er een dief komt. Dan blijf je wakker en zorg je ervoor dat die dief niet bij je kan inbreken. Maar jullie weten niet wanneer de Mensenzoon komt. Dus moeten jullie altijd klaarstaan. Onthoud dat goed!



Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Matteüs 24, 37-44)

Jezus zit op de Olijfberg met zijn vrienden.
Hij zegt:
‘Als de Mensenzoon komt,
zal het gaan zoals in de tijd toen Noach leefde.
Noach zei:
‘Mensen, jullie moeten beter gaan leven!
En meer rekening houden met God.’
Maar de mensen bleven eten en drinken en trouwen
zonder met zijn woorden rekening te houden.
Toen Noach de ark binnenging,
kwam de zondvloed
en die spoelde al die mensen weg.

Zo zal het ook gaan op de dag dat de Mensenzoon komt.
Als er twee mannen op het land werken,
wordt er een meegenomen
en de ander wordt achtergelaten.
En als er twee vrouwen graan malen,
wordt de een meegenomen
en de ander achtergelaten.

Wees daarom waakzaam,
want jullie weten niet wanneer jullie Heer zal komen.
Jullie begrijpen toch
dat als iemand precies zou weten
wanneer de dief in de nacht komt,
dat hij dan niet zou gaan slapen
om zo te verhinderen dat men in zijn huis inbreekt.’



Stilstaan bij …

Noach
(= rust; troost)
Volgens het boek Genesis was Noach een van de stamvaders van de mensen. Hij maakte een zondvloed mee die hij overleefde dank zij de waarschuwing van God. Na de zondvloed sloot God een verbond met Noach, met de regenboog als teken ervan.
Lees meer

Mensenzoon
Op zich betekent ‘mensenzoon’: ‘mens’. De profeten gebruikten dit woord om een mens aan te duiden in zijn sterfelijkheid en nietigheid, maar de profeet Daniël spreekt over de mensenzoon als over een koning die zorgt voor vrede en die de mensen komt oordelen.
Dit woord gebruikte Jezus vaak om over zichzelf te spreken.

Zondvloed
Woord dat komt van het Middel-Nederlandse sintvloet (= grote algemene vloed). In Mesopotamië kwam het vaak voor dat het laagland overstroomde. De herinnering aan een 'grote vloed' is in Mesopotamische teksten bewaard en archeologisch bevestigd.
Omdat niemand wist hoe groot de wereld in werkelijkheid was, dacht men dat de hele wereld overstroomd was. In feite ging het enkel om het eigen kleine stuk bekende wereld.

Ark
Het Hebreeuwse woord voor ‘ark’ komt in het Oude Testament slechts tweemaal voor: eenmaal voor de boot van Noach, eenmaal voor het mandje waarin de kleine Mozes lag.
In beide teksten gaat het om redding: de redding van de mensheid en de redding van een volk. In beide gevallen hebben mensen God als reddend actief ervaren.

Waakzaam
‘Alert’ zijn, zodat men aandacht heeft voor sporen van God in zijn/haar leven en bereid is / klaar staat om de wil van God snel in vervulling te doen gaan.

Heer
Gewoonlijk is ‘Heer’ een respectvolle manier om iemand aan te spreken.
De joden gebruiken het woord ‘Heer’ wanneer ze over God spreken. Want uit eerbied voor God willen ze zijn eigen naam niet uitspreken.
Als de evangelisten in het Nieuwe Testament het woord ‘Heer’ gebruiken voor Jezus, geven ze daarmee aan dat ze God in Jezus herkennen.



Als je dit aan kinderen vertelt...

... leg dan niet teveel nadruk op het verschrikkelijke van de eindtijd, maar op de opdracht om waakzaam te zijn en beter te gaan leven.





Bij de tekst

Soort tekst

Deze tekst behoort tot de laatste toespraak van Jezus (eschatologische rede). Ze gaat over de komst van Jezus aan het einde der tijden en roept de toehoorders op tot een alerte houding.
Als Jezus aan het einde der tijden zal oordelen, blijken de goede daden van zijn volgelingen van groot belang te zijn.





Suggesties

Kleine kinderen

TIP

Het evangelie op deze eerste zondag van de advent is niet zo toegankelijk voor kleine kinderen. Daarom kun je met hen beter stilstaan bij de advent. Klik hier voor suggesties.





Grote kinderen

ERVAREN

Wachten kan lang duren

Wat je nodig hebt
. horloge met secondewijzer

Aan de slag
De kinderen schatten in hoelang een minuut duurt.

. De kinderen gaan staan voor hun stoel.
. Klap in je handen wanneer er zestig seconden beginnen. Wie denkt dat de veertig seconden om zijn, gaat zitten.
. Wie ging zitten na precies veertig seconden? Of was er het dichtste bij?





VERDIEPEN

Wachten

Mensen kunnen op verschillende manier wachten:
- passief gelaten, zoals voor een bus, een trein.
- actief, zoals voor een feest

Geef voorbeelden van passief wachten op Kerstmis, en van actief wachten op Kerstmis.



Wachten op

Zorg er voor dat de ruimte waarin je dit gesprek voert niet verlicht is.
- Stel je nu eens voor dat de zon niet meer zou schijnen. Alles donker, verdriet van 's morgens tot 's avonds. Hoe zou dat aanvoelen?

Zoals de kinderen zich afvragen hoe zij zich zouden voelen in sommige situaties, zo voelen heel wat mensen zich. Ze hebben verdriet, zijn eenzaam, arm, zieken, opgesloten of voelen zich verlaten en alleen. Zij zoeken zoals iedereen een beetje geluk. God wil geluk voor iedereen. Bij Hem zijn al deze mensen thuis. Op de eerste zondag van de advent hebben wij het over dat lange wachten van mensen naar een beetje geluk, warmte, vriendschap en vreugde.

De kinderen brengen een slogan aan op een flap: 'Wachten op vrede, geluk, warmte, vriendschap'.
Bij de woorden hoort een tekening: vrede: duif - geluk: bloem - warmte: zon - vriendschap: hart.



Waakzaamheid

Vertel dat Jezus in het evangelie van vandaag vraagt om waakzaam te zijn. Het woord ‘waakzaam’ kennen de kinderen wellicht niet. Maar misschien wel het woord ‘waken’.

Kunnen de kinderen een zin maken waarin dat woord voorkomt?
. Vertel over mensen die waken bij iemand die heel erg ziek is. En dat mensen binnenin een familie onder elkaar afspreken dat er steeds iemand bij de zieke blijft waken.
. Je kunt ook vertellen dat mensen soms bij hun woning een plaatje aanbrengen met de foto van een hond, waarbij de woorden staan: ‘Hier waak ik.’
. Misschien kun je vertellen over mensen die een gebouw bewaken (security; militairen; politie)
Kom dan samen met de kinderen tot de vaststelling dat iemand die waakzaam is, iemand is bij wie alle zintuigen erg gespannen zijn zodat ze bij het minste wat ze horen of zien, gepast reageren (doen / handelen; spreken / zeggen).





BIDDEN / MEDITEREN

De vier J's

(Bron onbekend)

Eeuwen heeft het volk van God
uitgekeken naar de Verlosser,
naar diegene die hen zou bevrijden
en een nieuw leven schenken.
Samen met de grote profeten
willen wij uitkijken naar Jezus,
het licht van de wereld.
Wij willen ook zelf in dat licht gaan staan.

De eerste J. is van Jesaja, de profeet.
Zijn naam betekent: God helpt.
Jesaja zag lichtpuntjes in de donkere tijd.
"Een nieuwe tijd breekt aan", zei hij.
"Droom er maar van.
Dan zal de Messias komen
en zullen alle mensen zien
dat God met hen begaan is,
dat Hij hen liefheeft.
Het licht van God zal over ons opgaan.”
Wij steken een kaarsje aan.

De tweede J is van Johannes de Doper, de profeet.
Hij zag het licht waarvan Jesaja droomde.
Velen zagen het nog niet.
"Keer je af van het kwaad,
richt je leven op wat goed is", zei hij.
Dan pas zul je de Heer herkennen,
Hij die midden onder u is.
Wij steken een kaarsje aan.

De derde J is van Jezus.
Zoon van de Vader, Licht uit Licht!
Het licht waarvan Jesaja droomde,
de Verlosser die Johannes aankondigde.
Jezus, naar wie wij uitzien als een licht,
een licht voor blinden en zieken,
een licht voor ieder van ons.
Hij die wij zo dikwijls gedenken.
We steken een kaarsje aan.

De vierde J ben jij...jij...jij.
Wij allen zoals we hier samen zijn.
Heel de advent willen we uitkijken naar Jezus.
Onszelf tot Jezus bekeren.
Wegen recht maken.
Aandacht hebben voor kleine mensen.
Vrede brengen waar het kan.
Wij steken een kaarsje aan.



EXTRA

Bij deze eerste zondag van de advent kun je met de kinderen ook stilstaan bij de advent. Klik hier voor suggesties.





Jongeren

SPREKEN MET BEELDEN

Stilstaan bij twee foto's

Bespreek eerst deze foto.

Wachten 2


- Wat zie je?
(huis, bomen, meer / rivier, weg, vrouw, rugzak, drinkbeker, stapschoenen)
- Wat zou die vrouw doen? Wat zou ze denken?
- Welk woord past volgens jou het best bij deze foto? En waarom is dat?
UITKIJKEN, RUSTEN, WACHTEN, VERVELEN, ZITTEN


Bespreek dan deze foto.

Wachten

- Wat zie je?
(speelveld, man)
- Wat zou die man doen? Wat zou hij denken?
- Welk woord past volgens jou het best bij deze foto? En waarom is dat?
UITKIJKEN, RUSTEN, WACHTEN, VERVELEN, ZITTEN


Kom in groep bijeen en vertel elkaar wat je bij deze foto's door het hoofd ging (maak eventueel gebruik van de vragen.
- Welk woord kan voor de twee foto's gebruikt worden? (eventueel: UITKIJKEN en WACHTEN)
Vergelijk de houding van deze twee mensen.
- Welk soort uitkijken / wachten toont de vrouw? (eerder passief: bij de pakken - rugzak- zitten en afwachten)
- En de man? (actief: al zijn spieren en al zijn zintuigen zijn gespannen op de bal die er zal komen. Hij is er klaar voor; hij zal die zo goed mogelijk opvangen.)

Het uitkijken naar de komst van Jezus zou een actief wachten moeten zijn: alert zijn om in je omgeving actief mee te werken aan alles wat helpt om de droom van God te realiseren.





VERDIEPEN

’Bericht aan de bevolking’

Roep de beelden op van een overstroming. Eventueel heb je eigen herinneringen aan een overstroming: aan de snelheid waarmee het water opkomt, waardoor je nog heel weinig kunt doen.
Jezus roept dit beeld op door te verwijzen naar het verhaal van de zondvloed dat iedereen kent vanuit de bijbel. Hij grijpt naar dit beeld om op te roepen waakzaam te zijn en zich daarop voor te bereiden.
Men kan zich bijna niet meer wapenen tegen een overstroming op het moment dat het hard aan het regenen is. Men moet dit voordien doen.

Wel, ... zegt Jezus, als de Mensenzoon komt, dan moet je daarop voorbereid zijn.

Het woord ‘Mensenzoon’ is een titel die men vroeger aan Jezus gaf, maar die na tweeduizend jaar niet meer gebruikt wordt. Men leest dat woord 69 keer in de evangelies. Op zich betekent het ‘mens’, maar in het oude Testament zijn teksten bewaard van de profeet Daniël die over de Mensenzoon spreekt als over een koning die zorgt voor vrede en die de mensen komt oordelen. Een beeld dat terug te vinden is in de parabel van het Laatste oordeel.
Lees deze parabel nog eens voor (Matteüs 25, 31-46 evangelie van Christus Koning - jaar A)

Als die Mensenzoon nu komt om te mensen te oordelen naar hun daden, dan, zegt Jezus, moet je je daarop voorbereiden. Eens dat het zover is, kun je daar niets meer aan doen.


Maak een ‘BERICHT AAN DE BEVOLKING’
Uit goede bron heb je vernomen dat diegene die de mensen komt beoordelen over goed en kwaad binnen vier weken komt.
Maak samen met de jongeren een lijst van 10 punten waarmee de mensen kunnen nagaan of ze zich hier wel goed op hebben voorbereid, zodat ze op die dag niet voor verrassingen komen te staan.
Hang die lijst nadien op in het kerkportaal.





MEDITEREN

Waakzaam zijn

Waakzaam zijn is niet passief afwachten.
Niet een houding van
met-de-armen-over-elkaar
en wel zien wat er gaat gebeuren.
Het is eerder een actief uitzien naar,
alert zijn op mensen en gebeurtenissen.

Waakzaam zijn zet ons in beweging,
maakt ons gespitst op het Rijk van God.
Het zegt iets over ons geloven,
dat het eens waar zal worden:
vrede, liefde, recht,
voor alle mensen van goede wil.
Het doet ons op het puntje
van onze stoel zitten
om het zo vlug mogelijk te realiseren.

Waakzaam uitzien naar dat Rijk
brengt ons in beweging
om te doen wat nog niet kan,
om te vieren wat nog niet is.

We realiseren soms al even
dat ideaal van Jezus.
We kunnen niet wachten,
het niet over ons heen laten komen.
Daarom laten we ons niet afleiden
door allerlei bijkomstigheden.
Want we weten, dat slechts één ding
noodzakelijk is in de ogen van God:
wie we zijn voor elkaar,
hoe we omgaan met onze wereld,
of we God de ruimte geven
om orde te brengen in de chaos.

Waakzaam zijn: dat is
oog hebben wat echt belangrijk is
en daaraan ook willen werken,
met overtuiging en van harte.

Wim Holterman





BIDDEN

Heer,
schud ons wakker.
zodat we weer luisteren
naar het gefluister van uw Geest.

Wij willen ons engageren
waar leven kapot wordt gemaakt,
liefde met de voeten getreden,
hoop bedreigd, mensen veracht …

Zo willen wij Uw komst voorbereiden.
Dan kan uw Rijk komen,
Een Rijk waar liefde het laatste woord heeft.





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Verlangen naar nieuw leven

Bij het begin van de Advent
worden wij herinnerd aan onze uiteindelijke toekomst.
En voor gelovigen is dat: onze definitieve ontmoeting met de Heer.

Dat "de één zal worden meegenomen en de ander achterblijven”
is het gevolg van het onderscheid
dat wordt gemaakt tussen de mensen
die op een verschillende manier uitkijken
naar die komst van de Heer.
Want “wachten” kan twee betekenissen hebben.

Men kan inderdaad wachten en waken zoals de slechte dienaar,
met schrik om betrapt en gestraft te worden
door een strenge Meester.
Men kan ook waken en wachten zoals een verloofde,
die vol vreugde verlangend uitkijkt
naar de uiteindelijke verbondenheid met haar Bruidegom
of zoals een moeder die haar kindje verwacht.
De aard van de ontmoeting waarnaar wij uitkijken,
bepaalt in grote mate de manier waarop wij ernaar verlangen,
en omgekeerd.

Wij, christenen, kijken uit naar de uiteindelijke ontmoeting
met de Heer van het nieuwe leven.
En dit zal niet onze eerste ontmoeting zijn met Hem,
want er zijn er reeds verschillende geweest.
Maar welke soort ontmoetingen zijn dat?
Ervaren wij nu, tijdens ons leven, de Heer
vooral als een strenge Meester of als een barmhartige Vader?
Leven wij nu reeds met schrik voor God
of zijn wij nu vooral dankbaar voor Zijn vriendschap en vergeving.
Dat bepaalt hoe wij Hem dan zullen ontmoeten.

“Wanneer” Hij komt blijft onbekend.
Hoe wij ook naar Hem verlangen, Zijn komst zal altijd
een verrassing zijn voor allen, een overweldiging.
En ook hier geldt hetzelfde onderscheid:
Zullen wij worden verrast door Zijn strengheid
of vooral door Zijn barmhartigheid?
Wij, christenen, geloven dat wij vooral zullen worden overspoeld
door de mateloosheid van Gods barmhartigheid.
(Als ik aan de einddag denk, dan denk ik niet zozeer aan
de timpanen van de Romaanse kerken
met “de Rechter en Zijn weegschaal”,
maar aan het schilderij van Rembrandt, waar
de verloren zoon wordt ontvangen in de armen van zijn Vader.)

Met Kerstmis zullen wij weer een ontmoeting met God vieren,
maar dan nu met Hem als een pasgeboren Kind.
Wat ervaren wij vooral bij die ontmoeting?
De geboorte van een kind is steeds het teken
van “nieuw leven” onder de mensen.
De diepere, persoonlijke beleving van Kerstmis
nl. de doorbraak van het nieuwe, goddelijke leven
van “waarheid, vergeving en vrede”,
zal wel niet door iedereen juist op 25 december worden ervaren.
Maar voor elk van ons klinkt vanaf vandaag
de oproep tot waakzaamheid en wakkerheid
om, ook te midden van crisis en aftakeling, heel alert te zijn
om toch de schamele tekens van dat nieuw leven reeds te erkennen.
Ziet ge niet dat God weer nieuw leven van “vergeving en vrede”
begint te brengen onder ons, mensen?

Laten wij maar kijken naar de natuur,
want die heeft ons, ook in deze periode, weer iets te leren.
Zijn de bomen deze laatste weken soms aan het doodgaan?
Zijn die kale herfstbomen het teken
dat de totale ondergang en vernietiging van de natuur op komst is?
Helemaal niet! Dat kan misschien zo lijken,
maar dan alleen voor een oppervlakkige toeschouwer.
Wie met gelovige ogen kijkt, ziet veel meer.
Hij voelt aan dat die bladerloze bomen eigenlijk veel missen
en nu met groot verlangen uitzien naar de nieuwe lentescheuten,
die al aanwezig zijn, maar onzichtbaar nog, onder de schors.
De natuur is onderhuids al volop bezig
de nieuwe lente van volgend jaar aan het voorbereiden.
Voorlopig echter komt het erop aan te wachten,
actief te wachten, dwz. met een grote hoop in het hart.

Welnu dat gevoel van gemis
en dat verlangen naar het nieuwe leven,
dat is in deze adventsperiode zeer heilzaam voor de bomen,
én voor de mensen.



Marc Gallant, trappist (Orval)

De komst van de Heer (2013)

Twee vrouwen lopen op het voetpad om te winkelen. Een wagen vliegt in volle vaart uit de bocht het voetpad op. Een vrouw is op de slag gedood, de andere komt er met de schrik van af. 'De een is meegenomen, de andere is achtergelaten'. Zoiets hebben wij zojuist gehoord in het evangelie: een schielijke dood aan het werk op het land of aan de molen. Wij zijn de tijdgenoten van mensen rondom ons die de komst van de Mensenzoon beleven op het uur dat zij het niet verwachten. Voor hen is, met hun dood, het einde van de wereld aangebroken, onvoorzienbaar.

Vanuit die vaststelling vraagt het evangelie vandaag onze aandacht voor de komst van de Heer.
Niemand kent de dag noch het uur van de komst van de Heer. Alle speculaties over het einde van de wereld zijn dus totaal nutteloos. Wanneer zal de wereld vergaan? Wie met een datum komt, miskent het evangelie. Hoe zal de wereld vergaan? Door de inslag van een grote meteoriet? Door de ontregeling van de zon? Door het waanzinnig gebruik van atoombommen, gifgasbommen of virusbommen die alle leven vernietigen op aarde? Of eenvoudigweg door een geleidelijke klimaatramp? Niemand weet hoe of wanneer. Ook het wanneer of het hoe van je eigen dood, waarmee voor je het einde van de wereld geslagen is, ken je niet. Speculaties daaromtrent zijn tijdverspilling.

Onze dood komt altijd onvoorzien. De komst van de Heer is onverwacht. Zijn komst is zo brutaal als die van de zondvloed. De mensen in de dagen van Noach vermoedden niets en gingen door met eten en drinken totdat de zondvloed kwam en hen wegrukte. 'Zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon', zegt Jezus. In een van zijn preken legt Kardinaal Newman de volgende woorden in Jezus’ mond: 'Als ik zal aankloppen, dan zullen er maar weinigen gereed staan om Mij onmiddellijk open te doen. Zij zullen altijd nog iets te doen hebben vooraleer te openen. Zij zullen eerst nog moeten bekomen van de verrassing en van de ontsteltenis waarin mijn komst hen zal werpen. ... Zij zijn voldaan met op aarde te zijn; zij wensen nergens elders te gaan; zij willen niets anders' (Parochial and plain Sermons, IV, 22). Opdat wij ons niet blindelings zouden installeren op aarde als in een blijvende woonplaats, wordt ons het wachtwoord meegegeven: 'weest dus waakzaam, weest bereid, want de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht'.

De christen is vrijgesteld van het vragen naar het hoe en het wanneer van de komst van de Heer. Hij kan al zijn aandacht besteden aan de komst van de Heer, de waakzaamheid: 'hoe kan ik waakzaam leven, zoals de Heer het mij vraagt?'

Is het al gebeurd dat je ‘s nachts moest waken? Als jij je comfortabel gaat installeren, dan dommel je in nog vòòr je het weet. Om wakend te blijven en niet in te dutten moet je bezig blijven. Je moet op gang blijven: je kunt wat rondlopen, je bezig houden met wat je interesseert, of nog met het slurpen van straffe koffie.

Bij het geestelijk waken liggen de kaarten evenzo. Je moet geestelijk actief blijven en voortgaan met je geest op scherp te houden, en het luisteren naar Gods Woord kan je dienen als geestelijke espresso. Waken betekent aandachtig zijn nu, aan wat er gaande is nu. 'Het is nu het oordeel van de wereld', zegt Johannes (Johannes 12, 31). Johannes stelt heel duidelijk dat het oordeel op het einde van de tijden plaats grijpt, nu. Het is nu dat Jezus naar ons toe komt, het is nu dat wij naar Hem luisteren of niet luisteren. Het is nu dat wij handelen naar zijn woord of er niet naar handelen, en uiteindelijk is het oordeel verbonden aan het al of niet ontvankelijk staan voor zijn aanwezigheid. Waken is de Heer aan de deur horen kloppen, nu, en Hem aandacht schenken met hetgeen waarmee wij bezig zijn.

Waakzaam zijn heeft dus niets dat koortsachtig is of gespannen. Het is leven in de tegenwoordige tijd bij het trouw vervullen van de persoonlijke zending. Als jij je door Jezus gezonden weet, dan doe je alles in relatie met Hem, dan ben je wakend. Waakzaam zijn, dat is dankbaar je talenten gebruiken, bewust dat jij ze van de Heer gekregen hebt om ze Hem terug te geven door te delen met de anderen. Waakzaam zijn, dat is immers de lamp van je geloof brandend houden met de olie van de naastenliefde. Waakzaam leven betekent: leven in plaats van geleefd te worden, leven in plaats van zich te laten leven, gedrongen door de omstandigheden. Waken is bewust het leven in handen nemen en het zijn volle zin geven. Waken is nog, om het met de woorden van Paulus te zeggen: 'ons ontdoen van de werken der duisternis en ons wapenen met licht' (Romeinen 13, 12).

Jezus eindigt zijn betoog met de parabel van de dief. Moest je weten waar en wanneer de carjacker zal toeslaan, dan zou je alvast achteraan in je wagen een paar politiemannen verbergen. De komst van de Mensenzoon vergelijken met het toeslaan van de dief kan ons verbijsteren. Het spreekt met helle kleur tot de verbeelding. Er gebeurt iets totaal onverwachts, zoals die revolver van de carjacker die je plots onder je neus geduwd krijgt.

Zelfs als we Hem verwachten zal de komst van de Heer ons verrassen: het plots ontwaren van zijn, voor ons onvoorstelbare, oneindige liefde, zal bij ons inslaan als iets oneindig onverwachts.

God komt tot ons. Dat gaat alle verwachting te boven.



Als een dief in de nacht (2016)

Het evangelie dat ons de adventstijd binnenleidt, brengt ons niet tot een verafgelegen einde van de wereld. We wachten op de komst van de Heer, en die komst is vandaag. De dag, waarop men eet, drinkt en huwt zoals in de dagen van Noach. Die komst scheidt twee mannen samen op het veld, twee vrouwen die samen aan het malen zijn.
Het beeld dat hier gebruikt wordt, drukt uit dat men ontrukt wordt aan een dicht bij elkaar zijn. Om te malen, zaten twee vrouwen recht tegenover elkaar met de molensteen tussen beiden. In het midden van de bovenste molensteen was er een grote opening waarin het te malen koren gestort werd. Aan twee tegenoverliggende kanten van de steen was er een handvat. Om de molensteen te doen draaien, trokken de vrouwen elk het handvat van de overkant naar zich toe. Bij dit werk waarbij twee personen nauw in eenzelfde krachtinspanning verenigd zijn, wordt een der twee getroffen door de dood: “de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten” (v.41). De dood houdt geen enkele rekening met persoonlijke banden: zij verbreekt die schaamteloos.

Het is dus duidelijk: de komst van Christus heeft plaats in het leven van iedere dag. De aankondiging van een overlijden, meldt ons wie de komst van Christus meegemaakt heeft. De komst van de Heer is op gang. Zij werd aangekondigd door de profeten. Ze is ingezet met de geboorte van Jezus te Betlehem. Ze heeft haar volle omvang genomen met zijn dood en verrijzenis, en zij realiseert zich bij de dood van ieder mens.

Terwijl de dood de aardse banden verbreekt, verwezenlijkt ze het een-worden met Christus in wie alle banden in de diepte verstevigd worden. Die vereniging van de mensheid in Christus zal haar voleinding kennen bij de dood van de laatste mens, bij “het laatste oordeel”, de komst van Christus in al haar voleinding. Daar er in de eeuwigheid geen tijd meer bestaat, komen de eerste mens die gestorven is en de laatste mens die zal sterven “tezelfdertijd” aan in de eeuwigheid, en beleven zij “tezelfdertijd” de komst van Christus.

De komst van Christus doet ons reeds, op zekere manier, leven buiten de tijd, “omdat de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht” (v.42). Dat niet-kennen trekt ons reeds een beetje boven de tijd, want het stelt ons in verwachting. Jezus zal nog aandringen: “Waak dus, want je kent niet de dag of het uur” (Lucas 25, 13). Hij aarzelt niet om hier het beeld van de dief te gebruiken.
Men was zeer beducht voor nachtelijke inbraken, waarbij de dief een gat in de muur maakte. Het boek Exodus voorziet zelfs dat “wanneer een dief ’s nachts bij een inbraak betrapt wordt en doodgeslagen wordt, er dan geen bloedschuld is” (Exodus 22, 1) (1). Een gat maken in de provisiekamer achteraan de woning was gemakkelijker dan de deur forceren van de voorplaats waar de familie te slapen lag. Men begrijpt dit beter als men weet dat te Kafarnaüm de muren juist maar opgetrokken waren in opeengestapelde stenen zonder mortel, geblokkeerd enkel met kleine steentjes.

Het beeld van de dief heeft opgang gevonden in het Nieuwe Testament. Paulus zal zeggen: "Je weet zelf heel goed dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. … Je leeft niet in de duisternis, zodat de dag je als een dief zou verrassen.” (1Thessalonicenzen 5, 2.4). En Petrus herhaalt : “De dag van de Heer zal komen als een dief ..." (2 Petrus 3, 10).

Omdat Jezus bevestigt dat we noch de dag, noch het uur, van zijn komst kunnen weten, zijn we gevrijwaard van alle hypothetische gissingen over de dag van zijn komst. De hoop op zijn komst persisteert, niet als een koortsachtige verwachting, maar als de zekerheid dat hij komt leven onder ons, nu, en dat hij zo de ware betekenis geeft aan ons leven, zowel als aan het universum, in afwachting dat God alles in allen zal zijn (1 Korintiërs 15,24-28).
Bevrijd van de prangende vragen over het “wanneer en hoe”, kunnen we er des te meer aandacht aan besteden om te leven alsof die dag er reeds was. De evangelische oproep: “Weest paraat! Waakt!”, weerklinkt in het hart van wie de grote ontmoeting verwacht, niet als een obsessie voor zijn persoonlijk heil, maar als een vereiste om trouw te zijn aan de zending die de Heer hem of haar in deze wereld toevertrouwt.
__
(1) De antieke wetgeving was buitengewoon streng voor die inbraken. We lezen in de Codex van Hammurabi, koning van Babylonië, 1810 - 1750 vòòr Christus, 21: “Zo iemand een gat maakt in een huis, zal men hem ter dood brengen vòòr dat gat en er hem inmetselen” !