Loading...
 

20e zondag door het jaar A - eerste lezing

1200px Shabbat Candles

ALLEN DIE DE SABBAT ONDERHOUDEN


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Jesaja 56, 1.6-7: Huis van gebed voor alle volken

De tekst

Dichter bij de tijd

Zo spreekt God:
Zorg dat je eerlijk recht spreekt,
houd je aan mijn wetten.
Nog even en dan kom ik jullie bevrijden.
Iedereen zal zien hoe ik jullie zal redden.

Vreemdelingen die bij God willen horen,
die Hem willen dienen en vereren
die de sabbat onderhouden,
en rekening houden met mijn woorden,
die laat Ik komen naar mijn heilige berg.
Die geef Ik vreugde in mijn huis van gebed.
Hun offers zal Ik dankbaar aanvaarden.
Want mijn huis wordt een huis
waar iedereen mag komen om te bidden.



Stilstaan bij …

Gerechtigheid
Gerechtigheid is: leven volgens de tien geboden, in een juiste (rechte) verhouding tussen mensen onderling en tussen de mensen en God.
Gerechtigheid wordt vaak verward met het woord ‘rechtvaardigheid’ (= iemand recht doen, geven wat iemand toekomt)


Sabbat
Bij de joden is dit de zevende dag van de week, dé dag om dankbaar te zijn om wat God geschapen heeft. Omdat die dag aan God gewijd was, mochten/mogen de joden op sabbat niet werken. Deze verplichting werd in meer dan 360 wetten omschreven.
De sabbat duurt van vrijdag na zonsondergang tot zaterdag na zonsondergang.
De drie feestelijke maaltijden van de sabbat worden vooraf klaargemaakt.


Verbond
In de Bijbel wordt daarmee het verbond bedoeld tussen God en zijn volk.
God heeft het volk Israël uit Egypte bevrijd en zal het binnenvoeren in het beloofde Land. Als tegenprestatie belooft Israël zich te houden aan de ‘tien woorden’.


Heilige Berg
Hiermee wordt de berg in Jeruzalem bedoeld waar de tempel op gebouwd was. (Tempelberg)


Brand - en slachtoffers
De verwijzingen naar brand- en slachtoffers in het huis van God, veronderstellen een tempel die functioneert.


Huis van gebed voor alle volken
Het gebed en de offers van vreemdelingen zal evenzeer door God aanvaard worden als de gebeden en offers van het oorspronkelijke Godsvolk.





Stilstaand bij de tekst

Context in de Bijbel

Met Jesaja 56, 1 beginnen de 11 hoofdstukken die geschreven zijn door de ‘Trito-Jesaja’.
Dit zijn teksten van onbekende profeten uit de tijd na de ballingschap (vanaf de 5e eeuw voor Christus). De kleine groep ballingen die naar Israël terugkeerde, trof een land aan in puin. De heropbouw (zowel materieel als intermenselijk) verliep moeizaam.



Historische achtergrond

Na de Babylonische ballingschap werden niet alleen Jeruzalem en de tempel terug opgebouwd, maar ook het volk Israël. Hierbij kreeg de Tora, onder invloed van die ballingschap, een heel belangrijke plaats. In deze context van opbouw zocht men naar de eigen identiteit: wie behoort tot het volk van God?


Ezra en Nehemia, die opkwamen voor de zuiverheid van het volk van God, verzetten zich tegen gemengde huwelijken en banden met vreemdelingen (Ezra 9-10; Nehemia 9,1-5) en zagen vooral de gevaren die aan openheid kunnen kleven.
De ‘leerlingen’ van Jesaja (Jes. 56–66) waren ruim van hart en gastvrij. Hun oproep tot recht en gerechtigheid, was niet alleen bedoeld voor Israël, maar voor dé mens. Dit wordt duidelijk met twee voorbeelden: de vreemdeling die niet tot Israël behoort en de castraat (de verzen die daarover gaan werden niet opgenomen in de liturgie).

Volgens Deuteronomium 23,2-9 kunnen castraten en bepaalde vreemdelingen (Ammonieten en Moabieten) geen lid worden van het volk van God. Castraten, omdat zij geen leven kunnen doorgeven. Ammonieten en Moabieten, omdat zij de Israëlieten bij hun doortocht naar het Beloofde Land geen voedsel en drank gaven en hen vervloekten.

De profeet zegt: uiteindelijk gaat het er niet om of je het leven kunt doorgeven of een vreemdeling bent, maar of je God liefhebt, de sabbat onderhoudt en trouw bent aan het verbond van God. In het huis van God op de heilige berg is er plaats voor iedereen: voor Israël, voor de vreemdeling en voor de castraat. Het is het huis van gebed voor alle volken.