Loading...
 

29e zondag door het jaar A - tweede lezing

2 Licht


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

1 Tessalonicenzen 1, 1-5b: Groet aan de Tessalonicenzen

De tekst

Dichter bij de tijd

Deze brief is van Paulus, Silvanus en Timoteüs.

We schrijven deze brief
aan de christenen van de Tessalonica,
die toebehoren aan God de Vader
en de Heer Jezus Christus.

Wij wensen jullie genade en vrede!

Telkens wanneer wij bidden.
danken wij God voor jullie allen.
Wij denken dan aan jullie dynamisch geloof,
aan jullie onvermoeibare liefde,
en aan jullie sterke hoop
op de komst van onze Heer Jezus Christus.

Wij zijn er zeker van, broeders en zusters,
dat God van jullie houdt.
Wij weten dat Hij jullie heeft uitgekozen,
want toen wij het evangelie verkondigden,
werden jullie niet alleen door onze woorden overtuigd,
maar ook door de overweldigende kracht van de heilige Geest.



Stilstaan bij ...

Paulus (= de kleine)
Latijnse naam voor Saulus (Saul).
Saul was de naam van de eerste koning van Israël.
Klik hier voor meer info en suggesties bij de apostel Paulus.


Silvanus (Latijn voor de Aramese naam ‘Silas’)
Een man met profetische gaven die behoorde tot de eerste christenen van Jeruzalem. Hij vergezelde Paulus op enkele van zijn reizen.


Timoteüs (= de godvruchtige)
Zoon van Eunike, een gelovige joodse vrouw en een Griekse vader.
Hij was een van de belangrijkste medewerkers van Paulus. Later zou hij de leider van de kerk te Efese geweest zijn.


Gemeente
Hiermee wordt de kleine groep christenen bedoeld, die door Paulus werd gesticht tijdens zijn verblijf in Tessalonica. Het woord 'gemeente' is de vertaling van het Griekse woord 'ekklèsia', waarin je het Franse woord voor kerk, 'église' kunt herkennen. In oorsprong betekende 'ekklesia' het bijeenroepen van mensen.


Tessalonicenzen
Bewoners van Tessalonica (het tegenwoordige Tessaloniki). Deze belangrijke handelsstad was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië in het noorden van Griekenland.
Er woonden toen wel 300 000 mensen.


Vader
Met ‘vader’ wordt bedoeld: iemand die aan de basis staat van het leven van een kind. Later komt daar nog bij: iemand die in een liefdevolle relatie staat tot zijn kind.
Hoewel God reeds als Vader werd genoemd in het Oude Testament, doet Jezus dit nog meer uitgesproken: Hij spreekt over God als 'abba' (= papa).
De eerste christenen waren met deze omschrijving van God vertrouwd, omdat ze in hun liturgie het gebed 'onzevader' gebruikten.


Heer
Respectvolle aanspreektitel in het contact met mensen.
In het begin van onze tijdrekening gebruikte men het woord ‘Heer’ voor de Romeinse keizer wanneer men zijn politieke macht wilde weergeven. Maar omdat de keizer ook als een god vereerd werd, kreeg deze titel een religieuze inhoud.
In die tijd gebruikten de joden ‘Adonai’, het Hebreeuwse woord voor ‘Heer’ omdat ze uit eerbied de naam van God niet wilden uitspreken.
Reeds heel vroeg gaven de christenen deze titel aan Jezus vanuit hun gelovige kijk op zijn dood en verrijzenis.


Vrede(= Sjalom)
Het joodse woord ‘sjalom’ dat gewoonlijk met ‘vrede’ vertaald wordt, zegt meer dan alleen: geen oorlog. In de bijbel is vrede de som van al wat tevreden maakt. Het is de toestand van de mens, die in volmaakte harmonie leeft met zichzelf, de medemens, de natuur, God.
Zo wordt ‘vrede’ verbonden met: gezondheid, het bereiken van een hoge leeftijd, veiligheid, welvaart, vriendschap, eendracht, vertrouwen, kinderen, rechtvaardigheid, het kunnen slapen met een gerust hart, voldoende eten ...
Het gaat dus zowel om het materieel als het geestelijk welzijn van de enkeling als van de gemeenschap.


Evangelie
Dit woord is de vertaling van de Griekse woorden ‘eu angelion’, die ‘goede / blijde boodschap’ betekenen.
In het Nieuwe Testament zijn de evangelies de boeken waarin Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes schreven over wat Jezus deed en zei.
Voor Paulus is lijden, dood en verrijzenis van Jezus, de kern van de Blijde Boodschap. Alles wat daarmee in verband staat, kan verkondiging zijn van het evangelie, omwille van de band met Christus.





Bij de tekst

De oudste tekst van het Nieuwe Testament

Dit zijn de eerste zinnen van de oudste tekst van het Nieuwe Testament. Het gaat om een brief die Paulus schreef aan de pas gestichte groep christenen in Tessalonica. Hij deed dat ongeveer 20 jaar na de dood van Jezus - rond het jaar 50-, wellicht vanuit Korinte.
Klik hier voor meer informatie over Tessalonica en de brief die Paulus naar de eerste christenen van die stad schreef.



De eerste christenen

Uit het begin van de eerste brief aan de Tessalonicenzen kan men opmaken:
- De eerste christenen geloven in God, de Vader, de Heer Jezus Christus en de Heilige Geest
- Het evangelie wordt verkondigd
- Ze zien geloof, hoop en liefde als belangrijke deugden.