Loading...
 

31e zondag door het jaar A - eerste lezing

SDRandCo (3)


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Maleachi 1, 14b-2,2b.8-10: Kritiek op de priesters

De tekst

Dichter bij de tijd

‘Ik ben een machtige koning,’ zegt God.
‘Alle volken hebben eerbied voor Mij.

Daarom geldt voor u, priesters, dit besluit:
Wanneer jullie niet luisteren
en wanneer jullie geen eerbied hebben voor mijn naam
- zegt Jahwe van de machten -
dan zal Ik jullie vervloeken.
dan vervloek Ik de zegen die Ik jullie heb gegeven;
Jullie zijn van de weg afgeweken
Door jullie woorden zijn veel mensen slecht gaan leven.
Jullie hebben zich niet gehouden aan het verbond met Levi,
- zegt God van de machten.
Daarom zal Ik zorgen
dat jullie het hele volk jullie minacht,
want jullie hebben mijn wegen niet bewandeld
en in uw woorden hebben jullie de mensen naar de ogen gezien.’

Hebben wij niet allen dezelfde vader?
Heeft niet een God ons geschapen?
Waarom bedriegen wij dan elkaar
en schenden daarmee het verbond,
dat God met onze voorouders sloot?



Stilstaan bij …

De zegen die aan u gegeven is
Hiermee wordt verwezen naar de materiële goederen die aan de Levieten werden gegeven.


Levi
Levi was de derde zoon van de twaalf zonen van Jacob. Zijn moeder was Lea.
De stam Levi was de enige van de twaalf stammen van Israël die geen grondgebied bezat in het Beloofde Land. In plaats daarvan zorgden de Levieten voor het heiligdom.
Tijdens de 40 jarige doortocht door de woestijn was dat de tabernakel, de tent waarin de ark van het verbond werd bewaard en bij iedere tussenstop terug moest opgebouwd worden.
Na de vestiging in het Beloofde Land was dat de tempel te Jeruzalem, waar ze als bewakers, schatbewaarders of musici werkten.


Dezelfde vader
Hiermee zou Jacob, een van de aartsvaders, kunnen bedoeld zijn.





Bij de tekst

Maleachi

De boek dat door deze profeet werd geschreven, is het laatste boek van het Oude testament.
Lees meer over deze profeet.



Historische context

Het boek Maleachi, werd waarschijnlijk geschreven na de Babylonische ballingschap, rond 450 voor Christus,. De Judeeërs werden toen geregeerd door een Perzische gouverneur (Maleachi 1, 8). Hoewel de tweede tempel klaar was, boette de eredienst in aan belang. Men was ook erg teleurgesteld: de verwachtingen die profeten in ballingschap gewekt hadden, waren niet uitgekomen. Daarom werd getwijfeld aan de liefde van God voor Israël en vroeg men zich af of het nog nuttig was om God te dienen en zijn voorschriften te onderhouden.



Kritiek op de priesters

De profeet Maleachi zegt dat de priesters, verbonden aan de tempel in Jeruzalem, geen eerbied voor God hebben. De offers die ze brengen zijn gestolen, kreupele zieke dieren. Volgens hen heeft dit toch geen belang. Zo schieten ze tekort als priesters.
De kritiek van de profeet is erop gericht dat ze van levenshouding veranderen zodat ze tot een eerlijke relatie met God kunnen komen. Dit uit zich in de manier waarop ze God dienen en met de medemens omgaan.