Loading...
 

3e paaszondag A - eerste lezing

2 Foto

(Morguefile free stock photo license)


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Handelingen 2, 14.22-32: De toespraak van Petrus

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Toen ging Petrus met de elf apostelen naar voren.
Hij zei luid:
‘Joden en mensen van Jeruzalem,
Luister goed naar wat ik jullie te zeggen heb!
Dit moeten jullie weten.

God heeft Jezus van Nazaret naar jullie gestuurd.
Dit konden jullie zien aan de machtige daden, wonderen en tekenen,
die Hij bij jullie heeft gedaan, zoals jullie zelf weten.
Volgens het plan van God werd Hij uitgeleverd.
Jullie hebben Hem door de hand van wetteloze mensen
aan het kruis geslagen en gedood.
Maar God heeft Hem doen verrijzen.
Zodat Hij niet langer door de dood werd vastgehouden.

David zegt daarover:
steeds weer denk ik aan God.
Hij staat bij mij zodat ik niet wankel.
Daarom ben ik blij en zing ik.
Ik blijf op God vertrouwen, zelfs als ik sterf.
God leert me hoe ik moet leven.
Hij maakt mij gelukkig, want Hij is nabij.

Broeders,
dat onze voorvader David dood en begraven is
kunnen we niet ontkennen: zijn graf is hier dichtbij.
Maar omdat hij een profeet was
en wist dat God hem plechtig beloofd had
dat een van zijn nakomelingen zou zetelen op zijn troon,
sprak hij over de verrijzenis van de Messias:
God heeft deze Jezus laten opstaan uit de dood.
Daarvan zijn wij allen de getuigen.



Stilstaan bij …

Petrus
(Grieks = steen; Frans: pierre)
Deze naam gaf Jezus aan Simon, zijn eerste leerling. Petrus was een visser uit Betsaïda en een broer van Andreas.
Hij werd de leider in de Palestijns-joodse kerk van Jeruzalem.
Rond het jaar 67 stierf hij de marteldood onder keizer Nero en werd begraven buiten de stadsmuren van Rome. De Sint-Pietersbasiliek staat boven op zijn graf.
Lees meer.

David
(= de geliefde)
David was zo belangrijk dat de naam die hij bij zijn geboorte kreeg niet meer bekend is. De mensen noemden hen: de geliefde.
Deze meest geliefde koning van het joodse volk leefde rond 1000 voor Christus. Hij was dé grote koning van de joden. Zij herinneren zich zijn tijd als een gouden tijd: voor het eerst zwierf het volk niet meer, had het een vaste stek gevonden.





Bij de tekst

Eerste christenen en de Bijbel

Petrus legt uit wat de betekenis is van Jezus Christus en toont aan dat de verrijzenis van Jezus reeds voorspeld werd door koning David. Daarvoor verwijst hij naar psalm 16 die traditioneel aan David wordt toegeschreven. Nog verder (in Handelingen 2, 34-35) past hij psalm 110 toe op Jezus.
Zo krijgen we een inkijk in de manier waarop de eerste christenen met Bijbelteksten omgingen: ze interpreteerden ze als teksten die over Jezus gingen.



Merk op

Het grote contrast bij Petrus.
Op de avond van de arrestatie van Jezus zei hij een paar keer 'Ik ken die man niet', waarmee hij te kennen gaf dat hij niet met Jezus wenste geassocieerd te worden.
Zijn optreden met Pinksteren is er een van: 'Ik kan over die man niet zwijgen'

Wat met hem gebeurd is, is het gevolg van de werking van de Heilige Geest.