Loading...
 

3e zondag B - evangelie

2 Langs Het Meer Foto © Chantal Leterme
(Foto © Chantal Leterme)

TOEN JEZUS LANGS HET MEER VAN GALILEA LIEP …


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Marcus 1, 14-20: Mensen opvissen

Marcus 1, 14-20 // Matteüs 4, 12-23 // Lucas 5, 1-11





De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1579-1580)

Toen Johannes de Doper gevangengenomen werd,
ging Jezus terug naar Galilea.
Daar vertelde hij het goede nieuws van God.
Hij zei: ‘Gods nieuwe wereld is dichtbij.
Geloof dat goede nieuws!
Dit is het moment om je leven te veranderen.’
Op een dag liep Jezus langs het Meer van Galilea.
Daar zag hij twee broers: Simon en Andreas.
Het waren vissers.
Ze gooiden hun netten uit in het water.
Jezus zei tegen hen: ‘Kom, ga met mij mee.
Ik zal jullie leren om mensen te vangen in plaats van vissen.’
Meteen lieten Simon en Andreas hun netten liggen,
en ze gingen met Jezus mee.
Een eindje verder zag Jezus twee andere broers:
Jakobus en Johannes.
Hun vader heette Zebedeüs.
Jakobus en Johannes zaten in hun boot netten te repareren.
Toen Jezus hen riep, gingen ze met hem mee.
Ze lieten hun vader met zijn arbeiders in de boot achter.



Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Marcus 1, 14-20)

Wanneer Johannes gevangen genomen is,
gaat Jezus in Galilea de blijde boodschap van God verkondigen.
Hij zegt: ‘De tijd is rijp en het koninkrijk van God is nabij.
Bekeer u! En geloof in de blijde boodschap.’

Op een dag loopt Jezus langs het meer van Galilea.
Daar ziet Hij Simon en zijn broer Andreas.
Ze gooien hun netten uit op het meer, want het zijn vissers.
Jezus zegt: ‘Kom volg Mij,
Ik zal van jullie ‘vissers van mensen’ maken.’
Meteen laten ze de netten in de steek en volgen Hem.

Een eindje verder ziet Jezus Jakobus, de zoon van Zebedeüs
en zijn broer Johannes.
Ze zijn in hun boot bezig met het klaarmaken van de netten.
Onmiddellijk roept Hij hen.
Ze laten hun vader Zebedeüs met zijn arbeiders in de boot achter
en volgen Jezus.



Stilstaan bij ...

Galilea (Hebreeuws = gewest van de heidenen)
Landstreek in het noorden van Palestina, bewoond door vissers, boeren en tollenaars, die de joodse wetten niet erg nauwgezet naleefden.


Rijk van God
Dit Rijk heeft te maken met een levensstijl waarbij men ruimte geeft aan het woord van God. Dit Rijk heeft niets te maken met het materiële noch met succes of met werelds machtsvertoon. Op dit punt botste Jezus op onbegrip en verzet bij zijn leerlingen en bij de mensen. Want die dachten dat de Romeinse bezetter verdreven zou worden bij de komst van het Rijk van God.


Bekeren
Wie zich bekeert, verandert van gedrag en mentaliteit. Men keert de vroegere levenshouding waarin men alleen aan zichzelf denkt, de rug toe en houdt in zijn leven rekening met de medemens en met God.
Merk op dat dit dezelfde woorden zijn als die waarmee Johannes de Doper de mensen toesprak.


Meer van Galilea
Dit meer is nog onder andere namen bekend: meer van Genezaret, het meer van Tiberias. Het is een heel groot meer, ongeveer 150 km², en ligt in het Noord-Oosten van het huidige Israël.
Lees meer


Simon
Dit is de eerste leerling van Jezus, een visser uit Betsaïda. Later kreeg hij van Jezus de naam Petrus. Petrus werd de belangrijkste in de groep van de apostelen.
Rond het jaar 67 zou hij de marteldood gestorven zijn onder keizer Nero.
In de 3e eeuw noemt men hem de eerste paus.



Vissers
Soms denkt men dat de vissers van Galilea simpele mensen waren. In werkelijkheid kenden ze hun wereld en dreven handel zowel in hun eigen land als ver daarbuiten. Ze visten meestal in familieverband, met soms enkele knechten als extra hulp. ’s Nachts gingen ze met hun boot het meer op. Van daaruit gooiden ze netten in het water. Na een tijd trokken ze die netten, die dan vol vis zaten, terug in de boot. ’s Morgens vroeg kwamen ze aan wal. Daar maakten ze de vis klaar voor verkoop. Overdag herstelden ze de netten en de boten.
Ten minste zeven van Jezus' leerlingen waren vissers.


vissers van mensen
De betekenis hiervan is niet: mensen ‘vangen’, maar mensen opvissen / opvangen uit hun eenzaamheid, hun armoede, hun ellende.
Hen redden / bevrijden uit het water van de zee, dat in de Bijbel vaak het symbool is van ondergang, zonde en dood.


Roepen
Normaal kiest iemand die iets wil leren zelf de leraar bij wie hij in de leer wil gaan, of de school waar hij zich wil inschrijven. Maar Jezus koos zelf de mensen die Hij iets wilde leren.





Bij de tekst

Een roepingsverhaal

Lees meer



Spreken met beelden

Dat twee vissers zomaar hun netten in de steek laten, iets wat van buitenaf te zien is, is in deze tekst het beeld voor de ommekeer die zich plaats vindt in hun hart.



Bekeren

Bekeren is zich omkeren. Het leven waarin men alleen aan zichzelf denkt, keert men de rug toe. Men wil anders gaan leven. Men wil met de medemens en met God rekening houden. Men wil zich bewust worden van wat echt waardevol is en afwijzen wat hiervan afleidt. B.v.
. leven in dienst van de ander, i.p.v. in dienst van zichzelf.
. leven in dienst van gerechtigheid i.p.v. in dienst van macht.
. leven in dienst van Gods wil i.p.v. leven als God.





Bijbel en kunst

Mozaiëk

Jezus roept de eerste leerlingen
5 Roeping Van De Leerlingen

Deze mozaïek in de kerk Sant’ Apollinare Nuovo te Ravenna (oosten van Italië) behoort tot de 26 mozaïeken die er te vinden zijn over het leven van Jezus. Oorspronkelijk was deze kerk een paleiskerk die rond 500-520 na Christus gebouwd werd in opdracht van Koning Theodorik de Grote, een Ariaans christen. Omdat Arianen de goddelijke natuur van Christus ontkenden, stelden ze Jezus zo natuurgetrouw mogelijk voor als mens.


5 SantApollininner
Binnenzicht van de kerk

5 Basilica Di Sant Apollinare
Plaats van het mozaïek in de kerk (net onder het dak, boven een raam).



Suggestie

Bekijk eerst heel goed dit mozaïek.

- Wat zie je?
- Wie zie je?
(Let eens op de kleding: een korte tuniek voor de vissers in de boot – hun knieën zijn te zien; kledij als van een Romein voor de twee andere figuren, die ook sandalen dragen.)
Een van de personen is anders dan de andere. Hoe maakt de kunstenaar dat duidelijk?
(aureool waarin een kruis te herkennen is).

Lees de tekst Marcus 1, 14-20 voor.
Zo kan men nog meer vernemen over de verschillende personen die afgebeeld werden.

- Wie zijn ze en wat doen ze?
Petrus, te herkennen aan zijn grijs-witte haren, is met een visnet bezig.
Andreas, de broer van Petrus, roeit.
Jezus spreekt de vissers aan. Dit wordt visueel duidelijk gemaakt door het gebaar met zijn rechterhand.
- En wie is de persoon achter Jezus?
Dit blijkt een figuur te zijn die de kunstenaar erbij gedacht heeft of wilde hij zo een evangelist afbeelden? Ook die man blijkt iets te zeggen (let op het handgebaar): Wat zou die man kunnen zeggen? Of: waar zou hij ons naar willen wijzen? Of: wat zou de mozaïek naast de man moeten uitbeelden?





Suggesties

Kleine kinderen

BELEVEN

Activiteiten rond horen / luisteren

De kinderen maken het heel stil. Open het raam (of de deur). De kinderen luisteren een poos aandachtig naar alle geluiden buiten. Daarna vertellen ze over wat ze gehoord hebben. Bijvoorbeeld:
. vogels die fluiten
. een auto die remt
. een overvliegend vliegtuig.

Richt nadien de aandacht op geluiden in het lokaal. Bijvoorbeeld:
. ademen
. zuchten
. hoesten
. schuifelen met de voeten.
De kinderen vertellen wat ze gehoord hebben.

Vertel:
. Een mama zegt: 'Ik ben zo moe. Ik geraak niet door mijn werk.'
Cindy speelt verder;
Thijs gaat mama helpen;
Koen kijkt op en gaat naar buiten
Wie heeft moeder gehoord? / Wie heeft naar haar geluisterd?

. Tom heeft zijn kleurpotloden vergeten en weent.
Koen deelt zijn potloden met Tom;
Stijn en Lode kleuren verder
Wie heeft Tom gehoord? / Wie heeft naar hem geluisterd?

De kinderen denken na over de vraag: Naar wie luister ik?

'Luisteren' ze ook naar Jezus?
De kinderen merken op dat dit luisteren iets anders is dan de twee voorbeelden.
Ze zeggen wat ze van Jezus te horen krijgen.

Er zijn drie manieren van luisteren:
ofwel hoort men de boodschap niet
ofwel hoort men het wel, maar doet men niets
ofwel reageert men op de boodschap






DOEN

Tekenen

Suggestie 1
De kinderen tekenen een net vol vissen.


Suggestie 2
Vertel: Niet alleen Petrus, Andreas, Jacobus en Johannes volgen Jezus. Na hen volgen nog acht mensen Jezus. Nu noemen we die mensen apostelen.
De kinderen tekenen Jezus en twaalf apostelen.


Suggestie 3
Zorg voor een net en een blauw papier/doek voor op de bodem. Alle kinderen tekenen een vis. Nadien mogen ze hun vis in het net hangen (= ze willen zich laten 'vangen' door de woorden van Jezus). Wie daar nog niet aan toe is, mag zijn vis op het blauwe papier van de bodem kleven.





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Twaalf namen ...

Vooraf
. Maak twaalf kaartjes met de namen van de twaalf apostelen.

PetrusAndreasJohannesJacobus
MatteüsBartolomeüsTaddeüsJudas
SimonFilippusTomasJacobus

Kleur de rand van die kaartjes met markeerstift.
. Maak een aantal kaartjes waarop je afgeleide namen van die apostelen schrijft. Maak hiervoor een keuze van namen die in de omgeving nogal gebruikt worden.


Verloop
Vertel over de roeping van een aantal apostelen. Vertel dat Jezus uiteindelijk twaalf apostelen rond zich verzamelde. Leg de kaartjes met hun namen in het midden van de kring.

De namen van de meeste apostelen worden nog altijd gegeven aan kinderen die nu geboren worden. Meestal worden die namen wat afgekort, zodat ze wat moderner klinken.
- Kennen jullie die?
Verdeel de actuele namen over de verschillende kinderen.
De kinderen krijgen de opdracht om die namen te plaatsen bij de juiste naam van de apostel.

Petrus, Peter, Piet, Pedro, Petra, Pjotr, Pierre, Pierrot, Pieter, Peer, Pete
Andreas, Dries, Dre, Andras, Andrea, André, Andres, Andrew, Andrea
Jacobus, Jaak, Kobe, Kobus, Jaco, Jakelijne, Coby, Koba, James, Jacqueline
Johannes, Jo, Jan, Jannes, Johan, Hanne, John, Jowan, Hans, Joanna, Janne, Jeanne, Joan, Joke, Yana, Han, Hannes, Jens, Juan
Filippus, Filip, Flip
Bartolomeüs, Bart, Bartel, Barthold, Bertel
Matteüs, Tjeu, Mattias, Thijs, Matthijs, Matthis, Matty
Tomas, Tom, Tommy, Maas
Simon, Simone, Sim, Mon

Bespreek: Hoe zou het komen dat de naam van Judas niet in het lijstje voorkomt van namen die nu aan kinderen gegeven worden?


TIP
Maak hierbij eventueel ook gebruik van volgend werkblad.

Laat de kinderen eventueel ook op zoek gaan naar de betekenis van die namen.

Petrus (Grieks) Rots; betrouwbaar
Andreas (Grieks) Mannelijk, dapper
Jacobus (Hebreeuws) De onderkruiper
Johannes (Hebreeuws) God heeft geschonken
Philippus (Grieks) De paardenliefhebber
Bartolomeüs (Hebreeuws) Zoon van Tholomeüs of Tolmai = de broederlijke.
Matteüs (Hebreeuws )Geschenk van God
Thomas (Grieks) De tweeling
Simeon (Hebreeuws) Luisteren, verhoren
Judas (Hebreeuws Hij zal geprezen worden






VERDIEPEN

Gesprek

(na het voorlezen / vertellen van het evangelie)

Jezus roept vissers om Hem te volgen.
- Wat doen ze?
- Wat zou jij doen als Jezus jou roept?
- Petrus, Andreas, Matteüs, en nog negen anderen werden de vrienden van Jezus.

- Wie zijn jouw vrienden?
- Wat moet je doen om een echte vriend te zijn?
- Wat moet je doen om een vriend van Jezus te zijn?
- Moet je dan naar Jezus horen? of naar Hem luisteren?
- Zijn er nu ook nog vrienden van Jezus?
Natuurlijk! Kijk maar eens om je heen.
Je zult merken dat er veel mensen zijn die proberen te leven zoals Jezus.
Daarom zijn zij vrienden van Jezus.

- Ken jij vrienden van Jezus?
- Ken je mensen die ook vandaag Jezus willen volgen?
- Hoe kun je dat zien?

- Ben jij ook een vriend van Jezus?
- Is het moeilijk of gemakkelijk om een vriend van Jezus te zijn?
- Als je Jezus wilt volgen, wat zou jij dan doen?
(thuis, op school, sportclub, jeugdbeweging ...)



Mensen worden 'geroepen'...

(C. LETERME, Samuel WB 2009, nr 6)

Materiaal
Werkblad


Verloop
Vertel eerst over de roeping van enkele leerlingen van Jezus.
Sta daarna stil dat ieder van ons ook geroepen wordt op verschillende terreinen.
Doe dit met behulp van het werkblad.
Sta daarna stil bij de 'roeping' van de kinderen zelf.



Vissen

(Idee: Kerk en Leven Huppelhoek 786, 19 januari 2005)

Teken 14 vissen. Knip ze uit. Steek er een klein lusje van metaal draad in.
Schrijf op elk vis één van de volgende zinnen en hun vindplaats in de Bijbel:

Kom volg mij. Marcus 1, 17
Bekeer je. Matteüs 4, 17
Aan iedereen moet je mijn boodschap vertellen. Marcus 16, 15
Wie de wil doet van God, die is mijn broer en mijn zuster. Marcus 3, 35
Je mag God altijd 'Vader' noemen. Matteüs 6, 6
Wees barmhartig, net zoals God. Lucas 6, 36
Je moet God liefhebben met heel je hart én je naaste als jezelf. Marcus 12, 30-31
Als een licht ben ik in de wereld gekomen. Johannes 12, 46
Ik ben het brood om van te leven. Johannes 6,35
Ik ben de goede herder. Johannes 10,11
Wie groot wil zijn, moet zich klein durven maken. Marcus 10,43
Heb vertrouwen in God. Marcus 11,22
Jullie zijn het zout van de aarde. Matteüs 5,13
Veroordeel niemand. Matteüs 7,1


Maak een vislijn met een haakje. Leg de vissen met de tekst naar beneden op een tafel of op de grond. De kinderen vissen om beurten. Ze lezen voor wat er op de vis staat, en zeggen wat die zin voor hen betekent.

Wie meer wil weten over die tekst, zoekt die op in de bijbel en leest wat eraan voorafgaat en wat er op volgt.





INLEVEN

Lege stoel 1

(Bibliodrama)
Vertel het evangelieverhaal.

In de kring staan twee 'lege' stoelen. Op de ene stoel 'zit' Jezus, op de andere Simon. (Plaats een kaartje met de naam Jezus op de ene stoel, en Simon op de andere stoel)
De kinderen kunnen Jezus en daarna Simon allerlei vragen stellen n.a.v. het verhaal dat daarnet voorgelezen of verteld werd.

Indien de kinderen deze werkvorm niet kennen, stel je zelf als voorbeeld een vraag in de richting van de stoel waarop Jezus 'zit'. Vraag dan aan de kinderen om te luisteren of ze Jezus die vraag horen beantwoorden. Daarna komen ze achter de stoel staan om het 'gehoorde' antwoord te formuleren. Bij de eerste keer, ga je zelf achter de stoel staan en formuleer je jouw eigen antwoord. Daarna vraag je of de kinderen soms nog een ander antwoord hoorden (Dus niet: of ze een ander antwoord 'denken')
De volgende vragen dienen als voorbeeld. Gebruik ze als eerste vraag, of als reserve voor het geval de kinderen te oppervlakkige vragen beginnen te stellen of geen inspiratie meer hebben. Bijvoorbeeld:
- Jezus, waarom heb jij Simon uitgekozen?
- Jezus, zou jij Simon ook kiezen als hij geen visser was?
- Simon, vond je het niet erg om zomaar je boot achter te laten?
- Simon, zou je voor iemand anders ook je boot achterlaten?
- Simon, waarom wil je een vriend van Jezus worden?

Bespreek nadien de ervaringen van de kinderen bij dit spel.

Lees Marcus 1, 14-20 voor om af te sluiten.


Merk op
Jezus vraagt niet: 'Andreas, wat kun jij goed?'
Hij vraagt ook niet dat iemand iets speciaal moet kunnen om Hem te volgen.
Al zijn vrienden zijn verschillend. Hij stelt geen voorwaarden.
Ook vandaag mag iedereen vriend van Jezus zijn.
Men hoeft niet in iets de beste te zijn.
Men mag voor Jezus zijn wie men is.



Lege stoel 2

(Bibliodrama)
Vooraf
Zet vier stoelen klaar. Op elk van die stoel leg je een kaartje met daarop de naam van de figuur die op de stoel 'zit': JEZUS, SIMON, JACOBUS en JOHANNES, MENSEN.


Verloop
Vertel eerst het verhaal uit het evangelie. Stel nadien de volgende vragen:

Vraag voor Jezus:
- Wat wil je zeggen met: 'Ik zal jullie vissers van mensen maken.

Vraag voor Simon:
- Waarom liet je je netten in de steek?

Vraag voor Jacobus en Johannes:
- Waarom besloten jullie om Jezus te volgen?

Vraag voor de mensen:
- Waarom lopen jullie Jezus achterna?

De kinderen beantwoorden de vragen door achter de lege stoel te staan die bij de figuur hoort aan wie de vraag gesteld wordt.
Geef nadien de kinderen de kans om te verwoorden wat ze hierbij ervaren/gevoeld hebben.

Lees daarna het evangelie voor zoals volwassenen dat in de kerk beluisteren. (Het is nl. belangrijk dat de kinderen door hebben dat de 'Bijbel' een belangrijk boek is voor volwassenen, en geen alternatief sprookjesboek. De Bijbel is wel niet altijd heel gemakkelijk geschreven, het is trouwens een oud boek uit een andere cultuur. Daarom hebben mensen het eenvoudiger geschreven, en mooi geïllustreerd, zodat kinderen er nu reeds wat aan kunnen hebben.)



'Foto'

(Bibliodrama)
Zoek samen met de kinderen naar het belangrijkste moment van het verhaal. Dit beelden ze statisch uit. Zorg ervoor om er iedereen bij te betrekken.
Je kunt hiervoor personages in het leven roepen als:
. vissers die net aanmeren
. spelende kinderen
. moeders die vis komen kopen
. buren die de vangst bespreken
. anderen die voorbij lopen, omdat ze zich beter voelen dan de vissers
. vrienden van de vissers
. ...

Bespreek bij elk personage hoe die bij het gebeuren betrokken is. Als kinderen zich daarin herkennen, mogen ze die rol innemen. Bij deze activiteit is het belangrijk om een variatie houdingen aan te bieden: belangstellend, ongeïnteresseerd, afwijzend ...
Wanneer het gekozen moment in beeld is gezet, 'bevriezen' de kinderen heel even in de uitgezochte houding.


Belangrijk
De voorbereiding van deze 'foto' is belangrijker dan de 'foto' zelf.




TIP
Neem een echte foto van de opstelling van de kinderen.
Die foto kan nadien in het parochieblad, of het schoolblad.



Inleefactiviteit

Stel je voor ....
... je bent één van de mensen
die naar Jezus gaan om naar Hem te luisteren.
- Waarom zou je dat doen?

... Je bent Jezus en je zegt tegen Petrus:
'Voortaan zul je mensen vangen.'
- Wat wil je daarmee zeggen?

... Je bent Petrus
- Waarom heb je besloten om Jezus te volgen?





VERTELLEN

Swimmy

(Leo LIONNI, Uitgeverij Ankh-Hermes B.V. Deventer)

In een hoekje van de zee woonden een heleboel visjes gezellig bij elkaar.
Ze waren prachtig rood gekleurd, behalve één visje.
Dat ene visje was namelijk zwart, net zo zwart als een mosselschelp.
Hij zwom veel vlugger dan zijn broertjes en zusjes!
Willen jullie weten hoe dit visje heette?
SWIMMY
Op een dag kwam er plotseling een grote, woeste hongerige tonijn
recht op de visjes afzwemmen.
En met een hele grote hap slokte hij alle rode visjes op.
Eén visje had hij niet gezien, dat was Swimmy. Swimmy ging er vlug vandoor.
Hij zwom, heel ver weg door de grote, grote zee.
Swimmy was bang en hij voelde zich heel alleen en erg verdrietig.
Maar in de zee was zoveel moois te zien
dat Swimmy zijn eigen ogen uitkeek en weer helemaal blij werd.
Weet je wat hij allemaal zag?
Een grote kwal, zo doorzichtig als glas en met alle kleuren van de regenboog.
En dan was er een kreeft, die gewoon door het water liep!
Swimmy vond dat een gek gezicht.
Verder kwam hij nog vreemde vissen tegen, die achter elkaar zwommen.
Het leek wel of ze door een onzichtbare draad werden voortgetrokken.
Er was zoveel te zien! Een bos zeewier groeide op mosgroene rotsen.
Er zwom zelfs een paling rond, die zo ontzettend lang was
dat hij zijn eigen staart niet eens zien kon.
Ook ontdekte Swimmy nog prachtige zeeanemonen, die op rose palmbomen leken.
En ineens, wat zag Swimmy daar? Hij kon zijn ogen haast niet geloven.
Tussen de rotsen en het zeewier zwommen hele kleine visjes,
die net zo groot waren als Swimmy. Alleen waren ze weer rood van kleur.
Hij dacht eerst dat het zijn broertjes en zusjes waren.
Maar dat kon niet, die waren immers opgegeten door de gulzige tonijn.
Swimmy ging vlug naar de visjes toe.
"Kom, laten we in de grote zee gaan spelen, dan zal ik jullie allerlei moois laten zien!"
"Dat durven we niet" zei een rood visje. "De grote vissen zullen ons allemaal opeten".
"Maar je kunt hier toch niet altijd blijven tussen de donkere rotsen" zei Swimmy.
"Weet je wat we doen? We maken een plannetje".
Swimmy dacht diep na. En plotseling riep hij: "Ik heb het! Laten we het eens proberen".
De rode visjes vonden Swimmy heel aardig en daarom volgden ze zijn aanwijzingen trouw op. Ze moesten allemaal dicht bij elkaar gaan zwemmen
zodat het leek of ze één grote vis waren. Ieder rood visje had zijn plaats.
"Ik zal het oog zijn" zei Swimmy "omdat ik zwart ben".
Ze oefenden zich goed en eindelijk durfden ze de grote zee in. Niemand viel hen lastig... Integendeel zelfs: de grootste vissen gingen op de vlucht
voor de grote rode vis met het zwarte oog.
En zo zwemmen er nog steeds vele rode visjes door de zee
en Swimmy voelt zich in z'n rol van waakzaam oog, heel, héél gelukkig.

Jezus vormde rond zich een groep vrienden, waarvan Hij het lichtend oog was.




Uit het dagboek van Petrus de visser

"Vandaag ben ik dus gestopt met te vissen!
Gelukkig maar, want ik ving toch nooit erg veel!
Ik ben natuurlijk niet zomaar achter die Jezus gaan lopen.
Ik had al veel van Hem gehoord.
Volgens mij krijgt hij in ons land nog heel wat te vertellen.
Het lijkt me verstandig een beetje bij Hem in de buurt te blijven.

Wat mijn schoonmoeder betreft, die is weer helemaal beter!
Ze zorgt en is weer druk in de weer.
Echt iets voor vrouwen, om alsmaar voor anderen te zorgen.
Daar zou ik ziek van worden.
Om te onthouden:
toch eens aan die Jezus vragen wat hij bedoelt
met 'visser van mensen worden'.
Mijn broer Andreas zegt:
'Dat betekent dat wij mensen moeten redden
uit het water van de dood, uit zeeën van ellende.'
Die kan het mooi vertellen,
maar ik heb niet zo'n zin in al dat zorgen.
Ik ben mijn schoonmoeder niet!"



Uit het dagboek van Petrus, die vroeger Simon werd genoemd

Vandaag heb ik iets vreemds meegemaakt.
Ik was met mijn broer de netten aan het uitgooien.
Toen riep Jezus van Nazaret iets tot ons.
Ik verstond Hem eerst niet goed.
Toen hoorde ik dat Hij zei:
- Kom met me mee, ik zal maken
dat je vissers van mensen wordt.
Ik wist niet wat Hij wilde zeggen
met die 'vissers van mensen'.
Ik heb het dan maar aan mijn broer gevraagd.
Die moest ook even nadenken en zei toen:
- Mensen kun je vergelijken met vissen.
Zoals vissen zwemmen in het water,
zo kunnen mensen in zeeën van ellende leven.
En dan zouden wij die mensen
uit hun ellende moeten vissen.
En dat kunnen wij doen,
wanneer wij de goede boodschap brengen.
Petrus





BELUISTEREN

Er loopt een man die helpers zoekt

Klik hier voor een lied over Jezus die zijn leerlingen roept.





EXTRA

Klik hier voor suggesties als je wilt stilstaan bij wat een roepingsverhaal is.





Jongeren

MEDITEREN

De uitverkorene

(Naar: JORDAN, in Paroles à vivre, Editions CRJC Liège p. 90)

Geachte heer,
Onze bijzondere dank voor het toevertrouwen
van de CV's van twaalf mannen
die u uitgezocht heeft
om vertrouwensposten te bekleden
in uw nieuwe organisatie.
Nadat we hen hebben doorgelicht
kwamen we tot de volgende bevindingen:
Simon Petrus is emotioneel instabiel,
ten prooi van allerlei kuren in zijn humeur.
Andreas is niet in staat
om verantwoordelijkheid op te nemen.
De broers Jacobus en Johannes,
plaatsen persoonlijk belang
boven toewijding voor de gemeenschap.
Tomas heeft neiging om alles in twijfel te trekken,
wat het enthousiasme in de groep kan belemmeren.
Matteüs staat op de zwarte lijst van de
'Commissie van Jeruzalem voor eerlijkheid in het zakenleven'.
De andere Jacobus en Taddeüs
hebben de neiging om alles zwart-wit te zien.
Beide hebben een hoge score
op de schaal van het depressieve.
Van de twaalf kandidaten is er maar één
die bekwaam is en zin heeft voor initiatief.
Hij legt vlot contact en is goed in zaken.
Hij heeft relaties in de hoogste kringen.
Wij adviseren u daarom om Judas Iskariot te kiezen.
Hij is erg gemotiveerd, zit vol ambitie
en deinst niet terug voor verantwoordelijkheden.

Met vriendelijke groeten





EXTRA

Klik hier voor suggesties als je wilt stilstaan bij wat een roepingsverhaal is.





Overwegingen

Agnes Lameire

'Het Rijk van God' (2018)

In het evangelie roept de evangelist Marcus ons op met de woorden van Jezus: 'De tijd is vervuld, het Rijk Gods is nabij, bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.' Dat zijn maar liefst drie kreten die het volk van Galilea over zich heen kreeg.

‘De tijd is vervuld’
‘’t Is ‘t moment’ zouden wij zeggen. We hebben er lang op gewacht, maar nu is het aan de orde. De tijd is er!

‘Het Rijk Gods is nabij’
Gods Rijk. Wat kunnen wij ons daarbij voorstellen? Het is een term die moderne mensen niet ligt. ‘Rijk’ betekent een gebied, door burgers bewoond, met een koning of president aan het hoofd, met een regering, een parlement en wetten waar men zich moet aan houden.
Wat bedoelde Jezus met ‘Rijk Gods’ ?
Het is de welgekomen, heilzame, deugddoende aanwezigheid van God onder zijn mensen. En het heeft te maken met de persoon van Jezus van Nazaret. Met Hem is dat Rijk van God, ons rakelings nabij gekomen. En waaraan was het te zien?
Zieken vonden genezing. Demonische geesteszieken werden gezond. Tollenaars en zondaars werden weer in de kring opgenomen. Verdrukten vatten weer moed, vrouwen werden opgewaardeerd, kinderen werden gezegend en wie eten had deelde met wie er geen had...

‘Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap’
Bekeert u, keert u weer naar God en naar elkaar toe. En gelooft in de blijde boodschap.
Maar hoe kon de prediking van Jezus goed nieuws betekenen voor berooide, onderdrukte, verguisde mensen aan de rand? Nee, het betekende niet dat ze uit hun armoede en verdrukking werden bevrijd maar door zijn manier van omgaan gaf Jezus hen hun waardigheid als mens, als kind van God terug. Het beklemmende minderwaardigheidsgevoel dat hen verlamde werd door de ontmoeting met Hem gebroken. Ze telden mee, ze werden erkend. En Jezus riep de vissers Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes als eersten om Hem te volgen, te helpen en mensenvissers te worden

Intussen is het tweeduizend jaar geleden dat dit allemaal gebeurde daar in Galilea. En hoe zit dat intussen met dat Rijk van God? Leven wij al in een wereld waar God het voor het zeggen heeft? Waar is dat rijk van gerechtigheid, van vrede, van erbarmen met wie ‘niet mee kan’, dat rijk zonder oorlog en geweld, zonder mensen op de vlucht, zonder vernederende structuren, kortom, een rijk waar elke mens waarachtig mens mag zijn?
Ziekte, honger, armoede, kinderuitbuiting en zelfs slavernij zijn nog altijd aan de orde.
Is Gods rijk een onhaalbare kaart ?
Allicht lezen we er overheen ... maar Marcus begint zijn evangelie met de woorden: ‘Begin van het evangelie van Jezus Christus ...’

Inderdaad, dat rijk staat nog altijd aan het begin en waar het groeit gaat het met kleine, onooglijke pasjes.
Maar het gebeurt! De pastoor die elke dag in zijn kerk soep laat bedelen aan ‘sans papiers’. Mensen die hen te eten brengen. Vrijwilligers die kinderen opnemen, de meester of juf die een welwillend oog heeft voor de minder knappe leerling in de klas. Oma die voor de tiende keer hetzelfde mag vertellen zonder dat er gezegd wordt: ‘Dat heb je gisteren al gezegd ...’
Ja, wij mogen meewerken, aan dat bijna ‘onmogelijke’ rijk. Het is een zaak voor ieder van ons. ‘Uw Rijk kome!’ bidden we in elke eucharistieviering. En doorheen ons kleine doen en laten kunnen we Gods liefdevolle aanwezigheid in de wereld laten oplichten en gaat zijn Rijk groeien.
Uiteindelijk zal Hijzelf het tot voltooiing brengen.



Frans Mistiaen sj

Mensenvissers worden!

Jezus verkondigt ons een heilzame boodschap:
"Het Rijk Gods is nabij!"
Daardoor ontstaat een heel nieuwe relatie
tussen God en de mensen,
maar die van ons een bekering vraagt van oordeel en hart.

Wij krijgen het geschenk van Gods Liefde.
Daardoor kan God over ons nooit meer
een dwingende albeheerser zijn, maar is en blijft Hij
de uitnodigende Kracht in het hart van de wereld,
die ons geen schrikt aanjaagt als onderdanige dienstknechten,
maar die uitnodigt ons aan Hem toe te vertrouwen
als dankbare en verantwoordelijke mensen
die kunnen liefhebben uit vrije wil.
En zulk een geloof vraagt ons al die opgebouwde grenzen,
die ons zo vervreemden van elkaar, te doorbreken,
het onderscheid tussen goeden en slechten,
tussen wie gelijk heeft en ongelijk,
tussen gelovigen en ongelovigen.
tussen strekkingen binnen de Kerk.
Het geleidelijk overbruggen van al die scheidingen,
dat is het ander aspect van de reddende bekering
waartoe Jezus ons vandaag oproept.

Als voorbeeld van zo’n bekering
biedt het evangelie van vandaag ons de ervaring
van Jezus’ eerste leerlingen
die geroepen werden om mensenvissers te worden
in dienst van de liefde-God.

Jezus verlaat Jeruzalem,
de versterkte stad met de heilige tempel op de berg,
waar op macht beluste priesters en scrupuleuze Schriftgeleerden
het voor het zeggen hebben
en aan de mensen hun verharde religieuze opvattingen opdringen.
En Hij trekt rond in Galilea,
de open landstreek tussen de zee en het meer,
waar verdraagzaamheid heerst
te midden allerlei godsdienstige stromingen.
Galilea is de plaats, waarheen later
de eerste paasleerlingen door de engel van de verrijzenis
zullen worden gestuurd "om er de levend Heer te zien".
Ons “Galilea”, dat is dus de plek in ons leven
waar wij vechten tegen verstarde godsdienstige structuren,
waar wij bevrijding van macht en eigenbelang beogen,
waar Gods mentaliteit begint te groeien,
waar de verrezen Liefde opnieuw werkzaam aanwezig komt.

De levende Jezus verschijnt regelmatig in “dat Galilea”,
langs het meer van ons leven.
Hij vindt er ons bedrijvig in de sleur van ons dagelijkse werk:
altijd maar opnieuw die netten uitgooiend,
dikwijls zonder veel te vangen,
en dat nog wel heel dicht bij enkele anderen
die, een steenworp verder, op dezelfde vis zitten te azen.
Wij zijn omring door vervelende concurrenten -
en moeten meewerken in een bedrijf,
waar de daglonersmentaliteit groeit onder de werknemers,
die er vooral op uit zijn voordeel te zoeken voor zichzelf.
Het leven is hard aan de oever van het meer van ons leven.
Maar zo vindt de Heer ons, wanneer Hij langs komt,
wanneer Hij Zijn aanwezigheid weer eens laat ervaren,
dikwijls vrij onverwachts,
in een stille wenk of uitnodiging van iemand die wij ontmoeten.
Dan roept Hij ons op die zware netten los te laten,
die kleurloze alledaagsheid,
die mentaliteit van eisende werknemers,
die onvruchtbare bindingen aan ons eigenbelang
en die overdreven zucht naar onafhankelijkheid,
die concurrentievrees en die verdeeldheid.
En Hij vraagt dat wij ons durven overgeven
aan de dieper sluimerende verlangens van ons hart
die Hij weet wakker te maken:
mensen als vissen in een eenheid verzamelen,
onszelf met al onze kracht geven in dankbaarheid
en werken in verbondenheid met elkaar
om anderen samen te brengen
tot diezelfde bevrijdende liefdesgemeenschap.

Jezus vraagt ons Hem te volgen,
d.w.z. in de voetstappen te treden van Zijn liefdesweg.
Het is dus nog niet uitgemaakt wat dit concreet betekent.
Het leven zelf zal ons duidelijk maken
wat de liefde eigenlijk van ons vraagt.
Wij zullen stapsgewijze groeien in het navolgen van Jezus
en telkens opnieuw keuzes moeten maken voor Zijn prioriteiten.
Maar in ieder geval gaat het voortaan
in de richting van die grondkeuze:
"mensenvissers worden",
dwz. niet meer als geïsoleerde concurrenten
ons eigenbelang nastreven,
maar gezamenlijk dienstbaar zijn,
in dankbare verbondenheid,
om velen samen te brengen in Zijn liefdesgemeenschap.

De eerste leerlingen lieten hun netten, hun klein familiebedrijf
en de veeleisende knechten in de steek en volgden Hem.
Het is echt de moeite waard
om aan die grote Mensenvisser ons leven te geven.



Marc Gallant, monnik te Orval

Jezus volgen (2012)

Marcus schrijft zijn evangelie voor de christenen van Rome. De vervolgingen beginnen, de getuigen van Jezus’ leven sterven, en het is aangewezen hun mémoires op te tekenen opdat ze niet verloren gaan. Marcus doet het in de beknopte stijl van de geheugennota.

Wat is Jezus’ eerste activiteit in het Marcusevangelie? Hij omringt zich met leerlingen die Hij laat deelnemen aan heel de belevenis van zijn openbaar leven (1, 21.28; 2, 15; 3, 7; 5, 37; 6, 1; 8, 27 ...). Jezus begint met een gemeenschap te vormen, een familie van leerlingen 'om met Hem te zijn en op zending te sturen' (3, 14). Als getuigen van zijn optreden, zullen zij zijn werk verder zetten. Zo suggereert Marcus dat Jezus’ leven zich verder zet in de Kerk, nu door ons die zelf dit getuigenis ontvangen hebben en doorgeven.

Marcus schematiseert het verhaal van de roeping der eerste leerlingen: Jezus komt voorbij, hij ziet mensen aan het werk, hij roept ze en ze volgen hem terstond. Men heeft een indruk van overhaast. Marcus geeft overigens dat gevoel van gejaagdheid door een massief gebruik van het bijwoord “terstond”. Hier tweemaal gebruikt (verzen 19a en 20a), komt het elfmaal voor alleen reeds in het eerste hoofdstuk. Meestal heeft dat ‘terstond’ geen enkele chronologische betekenis. De zin ervan is dat er geen tijd te verliezen valt, als het Rijk Gods zich aandient.

Dat betekent echter niet dat alles bij Marcus maar enscenering is zonder historische waarde. Wel integendeel, die theologische schematisering veronderstelt een diepe verankering in Jezus’ leven, en werpt een helder licht op de conditie van de leerling die hem op de voet volgt.
De leerlingen hebben werkelijk met Jezus geleefd. De uitdrukkingen 'volgen, achterna gaan' (Grieks: opisô elthein) maken deel uit van de woordenschat die de relaties uitdrukt van een groep leerlingen met een rabbi, en Jezus zelf krijgt soms de titel van rabbi. De menigte was echter 'getroffen omdat hij onderwees met gezag en niet zoals de wetgeleerden' (Marcus 1, 22). Er was hier dus meer dan een rabbi. Jezus 'volgen' betekent meer dan de relatie met een rabbi die ter plaatse blijft. Jezus gaat op tocht: Hij vraagt zijn leerlingen zich te engageren in een avontuur dat een totaal engagement vereist. Het is te begrijpen dat de evangelisten het woord 'vergezellen' (Grieks: akolouthein) verkiezen vooral voor de apostelen die met Jezus leven.

Jezus wil van zijn leerlingen 'mensenvissers' maken. Deze uitdrukking is origineel, en komt nergens voor in de rabbijnse of hellenistische literatuur. Maar wat is de zin van dit authentieke woord van Jezus? Wanneer Marcus zijn evangelie schrijft, zijn de omstandigheden grondig veranderd. Leerling zijn van Jezus is niet meer zomaar lopen op de wegen van Palestina, maar deel uitmaken van de wereldwijde gemeenschap der gelovigen. De Goede Boodschap heeft de joodse kringen verlaten en is wereldwijd verspreid.

Het roepingsverhaal van de apostelen wordt nu een oproep die gericht is tot ieder mens. Marcus heeft in zijn evangelie voldoende kentekens geplaatst die deze omzetting suggereren. Om te beginnen past hij het schema van de roeping van de eerste leerlingen toe op het roepingsverhaal van Levi, die geen deel uitmaakt van de groep van de Twaalf, en die geen eigen zending ontvangt. 'Jezus komt voorbij en ziet Levi, zoon van Alfeüs, gezeten aan zijn tolkantoor. Hij zegt hem: ’Volg mij’. Levi stond op en volgde Hem' (Marcus 2, 14). Zelfde scenario, zelfde onmiddellijk antwoord. Jezus neemt onmiddellijk daarop de maaltijd met de tollenaars en zondaars en Marcus verduidelijkt: 'want velen volgden Hem' (Marcus 2,14). Jezus verklaart dat hij 'de zondaars roept' (Marcus 2, 17) om zijn leerlingen te worden, en Levi is daar de eerste van. Marcus denkt hier natuurlijk aan de verruiming van het christendom dat in zijn tijd het joodse milieu verlaat om naar de heidenen te gaan. Hij drukt die overgang ook uit door vanaf het begin van zijn evangelie erop te wijzen dat Jezus voortdurend zijn kleine groep meeneemt buiten de grenzen van Israël, aan de overkant van de zee van Galilea (1, 38; 4, 35; 5, 1; 6,45; 7,32; 8, 27) of naar Tyrus en Sidon (3, 8 en 7, 24). Leerling zijn, Jezus volgen, is voortaan met Hem naar de heidenen gaan. Dat wordt waargemaakt zich in het leven van de gemeenschap na Pasen.

In het verhaal van de roeping van Levi, vermeldt Marcus niet dat Levi zijn beroep of zijn bezittingen vaarwel zegt. Jezus volgen betekent dus niet dat we een levensstijl moeten aannemen zoals destijds in Palestina. Maar wel op een of andere manier deelnemen aan Jezus’ bestemming. Hoe dan? Merk op dat Marcus voor de apostelen slechts tweemaal de uitdrukking 'achter laten, in de steek laten' (Grieks: afentes) gebruikt. Eerst in het roepingsverhaal 'ze laten hun netten … hun vader achter'. En dan op het ogenblik van Jezus’ aanhouding 'Hem in de steek latend (Grieks: afentes), vluchtten zij allen weg' (Marcus 13, 50). Daar zit duidelijk een bedoeling achter: het dient tot niets zijn bezittingen achter te laten als het is om Jezus bij doodsgevaar in de steek te laten.

Jezus volgen is niet het kopiëren van een situatie van 2000 jaar geleden. Het is voortaan, met Jezus, het kruis dragen in het dagelijkse leven (Marcus 8, 34). Maar dat is slechts mogelijk als de leerling ook vandaag, zoals de eerste leerlingen, bereid is zich in zijn dagelijkse bezigheid door Jezus te laten roepen en Hem op de voet te volgen.



Mensenvissers (2015)

“De tijd is vervuld. Het Koninkrijk Gods is nabij. Bekeer je. Geloof in de Blijde Boodschap!”: dat verkondigt Jezus ons vandaag.

De tijd is vervuld: na de verkondiging van de profeten is God zelf aan het werk in de persoon van Jezus. Wat moeten wij dan doen? Ons bekeren. Wat betekent dat? Het Griekse werkwoord voor: 'bekeren' betekent letterlijk vertaald: 'veranderen van mentaliteit'. 'Verander van mentaliteit en geloof in de Blijde Boodschap'. Wij moeten echt van mentaliteit veranderen, want we geloven niet gemakkelijk in het goede nieuws dat God zich om ons bekommert, dat Hij met ons komt leven, dat wij waarde hebben in zijn ogen. Gods invasie in onze wereld is het grootste nieuws van alle tijden. Het luidt: 'Mens, je bent niet verweesd achtergelaten in een duistere vereenzaamde wereld van lijden en dood. Je bent er omdat je bemind bent, geroepen als je bent tot de vreugde van een liefde die alles te boven gaat.' Geloven in die Blijde Boodschap verandert heel ons leven!

Inderdaad, 'Het Koninkrijk Gods is nabij': God is op handen. Er is geen tijd te verliezen. Marcus heeft voortdurend het woord ‘terstond, meteen, onmiddellijk’ (Grieks: euthus) in de mond. Meteen zien we Jezus stappen langs het meer van Galilea. Hij is geen toerist die langs het strand kuiert: Marcus gebruikt hier de militaire term voor een leger op mars (Grieks: paragôn). Jezus stapt met besliste tred. Hij weet wat Hij wil. Hij weet waarover het gaat en waar Hij naartoe wil: Hij zoekt vermenigvuldigers om zijn boodschap uit te dragen en die gaat Hij zoeken langs het meer van Galilea.

De Joden waren geen zeevaarders. Dat gevaarlijk beroep lieten zij liefst aan de Tyriërs en Feniciërs. De stoutmoedigsten onder hen gingen vissen op het meer van Galilea. Zo’n twintig jaar geleden heerste er een grote droogte in Galilea, en het waterpeil van het meer was gedaald met anderhalve meter. De Archeologische Diensten van Israël profiteerden ervan om opgravingen te doen in het vrijgekomen slib. Zij vonden twee visserssloepen, een van 6 en een van 8 meter lang, die ze dateerden rond 2000 jaar geleden. Het zouden de bootjes van de apostelen kunnen geweest zijn. Wat hen verwonderde was dat die sloepen zeer laag van boord waren, echt niet geschikt om ermee op zee te varen, maar veeleer om op een kanaal te gaan roeien. Marcus noteert inderdaad dat de golven bij storm het bootje van de apostelen overspoelden (4, 37). Ja, het waren echt stoutmoedige kerels die zich daarmee op visvangst durfden te wagen. Daarom stapt Jezus langs het strand. Hij zoekt mensen met durf, mensen die iets kunnen riskeren, die weten te reageren, die vermogen het hoofd bieden in moeilijke omstandigheden, en die ook niet ontmoedigd zijn als alles tegenslaat en er heel de nacht niets gevangen wordt. Kortom, Jezus zoekt mensen zoals je die nodig hebt voor een nieuwe evangelisatie.

Wij hoorden het vorige zondag: Jezus had reeds met die mannen gepraat, en bij de Jordaan kennis met hen gemaakt (Johannes 1, 35 - 42). Het was daar toch wel een beetje een speciaal, surrealistisch klimaat bij Johannes de Doper met zijn kameelharen kleed. Maar Hij was ook met hen op de bruiloft te Kana (Johannes 2, 2), waar ze het samen zo goed vonden dat ze er al de wijn uitgedronken hadden: dan weet je toch een beetje met wie je te doen hebt, en wie wie is. Nu zoekt Jezus hen op in hun eigen leefmilieu, in hun gewone doen, in het realisme van elke dag, buiten alle mystieke bevlieging. Maar Hij vraagt hen dan ook op de man af: 'Volgt Mij. Ik zal u mensenvissers doen worden'.

Het is in ons dagelijks doen dat Jezus naar ons komt met die buitensporige vraag. Zoals de apostelen hebben we honderd redenen om Hem te af te wijzen: 'Waar wilt ge naartoe? Ziet ge niet waar ik sta met al mijn werk?' Maar omdat Jezus spreekt van man tot man, hebben ze elkaar aangevoeld: Simon en Andreas, Jacobus en Johannes laten hun netten in de steek, ze laten hun boot achter, hun vader, hun werk, hun leven.

En wat zijn ze nu? Mensenvissers? Neen, dat moeten ze nu nog worden. Mensenvisser, ‘t is te zeggen christen, dat ben je nooit. Je wordt het. Je wordt het telkens meer wanneer Jezus jou nodig heeft om zijn woord tot iemand te richten. Maar je bent geroepen op de eerste plaats om met Jezus te zijn (Marcus 3, 14), om eerst jezelf op te vissen en naar Jezus toe te halen.

Dan zul je ook de storm van het ongeloof aankunnen.