Loading...
 

4e zondag door het jaar A - eerste lezing

Schuilplaats

DAN VINDT GIJ MISSCHIEN
EEN SCHUILPLAATS ...


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Sefanja 2, 3; 3, 12-13: Bekeer u

De tekst

Dichter bij de tijd

Zoekt God,
jullie dienaars van het land,
die zijn geboden naleven.
Zoek de gerechtigheid,
zoek de bescheidenheid.
Dan vinden jullie misschien een schuilplaats
op de dag van God.

Dan zullen binnen jullie muren
alleen eenvoudige, bescheiden mensen wonen.
Zij zullen veilig zijn bij God.
De rest van Israël,
zal geen onrecht meer doen
en niet meer liegen en bedriegen.
Ja, zij zullen rustig kunnen leven,
zonder door iemand te worden opgeschrikt.


Bij de tekst

Sefanja

Sefanja (= God beschermt / bewaart) was volgens de eerste regel van zijn boek, de zoon van Kusi (of Kuschi). Deze Kusi was "de zoon van Gedalja, de zoon Armarja, de zoon van Hizkia". Deze opsomming van vier generaties is ongewoon. Wellicht wilde men zo voorkomen dat men zou denken dat Sefanja van vreemde afkomst was. Want "Kusi" betekent Moor of Ethiopiër. Zijn grootvader Gedalja, zijn overgrootvader Amarja en zijn betovergrootvader Chizkia hebben echte Hebreeuwse namen, zodat over zijn Joodse afkomst geen twijfel kan bestaan.

Met Hizkia wordt waarschijnlijk niet koning Hizkia bedoeld, die in het begin van de 7e eeuw voor Christus koning was, want dan had men hem zeker met zijn titel vermeld.
Voor de rest weet men zo goed als niets over Sefanja.



De profetie

Het eerste deel van de eerste lezing heeft het over de dag van het oordeel waarop God zich zal keren tegen ieder die Hem ongehoorzaam is. De bewoners van Juda en Jeruzalem zullen op die dag vooral gestraft worden om hun afgodendienst en onrechtvaardigheid. Die dag wordt een dag van geweld, angst, verdriet en ellende.
Op het einde van die beschrijving roept Sefanja (Sefanja 2, 1-3) Juda op om zich te bekeren. Want alleen dan is er nog hoop voor hen.


Het tweede deel van de eerste lezing komt uit de profetie over Jeruzalem.
Nadat Sefanja Jeruzalem beschuldigd heeft (Sefanja 3, 1-4) volgen er waarschuwingen (Sefanja 3, 5-8). Ten slotte profeteert Sefanja dat Jeruzalem zich zal bekeren en verlost zal worden (Sefanja 3,9-20). En dat ook een deel van Juda en alle andere volken daarin zullen delen.



Hulpbisschop

(naar www.kerkknet.be/aartbisdo/hulpbisschop-leon-lemmens)

Op 22 februari 2011 benoemde paus Benedictus XVI Leon Lemmens tot hulpbisschop van het aartsbisdom Mechelen-Brussel (België).
Bij die gelegenheid koos de bisschop het volgende wapenschild en een leuze met woorden van de profeet Sefanja.

Schild Mgr Lemmens

De duif op het schild herinnert aan het verhaal van Noach (Genesis 9). Ze heeft een groen takje in de bek en brengt vrede in de stad zodat heel verscheiden mensen en volkeren in harmonie met elkaar kunnen samenleven. Ook de regenboog komt in dit verhaal voor en herinnert aan de vriendschap tussen God en de mensen.


De leuze komt uit het boek van de profeet Sefanja (Sefanja 3, 12): ‘Dan laat Ik in uw midden een nederig en arm volk, dat zijn vertrouwen stelt op de Naam van de Heer.’
Zoals zich rond het arme pasgeboren kind Jezus een familie van nederige mensen (Maria en Jozef, de herders en de wijzen) verzamelt, die luistert naar het woord van God,
zo verzamelt God vandaag rond de armen een familie van nederige mensen die luisteren naar zijn Woord. Samen zullen zij op Hem vertrouwen en Hem loven.