Loading...
 

4e zondag door het jaar C - evangelie

2 Synagoge


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Lucas 4, 21-30: In de synagoge van Nazaret

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1623)

En Jezus zei: ‘Wat ik jullie net voorgelezen heb, is vandaag werkelijkheid geworden.’ Alle mensen waren verrast over de bijzondere dingen die Jezus zei. Ze waren onder de indruk en zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’

Jezus zei: ‘Ik weet zeker dat jullie tegen mij zullen zeggen: ‘Nu moet u ook iets voor ons doen. We hebben gehoord wat u allemaal in Kafarnaüm gedaan hebt. Doe dan ook een wonder in uw eigen stad.’ Maar luister goed naar mijn woorden: Een profeet is nooit welkom in zijn eigen stad.’ Jezus legde dat uit met twee voorbeelden. Hij zei: ‘Luister goed! In de tijd van de profeet Elia waren er veel weduwen in Israël. Het had drieënhalf jaar niet geregend en er was hongersnood in het hele land. Toch ging Elia niet naar een weduwe in Israël. In plaats daarvan stuurde God hem naar een weduwe buiten Israël. Ze woonde in Sarepta, een dorp bij de stad Sidon. En toen Elisa profeet was, waren er in Israël veel mensen met een huidziekte. Toch maakte Elisa hen niet beter. Maar Naäman uit Syrië maakte hij wel beter.’

Toen de mensen in de synagoge de woorden van Jezus hoorden, werden ze kwaad. Ze jaagden Jezus de stad uit. En ze brachten hem naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was. Ze wilden hem naar beneden gooien. Maar Jezus liep tussen alle mensen door en ging weg.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Op een dag is Jezus in de synagoge.
Hij leest er voor uit de heilige Schrift.
Dan zegt Hij tegen alle mensen die in de synagoge zijn:
‘Vandaag is het woord uit de Bijbel dat u gehoord hebt
in vervulling gegaan.’
De mensen applaudisseren en zijn verbaasd over zijn woorden.
'Dat is toch de zoon van Jozef?' zeggen ze.
Dan zegt Jezus: ‘Jullie zullen Mij ongetwijfeld zeggen:
Doe ook hier in de stad waar je vandaan bent
wat je in Kafarnaüm hebt gedaan.’
Wel, Ik zeg jullie:
niemand kan een profeet zijn in de stad waar hij vandaan komt.
Om u de waarheid te zeggen,
er waren veel weduwen in Israël toen de profeet Elia leefde.
Toen heeft het drie jaar en zes maanden niet geregend,
zodat er een zware hongersnood was in het hele land.
Toch werd Elia daar niet naartoe gestuurd,
maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon.
En in de tijd dat de profeet Elisa leefde,
waren er veel melaatsen in Israël.
Toch werd niemand van hen genezen,
maar wel Naäman, een man uit Syrië.’

Wanneer de mensen in de synagoge dit horen,
worden ze heel erg kwaad.
Ze springen op, sleuren Jezus de stad uit
en drijven Hem tot aan de rand van de berg
waarop hun stad is gebouwd.
Daar willen ze Hem in de afgrond duwen.
Maar Jezus gaat midden tussen hen weg.



Bij het vertellen aan kinderen

In dit stukje evangelie is er sprake van dat mensen Jezus in een afgrond willen duwen. Het is niet onbelangrijk dat kinderen dit vernemen:
. het maakt het voor hen achteraf minder vreemd als ze vernemen dat Jezus veroordeeld werd tot de dood op een kruis
. omdat kinderen niet in een wereld leven die onverdeeld enthousiast is voor Jezus, is het voor hen belangrijk te vernemen dat de mensen vroeger ook niet allemaal even enthousiast waren voor Jezus.




Stilstaan bij ...

Jozef
(= Moge God er nog meer aan toevoegen)
Matteüs noemt hem de zoon van Jacob, volgens Lucas was Hij de zoon van Eli.
Jozef was een timmerman. Behalve in het begin van het evangelie van Matteüs wordt in de evangelies zo goed als niet over Jozef gesproken. Men vermoedt daarom dat hij al overleden was toen Jezus in het publiek optrad.

Kafarnaüm
(= dorp van Nahum, of dorp van troost)
2000 jaar geleden werd dit stadje aan de noordwestkust van het meer van Galilea, vooral door vissers bewoond. Het was een tussenstation op de via maris, de handelsroute die Damascus met de Middellandse Zee en Egypte verbond. Hier konden kooplieden met hun kamelen overnachten en proviand inslaan. Kafarnaüm was één van de grensplaatsen waar kooplui tol moesten betalen aan de Romeinse bezetter, en waar ook een Romeins garnizoen gelegerd was.
Het was de woonplaats van Jezus en verschillende van zijn leerlingen.
Lees meer

Elia en Elisa
Deze profeten richten zich naar mensen buiten de grenzen van Israël. Ook Jezus weet zich geroepen om de liefde van God aan de hele wereld kenbaar te maken.

Sarepta
Naam van een stad in Fenicië, ten zuiden van Sidon. Sarepta lag in het gebied waar de Baäl vereerd werd. De Baäl is de Kanaänietische vergoddelijking van de natuur.
In het Oude testament wordt deze stad 'Sarefat' genoemd. Lees meer.

Naäman
(= de lieflijke, de aangename)
Legeroverste uit Aram. Hij werd van zijn melaatsheid genezen toen hij zich op raad van de profeet Elisa zeven maal baadde in de Jordaan. Daarop beloofde hij de God van Israël te vereren.
Jezus verwijst naar dit gebeuren om aan te tonen dat God ook hulp verleent aan niet-joden. Lees meer.



Bij de tekst 

Inhoud

Lucas beschrijft het eerste publieke optreden van Jezus als de vervulling van de verwachtingen in het Oude Testament, een optreden dat een heel programma inhoudt.



Invloed op het Nederlands

Geen sant in eigen land.
Verdienstelijke mensen worden elders meer geëerd dan in hun eigen omgeving.





Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Tekenen en kleuren

Vertel de kinderen over Jezus die uit de Bijbel voorleest in een synagoge.
Maak hiervoor gebruik van het evangelie van de vorige zondag en dat van deze zondag:

Jezus is veertig dagen in de woestijn.
Daarna gaat Hij terug naar de streek waar Hij vandaan is.
Iedereen vertelt over Hem.
Hij gaat naar de synagogen, waar de mensen van zijn volk bijeenkomen om te bidden.
Hij spreekt alsof Hij een meester is. De mensen zijn heel enthousiast over Hem.
Op een dag komt Hij in Nazaret. Daar woonde Jezus toen Hij nog een kind was.
Zoals Hij gewoon is, gaat Hij op sabbat naar de synagoge.
Tijdens de dienst staat Hij op om voor te lezen uit de Bijbel.
Men geeft Hem de boekrol van de profeet Jesaja.
Hij rolt die open en leest voor:

'God is bij Mij. Hij heeft Mij gezonden
om aan armen goed nieuws te brengen,
om aan gevangenen te zeggen dat ze vrij zijn
om aan blinden te zeggen dat zij zullen zien
en om verdrukten te laten gaan als vrije mensen'

Dan rolt Jezus het boek dicht, geeft het terug aan de dienaar en gaat zitten.
Iedereen in de synagoge kijkt naar Hem. Dan zegt Jezus:
‘Wat u zojuist gehoord hebt in de Bijbel, wordt vandaag werkelijkheid.'
De mensen applaudisseren. Ze zijn verbaasd over zijn woorden.
'Dat is toch de zoon van Jozef?' zeggen ze.
Dan zegt Jezus: ‘Jullie zullen Mij vragen: Doe hier in deze stad wat Je in Kafarnaüm hebt gedaan.
Maar, niemand kan een profeet zijn in zijn eigen stad.'
En Jezus zegt erbij dat dit ook gebeurde met twee belangrijke profeten.
Wanneer de mensen in de synagoge dit horen, worden ze heel erg kwaad.
Ze springen op, sleuren Jezus de stad uit
en duwen Hem tot aan de rand van de berg waarop hun stad is gebouwd.
Daar willen ze Hem in de afgrond duwen.
Maar Jezus gaat gewoon midden tussen hen weg.



Geef de kinderen daarna deze tekening of deze tekening.
Ze vertellen eerst wat ze erop zien. Daarna tekenen ze de plaats errond.
Ga rond terwijl de kinderen dit doen.
Vraag hen waar ze zelf op dat moment hadden willen zijn. Ze tekenen zichzelf op die plaats op dit blad.
Daarna kleuren ze alles in.





Grote kinderen

VERDIEPEN

Wie is Jezus?

Vooraf
Kopieer een aantal keer dit blad met een zestal verschillende voorstellingen van Jezus.


Verloop
Lees de tekst 'Dichter bij de tijd' (zie hoger) voor.
De kinderen beluisteren de tekst en noteren wat ze uit de tekst vernemen over wie Jezus is:
. de zoon van Jozef
. een profeet
. iemand die niet bijzonder opvalt, want Hij kan ongemerkt tussen de mensen weggaan.

De tekst eventueel een tweede keer voorlezen.

De kinderen bekijken daarna het blad met de verschillende voorstellingen van Jezus.
Ze beantwoorden de vragen op het blad eerst voor zichzelf.
Daarna worden alle ideeën bijeengebracht in de groep.
Zo zal het opvallen dat iedereen zich een ander beeld over Jezus vormt en dat zelfs de argumenten voor die keuze anders kunnen zijn.


Belangrijk
Probeer niet te komen tot één beeld van Jezus. Dat bestaat immers niet.
Het belang van dit gesprek ligt in de veelheid van de visies en argumenten van anderen waarmee men zijn eigen visie kan verrijken.



Jezus, een profeet

In dit stuk evangelie blijkt Jezus zichzelf te zien als een profeet. Hij vergelijkt zich met de profeten Elia en Elisa, die in hun handelen ook aandacht hadden voor mensen van andere volkeren.

Maar wat is een profeet?
Iemand die een woordvoerder is van God. In wat een profeet zegt, kun je Gods woord horen, in wat een profeet doet, krijg je een inkijk in wat God met de mensen voorheeft.

Geef de kinderen een blad dat ze alleen of per twee gebruiken. In het midden schrijven ze de naam JEZUS.
Links van de naam noteren ze woorden van Jezus die zijn blijven hangen én die aangeven wat God voor de mensen wil.
Rechts van de naam noteren ze handelingen van Jezus waarin ze iets zien van de houding van God tegenover de mensen.

Of maak gebruik van dit werkblad:
Onder de geopende boekrol noteren de kinderen woorden van Jezus.
Onder de handen de handelingen van Jezus.

Breng daarna al deze gedachten bijeen in de groep.
Noteer de meest markante woorden en handelingen op een flap of op een bord.





SPREKEN MET BEELDEN

Beeldmeditatie

Laat de kinderen deze afbeelding zien.
Maak gebruik van de vragen op het blad om naar het 'beeld' te kijken.

Of gebruik deze afbeelding in zwart-wit.
Sta met de kinderen stil bij wie en wat er te zien is.
Wat doet die persoon?
Waarom zou die zo gekleed zijn?

Op beide afbeeldingen leest Jezus voor uit een Bijbelrol.
Tot op vandaag wordt in de synagoge uit zo'n boekrol voorgelezen. Vroeger werden stukken perkament of papyrus aaneen gelijmd tot ze een lange strook vormden. Op dat perkament werd dan de tekst in kolommen met een ganzenveder opgeschreven. Dit perkament werd opgerold op twee stokken. Bij het lezen rolt de ene hand de rol af, terwijl de andere hand de rol oprolt.
Jezus draagt over zijn hoofd een gebedsmantel. Joodse jongens krijgen zo'n mantel voor het eerst met hun bar mitswa (een feestelijke gebeurtenis in hun leven die plaatsvindt als ze twaalf jaar geworden zijn en ze in de synagoge luidop een tekst uit de Bijbel voorlezen.)






Overwegingen

Frans Mistiaen s.j.

Geen wonderdoener voor eigen volk alleen, maar barmhartige liefde voor allen!

De evangelist Lucas heeft de confrontatie tussen Jezus
en Zijn vaderstad Nazaret voorgesteld
als een inleidende samenvatting van heel Jezus' leven.
Jezus heeft eerst erkenning ervaren,
bewondering en zelfs enthousiasme voor de Messias.
Maar vrij vlug begonnen de joodse overheden aan Hem te twijfelen.
Uiteindelijk geraakten zij geschandaliseerd
toen Jezus vooral de hartelijkheid van God wilde benadrukken
door een liefde te tonen die elke religieuze discriminatie doorbrak
en die zich heel concreet uitte in een barmhartigheid voor allen,
dus ook voor de religieus zwakkeren,
ook voor diegenen die niet alle religieuze regels strikt onderhielden.
Het joodse gezag weigerde Zijn boodschap te aanvaarden
van barmhartigheid voor die weerloze gelovigen,
die volgens de strenge interpretatie van de joodse wet
moesten worden uitgestoten uit maatschappij.
Die confrontatie liep uit
op de totale verwerping van Jezus als Profeet van God.
Wij, christenen, wij geloven
dat onze liefde-God Hem uit de dood heeft bevrijd.
Door Zijn verrijzenis trok Jezus
midden door het joodse volk heen,
om op nieuwe wijze bij Zijn nieuw volk te zijn,
Zijn christelijke kerkgemeenschap.
Heel dat leven wilde Lucas reeds samenvatten
in het eerste publieke optreden van Jezus in Nazaret.
 
Het was heel goed begonnen.
De mensen van Nazaret
hadden hoge verwachtingen in Hem gekoesterd.
Jezus was reeds op andere plaatsen opgetreden
als profeet en predikant,
o.a. in de naburige concurrentie-stad Kafarnaüm.
Hij had er wonderen gedaan, zieken genezen.
Nu kwam Hij preken in hun synagoge, te Nazaret. Dat beloofde!
Jezus had met een citaat van Jesaja verkondigd
dat een genadejaar van de Heer was aangebroken.
Iedereen applaudisseerde.
De mensen van Nazareth waren enthousiast,
té enthousiast misschien.
 
Want vlug bleek dat zij vooral bezorgd waren voor eigen voordeel.
Zij wilden dat Jezus ook bij hen de wonderen deed
die Hij in Kafarnaüm had gedaan.
Zij waren al fier dat iemand van hun stadje faam kreeg.
Zij waren jaloers op Kafarnaüm en zij morden :
"Is het Hij niet de zoon van Jozef uit ónze stad?"
Zij probeerden Jezus voor Nazaret te recupereren.
Zij zagen Hem reeds als een soort religieuze klusjesman
die hun materiële verwachtingen kon beantwoorden.
Blijkbaar hadden ze toch niet zo goed geluisterd.
Want Jezus had woorden gesproken
van openheid naar mensen buiten de eigen kring
naar de armen, de zwakken, de kleinen, de verdrukten,
En die woorden wilden zij eigenlijk niet horen.
 
Uit de houding van de mensen van Nazaret
spreken twee verkeerde opvattingen over God,
die wij ook nu soms nog horen:
nl. dat God eens duidelijk zou moeten ingrijpen in onze wereld
en een spectaculair wonder zou moeten doen,
natuurlijk wel in ons voordeel.
En ten tweede dat Jezus de Redder zou moeten zijn
voor Zijn eigen volk alleen.
Jezus weerlegt die twee opvattingen door heel zijn levenswijze.
 
Wij, christenen, die geloven in Zijn God-Vader
kunnen van Hem nooit spektakelmirakels eisen,
die welvaart, prestige of macht zouden brengen voor onszelf.
De christelijke God
lost onze aardse problemen nooit in onze plaats op.
De wonderen die Jezus doet
getuigen altijd van de grote barmhartigheid van God voor de mens.
Zij wekken ons op tot bescheiden dankbaarheid
voor Zijn gulle goedheid,
nooit tot het opeisen van voordelen voor onszelf.
 
En Jezus is geen Redder van eigen volk alleen,
maar Liefde voor allen,
en dus ook voor de armen, de zwakkeren, de zondaars.
Wij, mensen, wij zijn sociale wezens.
En dus sluiten wij ons graag aan
bij allerlei clubs, verenigingen, partijen.
Het doet deugd zich opgenomen te voelen bij een uitgelezen groep.
Maar er dreigt toch wel een gevaar.
Elke sociale organisatie die een ledenlijst aanlegt,
maakt door het feit zelf een onderscheid
tussen diegenen die worden binnengelaten
en diegenen die worden buitengesloten.
Zij creëert dus ook uitgestotenen
die niet aan haar gestelde eisen beantwoorden.
Maar de christelijke liefde en de christelijke gemeenschap rond Jezus
wil er integendeel steeds op uit zijn
om elke discriminatie tussen mensen op te heffen
en iedereen te verwelkomen.
Laten wij toch niet vergeten
dat Jezus' Vader heel de wereldgeschiedenis door
aan onze deur komen zal blijven kloppen
in de persoon van de vreemdeling die bij ons wil binnenkomen.
 
Het conservatieve, eng-nationalistische Nazaret
wees Jezus vrij vlug radicaal af.
Later zou, in dezelfde lijn,
de enggeestige kaste van de priesters en de schriftgeleerden
in Jeruzalem Hem uiteindelijk veroordelen tot Golgota.
Maar Jezus zal vanaf het begin Zijn eigen weg gaan,
dwars doorheen het joodse volk, steeds gericht naar Zijn God
en naar anderen toe, ook naar de gediscrimineerden,
naar diegenen die uitgesloten worden
door de sociale of religieuze instanties die de macht in handen hebben.
Hij nodigt ons uit Hem te volgen op die weg.
 
De pericope van Nazaret is als een prelude
die de hoofdthema's van de verdere symfonie reeds aankondigt.
Na zo’n aanhef zijn wij benieuwd om te weten
Wie die Jezus eigenlijk is en hoe het met Hem zal aflopen.
Wij willen misschien het evangelie verder lezen.
En dat was nu juist Lucas' bedoeling.



Marc Galant, trappist (Orval)

Een universele zending (2013)

Bij het begin van zijn evangelie heeft Lucas ons te kennen gegeven dat hij voor ons de gebeurtenissen omtrent Jezus “in geregelde orde” te boek zou stellen (Lucas 1, 3). Met orde en methode laat hij dus Jezus’ prediking beginnen in de synagoge van Nazaret met een programmarede. We hoorden die in het evangelie van vorige zondag. In het kort: Jezus leest er uit het boek van de profeet Jesaja die zegt: “De Geest van de Heer rust op mij en heeft mij gezonden om aan armen het goede nieuws te brengen …” (Jesaja 61, 2; Lucas 1, 18). Daarna, en het is ongehoord, past hij die profetie van Jesaja toe op zichzelf: Hij is zelf die gezondene door God!

We horen vandaag de reactie van het publiek op deze inaugurele rede. Lucas herwerkt hier het verhaal van Marcus, dat zijn model is. Marcus’ verhaal is eenvoudig: de aanwezigen in de synagoge zijn eerst stomverbaasd over de wijze woorden van Jezus. Daarna komt echter de pietluttige dorpsreflex naar boven: 'Die Jezus, voor wie houdt hij zich wel? Hij is zelfs geen eerbaar man die men kan noemen naar zijn vader. Hij is toch maar ‘de zoon van Maria’, iemand van wie men de vader niet kent! Bij ons moet Hij niet zo hoog komen fluiten! Hij, de gezondene door God! Zei zijn familie niet dat hij zijn verstand verloren heeft? (Marcus 3, 21). Die timmerman, dat hij zich aan zijn stand houdt!' Het blijft daarbij: Jezus wordt niet aanvaard door de zijnen (Marcus 6, 1-6). Kortom, Marcus verhaalt ons een dorpsincident. 

Zoals de geschiedschrijvers van zijn tijd, hecht Lucas meer belangt aan de zin van de geschiedenis dan aan haar chronologische afloop. Hij zoekt de zin van dit incident op een dieper niveau, en hij ziet het als een beslissend moment dat heel de komende zending van Jezus samenvat. Ook die zal evolueren van een eerst gunstig onthaal bij het volk, tot een afstoten dat zal leiden tot zijn dood. Met fijne trekken schetst Lucas reeds zijn theologische visie over de universele zending van Christus, een brandend onderwerp in de gemeenschappen van zijn tijd.

Voor Lucas heeft de reactie van de toehoorders van Nazaret een diepere draagwijdte dan voor Marcus. Marcus had het accent gelegd op de inhoud van Jezus’ woorden: men was stomverbaasd over hun 'wijsheid'. Lucas legt het accent op hun efficiëntie. Hij schrijft: 'Allen betuigden hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden (4, 22)'. Jezus’ woorden brengen de genade die God aan de mensen schenkt: het zijn werkdadige woorden die wonderen verrichten en Jezus met God identificeren.

Lucas herleidt vervolgens het commentaar van de dorpelingen over Jezus’ identiteit tot een enkele zin: 'Dat is toch de zoon van Jozef?' (4, 22b). Zo wordt Jezus een eerbaar man, zelfs als Lucas suggereert dat men zijn ware identiteit niet kent die bij zijn doopsel werd kenbaar gemaakt (vgl. Lucas 3, 22). Het wordt duidelijk dat Lucas geen belang meer stelt in dit voorval van onbegrip in Nazaret dat Marcus aanhaalt. 

Lucas zoekt de reden van het afstoten van Jezus op een dieper vlak. Dat dorpsincident brengt iets heel anders aan het licht. Het is Jezus zelf die de inzet naar voren brengt die op het spel staat, en daarom, op zekere manier, zelf uithaalt naar zijn dorpsgenoten en hen woedend maakt. De agressieve toon van Jezus beantwoordt het voor de hand liggend verwijt van zijn toehoorders: waarom doet U niet bij ons, wat U doet te Kafarnaüm (v.23)? Voor Lucas staan we hier aan een beslissend keerpunt voor de zending van Jezus en van de eerste Kerk.

Inderdaad, gelegen op de grote handelsroute tussen Damascus en Caesarea, kende Kafarnaüm een intens vreemdelingenverkeer, er werd daar ook Grieks gesproken, en een Romeinse honderdman had er zelfs de bouw van de synagoge gefinancierd (Lucas 4, 4-5). Voor Lucas heeft Jezus van Kafarnaüm zijn uitvalsbasis gemaakt om het universele karakter van zijn zending te bevestigen. Jezus staaft dat beleid van openheid naar de niet-joodse wereld met het voorbeeld van de profeten Elia en Elisa die heidenen geprivilegieerd hebben.
Het is Jezus’ universele openheid ten overstaan van de niet-joodse wereld die de woede van zijn dorpsgenoten tegen hem keert en hem uit de synagoge doen jagen. Als zendingsgezel van Paulus heeft Lucas zelf dergelijke uitzettingen uit de synagoge meegemaakt (cf. Handelingen 13, 44; 14, 2; 17,5; 18, 4,7 18, 6; 19, 9). Wat Jezus beleeft te Nazaret is voor Lucas een voorafbeelding van de universele zending van de eerste Kerk in Jezus’ navolging. Hier zien we nogmaals het programmatische karakter dat Lucas geeft aan het incident te Nazaret: heel Jezus’ optreden wordt er symbolisch opgeroepen, met zijn verwerping door het Joodse volk en het onthaal door de heidenen van zijn Boodschap bij de verkondiging na Pinksteren.

En wij, waar situeren wij ons als Jezus in onze synagoge voorbijkomt? Zonder het zelf te bemerken gedragen we ons dikwijls als de dorpsmentaliteit van de inwoners van Nazaret. Ook wij zouden Jezus willen opsluiten in onze geestelijke kapel die al te gauw een rouwkapel wordt, omdat Jezus’ boodschap geen opsluiting verdraagt. Wij betuigen onze bijval voor de genaderijke woorden die uit Jezus’ mond vloeien, maar zonder ze echt te begrijpen omdat we die, bij gebrek aan missionaire visie, toch niet in ons leven brengen. 
We noemen Jezus niet meer zoon van Jozef, maar zoon van God. Het is knusser de zoon van God met een cultus te eren dan een profeet te onthalen die ons met zijn brandend woord in vraag stelt, en ons aanzet om onze valse zekerheden te laten varen samen met onze angsten, en onze aanmatiging die ons gevangen houden.
Jezus gaat ons voor op de weg die leidt naar moeilijkheden misschien. Maar Jezus loopt er midden tussen door!



Een profeet die verworpen wordt (2016)

Jezus' bezoek aan de synagoge van Nazaret wordt door Lucas verplaatst naar het begin van zijn prediking. De bedoeling is de lezer van meet af aan het mysterie te laten inzien van de persoon en het werk van de Heiland. Lucas laat er Jezus zelf het programma van zijn zending omschrijven, en er tevens de komende tragiek te suggereren van zijn afwijzing door zijn volk. Zodoende reikt Lucas er ons een sleutel aan om de theologie van zijn oeuvre te begrijpen. Als dit verhaal naar een historisch feit verwijst, dan kan het toch slechts begrepen worden, gezien in het licht van de Kerk die na Pasen de verrezen Verlosser verkondigt, en die resoluut open staat voor de wereld van de heidenen. En daar komt het voor Lucas op aan.
Afgelopen zondag hebben we gezien dat Jezus, gedurende de synagogale liturgie te Nazaret, de woorden van Jesaja 61,1-2 voor zijn eigen rekening heeft genomen, en dat hij zichzelf aangegeven heeft als de Messiaanse profeet. God heeft hem gelast het goede nieuws van hun bevrijding te verkondigen aan de kleine mensen van zijn volk. Zijn komst betekent een "vandaag" van God, een uitzonderlijk moment van "genade". Dat komt neer op een samenvatting van heel het Lucasevangelie. Bij de aanvang van Jezus’ optreden wordt er zo een duidelijk programma van zijn zending geschetst. Ook zal ieder mens daar voortaan mee worden geconfronteerd. Jezus stelt ons “nu” voor de genade die God ons aanbiedt.
Het evangelie vandaag laat ons de uiteenlopende reacties zien van de luisteraars te Nazaret. Eerst is er erkentelijkheid, erkenning en bewondering (v. 22a). Dit wordt gevolgd door verrassing en verbazing (v. 22b). Maar alles eindigt in verontwaardiging, afwijzing en uitwijzing (vv. 28-29). Wat ons verrast in deze steeds groeiende reactionaire ontwikkeling, is dat dit negatieve proces in het Lucasevangelie door Jezus zelf wordt uitgelokt. Hij verwijt zijn dorpsgenoten niet alleen dat ze hem het volksgezegde "Geneesheer, genees uzelf " (v. 23), naar het hoofd werpen, maar hij haalt er tegen hen nog het getuigenis bij van Elia en Elisa (vv 26-27) om - a priori, lijkt het - de ongelovige houding van zijn geloofsgenoten te brandmerken.
Dat vraagt om een verklaring en nodigt ons uit eerst te kijken hoe Lucas zijn model, de tekst van Marcus, heeft herlezen. Volgens de uitlatingen opgetekend door Marcus, zien de mensen van Nazaret Jezus, wegens zijn moeder, zijn broers en zussen, als een gewone man (Marcus 6, 1-4). Ze weigeren hem dan ook een speciaal krediet te verlenen. Niets van dit alles bij Lucas. Hier bewonderen de mensen van Nazaret de woorden die vloeien uit de mond van Jezus, maar uiteindelijk jagen ze hem weg. Lucas wijkt af van het historisch verslag van Marcus, en gaat een eigen weg op. Hij schetst liever een beeld van wat er ook nu met ons gebeurt. Al te vaak, misschien zonder het genoeg te beseffen, doen we precies hetzelfde als de dorpsgenoten van Jezus. Gemakkelijk spannen wij Jezus voor onze kar, en eens geannexeerd, wimpelen we Hem van ons af. We bewonderen zijn woorden van genade, maar we beseffen niet dat die woorden, vandaag, ons betreffen. Zo laten wij ze aan ons voorbijgaan, en wij grijpen naast het heil dat ons aangeboden wordt.
We stellen ons misschien op als getuigen van Jezus, maar we geven zijn boodschap geen plaats in ons leven. Wij noemen Jezus niet meer de zoon van Jozef, maar de zoon van God, en terwijl wij beweren Hem te kennen, proberen we vol illusie zijn prestige in dienst te stellen van onze belangen. We aanbidden hem als de Zoon van God, maar wij verwerpen de profeet die ons radicaal in vraag stelt. Wij, christenen, hebben dan dezelfde pech als de Joden, de verwanten en dorpsgenoten van Jezus. De enige goede houding is ons te ontdoen van de ijdele zekerheden, angsten en pretenties die ons gevangen houden. Dan eerst kunnen we aanvaarden Jezus te volgen op de weg naar Jeruzalem, naar zijn passie en zijn verrijzenis.