Loading...
 

5de zondag van de veertigdagentijd C

2 Foto


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 8, 1-11: Jezus en een overspelige vrouw

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1689)

Jezus ging naar de Olijfberg. De volgende ochtend vroeg ging Jezus weer naar de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe. Jezus ging zitten, en gaf uitleg over God. Toen brachten de wetsleraren en de farizeeën een vrouw bij Jezus. Ze had met een andere man geslapen, en dat was ontdekt. De wetsleraren en de farizeeën zetten de vrouw in het midden neer. Ze zeiden tegen Jezus: ‘Meester, deze vrouw heeft met een andere man geslapen, en dat is ontdekt. Volgens de wet van Mozes moet zo’n vrouw gedood worden. Wat is uw oordeel?’
De wetsleraren en de farizeeën hoopten dat Jezus iets strafbaars zou zeggen. Want dan konden ze hem aanklagen. Maar Jezus boog zich voorover en schreef met zijn vinger in het zand.
De wetsleraren en de farizeeën bleven hun vraag herhalen. Toen keek Jezus op en zei: ‘Wie van jullie heeft nooit iets verkeerds gedaan? Die moet als eerste een steen naar de vrouw gooien.’ Daarna boog Jezus zich opnieuw voorover en schreef weer met zijn vinger in het zand.
Toen liepen de mensen één voor één weg, de leiders van het volk het eerst. Jezus bleef alleen achter met de vrouw die bij hem gebracht was. Hij kwam overeind en zei tegen haar: ‘Waar is iedereen gebleven? Heeft niemand je veroordeeld?’ De vrouw zei: ‘Nee, Heer, niemand.’ Toen zei Jezus: ‘Ik veroordeel je ook niet. Ga naar huis, en doe vanaf nu geen verkeerde dingen meer.’



Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Johannes 8, 1-11)

Het is nog vroeg in de morgen
wanneer Jezus weer in de tempel komt.
Veel mensen komen naar Hem.
Hij gaat zitten en geeft hen les.
Nu komen er Schriftgeleerden en farizeeën
met een vrouw die betrapt is met een andere man.
Ze brengen haar voor Hem en zeggen:
‘Meester, deze vrouw is betrapt
met een andere man.
In de wet van Mozes staat
dat we zo’n vrouwen moeten stenigen.
Wat vindt u daarvan?’
- Ze wilden Jezus daarmee ‘vangen’,
zodat ze Jezus konden aanklagen. -

Maar Jezus buigt zich voorover
en begint met zijn vinger op de grond te schrijven.
Maar ze blijven aandringen:
‘Meester, wat vindt U daarvan?’,
Dan kijkt Jezus op en zegt:
‘ Wie van u zonder zonde is,
moet maar de eerste steen op haar werpen.’

En weer buigt Hij zich voorover
om op de grond te schrijven.
Na die woorden gaan ze weg
de een na de ander,
de oudsten het eerst.
Zo komt het dat Jezus alleen achterblijft met de vrouw.
Hij kijkt op en vraagt:
‘Waar zijn ze gebleven, mevrouw?’
Heeft niemand u veroordeeld?’
‘Nee, Heer, niemand’, antwoordt ze.
Dan zegt Jezus:
‘Ik veroordeel u ook niet.
Ga nu maar, en zondig voortaan niet meer.’



Stilstaan bij …

Tempel
Voor de joden de heiligste plaats ter wereld en de enige waar men kon offeren. Salomo bouwde de eerste tempel in Jeruzalem om er de ark in te plaatsen. De tempel die Jezus kende was de derde tempel die door koning Herodes was gebouwd (de koning die regeerde toen Jezus werd geboren)

Schriftgeleerden en Farizeeën
Naar hun aanvoelen hebben mensen die een bedenkelijke levenswijze hebben, bij God geen enkele kans meer.
Zij zijn een typisch voorbeeld van hoe goedbedoelde religieuze ijver tot onverdraagzaamheid en zelfs dodend fanatisme kan verstarren.

Schriftgeleerde
Een Schriftgeleerde was aanvankelijk een kopiist, iemand van wie zijn beroep erin bestond om te schrijven. Een belangrijk beroep in een tijd waarin de meeste mensen dat niet konden. In de joodse oudheid waren Schriftgeleerden ook specialisten in de wet van Mozes: ze gaven er les over en legden die uit aan de mensen.

Farizeeër
Het woord Farizeeër komt van een Hebreeuws woord dat betekent ‘afgescheiden’. Farizeeërs scheidden zich af van de andere mensen. Ze vonden dat die niet streng genoeg waren in hun eerbied en waardering voor de Wet.

Overspel
Volgens het Oude Testament (Leviticus 20, 10; Deuteronomium 22, 23) stond op echtbreuk met een gehuwde vrouw voor beide partijen de doodstraf (steniging of wurging)

Wet
In de Bijbel bedoelt men met 'wet': de woorden die God op de Sinaï aan Mozes heeft gegeven. De kern van die wet is gekend als de tien woorden (of de tien geboden).
Met de Wet van Mozes werd niet gelachen. Wie betrapt werd op een seksuele relatie met iemand anders dan de eigen man of vrouw, moest met stenen gedood worden. Die harde wet wilde het gezin beschermen dat door het huwelijk was ontstaan. Dit was belangrijk om de saamhorigheid van het volk te verzekeren in een tijd zonder school, krant of tv. Want het waren het gezin en de familie die de cultuur, de godsdienst en de leefregels van de gemeenschap doorgaven.
Deze wet verhinderde ook dat mensen van dezelfde familie (broers, zussen, neven, nichten) samen kinderen zouden hebben. In zo’n relatie bestond er een groter risico om kinderen te krijgen met een handicap.

Steniging
Dit is een vorm van executie die in de tijd van Jezus in het hele gebied rond de Middellandse zee vaak voorkwam. Een straf die vandaag nog toegepast wordt in sommige landen: Nigeria, Saoedi-Arabië, Iran, Soedan, Afghanistan, Pakistan, de verenigde Arabische emiraten. In Iran wordt de grootte van de stenen zelfs beschreven in het strafwetboek.

Schrijven
Op basis van deze tekst vermoedt men dat Jezus kon lezen en schrijven.
Geschriften van Jezus zijn overigens niet bekend.

Eerst een steen werpen
Volgens de wet moest hij die de aanklacht had ingediend, de eerste steen werpen. Als de aangeklaagde ten onrechte werd terechtgesteld, werd hij als moordenaar beschouwd.





Bij de tekst

Wortels in het Oude Testament

. Exodus 31,18
Toen Jahwe op de Sinaï zijn woorden tot Mozes beëindigd had, overhandigde Hij hem twee platen met de tekst van het verbond, stenen platen, waarop de vinger Gods die tekst had geschreven.

. Jesaja 43, 18
'Zo spreekt de Heer:
denk niet meer aan het verleden
en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is,
Ik onderneem iets nieuws,
het begin is er al: ziet ge het niet?'

. Ezechiël 36, 26
Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u uitstorten; Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en een hart van vlees geven.



Een harde wet?

De overspelige vrouw staat hulpeloos:
. haar verhouding met een man wordt als een misdaad beschouwd die de doodstraf verdient. (Geldt alleen voor de vrouw!)
. de omstanders volgen de Farizeeën en Schriftgeleerden zonder enige kritiek en zijn daarom bereid de vrouw te stenigen.

Jezus kan zich niet vinden in een beleven van de wet, waarbij de liefde en het mededogen van God ver te zoeken zijn.
Door de vrouw niet publiek te veroordelen, wijst Hij erop dat alleen God de zondigheid van de mens kent en beoordeelt.
Door de mensen rond de vrouw te vragen om de eerste steen te werpen als men zonder zonde is, doet Hij beseffen dat iedereen zondaar is.



Geschiedenis van deze tekst

Deze tekst werd pas na 300 jaar christendom opgenomen in de Bijbel. Wellicht konden de eerste christenen dit verhaal niet verzoenen met hun strenge levenswijze en vreesden ze 'dat hun vrouwen vrijheid van straf voor hun zonden zou kunnen gegeven worden ' (Augustinus)



Merk op

. De mannen rond de vrouw zijn blijkbaar vergeten dat er geen overspelige vrouw is zonder een overspelige man.

. Jezus spreekt geen oordeel uit. Hij confronteert de Schriftgeleerden met hun eigen zwakheden. Hij vraagt hen niet te oordelen over het hart van de medemens, maar te kijken in het eigen hart.





Bijbel en kunst

P. BRUEGEL de oude

Jezus en de overspelige vrouw (1565)

5 Pieter Bruegel De  Oude

Courtault Institute of art, Londen
Olie op paneel (eik), 24,1 op 34,4cm


Deze grisaille is van Pieter Bruegel de Oude (1525 / 1530 – 1569). Hij schilderde Jezus die op de grond schrijft: DIE SONDER SONDE IS / DIE (werpe de eerste steen). De vrouw, centraal in het werk, wacht gelaten af. Achter haar druipen enkele Farizeeërs af, terwijl ze de stenen ongebruikt achterlaten.





L. CRANACH de Oude

Jezus en de overspelige vrouw (1532)

Cranach

Olieverf op paneel, Museum voor Schone Kunsten, Boedapest


Dit schilderij werd volgens sommigen geschilderd door Lucas Granach de oude, terwijl anderen het toeschrijven aan Hans, de zoon van Cranach.


Jezus bevindt zich in een moeilijke positie:
. Spreekt Hij de vrouw vrij, dan gaat Hij in tegen de Wet.
. Laat Hij haar stenigen, dan spreekt Hij zichzelf tegen.
Cranach schilderde voor de duidelijkheid de oplossing in tekst: "Wer under euch an Sund ist, der werffe den ersten Stein auef Si (1532)" (= Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen).





L. CRANACH de Jongere

Jezus en de overspelige vrouw (1549)

Overspelige Vrouw

Olieverf op doek; 114 x 176cm, Bonnefanten Museum, Maastricht


Lucas Cranach de Jongere (Wittenberg, 4 oktober 1515 - Wittenberg, 25 januari 1586) was een Duitse kunstenaar uit de Renaissance.
Hij was de jongste zoon van Lucas Cranach de Oudere. De stijl van zijn schilderijen lijkt zo op die van zijn vader, dat het vaak onduidelijk is wie een bepaald schilderij heeft gemaakt.




Bedekken om te ontdekken
Bezorg elke deelnemer een kopie van dit kunstwerk en een wit blad papier. Dit blad leggen de deelnemers op de kopie van het kunstwerk. Ze verschuiven het langzaam van rechts naar links, terwijl ze de instructies volgen:


Leg het blad zo dat de man met het hoedje en zijn gezicht op de rechterkant van het schilderij te zien zijn.
- Wat zie je nog behalve de man en zijn rode hoedje?

Merk op:
. er is iemand zonder schoenen (meestal worden de apostelen blootvoets afgebeeld)
. iemand heeft een steen in zijn hand (verwijst naar de steniging)


Schuif het blad verder op naar links zodat de man met het harnas helemaal te zien is.
- Wat zie je nu?

Merk op:
. Alle mannen kijken in de hoogte.
. De persoon met de blote voeten kijkt als enige naar de grond. Wil hij soms niet mee doen met de anderen?


Verschuif het blad verder naar links zodat de vrouw met haar gezicht te zien is.
- Wat zie je?
- Wie heeft de vrouw vast?
- In welke richting kijkt hij?


Verschuif het blad verder naar links zodat Jezus te zien is.
- Wat doet Jezus?
- Wat doe Hij met zijn linkerhand? Met zijn rechterhand?
- Jezus lijkt iets te zeggen. Wat zou dat kunnen zijn?
Naast Jezus staat een kalende man met een grijze baard. Het zou wel eens Petrus kunnen zijn. Hij steekt zijn rechterwijsvinger omhoog.
- Wat zou hij tegen te vrouw kunnen zeggen?


Neem het blad helemaal weg.
- Wat zie je nog?
Let eens op de gezichten.
- Wat zouden die mannen denken?
- Wat vind je ervan dat er een kind bij staat dat stenen heeft geraapt?

- Een paar mannen op het schilderij kijken jou aan. Wat denk je dat ze jou willen zeggen?


TIP
Maak gebruik van een pc-scherm waarop je dit kunstwerk zo groot mogelijk op laat zien. Gebruik een karton om een deel van het schilderij te bedekken.





REMBRANDT

Jezus en de overspelige vrouw (1655)

Rembrandt

63,5 op 48,9 cm, New York, Metropolitan Museum of Art





Werken met tekstballonnen
Bezorg elke deelnemer een kopie van dit werk en post-its.
Nodig iedereen uit om de post-its als tekstballonnen of gedachteballonnen te gebruiken en bij de verschillende figuren te schrijven wat die zeggen of denken.





V. POLENOV

De Russische schilder Vasiliy Polenov (1 Juni 1844 te St.Petersburg - 8 Juli 1927te Polenovo) behoorde tot het realisme.

Polenow

Het gebeuren speelt zich af voor ingang van de tempel van Jeruzalem, waar een ‘oosterse’ drukte heerst. Op het voorplan zijn drie groepen:

. In het midden: twee oude mannen die een vrouw beschuldigen.
Hun kleren hebben lange franjes, zoals Farizeeën en Schriftgeleerden gewoonlijk dragen. Ze kijken Jezus aan. De man die het meest vooraan staat, wijst met zijn linkerhand naar de betrapte vrouw en met zijn rechterhand naar de stenen op de grond.

. Rechts: de overspelige vrouw
De vrouw is in handen van mannen (!) die haar gedrag afkeuren. De 'overspelige' man zelf is niet te zien, tenzij het rechtsonder de man op de ezel is, die zich nog snel uit de voeten maakt.

. Links: Jezus en zijn leerlingen
Jezus en zijn leerlingen, mannen en vrouwen, kijken in de richting van het gebeuren. Jezus heeft vooral oog voor de situatie van de vrouw. Zijn rechterhand is al klaar om op de grond te tekenen.




Ideeën voor de kunstenaar
Bespreek eerst wat je op het schilderij ziet.
- Wat zou Jezus zeggen?
- Wat zouden de Schriftgeleerden zeggen?
- Wat zou de betrapte vrouw denken?

Bespreek wat er op een kunstwerk moet staan, dat deze plaats voor de tempel weergeeft 15 minuten voor dit gebeuren.

Bespreek daarna wat op een kunstwerk zou moeten komen dat de situatie weergeeft 15 minuten na het gebeuren op het schilderij.





HE QI

Jezus en de overspelige vrouw (1998)

5 He Qi

- Herken je de drie belangrijke partijen in dit werk?

De Chinese kunstenaar maakt doorheen zijn compositie duidelijk voor wie Jezus kiest. Als je een verticale denkbeeldige lijn trekt doorheen het werk, dan staan Jezus en de vrouw links. Aan de rechterkant van het werk staat de tegenpartij, die in naam van de wet al stenen in de hand neemt.




Collage
De deelnemers zoeken in kranten en nieuwstijdschriften naar titels en foto’s van situaties die lijken op de manier waarop Jezus optrad, en op de mensen die stenen in de hand nemen. Nadien worden deze knipsels sprekend op een blad geschikt.

Klik hier voor meer info bij collages.





Suggesties

Kleine kinderen

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Op het plein voor de tempel ...

Het is morgen. Jezus gaat naar de tempel.
Als Hij op het plein bij de tempel is, gaan mensen naar Hem toe.
Jezus begint met hen te praten.
Wat later brengen belangrijke mensen uit het land van Jezus een vrouw bij Hem.
Die vrouw is gehuwd,
maar mensen hebben gezien dat ze van een andere man houdt.
Ze plaatsen de vrouw in het midden van de kring rond Jezus.
- Wat die vrouw gedaan heeft, is fout, zeggen ze. Ze moet daarvoor gestraft worden.
Jezus, wat denk jij daarvan?

Schrijven In Het Zand

Jezus denkt diep na.
Hij buigt zich voorover en begint met zijn vinger op de grond te schrijven.
Maar de mensen die de vrouw in het midden van de kring geplaatst hebben,
blijven vragen wat ze met die vrouw moeten doen.
Dan staat Jezus recht. Hij zegt:
- Wie nog nooit iets fout gedaan heeft, mag de vrouw straffen.
De mensen horen dat en één voor één gaan ze weg.
De oudste het eerst, totdat Jezus alleen achterblijft met de vrouw.
Jezus kijkt haar aan.
- Vrouw, waar zijn al die mensen? Heeft er niemand u gestraft?
- Niemand, Heer.
- Ook Ik zal je niet straffen.
Ga maar naar huis, en maak het terug goed met je man.


TIP
Bij het vertellen aan kleine kinderen
Hou er rekening mee dat kleine kinderen de relatie man/vrouw niet kennen. Ze kennen alleen de relatie papa/mama en kinderen.
Bijvoorbeeld: de 'papa' van een kleuterleidster is meestal haar man of vriend.





VERTELLEN

Vader en zoon konijn

(bron onbekend)

'Paa?', vraagt Kasper Konijn.
'Hm' monkelt pa Konijn,
terwijl hij aan het eindje van een wortel knaagt.
'Leon heeft met zijn achterpoot weer een stamp gegeven
tegen mijn voorpoot.'
'Zo', zegt pa Konijn.
'Ja, en dat heeft hij gisteren ook al gedaan,
en vorige week ook al eens.'
'Nou', zucht pa.
'Dat mag toch niet?' zeurt Kasper,
'Een ander stampen is niet leuk' weet pa Konijn.
'Moet Leon geen straf krijgen, pa?'
'Wie moet hem dan straf geven?' vraagt pa.
'Jij!' beslist Kasper.
'Ik geef niet graag straf,' zegt pa,
'ik ben vroeger ook al eens stout geweest
en daar heb ik nu spijt van.
Misschien heeft Leon ook wel spijt.'
Kasper zwijgt.
Hij is ook al eens stout geweest.
En wie weet, wil Leon wel weer vriend zijn.
Dan kunnen ze opnieuw hollen door het bos
en door de pijpen in de grond.

...
Even later smullen Kasper en Leon
samen een heerlijk korstje brood.


TIP
Bouw bij de gedachtenopschorting een gesprek op rond de vragen:
- Wat denk je?
- Heeft Leon straf gekregen?
- Heeft pa Konijn Leon gestraft?





Grote kinderen

INFORMEREN

Conflicten oplossen

Om te weten wat er achter een conflict zit, is het belangrijk om te kijken door de ogen van de andere. Zo kun je de andere beter begrijpen.
Bij een conflict kun je het beste rustig met elkaar praten. Er hoeft geen winnaar en ook geen verliezer te zijn.





ONDERZOEKEN

'Iemand doet fout ...'

Som de verschillende houdingen op die men kan aannemen t. o. v. een mens die fout gedaan heeft / gezondigd heeft:
. veroordelen (stenig haar)
. laat ze haar zin doen (ik voel er mij niet bij betrokken)
. aanvaarden (geloven, vertrouwen dat ze anders gaat leven)
. ...





KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Mogelijkheid 1

Omdat dit verhaal niet zo bekend is bij kinderen, kun je het gemakkelijk vertellen tot aan het moment dat de omstanders aan Jezus melden dat de vrouw fout leeft. Vraag dan aan de kinderen hoe zij zouden reageren.
Vertel pas daarna het vervolg van het verhaal met de reactie van de Farizeeën en die van Jezus.
De kinderen vergelijken die reactie met hun eigen reactie.


Gesprek
- Wat vond je mooi in dit verhaal? Wat vreemd?
- Welke mensen kom je tegen in het verhaal?
- Wat vind je van het antwoord van Jezus?
- Als jij een steen in je hand had, zou je dan na het antwoord van Jezus nog hebben durven gooien?


Met stenen naar iemand gooien gebeurt bijna nooit.
Maar we doen anderen soms wel pijn met woorden, door samen te spannen, te pesten...
- Zou deze tekst ook daarover kunnen gaan?


TIP
Vergelijk dit verhaal met de parabel van de 'Verloren zoon' (Lucas 15, 11-32)
.
Net zoals de oudste broer zich als rechter t.o.v. zijn jongste mislopen broer gedraagt, zo gedragen zich de Schriftgeleerden en farizeeën t.o.v. de vrouw.
.
De manier waarop zij haar als een 'ring' in het midden plaatsen, komt overeen met het afstandelijke agressieve woord van de oudste: 'Die zoon van u'.
.
Zoals de vader zijn oudste zoon uitnodigt om broer te blijven van de jongste, zo nodigt Jezus de aanklagers uit om de vrouw als hun 'zus' te zien. Immers wie van hen is zonder zonde?



Mogelijkheid 2

Op een dag brachten een paar mannen een vrouw bij Jezus
omdat zij een heel zware fout had gemaakt.
Die mannen vonden dat zij hiervoor gestraft moest worden:

ze zouden haar met stenen doden.
Maar Jezus antwoordde:
'Als je nog nooit een fout gedaan hebt,
mag jij de eerste steen gooien.'


Laat dit eerste deel van het verhaal goed op de kinderen inwerken door het opnieuw te laten navertellen. De kinderen beelden eventueel het verhaal ook uit.
Bespreek:
- Wat vind je van die mannen?
- Wat zouden ze doen?

Vertel dan het tweede deel van het verhaal.
Bespreek:
- Gooiden er veel mannen stenen naar de vrouw? Waarom?
- Wat vind je van het antwoord van Jezus?
- Vind je goed wat Jezus deed? Waarom?





EVEN TESTEN

Invultekst: Jezus en de overspelige vrouw

Klik hier voor een kant en klaar werkblad.

Vul in met: zand, steen, vrouw, wet, Jezus

De mensen komen bij Jezus.
Ze zeggen: 'Deze .........................
werd betrapt bij een andere man.
In de ................. staat dat we haar
moeten stenigen. Wat zeg jij daarvan?'
................. bukt zich.
Hij schrijft in het .......................
Hij zegt: 'Wie nog nooit iets fout deed,
mag de eerste ................ werpen.'
Als ze dat horen,
gaan de mensen één voor één weg.




Plaats in de juiste volgorde

Bezorg de kinderen de volgende illustraties. Ze verwoorden eerst wat ze op elk van de prenten zien. Daarna plaatsen ze die in de juiste volgorde.

5C1 5C2
5C3
5C4 5C5



TIP
Bezorg de kinderen de tekst die bij dit verhaal hoort. Met behulp daarvan schrijven ze bij de verschillende illustraties het deel van de tekst dat ermee overeenkomt of maak gebruik van dit werkblad.





SPREKEN MET BEELDEN

Echt vergeten?

(Naar een idee uit: Kerk en leven, Huppelhoek nr 815)

Zoek de uitdrukking met de volgende tips:
Hemellichaam: . (1) . (7) . (3)
Niet dichtbij: . (8) . (9) . (10)
wiel: . (6) . (2) . (4)
ik loop: . (6) . (5) . (3)

. (1) . (2) . (3) . (4)
. (5) . (6) . (7) . (8) . (9). (10)

Wat zou men met deze uitdrukking willen zeggen?

Onderlijn de werkwoorden die zeggen wat deze uitdrukking wil zeggen:
vergeten, verdwijnen, vermoeden, verdragen, veroveren, vergeven





VERDIEPEN

Onderschrift

Fano

Lees eerst heel aandachtig het evangelie van deze zondag.
Zoek daarna een passend onderschrift bij deze tekening van Fano.
Daarna wordt de tekening ingekleurd.





BELEVEN

Stenen

(naar: C. LETERME, SAMUEL plus, uitgeverij Averbode, 2008, nr 5)

Met stenen kan men gooien, men kan er ook bruggen mee bouwen.
Woorden kan men naar elkaar slingeren, men kan er de ander mee afbreken. Men kan ze ook gebruiken om iets op te bouwen.



Materiaal
Lege schoendozen
wit papier
Schaar, stiften (twee kleuren), lijm


Verloop
Bespreek: meestal vinden mensen het verschrikkelijk dat men stenen gooit naar iemand met de bedoeling om hem/haar te doden omdat die iets verkeerd deed. Maar mensen gebruiken vaak woorden die scherp zijn en mensen ook pijn doen. Of ze zoeken naar iets anders om pijn te doen.
De kinderen zoeken hierbij enkele voorbeelden.
Die schrijven/tekenen ze op een blad papier dat ze op de zijkant van een schoendoos kleven.
Met dat soort stenen bouwen mensen muren tussen elkaar.
Bouw met de kinderen een muur met de schoendozen. Zorg ervoor dat de teksten aan de ene kant van de muur goed zichtbaar zijn.

Bespreek: mensen kunnen ook met woorden, houdingen ... een brug bouwen tussen elkaar.
Duw de 'muur' (van schoendozen) omver.
De kinderen zoeken enkele voorbeelden van hoe ze met mensen contact kunnen leggen.
Die schrijven/tekenen ze met een ander kleur van stift op een blad papier dat ze op de andere zijkant van een schoendoos kleven.
Met dat soort stenen bouwen mensen bruggen naar elkaar.
Stapel de dozen zo, dat ze een soort brug vormen (een muur met een opening onderaan)


TIP
Voor wie het werken met schoendozen nogal omslachtig vindt: klik hier voor een kant en klaar werkblad.



Stellingenspel

Bij het Bijbelverhaal

(Geïnspireerd door het materiaal in Samuel, uitgeverij Averbode, 2008 nr 5)

Materiaal
Twee bladen papier. Op het ene papier schrijf je: WAAR, op het andere: NIET WAAR.
Een aangepaste tekst (b.v.: dichter bij de tijd (zie hoger), of op de ommezijde van de fiche bij deze zondag in de map 'Bijbel in 1000 seconden').


Verloop
Lees eerst het verhaal voor van Jezus en de overspelige vrouw.
Leg dan de twee papieren (WAAR en NIET WAAR) elk op een andere plaats in de ruimte.
Lees de verschillende stellingen voor. Bij een stelling die waar is, gaan de kinderen naar waar het papier 'waar' is. Bij een stelling die niet waar is, gaan ze naar het andere papier.

Stellingen
Jezus heeft een steen gegooid (Niet waar)
Jezus heeft stenen in een put gegooid (Niet waar)
Niemand heeft een steen gegooid (Waar)
Jezus zei tegen de vrouw dat het niet zo erg was (Niet waar)
Jezus heeft de vrouw gevraagd niet meer opnieuw te beginnen (Waar)
De jongsten zijn het eerst weggegaan (Niet waar)
De Schriftgeleerden wilden Jezus ‘vangen’ (Waar)
Jezus heeft aan de vrouw gevraagd wat ze gedaan heeft (Niet waar)
Jezus schreef in het zand (Waar)
De vrouw is wenend weggegaan (Niet waar)



TIP
Vraag af en toe aan de kinderen wat uitleg bij hun keuze.



Bij de stenen

(Geïnspireerd door het materiaal in Samuel, uitgeverij Averbode, 2008 nr 5)

Materiaal
Kopieer dit blad en knip de verschillende zinnen onregelmatig uit alsof het stenen zijn.
Vuilnisbakje


Verloop
Lees eerst het verhaal voor van Jezus en de overspelige vrouw.
Sta stil bij de stenen in het verhaal.
In onze tijd worden wel geen stenen gegooid, maar soms kunnen soms woorden naar iemand geslingerd worden, die erger zijn dan stenen.
Spreek met de kinderen af dat er twee soorten woorden zijn: woorden die kapot maken en woorden die opbouwen.
Lees de volgende woorden voor (die je voordien in de vorm van een steen hebt uitgeknipt.
Bespreek met de kinderen of ze in de vuilbak moeten (en waarom) of gebruikt kunnen worden om iets op te bouwen.

- Je bent echt gek!
- Ik begrijp je niet goed: leg het eens uit.
- Een dikke nul, dat meisje.
- Zo raak je er nooit.
- Wil je dat ik je help?
- Ik zie dat je het moeilijk hebt.
- Stop ermee iedereen zo te pesten!
- Je doet me pijn als je zo spreekt.
- Zij heeft gefaald, jammer!
- Probeer opnieuw, je zult er wel komen.
- Iedereen heeft wel eens dagen dat het niet zo best gaat.
- In zijn plaats zou ik nooit zo’n flater gemaakt hebben.


TIP
Vraag af en toe aan de kinderen wat uitleg bij hun keuze.



De 'zand-erover-bak'

(Naar een idee uit: Kerk en leven, Huppelhoek nr 815)

Neem een platte schaal of bak en vul die met zand.
Wanneer iemand jou iets heeft misdaan, maak je het eerst goed met die persoon.
Daarna schrijf je de fout met één woord in het zand.
Wil je zelf de fout helemaal vergeten, dan wrijf je met je platte hand over de fout die in het zand geschreven staat. De fout is helemaal weg. Maar daarmee is de fout nog wel niet uit je hoofd verdwenen.
Af en toe kijken naar het platgestreken zand kan wel helpen om dat te vergeten.

Zet zo'n 'zand-erover-bak' in het lokaal waar je regelmatig bijeenkomt.





VERTELLEN

De kinderbrug

(Naar: Max Bolliger Stepan Zavrel, De kinderbrug, Kosmos 1979)

Er woonden eens twee boeren bij een rivier. De ene op de linkeroever, de andere op de rechteroever.
Op de rivier zwommen eenden en zwanen die blij waren dat de zon ‘s morgens opging en ‘s avonds onderging. ‘s Morgens zaten ze op de linkeroever lekker in de zon en ‘s avonds op de rechteroever.

Maar de boeren … die waren jaloers op elkaar. De ene boer stond ‘s morgens te schelden omdat het veld van zijn buurman in de zon lag en zijn eigen veld in de schaduw. En ‘s avonds stond de andere boer te schelden omdat de zon op het huis van zijn buurman scheen maar niet op dat van hem. Ook hun vrouwen waren ontevreden. De ene ‘s morgens, de andere ‘s avonds. Daarom riepen ze lelijke woorden naar elkaar. Dat namen hun mannen niet. Ze verzamelden stenen en probeerden daarmee elkaar te raken. Maar de rivier was zo breed, dat de stenen hun doel misten en in het water plonsden.

Het enige moment dat het rustig was op de beide oevers was op de middag, toen iedereen evenveel zon en schaduw had.

Maar op een dag begonnen de kinderen van de boeren zich te vervelen. Ze gingen naar de rivier en zagen dat het water gezakt was. Daar lagen zoveel stenen in, dat ze van de ene steen op de andere naar elkaar konden springen. Zo kwamen ze tegelijk middenin de rivier, waar ze samen op een grote steen gingen zitten. Ze keken naar de eenden en de zwanen en begonnen verhalen te vertellen over de linkeroever en de rechteroever. Dat deden ze elke middag. Intussen vroegen de ouders zich af hoe het kwam dat hun kinderen dingen wisten die ze zelf nog nooit gehoord hadden.

Op een dag regende het heel veel. Het water in de rivier was gestegen en de kinderbrug was verdwenen. De kinderen waren niet vrolijk meer: ze konden niet meer bijeen komen en elkaar verhalen vertellen. Toen kwamen de ouders het geheim van hun kinderen te weten. Dat deed hen nadenken. En toen ze lang genoeg gedacht hadden, besloten ze om samen met de kinderen een brug te bouwen met de stenen die ze naast de rivier vonden. Zo konden ze naar elkaar toe gaan en van de zon en van elkaar genieten.



De dief!

(Naar: C. LETERME, Samuel Plus, uitgeverij Averbode, 2008, nr 5)

De trainer kwam in het clublokaal.
Daar bereidde hij Stephen en zijn vrienden voor
op de match van de volgende zondag.
Tot ineens de hulptrainer binnenkomt.
Hij duwt Martin vooruit en zegt:
'Ik heb met mijn eigen ogen gezien
dat hij materiaal pikt uit de kast in het bijgebouwtje.
Je weet wat de afspraak is.
Zo iemand mag in geen drie weken nog een match meer meespelen.'

(Pas dit verhaal aan aan concrete situaties die de kinderen herkennen.
B.v. de aard van de sportclub, tekorten die voorkomen ...
Maar niet zo concreet dat je er mensen in een fout daglicht mee zet)




Gesprek
- Wat zou de trainer daarop zeggen?
- En Stephen? En zijn vrienden?
Vertel dat toen Jezus leefde er zich iets gelijkaardigs voordeed.
Vertel over Jezus en de overspelige vrouw.




Zonde
Jezus zegt: 'Wie zonder zonde is, moet maar de eerste steen op haar werpen.'
Bespreek met de kinderen wat zonde is.
Je kunt hiervoor vertrekken vanuit het gewone taalgebruik, waarbij men iets 'zonde' noemt.
. 'Het is zonde van al dat werk'
. 'Het is zonde van die mooie vaas'
. 'Het is zonde van ...'
Laat de kinderen eerst zelf zoeken naar situaties waarbij ze 'Het is zonde dat ...' al eens gehoord hebben. Daarna zoeken ze er een omschrijving voor. Bijvoorbeeld: het is jammer, het is spijtig...

Als christenen het woord 'zonde' gebruiken, dan doen ze dat wanneer ze willen zeggen dat ze spijt hebben over iets wat ze gedaan hebben, omdat het iets is waarmee ze anderen pijn hebben gedaan. Omdat christenen weten dat God dat niet goed vindt, hebben ze ook God pijn gedaan.



Vergeven
Bespreek met de kinderen: de reactie van Jezus.
Vergelijk zijn reactie met die van de trainer, Koen en zijn vrienden bij het gebeuren in het clublokaal.
Ga dieper in op de houding van Jezus: keurt Hij de handelswijze van de vrouw goed?
(Nee, want Hij zegt: 'zondig van nu af niet meer')

Vergeven is :
mensen nieuwe kansen geven, ondanks wat fout liep.




De nieuwe meester

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2007, p. 336)

‘Uilskuiken! Domoor! Nietsnut! Je let nooit op!
Je zit hier maar te zitten!’
Dat was het laatste wat de jongen te horen kreeg.
Toen vloog hij de klas uit.
Hij moest naar een andere school.
Hij was er kapot van.

Drie dagen later zat hij op de nieuwe school.
De directeur had de meester verwittigd:
‘Het is een lastig kereltje, verwaand, lui en koppig.’
De meester gaf z'n nieuwe leerling
een mooie plaats op de eerste bank.
‘s Middags riep hij hem bij zich.
‘Wil je het bord afvegen?’ vroeg hij.
De jongen aarzelde,
maar de vriendelijke toon van de meester
overhaalde hem.
Toen hij klaar was,
kwam de meester naast hem staan.
‘Wat heb je nu gedaan?’
‘Het bord afgeveegd, meester.’
‘Juist, alles wat er stond heb je weggeveegd.
Luister, kerel. Dat is wat ik met jou wil doen.
Alles wat je uitgespookt hebt,
alle fouten die je maakte, veeg ik weg.
Er blijft niets van over. Ik houd er geen rekening mee.
Vandaag begint jouw nieuwe reis.
Trouwens, je bent niet alleen. Ik reis met je mee.’
Zijn meester gaf hem een vriendschappelijke klop op de schouder.

De jongen danste de klas uit.
Zingend kwam hij op de speelplaats.
Een nieuwe speelplaats... een nieuwe school... nieuwe vrienden...
en... een nieuw leven.




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 3 april 2016, p. 1)

Er zijn veel soorten meesters en juffen:
sommigen verliezen hun geduld en slingeren gemakkelijk verwijten,
anderen benaderen hun leerlingen met engelengeduld.

Niet elk van hen staat stil bij het impact dat dit kan hebben
op die jonge levens: telkens opnieuw dezelfde opmerkingen krijgen
kan zelfs iemand in zijn houding doen bevriezen.

‘Ik kan toch niets goed doen’
‘Je weet toch dat ik lui en dom ben’
‘Wat kan mij die school schelen!’

De meester in het verhaal hierbij behoort tot het andere type:
hij benadert de jongen zonder vooroordelen,
hij geeft de jongen voluit nieuwe kansen.

Dat geeft de jongen vlinders.
Misschien zal hij het nog niet gemakkelijk hebben,
maar hij weet wel dat hij kansen krijgt.

Jezus is te vergelijken met de meester in het verhaal:
wat minder goed was
wordt niet meer in de wonde gewreven.

Op een heel gewone manier, helemaal niet spectaculair
bood Jezus mensen mogelijkheden
die de maatschappij hen ontnam.

De veertigdagentijd is een geschikte periode
om zich af te vragen hoe het zit met zijn relaties tot anderen:
kansen gevend of verstikkend.

Niet alleen in de eigen omgeving
maar ook over de hele wereld,
die ons dorp is.





MEDITEREN

Woorden van Jezus

. 'Bemin je vijand.'
. 'Als iemand je op de ene wang slaat, keer hem ook de andere toe.'
. 'Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder, en niet naar de balk in je eigen oog?'
. 'Wie zonder zonde is, mag de eerste steen werpen.'
. 'Doe niet aan een ander, wat je zelf niet wil worden aangedaan.'
. 'Ik veroordeel u niet.'





Jongeren

EVEN TESTEN

Meerkeuzevragen

Wat was de bedoeling van de Farizeeërs en de Schriftgeleerden toen ze de vrouw in het midden van de kring plaatsten?
O De vrouw doden, omdat ze de Wet niet eerbiedigt. (= goed antwoord)
O Bidden tot Mozes.
O Zien of Jezus de Wet gaat eerbiedigen.
O Plezier maken.
O De Wet veranderen, die ze onrechtvaardig vinden.


Jezus geeft geen antwoord op hun vraag. Waarom?
O Hij denkt dat ze haar niet durven doden.
O Hij durft niet te zeggen dat ze gelijk hebben.
O Hij houdt niet van die vrouw.
O Hij hoopt dat ze beseffen dat de doodstraf onrechtvaardig is. (= goed antwoord)
O Hij houdt van die vrouw.





VERDIEPEN

Jezus doet wat Hij zegt

Breng de parabel van de verloren zoon - die vorige week in de eucharistieviering werd voorgelezen - terug in herinnering.
- over wie ging het?
- wat gebeurde er?
- vat de bedoeling van deze parabel in een paar woorden samen.

Sta daarna stil bij het verhaal dat vandaag wordt voorgelezen.

Vergelijk nu beide teksten met elkaar.
Op het eerste zich verschillen ze van elkaar: de parabel is een verhaal dat Jezus vertelde. Het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw komt voor als het verslag van een gebeurtenis.

In de parabel spelen drie personages een rol: de vader, de jongste zoon, de oudste zoon.
In het evangelie van vandaag spelen een rol: Jezus, de overspelige vrouw, de Farizeeën en Schriftgeleerden.
Het valt op dat de personen die een rol spelen in het evangelie van vandaag terug te vinden zijn in de parabel van de verloren zoon.
- Wie gedraagt zich als de verloren zoon? Waarom?
- Wie gedraagt zich als de oudste zoon? Waar kun je dat aan merken?
- Wie gedraagt zich als de vader? Waar kun je dat aan merken?

Kun je de woorden die de parabel samenvatten ook gebruiken als samenvatting voor dit stukje evangelie?





INLEVEN

Wat beweegt de Farizeeën?

Maak gebruik van deze bladzijde om stil te staan bij de beweegredenen van zowel de Farizeeën als Jezus.


Belangrijk
Bij deze activiteit is het gesprek er rond belangrijker dan de antwoorden.



Een kruiwagen vol stenen

Vertel eerst over Jezus en de overspelige vrouw.
Toon daarna deze illustratie van Fano.

3 Cuaresma Fano

- Wie / Wat herken je uit het verhaal?
(Jezus, vrouw, stenen)
- Over wie wordt gesproken in het verhaal en ontbreekt op de illustratie?
(Farizeeërs en Schriftgeleerden)
- Wat zou die kruiwagen met stenen kunnen betekenen?
- Wat zou jij met die stenen doen?



Een hart van steen

Vertel eerst over Jezus en de overspelige vrouw.
Toon daarna deze illustratie van Fano.

Fano

- Wie herken je uit het verhaal?
(Jezus, vrouw, Farizeeër of Schriftgeleerde)
- Waarin verschilt de illustratie met de tekst in de Bijbel?
(De steen in de hand van de Farizeeër / Schriftgeleerde is verbonden met zijn hart)
- Wat zou Fano, de tekenaar, daarmee willen zeggen?
- Wat is in mijn leven als een steen waarmee ik naar anderen gooi, en die op die manier mijn hart niet laat spreken?
- Wat zou Fano willen zeggen met het hart dat Jezus en de vrouw samen vasthouden?





BELEVEN

Stenen onderweg

(Geïnspireerd door een activiteit op de Didachè-studiedagen 2013 te Leuven)

Materiaal
Twee mandjes
Hoeveelheid stenen / kiezels ... (gemakkelijk in de hand te nemen - dus geen bakstenen!)
Drie kaartjes met daarop:

NEEM HIER EEN STEEN MEE

WIE ZONDER ZONDE IS, WERPE DE EERSTE STEEN

NIET GEGOOIDE STENEN MAG JE HIER ACHTERLATEN



Verloop
Plaats een mandje onderweg naar de ruimte waar je bijeenkomt.
In dat mandje liggen alle stenen. Daarboven is het kaartje aangebracht:

NEEM HIER EEN STEEN MEE


Wat verder plaats je het kaartje - goed zichtbaar - met daarop:

WIE ZONDER ZONDE IS, WERPE DE EERSTE STEEN


Nog verder, plaats je het tweede mandje. Dat is leeg. Daarboven is het kaartje aangebracht:

NIET GEGOOIDE STENEN MAG JE HIER ACHTERLATEN

Laat de deelnemers verwoorden wat dit bij hen teweegbracht.





VERTELLEN

Schrijven in het zand

(C. Leterme, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007, p. 339)

Een kleine en een grote man liepen door de woestijn.
Tot ze ruzie kregen.
en de grote man de kleine in het gezicht sloeg.
De kleine man zei niets.
Hij bukte zich en schreef in het zand:
Vandaag sloeg mijn beste vriend mij in het gezicht.

Daarna liepen ze verder
tot bij een oase.
Daar sprongen ze in het water.
Maar de kleine man kon niet zwemmen.
Hij verdronk bijna.
Toen zwom zijn vriend naar hem toe
en greep hem bij de arm.
Hij haalde hem uit het water
en legde hem zacht op de grond.
De kleine man zei niets.
Hij nam een steen en schreef erop:
Vandaag heeft mijn beste vriend mijn leven gered.

De grote man vroeg verbaasd:
'Waarom schreef je in het zand
toen ik jou geslagen had
en schrijf je nu op een steen?'
De kleine antwoordde:
'Wanneer een vriend verdriet doet,
schrijf ik dat in het zand.
Dan kan de wind die woorden weg waaien.
Maar wanneer er iets goeds gebeurt,
dan schrijf ik dat op een steen.
Zodat de wind die woorden niet kan wissen.'




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 9 maart 2016, p. 1)

Ook Jezus schreef 2000 jaar geleden in het zand.
Maar anders dan de vriend in het verhaal hierbij,
weet niemand wat Hij daar toen schreef.
Dat is al lang weggewaaid of met de voeten getreden.
Wat Hij zou kunnen geschreven hebben?
Dat is voer voor wetenschappers!
Daar kunnen ze hun creativiteit mee testen.

Verder in het verhaal hierbij schrijft de vriend op steen
iets wat hij wel de moeite waard vindt om te onthouden.
’t Kan interessant zijn om zich af te vragen
wat Jezus op een steen zou schrijven.
Zou Hij de korte samenvatting van de wet schrijven?
Zou Hij met woorden opgekomen zijn voor de vrouw?
Zou Hij de Farizeeën en de Schriftgeleerden te kijk zetten?

Mensen schrijven zelden woorden in het zand
of ze nu iets goed te zeggen hebben van iemand of niet.
En schrijven op een steen gebeurt alleen
bij heel bijzondere gelegenheden.
Zo lezen we dit verhaal heel letterlijk,
terwijl we heel goed weten waarover het gaat:
wat iemand goed doet,
dat moet gewaardeerd worden.
En de minder goede dingen van iemand …
laten we die liefst vergeten.
Het steeds maar bij zichzelf hernemen
waar iemand in tekort schoot,
of in gesprekken met anderen
steeds maar terugkomen op die tekortkomingen …
Het maakt het samenleven niet aangenamer.
Dan misschien toch liever in het zand schrijven
en de wind zijn werk laten doen.





BIDDEN / MEDITEREN

Zo is God ...

(W. BRUYNINCKX, Tussen gisteren en morgen, Patmos 1971, p. 113)

- Hier heb je haar!
En ze brachten het vrouwtje
vlak voor Hem.

Zij: de zwakke, de zondige,
het kleine mensje dat zichzelf
ook niet helemaal gemaakt had.

Hij ziet haar aan, en schrijft iets
in het zand: of ieder eens
naar zijn eigen leven wilde kijken!

Zij dropen af. De oudste eerst.
Het vrouwtje blijft.
Een schrikkerig kloppend hart,
als van een gevangen vogeltje
in een grote hand.

Jezus zegt:
- Ik veroordeel u niet.
Het leven loopt soms langs rare wegen,
die men zelf betreurt ...
Laat het verleden vergeten
en vergeven zijn.

Leef anders. Beter. Dat kan.
De lange adem van de liefde
is het geduld
en het telkens weer vertrouwen geven.

Zo is God. Dat zien we in Jezus,
Zijn mensgeworden liefde.
Zo wil Hij ook ons, zijn mensen.



'Beter de eerste steen leggen, dan werpen.'
Bond zonder Naam

Schrijf met de vinger in het zand,
i.p.v. de mensen met de vinger te wijzen.






Overwegingen

Rita Weynants

Licht en adem (Johannes 8, 1-11) - 29 mei 2016

Net voor het verhaal van 'de overspelige vrouw' lezen we bij Johannes dat de intentie groeit om Jezus gevangen te nemen en te doden, dat de discussies en de onenigheid over wie hij is scherper worden: komt de Messias soms uit Galilea? ... Hij zal toch niet naar de verstrooiing onder de heidenen gaan en de heidenen gaan onderrichten?... Het volk, dat hem volgt, kent de wet niet, vervloekt zijn ze... (Johannes 7,34-49)
Midden dat tumult zegt Jezus iets over de Geest: "Als iemand dorst heeft, hij kome tot mij. Wie in mij gelooft, hij drinke. Zoals de Schrift zegt stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien." (Johannes 7,37).
Dan komt het verhaal van 'de overspelige vrouw'.
Jezus komt uit de stilte van de olijfberg en gaat in de vroege ochtend - tussen al het volk dat naar hem toekomt - naar de tempel om te onderrichten.
Van dat volk wordt verder niets gezegd. Zij worden de zwijgende, anonieme getuigen van wat komen gaat - net zoals wij.

Het begint met kramp en ademnood. Alle personages zitten vast:
. Een vrouw - op heterdaad betrapt op overspel - wordt in al haar miserie in het midden te kijk gezet. Dit is op zich al vernederend en beschamend, maar ook doodeng: ze zal veroordeeld en tot de dood gestenigd worden.
. De Farizeeën en de Schriftgeleerden zien haar niet als mens maar als een goed-van-pas-komend 'geval' om Jezus op de proef te stellen. Het gaat hen niet om haar maar om hem. Ze zien de Wet als een weg om gelijk te halen, hard in steen gebeiteld, niet als 'licht en adem'. Een veroordelende blik, verengd en versteend, daarin zitten zij vast.
. Ook Jezus zelf zit vast. Hij moet kleur bekennen: kiest Hij voor de wet en veroordeelt hij de zondares of kiest hij voor de zondares en veroordeelt Hij de wet? Bedoeling is een aanleiding te vinden om Hem te arresteren en te doden. Net als de vrouw staat Hij - de rabbi - midden in de kring klem.
Wij kijken toe.

In deze benauwenis creëert Jezus ruimte op vier manieren.
Eerst met stilte - Hij antwoordt niet onmiddellijk.
Dan met afstand - Hij trekt zich terug, buigt zich voorover en schrijft in het zand.
En met tijd. Het lijkt of Hij wil nadenken:
Wat zal ik antwoorden?
Met welk antwoord blijf ik trouw aan mijn bestemming?
Welk antwoord geeft ruimte aan die mannen?
Welk antwoord geeft ruimte aan die vrouw?
We kijken mee naar Hem: wat schrijft Hij toch in het zand? De vrouw wordt even niet meer geviseerd. Ze kan voorzichtig ademhalen.

Dan maakt hij ruimte met nabijheid. Hij richt zich op en kijkt de vragenstellers in de ogen, spreekt ze aan: Wie zonder zonde is ... Ze krijgen de kans om na te denken, om hun blik te verschuiven van Jezus en de vrouw naar zichzelf. Anders kijken, het oordelen over anderen loslaten, in het eigen hart kijken. Wie zet die eerste, moeilijke stap? Wie heeft het lef om de waarheid over zichzelf te zien en om te keren?
De oudsten eerst. Ze verlaten de kring van veroordeling. Zo worden zij het licht ingetrokken. De anderen volgen. Ook het volk - en wij - lijken te verdwijnen. De stemmen zijn weg, de blikken, het is stil. Licht en adem blijven over.
Dan buigt Jezus zich weer voorover, schrijft in het zand, richt zich op, kijkt de vrouw aan en spreekt met haar van mens tot mens, van hart tot hart, niet over haar gedrag maar over dat van haar aanklagers.
Vrouw, waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?
Zij mag het zelf zeggen: Niemand, Heer.
Ook Ik veroordeel u niet.
"In dit woord is zij geborgen, is zij gebonden" schrijft Katleen Maenhout, "Haar leven kan niet meer los daarvan zijn".
Hier barst de ruimte helemaal open. Ie-der-een kàn ademhalen.
Ga en zondig voortaan niet meer.
Geen goedkeuring, geen veroordeling, alleen een nieuwe kans.
Genade en barmhartigheid voor ie-der-een.

Onmiddellijk na dit verhaal zegt Jezus: "Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten." (Johannes 8, 12)
Zo horen wij waar het om gaat: dat we licht voelen en breed ademen, dat we loskomen uit een versteende interpretatie van de Wet, dat we uit stromen van levend water kunnen drinken...
Zo horen we dat wanneer we spreken over redding, bevrijding, verlossing en het waaien van de Geest, ie-der-een daar in meegenomen wordt: van overspelige tot wetgeleerde, van zondaar tot leraar, van getuige toen tot getuige nu, dat zelfs 'de Messias' in die beweging wordt opgenomen... Genade is er voor ie-der-een... dàt spat uit dit verhaal.



Paul Kevers

Een overspelige vrouw

(P. KEVERS in Samuel, plus, uitgeverij Averbode, 2008 nr 5)

De Farizeeën en Schriftgeleerden brengen een vrouw bij Jezus die met een andere man is betrapt. Volgens de joodse wet moest zo'n vrouw gestenigd worden. Over de man met wie ze gezondigd heeft, wordt met geen woord gerept. Van discriminatie gesproken... Ze zijn benieuwd hoe Jezus zal reageren.

De aanklagers plaatsen de vrouw midden in de kring en wijzen haar beschuldigend met de vinger. In hun ogen vol minachting is die vrouw ter dood veroordeeld. Zij houden de stenen al klaar om naar haar te werpen. Ze zijn benieuwd of Jezus plaats zal nemen in hun kring.

Maar Jezus breekt die kring open. 'Wie van u zonder zonde is, moet dan maar als eerste een steen naar haar werpen' zegt Hij. De Schriftgeleerden en de Farizeeën, die de joodse wet zo goed kennen, denken van zichzelf dat zij toch veel beter zijn dan die vrouw daar. Jezus maakt hen ervan bewust, dat zij zelf ook zondaars zijn en dat zij dus eigenlijk niet zoveel verschillen van de vrouw die zij veroordelen. Zij druipen af, de een na de ander, te beginnen met de oudste. Totdat Jezus alleen achterblijft met de vrouw, 'die nog midden in de kring stond', zo staat letterlijk in de evangelietekst.
De aanklagers zijn weg, maar de vrouw voelt zich nog altijd gevangen in hun dreigende, veroordelende kring. Tot Jezus haar vrijspreekt: 'Ik veroordeel u ook niet. Ga nu maar en zondig voortaan niet meer.'

Jezus schenkt de vrouw haar waardigheid terug. Hij geeft haar een nieuwe kans. Met zijn ontwapenend mededogen nodigt Hij ons uit, knellende banden te doorbreken en de kring te openen voor elkaar. Hij wijst ons de weg naar ware gerechtigheid. Hij nodigt ons uit om, in zijn spoor, bevrijdend om te gaan met elkaar.



Pater Frans Mistiaen s.j.

De wet veroordeelt de zonde, de barmhartigheid doet de zondaar leven

Eén vrouw wordt door een hele groep mannen
tot bij Jezus gebracht.
Dat doet denken aan de wet van de sterkste.
Jezus staat met Zijn hart langs de kant van de zwakste.
Hij nodigt ons uit de machtelozen te steunen.

Zij duwen de vrouw in het midden en gaan in een kring staan:
de houding om rechtspraak te houden.
Het zijn zelfbewuste, zelfgenoegzame, harde rechters.
Jezus bukt Zich naar de grond.
Hij weigert Zich op te stellen als rechter.
Integendeel, Hij maakt Zich klein. Hij is bescheiden en mild.
Hij nodigt ons uit op te houden met onze vlugge kritiek of verwijten,
maar mild en bescheiden te zijn tegenover onze medemensen.

Zij hebben de veroordeling eigenlijk al uitgesproken,
de vrouw reeds afgeschreven.
Zij strikken de kring toe, hebben de stenen reeds in de hand
en willen de dood.
Jezus veroordeelt nooit iemand. Hij opent de kring.
Hij wil het leven. Hij nodigt ons uit naar anderen,
niet met vooroordelen neer te kijken,
maar met onbevangenheid en bewondering op te kijken.

Zij zijn eigenlijk schijnheilig. Hun motieven zijn onzuiver.
Zij stellen zich op als de verdedigers van de zuivere moraal,
maar in feite willen zij Jezus strikken.
De stenen in hun hand zijn niet alleen voor de vrouw bedoeld.
Zij willen vooral Jezus treffen.
Jezus' bedoelingen zijn totaal zuiver.
Hij is echt en ondubbelzinnig.
Hij nodigt ons uit oprecht te zijn en zuiver op de graat.

Zij concentreren hun aandacht op de bedreven fout,
zonder aandacht voor de vrouw zelf.
Zij spreken over haar heen en gebruiken haar als een "geval"
om zich tot Jezus te richten.
Jezus kijkt naar de vrouw zelf en spreekt tot haar persoonlijk.
Hij nodigt ons uit niemand te beschouwen
als een geval waarover kan gesproken worden,
maar tot de mens in kwestie zelf te durven spreken.

Zij zijn onvermurwbaar, helemaal verkrampt,
hard voor zichzelf en vooral voor de anderen,
Jezus krabbelt wat in het zand.
Hij opent geen blijvend strafregister.
Hij gelooft dat ook deze fout kan weggewist worden
zoals het zand dat door de wind wordt meegenomen.
Jezus gelooft dat in een mens altijd
verandering en verbetering mogelijk is.
Hij nodigt ons uit niemand te catalogeren
vanuit een gebeurde misstap,
maar steeds te blijven hopen
dat iemand zich kan herpakken en verbeteren.

Zij laten de vrouw alleen met heel haar miserie.
Zij willen zich vooral niet met haar te compromitteren.
Jezus zet Zich op het niveau van de vrouw en
trekt Zich haar lot persoonlijk aan.
Hij nodigt ons uit
mensen in hun ellende niet alleen te laten,
maar onze solidariteit te tonen,
ook met diegenen die zichzelf in de miserie storten.

Wij zullen wel opgemerkt hebben dat de Farizeeën
vooral naar de zonde kijken en dat zij ter dood veroordelen,
maar dat Jezus de volle aandacht geeft
aan de nieuwe mogelijkheid voor de toekomst en het leven biedt.
Jezus maakt de vrouw juist los van haar foute verleden
en zet haar op een nieuwe weg van verbetering voortaan.
Hij kijkt altijd naar de toekomstmogelijkheden van een mens
en biedt hem steeds een nieuwe levenskans



Paul Schreurs

Toen wij met enkele vrienden, drie jaar geleden, dit evangelie hebben gelezen, hebben wij een concrete afspraak gemaakt. Het beeld van de mensen die zich met stenen in de hand rond de vrouw verdrongen, had ons getroffen. Iemand van ons zei: 'Hoe dikwijls gooien wij, tenminste figuurlijk, niet met stenen?' Wij hebben toen besloten elke morgen enkele steentjes in onze zakken te steken en telkens wij over iemand oordeelden, ook letterlijk een steentje weg te smijten. Ik herinner me dat ik de eerste dagen 's middags reeds zonder voorraad was. Het duurt een tijdje voor men min of meer de avond haalt. Maar geleidelijk aan leert men zo met het evangelie belangrijke ervaringen opdoen.



Marc Gallant, trappist (Orval)

De verloren dochter (2013)

Verleden zondag hoorden wij het evangelie van de barmhartige vader en de 'verloren zoon', vandaag ontmoet een 'verloren dochter' Gods barmhartigheid.

'Iedere ochtend kwam het hele volk al vroeg naar de tempel om naar Jezus te luisteren' (Lucas 21, 38, vgl. Johannes 10, 23). Jezus' woord trekt aan, het is verfrissend: het vertelt over God als over een barmhartige Vader. Dat is precies geen godsbeeld waar machthebbers zich kunnen op verlaten. Daarom willen zijn tegenstrevers Jezus juist op het punt van de barmhartigheid in diskrediet brengen. Zij plaatsen voor Hem een overspelige vrouw met het dilemma : of de Wet, of de barmhartigheid.
Kiest Jezus voor de Wet die de doodstraf voorziet voor die vrouw, dan kan Hij enerzijds bij de Romeinen aangeklaagd worden, want de Joden hebben niet meer het recht de doodstraf uit te spreken, en anderzijds spreekt Hij dan zichzelf tegen met zijn leer over de barmhartigheid van God.
Kiest Jezus voor de barmhartigheid, dan verloochent Hij met de Wet van Mozes, zijn geloofwaardigheid van Joodse rabbi. Als die vrouw, met al haar schaamte en haar angst, gebruikt wordt om Hem in het nauw te brengen, wordt Jezus, die Gods barmhartigheid komt openbaren, aangevallen in het diepste van zijn wezen. Hij die de menselijke waardigheid oneindig eerbiedigt, voelt zichzelf gekwetst in die vrouw. Zij wordt beschuldigd: Jezus buigt het hoofd. Hij neemt onze zonden op zich. Hij zwijgt, Hij doet alsof Hij zelf beschuldigd wordt. Of beter, Jezus antwoordt zoals God altijd antwoordt als wij hem afwijzen. Hij antwoordt met stilte.

Jezus stelt een daad van solidariteit met die vernederde vrouw. Hij buigt zich voorover om met zijn vinger op de grond te schrijven. Terzelfder tijd stelt zich op gelijke hoogte met God, die met zijn vinger op de stenen platen van het Verbond geschreven heeft (Exodus 31, 18). Jezus stelt zich op dezelfde hoogte van die vrouw die letterlijk is neergehaald door haar belagers. Zoals God, heeft Jezus het altijd opgenomen voor vernederde en gekwetste mensen. Hij plaatst zich gelijk met hen. Hij gaat er niet boven staan zoals die Schriftgeleerden en Farizeeën doen. Paulus drukt die uiterste nederigheid van God uit met sterke woorden : “God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden” (2 Korintiërs 5, 21). In de liefde wil je met de beminde zijn. God wil oneindig met ons zijn. Hij komt met ons in de diepste afgrond van onze verlatenheid, in onze afwezigheid aan zijn liefde die onze zonde is.

Wij staan daar zelf ook bij te kijken als Jezus dan uiteindelijk zegt: 'Wie onder u zonder zonde is, dat die het eerst een steen op haar gooit'. Tegen dat woord kan niemand op. Wij moeten allen afdruipen, zodat er in de kring alleen nog overblijven ‘miseria et misericordia’, zegt Sint Augustinus: de erbarmelijkheid en de erbarming. Hoe erbarmelijk wij ook mogen zijn, God zegt ons: 'Ik veroordeel u niet'. Immers, 'God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden' (Johannes 3,17). Wij krijgen een nieuwe kans. God sluit ons niet op in ons verleden. Hij roept ons toe uit de toekomst. Hij spreekt ons toe met de woorden van Jesaja in de eerste lezing :
‘Klamp je niet vast aan wat vroeger gebeurd is
en geef niet al je aandacht aan wat eens is geschied.
Zie, ik ga iets nieuws maken.
Het is al aan het kiemen. Zie je het niet ?’(Jesaja 43,18-19).



De nieuwe Leraar (2016)

Er was veel discussie geweest over de persoonlijkheid van Jezus (Johannes 7,25-52): wie is Hij in feite? Om te eindigen “ging iedereen naar huis“ (7,53). Jezus van zijn kant, die “de dag in de tempel bleef om te onderwijzen, en de nacht doorbracht op de Olijfberg" (Lucas 21,37), ging vroeg in de morgen naar ‘het huis van zijn Vader’ om er opnieuw te onderwijzen (8.1). Wat Hij leert (God is barmhartig) lijkt toch niet in overeenstemming met de Wet van Mozes. De Schriftgeleerden en de Farizeeën komen dan ook Jezus’ onderricht verstoren en plaatsen te midden zijn toehoorders een overspelige vrouw. Ze belichaamt in haar persoon de juridische vraag die ze aan Jezus willen stellen, om Hem te dwingen openlijk te kiezen tussen de Wet van Mozes en de barmhartigheid van God die hij onderwijst.
De wet van Mozes is immers overduidelijk: "Wie overspel pleegt met de vrouw van een ander, met de vrouw van zijn naaste, moet ter dood worden gebracht: hijzelf en de vrouw met wie hij overspel heeft gepleegd." (Leviticus 20,10; vgl. Deuteronomium 22, 22-24). De schuldigen van dit soort moeten dus radicaal afgesneden worden van de gemeenschap met wie de Allerhoogste God een verbond gesloten heeft. Barmhartigheid zou hier het uitdrukkelijke bevel van God ontkennen. “En Jij, wat zeg Je?, klinkt het in koor, Jij die beweert gekomen te zijn om de zondaars te zoeken, Jij die Gods vergeving predikt?” Ze denken Jezus in verlegenheid te brengen. Als Hij niet kiest voor de Wet, zal Hij beschuldigd worden van het overtreden van de Wet. Als Hij kiest voor de Wet, dan is Hij in opstand tegen het Romeinse bewind dat de Joden de macht ontnam nog doodsvonnissen uit te voeren, maar dan ook zal zijn reputatie en zijn leer over de barmhartigheid en een ferme deuk krijgen. In beide gevallen zal hij zijn prestige bij het volk kwijtspelen.
Jezus begint met spanning te scheppen. Omdat Hij onderwijst, gezeten op de grond, heeft Hij zich maar voorover te bukken om op de grond te schrijven. Omdat ze aandringen, kijkt Hij op en zegt : “Wie van u zonder zonde is, moet dan maar als eerste een steen op haar werpen” (v. 7). De aanklagers worden nu de beschuldigden. Verwezen naar de rang der zondaars, zijn ze niet meer in recht God te gebruiken om hun naaste te veroordelen. En weer bukt Jezus zich om op de grond te schrijven (v. 8), waarmee Hij erop wijst dat zijn verklaring zonder beroep is.

Een voor een, te beginnen met de oudste, ontdekt iedere beschuldiger dat hij zelf ook - net als de vrouw - in zonde verkeert en dus niet in staat om anderen te beoordelen. En zoals de heilige Augustinus schrijft: "Alleen blijven nog ter plaatse “miseria et misericordia” (“ellende en barmhartigheid") (Joh Tract 33.5). Het verhaal eindigt op de ontmoeting tussen de vrouw en Jezus. Jezus richt zich nu op en spreekt voor de eerste keer de vrouw aan, niet om haar te ondervragen over haar gedrag, maar over dat van haar aanklagers. Hun verdwijning, bevestigd door de vrouw, betekent de opheffing van de aanklacht. Jezus voegt zich bij verdict bij verstek. Ook Hij veroordeelt de vrouw niet, maar nodigt haar uit om deze gelegenheid te zien als een kans om een nieuwe manier van leven te kiezen die haar relatie met God niet meer in het gedrang brengt. Daar waar de Schriftgeleerden en Farizeeën een doodsvonnis eisten in hoofde van overspel, weigert Jezus die vrouw te herleiden tot haar overtreding. Niet haar verleden interesseert Hem, maar haar toekomst. Zijn oordeel draagt de stempel van de barmhartigheid. Hij vraagt geen tegenprestatie van bekentenis, spijt, of geloof om vergiffenis te verlenen. Hij bevrijdt haar om haar een toekomst voor te stellen van getrouwheid aan de wil van God. Jezus’ laatste woord is niet laks, als zou hij overspel toelaten. Het is eerder een oproep om te leven in ware trouw. De Wet is niet bedoeld om te leiden tot de dood, maar tot het leven: "Denk je soms dat ik behagen schep in de dood van de zondaar ? Ik verklaar je, Ik de Heer God, dat Ik niets liever zie dan dat hij zijn leven betert en in leven blijft” (Ezechiël 18,23).

Dit verhaal bevat dus een bedenking over de Wet, die tot doel heeft te doen leven en niet om het leven onmogelijk te maken. Niemand kan de Wet gebruiken om zijn naaste in het gedrang te brengen, zonder zelf eerst de Wet te onderhouden. Zodoende staat iedereen geplaatst tegenover zijn eigen overtredingen van de Wet. Maar de mens is niet bestemd om gevangen te zitten in schuldgevoel en erdoor te sterven. De vergeving die Jezus ruimschoots verleent, verlost van het verleden en opent een toekomst van vernieuwde Godstrouw. Gods barmhartigheid is groter dan de overtreding van de mens. God is "almachtig" in barmhartigheid.