Loading...
 

5e zondag door het jaar A - evangelie

MOR ZOUT


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 5, 13-16: Zout en licht

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Jullie zijn het zout van de aarde.
Maar als het zout geen kracht meer heeft,
waar moet je het dan mee zouten?
Het dient alleen nog maar om weggegooid
en door de mensen vertrapt te worden.

Jullie zijn het licht van de wereld.
Een stad kan niet verborgen blijven
als ze boven op een berg ligt.

Je steekt een kaars niet aan
om haar onder een tafel te zetten,
maar je zet haar op een tafel,
en dan schijnt ze voor allen in huis.

Laat zo jullie licht schijnen voor de mensen,
opdat ze jullie goede werken zien
en jullie Vader in de hemel verheerlijken.



Stilstaan bij ...

Zout
Toen Jezus leefde, werd zout gewonnen uit de Middellandse zee en de Dode Zee door verdamping in pannen of bedden. (De Dode Zee is zo zout dat men er in bovendrijft zonder te zwemmen.)
Omdat zout moeilijk te winnen was, was het zo waardevol dat het zelfs gebruikt werd als betaalmiddel. Zo kregen Romeinse soldaten een staafje zout als loon, als 'salaris'. (sal = sel = zout)
Dat zout werd gebruikt om vlees en vis te bewaren.

Woestijnbewoners gaven zout aan hun gasten als teken dat ze welkom waren. Zout geeft nieuwe kracht. Dat is vooral in warme landen belangrijk omdat door het vele zweten het zoutgehalte in het bloed daalt.
Wanneer twee mensen vriendschap wilden sluiten, gebeurde dat door elkaar tijdens de maaltijd het zout aan te reiken.
Zout was voor de joden een beeld voor het verbond tussen JHWH en zijn volk. (‘De Heer heeft met zijn uitverkoren volk een zoutverbond gesloten.’ (Kronieken)

Krachteloos
Ten tijde van Jezus bakte men in lemen ovens. Als brandstof gebruikte men gedroogde mest van het vee. Omdat dit niet zo goed brandde, legde men een laag zout op de bodem van de oven waardoor de gedroogde mest beter vuur kon houden. Dit zout wakkerde het vuur aan zodat de oven gloeiend heet kon worden. Na een tijd verloor het zout zijn kracht doordat het vervuild raakte met de assen en werd het op de mesthoop geworpen.
Het Hebreeuwse woord voor aarde (eres) lijkt sterk op het woord oven (ares). Daarom zou ‘Zout van de aarde’ heel goed ‘zout van de oven' kunnen geweest zijn.

Korenmaat
Inhoudsmaat (13 liter) om koren mee af te meten. In de kleine boerenhuizen van Palestina - één-kamer-woningen zonder venster, doofde men het aarden lampje door er een inhoudsmaat (b.v. een korenmaat) overheen te zetten. Een omgekeerde korenmaat werd ook gebruikt als een soort stoel of tafeltje.



Spreken met beelden

(Echo 1, Uitgeverij Pelckmans, 2008, p. 10)

Als iemand zegt: 'Het regende heel hard', dan weet je dat er toen veel water viel.
Als iemand zegt: 'Het regende alsof het met emmers uit de hemel gegoten werd, dan moet je eerst begrijpen dat er niet echt met emmers uit de hemel gegoten werd. Het woordje 'alsof' zegt dat 'gieten met emmers uit de hemel' een beeld is. Door de vergelijking met dat beeld voel je aan hoe hard het wel regende. Al ooit eens een emmer water over je hoofd gekregen? Dan weet je wel hoe het aanvoelt. Het wordt nog sterker als iemand zonder 'alsof te gebruiken, zegt: 'Ze goten weer met emmers uit de hemel'.

Als Jezus tegen zijn volgelingen zegt: 'Jullie zijn het licht van de wereld', dan bedoelt Hij niet dat zijn een brandende kaars of lamp zijn. Jezus gebruikt 'licht' als een beeld om duidelijk te maken dat zijn volgelingen door hun voorbeeld moeten tonen hoe anderen op de wereld kunnen leven zoals Jezus het vraagt."



Bij de tekst 

Wat zout doet ...

Zout heeft vele krachten: het geeft smaak, het reinigt en het voorkomt bederf. Zout is op zichzelf niet zo genietbaar. Het moet zich oplossen, met andere stoffen vermengen om waarde te krijgen.
Zoals zout krachtig zijn werk doet, zo worden Jezus' volgelingen opgeroepen om zich 'krachtig' in de wereld in te zetten, zodat het Rijk van God werkelijkheid kan worden.
Zoals zout zich met spijzen vermengt en bijdraagt tot hun goede smaak, zo moeten christenen met hun medemensen leven en bijdragen tot rechtvaardigheid, vrede en liefde.

Het Rijk der hemelen is niet iets wat verborgen is...
Zoals een stad boven op een berg door iedereen te zien is...
Zoals een lamp boven op een standaard de hele ruimte kan verlichten...
...zo zijn christenen een levend teken dat het Rijk Gods er is - andere mensen kunnen dat in hun levenswijze herkennen.
Jezus wil hiermee zijn volgelingen oproepen om niet op zichzelf teruggeplooid te leven en verstopt en afgezonderd van de wereld.





Bijbel en kunst

C. DARE

De lamp onder de korenmaat

A5zoevDare
De afbeelding van dit kunstwerk werd opgenomen met toestemming van de kunstenaar Christian DARE.

Een man plaatst een korenmaat boven een lamp of neemt de korenmaat weg. Hij zit in een kamer. Het venster toont dat het buiten donker is. Een schilderij in de kamer geeft aan hoe de natuur eruit ziet als er licht is.




Suggestie
- Wat zie je allemaal op het schilderij?
- Waar gaat de meeste aandacht op dit schilderij naartoe?
- Wat zou de man kunnen vaststellen?
- Welke betekenis zou je aan de lamp kunnen geven?
- Welke betekenis zou je aan de mand (korenmaat) kunnen geven?

Lees het evangelie van deze zondag.

Beantwoord de twee laatste vragen opnieuw:
- Welke betekenis kun je aan de lamp geven?
- Welke betekenis kun je aan de mand (korenmaat) kunnen geven?
- Welke titel zou jij geven aan dit kunstwerk?





Suggesties

ZOUT

Kleine kinderen

DOEN

Zoutkristallenkunstwerk

(Naar: S. DE PARMENTIER, L. MAES Van Antje Anders tot Zoé Zoentje, uitgeverij Averbode 2012, p. 30)

Materiaal
Sponsjes, water, grof zout, stevig tekenpapier, verdunde plakkaatverf


Verloop
De kinderen maken hun tekenpapier nat met de spons. Daarna zoeken ze een kleur uit.
Met het natte sponsje nemen ze wat verf, en strijken dat over het natte werkblad.
Ze doen dat tot het hele blad gekleurd is.
Ze kunnen één kleur gebruiken, maar als ze verschillende kleuren door elkaar gebruiken, kunnen die in elkaar overvloeien.
Als het hele blad beschilderd is, strooien kinderen er grof zout over.
(Hoe natter het tekenpapier, hoe meer zout er moet gebruikt worden.)
Het zout absorbeert het water en trekt de verf meer naar zich toe.
Daarna vegen de kinderen voorzichtig het zout van hun werken. Waar de zoutkristallen op het papier lagen, komen donkerder plekken te voorschijn.



Werken met gekleurd zout

Materiaal
Stevig papier, schaar, zout, gekleurd krijt, lijm


Verloop
Maak een eenvoudige tekening (bijvoorbeeld: een zon, een boom, een bloem, een kruis …) op een stevig stuk papier.
Kleur het zout met gekleurd krijt dat je fijn maakt.
Breng lijm aan op de tekening.
Strooi het gekleurd zout op de lijm.
Als je het papier omkeert, valt het zout dat er teveel op is, van af.





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Proefjes

Onderzoek samen met de kinderen wanneer men zout gebruikt.
Noteer alleen wat de kinderen aanbrengen. Als ze zelf geen ideeën meer hebben, doe je een aantal proefjes. Eventueel kun je ze doen ter ondersteuning van wat ze zelf aanbrachten.


Proef 1
Dit heb je nodig: twee ijsblokjes die even groot zijn, een servetje, zout.
Neem twee ijsblokjes en leg ze op een servetje. Strooi zout op één van de ijsblokjes.
Wat zie je?


Proef 2
Wat je nodig hebt: een klein bord, enkele druppels inkt, zout.
Giet enkele druppels inkt in het bordje en voeg er wat zout bij. Wat gebeurt er?


Besluit dat zout op verschillende manieren werkt, en dus wel een krachtig middel is.
ZOUT bewaart (spek), geeft smaakt (zout op frieten), voorkomt bederf, vernietigt onkruid, reinigt, maakt hard water zacht (waterverzachter), slorpt vocht op (wijn op tafellaken).





VERDIEPEN

Gesprek

Als Jezus zegt tegen zijn volgelingen: 'Jullie zijn het zout van de aarde'
- Wat zou Hij daarmee kunnen bedoelen?
Mensen zijn toch geen zout.
Werk op dezelfde manier als bij de bespreking van het verhaal 'Lief als zout'
Nl. Mensen gebruiken gegevens uit de natuur om iets duidelijk te maken (vgl. bloemen geven, licht maken...)

- Als Jezus zegt dat zijn leerlingen moeten krachtig zijn als zout, wat bedoelt Hij daar dan mee?
- Over welk soort kracht heeft Hij het?

Op dit blad worden verschillende soorten kracht uitgebeeld. Welke tekeningen tonen het best wat Jezus wil zeggen met: ‘Jullie zijn als zout’?





VERTELLEN

Lief als zout

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Uitgeverij Averbode 2007, p. 47)

Een koning had drie dochters.
Op een dag vroeg hij: ‘Meisjes, hoe graag zien jullie me?’
De eerste prinses zei: ‘Vader, je bent me zo lief als goud.’
De koning glimlachte.
De tweede zei: ‘Vader, mijn liefde voor jou is als een diamant.’
Weer glimlachte de koning.
En de derde prinses zei: ‘Vader, je bent me zo lief als zout.’
Hierop riep de koning woedend:
‘Zomaar wat zout! Verdwijn! Onder mijn ogen uit!’
De jongste prinses verliet het paleis,
trok de wereld in en zocht werk.
In een naburig land nam de kok van de koning haar aan
als hulpje in de keuken.
Jaren later bracht de vader van de prinsessen
een bezoek aan de koning van zijn buurland.
‘Mag ik het feestmaal voor de hoge gast bereiden?’
vroeg de prinses aan de kok.
Ze maakte het lekkerste eten klaar.
Maar... alles zonder zout.
In de schotel voor haar vader stopte ze haar ring.
De gasten vonden dat eten zonder zout maar niets!
Toen vond de koninklijke gast de ring van zijn dochter.
Hij vroeg: ‘Mag ik de kokkin zien?’
Toen hij zijn dochter zag, nam de koning haar in zijn armen.
‘Lieve kind,’ zei hij, ‘vergeef me.
Wat heb je dat toen mooi gezegd!
En ik begreep je niet!
Kom alsjeblief terug naar huis!’

Naar een Noord-Afrikaans verhaal dat ook in Zuid -Rusland wordt verteld.




Bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 1 februari 2017, p. 1)

In het verhaal hierbij is een koning helemaal niet blij
als hij verneemt dat zijn dochter hem graag ziet als zout.
Want zout stelt niet zoveel voor: het kost haast niets.
Wie zout koopt, merkt dat amper op op het kasticket..
Daarom is de reactie van de koning best te begrijpen.

Zout is niet altijd zo goedkoop geweest.
Het was vroeger zelfs zo’n waardevol product
dat men het als betaalmiddel gebruikte.
Zo kregen Romeinse soldaten een staafje zout als loon.
Daar is ons woord ‘salaris (sal = sel = zout) nog een restant van.

In de tijd dat er geen koelkasten of diepvriezers waren,
zorgde zout ervoor dat mensen in de mogelijkheid waren
om vlees en vis een tijd lang te bewaren.
Zo moest het vlees van een groot dier niet ineens opgegeten worden
en kon wie ver van de zee woonde ook al eens zeevis eten.

Ook als smaakmaker is zout niet te versmaden:
een kleine hoeveelheid zout
zorgt ervoor dat smaken in een gerecht
meer tot hun recht komen en pittiger zijn,
zelfs in zoete gerechten.

Ongeveer tweeduizend jaar geleden zei Jezus tot zijn leerlingen:
‘Jullie moeten zijn als zout.’
Dacht Hij aan het pittige van het zout
in het geheel van het gerecht?
Had Hij voor ogen dat zout goed bewaart?

Was dat zijn manier om te zeggen dat zijn leerlingen
de woorden van God goed in hun hart moesten bewaren,
zodat ze er blijvend konden van leven
en er kleur mee konden geven
aan hun leven en aan dat van hun medemens?





BIDDEN

Jezus,
jij noemt je volgelingen het zout van de aarde.
Hiermee geef je ze de opdracht
om de aarde zo te maken
dat de droom van God
er steeds meer zichtbaar wordt.
Geef hen de kracht
om hun smaak voor het goede te ontwikkelen
en help hen zout te zijn voor elkaar
zodat hun vriendschap steeds krachtiger wordt.






Jongeren

VERDIEPEN

Bespreken van een illustratie

Fano   Zout

- Wat zie je op deze illustratie?
- Wat zou de kunstenaar hiermee willen duidelijk maken?
- Vind je dat de kunstenaar gelijk heeft?
- Ken je de woorden van Jezus waarop de kunstenaar zich gebaseerd heeft voor deze illustratie?
(die woorden worden voorgelezen tijdens het evangelie van deze zondag)
- Zegt de kunstenaar precies hetzelfde als Jezus?
- Op welke manier ben jij zout of wil jij zout zijn voor 'de wereld'?





LICHT

Kleine kinderen

ONDERZOEKEN

Spelen met zaklampen

(naar: S. DE PARMENTIER, L. MAES Van Antje Anders tot Zoé Zoentje, uitgeverij Averbode 2012, p. 41)

Materiaal
Zaklampen (eventueel vooraf vragen om mee te brengen - zorg zelf voor een paar zaklampen in reserve)
Gekleurd papier.


Verloop
Verduister eerst het lokaal.
Laat de kinderen eerst vrij experimenteren met de zaklamp.
Richt je eigen zaklamp één voor één naar de kinderen.
Schijn ook op de vloer, de muur, de kast, het plafond, verschillende voorwerpen.
Laat de kinderen proberen om de lichtvlekken te pakken. Laat hen in de lichtvlek stappen of springen.
Laat de kinderen de lichtstraal van je eigen zaklamp volgen met hun zaklamp.
Bedek de zaklampen met gekleurd papier, en doe een aantal activiteiten opnieuw.





Grote kinderen

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Schuifraadsel

Materiaal
Blad met invultekst en schuifraadsel.


Verloop
Lees of vertel het evangelie van deze zondag. Zorg ervoor dat je hierbij zeker de woorden gebruikt die nadien voor het oplossen van het schuifraadsel nodig zijn.
Sta daarna stil bij het woord: leerlingen.
- Worden hiermee leerlingen bedoeld uit een school?
- Wat moeten die leerlingen van Jezus leren?
- Wat kunnen wij van Jezus leren?





VERDIEPEN

Vloergesprek

Licht van de wereld
Materiaal
. Groot blad papier, waarop in het midden geschreven staat: 'Jullie zijn het licht in de wereld'
. Eén dikke stift


Verloop
De kinderen zitten in een kring.
Lees eerst de tekst voor uit het evangelie. Gebruik hiervoor de versie 'Dichter bij de tijd' (zie hoger).
Leg daarna uit dat je een vloergesprek wilt houden. Dat is een gesprek waarbij gesproken wordt met 'geschreven woorden'. Op de grond komt een groot blad papier te liggen waarop een zin staat. Iedereen mag reageren op die zin, en op de reacties van anderen. Er is maar één stift zodat iedereen eerst heel goed moet nadenken vooraleer iets op te schrijven.


TIP
Overweeg, indien de groep kinderen groot is (groter dan 5), om twee vellen papier te gebruiken.
Eventueel kan zelfs de zin op de bladen verschillend zijn.



'Een licht zijn'

Materiaal
Eén dikke kaars (suggestie: paaskaars van het voorbije jaar)
Kleinere kaarsen of theelichtjes - evenveel als er kinderen zijn.
Stuk stof of papier waarop de kaarsen gezet worden (eventueel kleine bordjes) - zodat mogelijk was niet op de vloer terechtkomt.


Verloop
Plaats de grote kaars in het midden van de kring.
Vertel dat in de kerk de paaskaars symbool is van Christus.
Laat de kinderen verwoorden waarom dit zou kunnen zijn.
(Blijf eventueel eerst stilstaan bij wat kaarslicht kan doen bij mensen.
Laat de kinderen daarna zoeken op welke manier dit bij Jezus terug te vinden is.
Laat ze daar voorbeelden van geven uit zijn leven.)

Vertel dat papa bij het doopsel de doopkaars van zijn kindje aansteekt aan de doopkaars.
Wat zou hij daarmee willen duidelijk maken?
(Hij steekt zijn licht op bij Jezus, hij wil dat het licht van Jezus ook in het leven van zijn kindje aanwezig zou zijn)
Jezus zegt in het evangelie vandaag: 'Jullie zijn het licht van de wereld'
Wat zou Hij daarmee willen zeggen?
Wat zou dat voor ons kunnen zijn?
(Laat de kinderen voorbeelden geven uit hun eigen leven.)

Geef elk van de kinderen een theelichtje.
Ze mogen dat een voor een aansteken aan de grote kaars in het midden.
Ze zeggen daarbij op welke manier zij zoals Jezus voor anderen een 'licht' willen zijn.





BELEVEN

Licht voor een week

S. PRICE, 100 Eenvoudige knutselideeën rond de bijbel, Merweboek, p. 102-103

Neem een blad met een A4-formaat en verdeel het in zeven stroken die elk ongeveer 4,25 cm breed zijn. Vouw de vlakken als harmonica achter elkaar.
Teken, als het papier opgevouwen is en in de lengte gehouden wordt, in het eerste vakje bovenaan in het midden een vlam. Knip om de vlam heen door de andere lagen van het papier.
Schrijf op de eerste 'kaars' de Bijbeltekst. Kleur de vlam.
Help de kinderen om zes dingen te bedenken die ze de komende week voor andere mensen kunnen doen om zo hun licht te laten schijnen.
Schrijf per kaars een andere idee per dag.
Spreek af dat de kinderen telkens de vlammetjes kunnen kleuren nadat ze het beschreven 'licht' gerealiseerd hebben.





VERTELLEN

Een klein groen autootje

(Naar een verhaal van Han van Uden in 'Als het op vieren aankomt', Baarn, Gooi en sticht, 1991, p. 45-47)

Mathis, zijn broer Lowie, zijn zusjes Elise en Emma, papa en mama gaan op vakantie.
Ze fietsen tot waar ze het mooi vinden
en vragen dan aan een boer of ze mogen kamperen op een wei.

Op een mooie vakantiedag willen ze een grote wandeling maken.
- Hou de kerktoren van Oppegem goed in het oog, waarschuwt de boer, anders verdwaal je.
Ze vertrekken en gaan over kleine weggetjes en bruggetjes.
Papa ziet naar de vogels door zijn verrekijker,
mama ontdekt wel twintig plantjes die ze nooit eerder gezien heeft
en de jongens kunnen niet zwijgen over de hagedissen op een omgevallen boom.
Als ze wat gegeten hebben vraagt mama:
- Zullen we nu teruggaan? Het wordt al laat.
- OK, maar waar is het torentje van Oppegem? Het is nergens meer te zien!
- Klim eens op die heuvel daar, zegt papa, misschien zie je het dan.
Ze hollen om het hardst en nog voor ze boven zijn, roepen ze:
- Dààr! Die kant uit!
- Hoe kan dat nu, zegt papa, ik dacht dat het in de andere richting zou staan.

Het is nog een heel eind stappen.
Elise en Emma beginnen te zeuren over voeten die pijn doen.
- We zijn er bijna, zegt mama.
Eindelijk komen ze bij een fietspad. Moeten ze nu links of rechts?
Gelukkig fietst er een vrouw voorbij.
- Oppegem? vraagt de vrouw, Dat is nog 13 kilometer.
- Hoe kan dat nu... zegt mama. We gingen toch in de richting van de kerktoren.
- O, maar dat is de kerktoren van Boskerke, zegt de vrouw.
Oppegem is de andere kant op.
Je kunt het best het fietspad volgen tot je bij de grote weg komt.
Daar staan richtingwijzers. Succes. Daaaag.

- Hoe lang loop je over 13 kilometer? vraagt Mathis.
- Drie uur, zucht papa.
- Oh nee! roepen de kinderen.
- En ik ben al zo moe, snikt Elise.
- Ik weet iets,' zegt mama. Op de grote weg gaan we liften. Dan zijn we zo weer bij de tent.
- Wijs, wijs! juichen de jongens. En met nieuwe moed lopen ze het fietspad op.

Als ze bij de weg komen, begint het te schemeren.
Er is weinig verkeer en langzaam lopen ze alvast in de richting van Koessel.
- Daar komt een auto! roept Lowie.
- Duimen omhoog allemaal, lacht papa... De auto zoeft voorbij.
- Hij stopt niet, zegt Emma ontgoocheld.
- De volgende wèl! troost papa.

Ze sukkelen verder langs de weg, en duimen naar iedere auto.
Eén bestuurder zwaait terug, een ander schudt van neen
en nog een andere toetert dat ze van de weg af moeten. Elise begint te wenen.

Achter in de verte nadert weer licht. Ze kijken niet eens meer op.
Er stopt een klein groen autootje.
- Kan ik helpen? vraagt een jongen.
- O ja, zegt papa. We moeten nog een tiental kilometer lopen en de kinderen zijn doodmoe.
De jongen begint in zijn auto van alles op elkaar te stapelen.
- Mijn naam is Koen, zegt hij, ik ben op weg een een feestje.
Daarom steekt mijn autootje zo vol. Maar zo zal het wel gaan.
Twee kinderen achterin, naast die bakken hier.
En u mevrouw, hier vooraan.
Kunt u soms deze dozen met taart op de schoot nemen?
De anderen kom ik straks ophalen.

Wat later komen ook papa, Mathis en Elise bij de tent aan.
Het ruikt her heerlijk naar koffie en chocolademelk.
- Kom toch wat drinken, zegt papa. Maar Koen schudt nee.
- Ze wachten op me, zegt hij, straks is iedereen ongerust.
Ze kunnen hem amper bedanken.
Terwijl ze het groene autootje nazwaaien, roept Elise:
- Hij vergeet één van zijn taarten!
In het gras staat een doos.
Op het deksel lezen ze:
'Om de vermoeidheid te vergeten! De groeten van Koen!'


Herkennen de kinderen de twee soorten 'duisternis' en 'licht' in de tekst?





ZINGEN

Laat zo je licht maar schijnen

(Tekst & Muziek: Elly & Rikkert Zuiderveld - Samen, Een boom vol liedjes (deel 2))

Laat zo je licht maar schijnen
bij alles wat je doet
zodat de mensen zeggen
God is liefde
God is goed.

Klik hier om dit enthousiaste lied alvast te beluisteren.





BIDDEN

Zoals de olie brandt in de lamp
en de hele kamer verlicht,
zo kunnen jouw woorden, Jezus,
ons leven verlichten.

Maar opgesloten in boeken,
en verborgen in ons hart,
kunnen ze jouw licht niet geven.

Jezus, laat ons jouw woorden
met anderen delen.

(A-D DEROITTE in Voorwerpen uit de Bijbel, didactische suggesties, Averbode 2013)






Overwegingen

E. Van den Berghe

"Stel je even in de plaats van die lamp die staat te branden op de kandelaar. Wat ziet ze om zich heen? Geen andere lampen, maar alleen duisternis. Ze zal zich eenzaam voelen. Maar hopelijk raakt ze niet zozeer ontmoedigd dat ze ophoudt met branden, want dan zitten allen in de duisternis."



Frans Mistiaen sj

Zout en licht zijn

Zout geeft smaak aan het eten,
licht geeft schittering en kleur aan alles.
“Zout” en “licht” zijn twee beelden
waarmee Jezus benadrukt dat Zijn leerlingen
krachtige invloed kunnen uitoefenen op het geheel.
Is dat wel zo?
Is het geen onaanvaardbare pretentie
te menen dat wij, Jezus' leerlingen,
voor anderen zout en licht kunnen zijn,
aan de hele wereld smaak en schittering kunnen geven?
Het zou inderdaad pretentieus zijn,
indien wij onszelf zouden aanprijzen en verkondigden.
Maar wat brengen Jezus' leerlingen
aan de hele wereld rondom hen?
Eigenlijk niet ‘iets’, maar ‘Iemand’, nl. de God-Vader.
De taak van de christenen, die in Jezus' spoor leven,
bestaat er vooral in aan de wereld te laten voelen, zien en ervaren
dat er een God is, en wel dat die een ‘Vader is voor ons allen’.

Wij moeten het niet verdoezelen.
Wij, mensen, zijn spontaan geneigd veel energie te steken
in de horizontale, in de sociale relaties.
En daarbij gaan wij spontaan onszelf vergelijken met elkaar.
Wij maken graag onderscheid
tussen bepaalde categorieën van mensen.
Sommigen hebben wij er graag bij,
anderen zien wij liever uitgesloten.
In sportverenigingen, ontspanningsgroepen en beroepskringen,
in culturele centra, artistieke kernen, zelfs kerkgemeenschappen,
maar ook tussen landen, rassen en talen,
overal zit de drang naar discriminatie in ons ingebakken.
Wij zijn er eigenlijk spontaan op uit
om de concurrentie tussen mensen aan te wakkeren
en onze eigenheid te accentueren.

Leerlingen van Jezus zullen integendeel in die wereld,
naast alle horizontale, sociale relaties,
ook de verticale dimensie openbaren,
dwz. te pas en te onpas duidelijk maken dat elke mens
niet eerst en vooral een concurrent is van zijn medemensen,
maar een persoon, verbonden met God, die Vader is van allen.
Maar dat heeft fundamentele gevolgen
voor de manier waarop wij onze sociale relaties beleven.
En dat maakt het verschil tussen een gelovige en een ongelovige.

Zeggen dat God een “Vader” is voor iemand
zal eerst en vooral betekenen dat hij ten diepste bemind wordt,
beminnenswaardig is, persoonlijk waardevol.
Wat een verschil tussen iemand,
die zich altijd verongelijkt voelt, door niemand graag gezien
en iemand, die er grondig van overtuigd is
dat hij door liefde omringd en door liefde gedragen wordt.
De ene wordt vlug veeleisend tegenover alles en allen,
de andere is fundamenteel dankbaar.
Een gelovige is een dankbare mens.

Zeggen dat God de “Vader is voor allen”,
zal ook betekenen dat alle mensen evenwaardig zijn
en dat zij broers en zussen kunnen worden van elkaar.
Wij worden niet als broers en zussen van allen geboren.
Wij kunnen het wel worden, door ervoor te kiezen
de aangeboren tegenstellingen en concurrentiedrang
in liefde te overstijgen.
Wat een opgave een milde mens te worden
vanuit het besef dat God “onze Vader” is.
Een gelovige is een milde medemens.

Waarlijk de levenservaring dat er een God-Vader bestaat
brengt iets fundamenteels nieuws in onze wereld.
Het brengt ons tot dankbaarheid over het leven,
wat er ook al gebeurd of mislukt is.
Het brengt ons ondanks alle verschillenen
tot mildheid tegenover en tot verbondenheid mét elkaar.

De Vader-God verkondigen, dat is onze eerste taak.
Het probleem is echter
dat wij dat wij dat alleen kunnen op een “verhulde” wijze,
alleen doorheen povere, menselijke tekenen.
De liefde van de Vader kan alleen worden geopenbaard
door leerlingen van Jezus, die altijd mensen blijven,
met al hun menselijke beperktheid.
De schoonheid van God is te zien
in de Man van smarten en in de armste onder de armen.
De wijsheid van God is merkbaar in de argeloosheid van eenvoudigen.
De macht van God verbergt zich in de geringheid van kleinen.
De kracht van God openbaart zich in menselijke zwakheid,
de liefde van God in zondige mensen.
Alleen met onze schamele menselijke gebaren
kunnen wij uitdrukken dat God de Vader van allen is.
Het is dikwijls doorheen onze soms zo onbarmhartige reacties
dat wij moeten tonen dat God de barmhartigheid zelf is.
Het lijkt wel een onbegonnen opdracht.

Tenzij wij er ons ook bewust van zijn
dat wij dat niet alleen moeten realiseren,
maar dat Gods Geest in ons werkt.
Het geloof om doorheen de zwakheid van Jezus' leerlingen
toch de kracht van de Vader te zien
is in kiem aanwezig in de wereld.
In het hart van Jezus' leerlingen.
leeft de kracht om voor die wereld zout en licht te zijn.
Hijzelf heeft het ons toegezegd.



Marc Gallant

Monnik te Orval

Licht zijn (2014)

“Jullie zijn het licht van de wereld”, zegt ons Jezus.
Dat is toch maar een gevaarlijk woord! Wie meent een licht te zijn, is er zeker van de mensen op de zenuwen te werken. En zo hij denkt het licht van de wereld te zijn, riskeert hij de psychiatrie!
Wat bedoelt Jezus in feite met deze woorden?

Voor de Bijbel is het God die het licht is (1Johannes 1,5). Hoe kan een mens dan het licht zijn?
De mensheid die wandelt in de duisternis van een efemeer bestaan kan de ogen opslaan naar God: “De Heer is mijn licht” zingt de psalm (27,1). Het licht van God komt tot ons in zijn Woord dat licht is (Johannes 1,4). Dat woord maakt van wie het volgt een licht in de wereld:
“In gerechtigheid heb ik, de Heer, jou geroepen.
Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden,
ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen
en maak je tot een licht voor alle volken”.
Het volgende vers geeft er de concretisering van aan :
“om blinden de ogen te openen,
om gevangenen te bevrijden uit de kerker,
wie in het duister zitten uit de gevangenis” (Jesaja 42,6-7).
Het komt erop aan er te zijn voor de anderen. Licht zijn in de wereld is dus altijd licht zijn voor de wereld.
Het is dan ook door naar Gods Woord te leven dat de mens een lichtend pad vindt in het leven. Het Woord van God is “een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad” (Psalm 119,105). Door het woord van God uit te bouwen in zijn leven wordt iemand zelf licht voor de anderen. Maar is dat licht zijn voor de wereld zoals Jezus ons dat vandaag vraagt?

De uitdrukking ‘licht van de wereld’ werd door de Joden gebruikt om daarmee een belangrijke Wetgeleerde aan te duiden. Men noemde het overdragen van kennis ‘verlichten’. Daarom werd de meester ‘licht van de wereld’ genoemd. Jezus draagt die titel over aan zijn leerlingen: ieder christen moet, door zijn leven, een leraar worden van de nieuwe Wet, de Wet van de liefde.
Mozes had van God de Wet gekregen op de berg Sinaï. Jezus geeft de nieuwe Wet, de Wet van God die Liefde is, in de Bergrede. Die begint met de Zaligsprekingen (Matteüs 5,3-12). Ze zijn als het handvest dat God ons geeft om in gemeenschap te zijn met Hem. We zijn gelukkig als we worden zoals God die arm is en barmhartig. Door de Zaligsprekingen te beleven wordt Jezus’ leerling zelf ook licht voor de wereld.
Het komt er dus op aan eenvoudigweg de zaligsprekingen in ons dagelijkse leven uit te bouwen. Om de radicale nieuwheid van het christendom te bewijzen schrijft een anonieme christen rond het jaar 150 aan Diognetus, een vooraanstaande heiden:
"De christenen onderscheiden zich niet van andere mensen door taal, vaderland of kledij. Zij wonen niet in eigen steden, gebruiken geen afwijkend dialect en leven geen uitzonderlijk leven. … Zij leven volgens de zeden van het land, wat betreft kledij, voeding en andere levensomstandigheden, en geven zo blijk van een verwonderlijk en naar aller mening paradoxaal burgerschap. … Zij trouwen als ieder ander maar leggen hun kinderen niet te vondeling. … In één woord, wat de ziel is voor het lichaam, dat zijn de christenen in de wereld..." (Brief aan Diognetus; P.G., 2,1173-1176).
De christenen zijn het licht voor de wereld door in hun gewone, dagdagelijkse leven de liefde te beleven die Jezus ons gebracht heeft. Hijzelf heeft daar trouwens het voorbeeld van gegeven door eerst dertig jaar gewoon te leven vooraleer beginnen te spreken. “Gij schijnt als lichtdragers in de wereld gij die het woord van leven draagt”, zegt Paulus (Filemon 2, 15-16), en hij legt uit : “Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad. … Nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid” (Efesiërs 5,1-2 … 8-9).

Het komt er dus voor ons op aan ons leven in overeenstemming te brengen met ons geloof. Het is vooral de samenhang van ons leven met ons geloof dat ons tot licht maakt voor de wereld. Het is als ze onze goede daden zien, dat de mensen God zullen verheerlijken (Matteüs 5,16). Dat licht is te zien in de glimlach van bescheiden mensen die zichzelf vergeten en daar niet prat over doen, in de kwaliteit van het onthaal, in het vermogen de gesprekspartner te begrijpen en te aanvaarden zoals hij is, zelfs met zijn onvermogen, zodat hij zich niet beoordeeld voelt, maar bemind en vergeven als het moet.
Alleen in deze houding zal het licht van Jezus’ blik zichtbaar worden.



Gij zijt het zout der aarde (2017)

Schrikt u niet van wat Jezus ons zegt? Wij, dat kleine groepje gewone mensen dat nog naar de kerk komt, wij die maar een geringe rol spelen in de maatschappij, wij die daarenboven geen grote heiligen zijn, maar die lijden onder onze gebreken en tekortkomingen, wij zijn het zout der aarde, wij zijn het licht der wereld! Wat houdt dat in? Wat verwacht Jezus dan wel van ons?

"Gij zijt het zout der aarde". Het zout is rijk aan een meervoudige betekenis. Het zout is eerst en vooral het zout der aarde: reeds in Jezus' tijd werden kalizouten aangewend als bemesting (1). Het kalizout activeert het zaaisel en geeft een gezonde kleur aan het bladgroen. We begrijpen meteen wat Jezus bedoelt: zoals het kalizout van de aarde een vruchtbare bodem maakt waar het zaad kan opschieten en vrucht dragen, zo ook vertrouwt Jezus ons een activerende rol toe in de wereld, zodat het evangelie er kan worden onthaald in een vruchtbare bodem, er wortel kan schieten en er vrucht dragen. De christen vervult in de wereld een activerende taak van onthaal voor Gods Woord.

Het zout heeft een tweede betekenis: het zout geeft smaak. Omdat de christen God onthaalt in zijn hart, gaat er een nieuwe horizon voor hem open: hij vindt smaak in het bestaan. Jezus vraagt ons smaak te geven aan het leven. Meer dan vroeger verdrinkt de mens vandaag in de triestige banaliteit en in de grauwe grisaille van de 24-uren economie: stereotype arbeid, knopjes duwen bij kunstmatig licht, standaard voorwerpen in plastic, alomtegenwoordige publiciteit tot in het schreeuwerige toe. Het leven is zoutloos geworden, de jeugd verveelt zich en zoekt naar 'kicks' om het bestaan een beetje pit te geven: 120 decibel in de discobars, levensgevaarlijk rijgedrag ; pepmiddelen, piercings, tatoeage, extravagante haartooi en klederdracht om toch maar te trachten aan de banaliteit te ontsnappen; experimenten met drugs allerlei: alles wordt uitgeprobeerd om zich te voelen bestaan, om te ontkomen aan de oerverveling van een leven zonder zin ... En nog nooit werd er zoveel gepalaverd over de kwaliteit van het leven!

Het is in die actuele context dat Jezus ons zegt: "Gij zijt het zout der aarde"! Breng vreugde, spirit, elan in de dagelijkse banaliteit. God in je hart dragen, dat geeft een diepere zin aan de gewone dingen die anders smakeloos dreigen te worden. Het atheïsme heeft de goddelijke zin van het leven geloochend en meteen gingen de transcendente waarden verloren. De mens verwordt dan tot niets méér dan een verstandige schimmel, door het toeval in een absurd bestaan geworpen. Neen, zegt Jezus: vanuit God kan alles een diepgaand supplement aan zin krijgen. Geef de mensen die smaak aan het leven die God heeft gewild: gij zijt het zout der aarde.

Het zout heeft nog een derde betekenis. Toen er nog geen diepvriezers waren, was het zout het ideale bewaarmiddel. En zo werd het zout symbool van duurzaamheid, van trouw. Om een duurzaam verbond te betekenen zei men: "een verbond van zout" (Numeri 18, 19) en als een jood in de tempel een stier offerde aan God, laat ons zeggen waarde 2.000 euro, dan was dat offer maar geldig als er nog een handjevol zout, een eurocent zout, bovenop gelegd werd (vgl. Leviticus 2, 13). Waarom? Het was de manier om aan God te zeggen: "Als ik U deze stier offer, dan is het uit liefde, uit duurzame, getrouwe liefde". Alleen het offer gebracht uit liefde is zinvol. De christen is iemand die leeft met getrouwe liefde voor God. Hij is in de wereld iemand die uitkijkt naar God, iemand die God verwacht. Hij draagt in zich het vuur van de liefde. "Iedereen zal met vuur gezouten worden", zegt Jezus in het Marcusevangelie .

Kortom, het zout der aarde omvat drie dingen: aan het bestaan een vruchtbare bodem bieden voor Gods Woord, aan het leven de smaak geven van Gods liefde, en die liefde in alles en niettegenstaande alles in ons hart bewaren.

Zijn we echt dat zout? Vijftig jaar geleden al stelde Paul Claudel: "Het evangelie is zout, en gij hebt er suiker van gemaakt!" Matteüs heeft een speciale uitdrukking om die verbastering van het zout uit te drukken: "mórainesthai", zegt hij. Chouraqui vertaalt hier letterlijk: “Als het zout zot wordt”! Zo ons christen-zijn aan de samenleving zijn zoutkorrel niet meer bijdraagt, dan betekent het niets meer en zijn wij maar echt zot. Ons christen-zijn moet de samenleving een supplement aan zin te geven!