Loading...
 

6de paaszondag B

2 Water


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Handelingen 10, 25-26.34-35.44-48: Petrus en Cornelius

De tekst

Dichter bij de tijd

(naar: C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Handelingen 10, 25-26.34-35.44-48)

Cornelius woont in Caesarea, een havenstad aan de Middellandse zee.
Hij is honderdman in het Romeins leger.
Dat is iemand die aan het hoofd staat van honderd soldaten.
Hij is heel gelovig, en net als de rest van zijn gezin
heeft hij veel sympathie voor de joodse godsdienst.
Hij doet veel goede werken en bidt regelmatig tot God.
Op een dag valt hij in slaap. Het is drie uur in de namiddag.
Een engel van God zegt in zijn droom:
'Cornelius, God heeft uw gebeden gehoord
en uw goede werken gezien. Hij vergeet dat niet.
Stuur een paar mannen naar Joppe om Petrus te halen.
Hij logeert daar in een huis aan zee.'
Wanneer Cornelius wakker wordt, roept hij twee knechten
en een soldaat die hij kan vertrouwen.
Hij legt hun alles uit en stuurt hen naar Joppe.

De volgende dag,
als de mannen van Cornelius nog onderweg zijn,
gaat Petrus rond de middag op het dak van het huis om er te bidden.
Terwijl men voor hem eten klaarmaakt,
valt hij in slaap en droomt.
In zijn droom is het of de hemel opengaat.
Er komt iets naar beneden als een groot laken.
Daarin zitten allerlei dieren en vogels.
Een stem zegt: 'Kom, Petrus, eet ervan!'
Maar Petrus zegt: 'Geen sprake van.
Daar zijn dieren bij, die joden niet mogen eten.'
De stem zegt: 'Wat God goedvindt, mag jij niet slecht noemen.'
Daarna wordt het hele zootje met de dieren erin
weer omhoog getrokken naar de hemel.
Petrus wordt wakker. Hij weet niet wat hij hiervan moet denken.
Op dat moment roepen enkele mannen: ‘Is het hier dat Petrus woont?’
Petrus gaat naar beneden en zegt: 'Ik ben Petrus. Wat doen jullie hier?'
Ze zeggen: 'De honderdman Cornelius,
een heel gelovig man, heeft ons gestuurd.
Hij wil weten wat u over Jezus te vertellen hebt.'

De volgende dag gaat Petrus samen met de mannen
naar het huis van Cornelius.
Die verwacht hen met heel zijn familie en zijn beste vrienden.
Wanneer Cornelius Petrus ziet, loopt hij hem tegemoet
en knielt voor de voeten van Petrus.
Maar die trekt hem recht en zegt: 'Sta op, ik ben ook maar een mens.'
Terwijl zij met elkaar spreken, gaat hij het huis binnen.
Petrus zegt: 'U weet dat een jood niet mag spreken
met iemand van een ander volk.
En ook dat hij niet in zijn huis mag komen,
omdat ze daar vlees eten dat joden niet mogen eten.
Maar God heeft mij in een droom duidelijk gemaakt
dat dit niet belangrijk is.
Daarom ben ik zonder aarzelen gekomen toen u me kwam halen.’
Cornelius zegt: ‘We zijn blij dat u gekomen bent.
Want we willen alles horen wat u ons over Jezus te zeggen hebt.’
Petrus zegt: ‘Iedereen is voor God even belangrijk,
het maakt niet uit tot welk volk hij behoort.
Wie God eert en goed probeert te leven, valt bij God in de smaak.’
En hij vertelt hun alles wat ze over Jezus willen weten.

Petrus is nog niet uitgesproken
of de heilige Geest daalt neer op allen die naar hem luisteren.
Petrus zegt: 'Ik kan niet weigeren om jullie te dopen,
want jullie hebben de heilige Geest al ontvangen.'
En hij doopt hen in de naam van Jezus Christus.
Daarna vragen ze aan Petrus: Blijf nog een paar dagen bij ons.'



Stilstaan bij ...

Caesarea
Stad die door Herodes de Grote werd gebouwd. Ze werd de belangrijkste haven van Palestina en de residentie van de Romeinse gouverneurs van Judea. De joden waren er in de minderheid.
Lees meer


Godvrezenden
Mensen die ‘sympathiseerden’ met het joodse volk. Zolang ze zich niet hadden laten besnijden, werden ze door de joden als heidenen beschouwd, ook al brachten ze aalmoezen, baden ze de gebeden en gaven ze bijdragen voor de bouw van synagogen.


Joppe (huidig Jaffa)
Stad aan de Middellandse zee. Vroeger was het de haven die Jeruzalem bevoorraadde.
Lees meer


Bij de zee
Leerlooiers woonden niet in de stad, omdat het looien, het bewerken van dierenhuiden, vreselijk stonk.


Broeders
De eerste christenen noemden elkaar broeders en zusters.


Romeins officier
Door zijn geboorte staat hij buiten de gemeenschap van Israël. Bovendien behoort hij tot de bezetters die men uit het land wil.


Rein/onrein
Petrus moest, volgens de joodse wet, elk contact met mensen van andere volken mijden. Die waren voor de joden ‘onrein’, omdat zij door de verering van vele goden, het geloof in de ene God in gevaar konden brengen.
Onrein = wat niet past bij de joodse manier van leven.


Heilige Geest
Dat de Heilige Geest neerkomt op Cornelius, zijn gezin, zijn vriendenkring maakt duidelijk dat de liefde van God niet begrensd wordt.





Bij de tekst

Een boodschap zonder grenzen!

Petrus moest, volgens de joodse wet, elk contact met mensen van andere volkeren mijden. Deze volkeren werden als ‘onrein’ beschouwd, omdat zij door hun verering van vele goden, het geloof in de ene God in gevaar konden brengen. Maar Petrus doorbreekt radicaal de joodse reinheidsvoorschriften. Naar het voorbeeld van Christus (hij raakt melaatsen aan, gaat om met tollenaars, prostituees, Samaritanen; eet met zondaars...) weigert hij mensen vast te zetten op hun afkomst of op hun gedrag.

Met de bekering van Cornelius wordt duidelijk dat het woord van God ook voor niet-joden bestemd is en dat bij de volgelingen van Christus plaats is voor iedereen, ook voor heidenen. Het belang van dit verhaal gaat dan ook veel verder dan het individuele geval Cornelius. De eerste christenen worden voor het eerst ermee geconfronteerd wat betekent: in de gemeente van Jezus is plaats voor iedereen, joden én heidenen.

Dat God zelf achter deze gebeurtenis staat, maakt Lucas op de volgende manier duidelijk:
. Een engel geeft een opdracht aan Cornelius
. Petrus krijgt een visioen
. Petrus wordt door de Geest aangespoord
. De Geest wordt over Cornelius en zijn vrienden gestort, nog voor zij gedoopt zijn.
Engel, visioen, geest, zijn woorden die Petrus gebruikt om de inbreng van God duidelijk te maken bij deze belangrijke beslissing.

Dat heidenen van God de gaven van de Heilige Geest ontvangen, nog voor zij van de kerk het sacrament van het doopsel kregen, was voor Petrus een openbaring en een aanmaning tot universele zending.



Catechese bij de eerste christenen

In wat Petrus zegt kun je de korte samenvatting (kerugma) vinden van wat de eerste christenen in hun catechese leerden. Let op de volgorde: eerst catechese, onderrichting in het geloof, en dan pas het sacrament van het doopsel. De kinderdoop was toen nog niet gebruikelijk.





Bijbel en kunst

D. FETTI

Het visioen van Petrus (1619)
Domenico Fetti (Rome 1589 – Venetië 1623) was een Italiaans kunstschilder (barok) die behoorde tot de school van Venetië.

Domenico Fetti Peter's Vision Of A Sheet With Animals Kunsthistorisches Museum Wien

Petrus (gewikkeld in een gele mantel) ligt te slapen. Wat hij droomt wordt boven zijn hoofd uitgebeeld.



F. TREVISANI

Petrus doopt Cornelius, de honderdman (1709)
Francesco Trevisani (Capodistria, 9 april 1656 – Rome, 30 juli 1746) was een kunstschilder (Roccoco), die in Rome werkzaam was.

Trevisani

Trevisani schildert Petrus terwijl hij Cornelius doopt.
Petrus is traditioneel herkenbaar aan zijn gele mantel en grijze haren.
Cornelius is afgebeeld als een Romeins honderdman met de rode mantel.
De manier waarop Petrus doopt is geïnspireerd door de manier van dopen in de tijd waarin Trevisani leefde.



Suggesties

Kleine kinderen

VERKENNEN

Gedoopt worden

Deze lezing kan een aanleiding zijn om te spreken over het doopsel:
Maak dit gebeuren duidelijk met fotomateriaal.





DOEN

Kleuren

Petrus En Cornelius





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Inleidend gesprek op de Bijbeltekst

Iedereen is anders. Om dat duidelijk te maken stel je de volgende vragen:
- wat eet je graag?
- wat vindt je mama leuk?
- waar kan je papa niet tegen?
- wat mag bij jou thuis wat bij anderen niet mag?
- wat mag je thuis niet doen, wat bij anderen wel mag?

Dit gesprek toont aan dat mensen niet alleen uiterlijk verschillen, maar ook andere gewoontes, gebruiken en afspraken kennen.
Zo eten gelovige moslims en joden geen varkensvlees.
Dat was ook al zo voor de joden tweeduizend jaar geleden:
zij mochten niet bij iemand aan huis komen die geen jood was en bijvoorbeeld varkensvlees at.



EVEN TESTEN

Invullen: In de voetsporen van Jezus

Vul de volgende zinnen aan. Kies daarvoor uit deze woorden:
varkensvlees, goed, God, Romein, vlees, belangrijk, gaat, droomt, thuis.


Cornelius is anders dan de mensen in Palestina.
Hij is een ......................
De Joden mogen niet in zijn huis binnenkomen,
want Cornelius mag .............................. eten.
Petrus mag dat niet.
Maar op een middag .................. Petrus.
Een stem zegt:
'Jij mag alle soorten .................... eten.
God vindt dat ............................'
Petrus ................... naar Cornelius.
Hij weet dat ........................ iedere mens ............................ vindt.




Waar of niet waar

Cornelius was de baas over duizend soldaten. (N W)
Cornelius had veel belangstelling voor de joodse godsdienst. (W)
Petrus was een jood. (W)
Cornelius was een Romein. (W)
Joden mochten geen contact hebben met mensen die geen jood waren. (W)
Cornelius nodigde Petrus uit om bij hem te komen. (W)
Petrus laat zich dopen door Cornelius (N W)



BELEVEN

In de stappen van Jezus

Materiaal
Groot blad papier waarop de kinderen voetstappen tekenen, van de ene hoek naar de andere.
Eventueel kan het ook met krijt op de grond.


Als Petrus naar Cornelius gaat, stapt hij in de voetsporen van Jezus.
Hij doet dan wat Jezus ook gedaan heeft.

Wat doen mensen, volgens jou, als een echte vriend van Jezus willen zijn?
Teken / Schrijf het op deze voetsporen.





Overweging

Agnes Lameire

Een man met een visioen (2018)

Cornelius was een Romeins honderdman. Hij woonde buiten de grenzen van het Joodse land in een stad die, ter ere van keizer (=Caesar) Augustus, Caesarea werd genoemd. Jaren later staat Paulus in datzelfde Caesarea Paulus terecht voor de Romeinse landvoogd en vandaar zal hij ook inschepen naar Rome.
Cornelius had in een visioen een engel ontmoet die hem opdracht gaf om Petrus in zijn huis te ontvangen. Onmiddellijk stuurde hij twee afgezanten naar Joppe waar de apostel verbleef die, eveneens door een visioen gegrepen, onmiddellijk met hen meeging. In Caesarea aangekomen werd hij ‘opgewacht door Cornelius, die zijn familie en zijn naaste vrienden had bijeen geroepen.’
Daar voltrok zich een tweede Pinksterwonder: Terwijl Petrus nog aan het woord was, daalde de Heilige Geest neer op iedereen die naar zijn toespraak luisterde. De joodse gelovigen die met Petrus waren meegekomen, zagen vol verbazing dat ook heidenen het geschenk van de Heilige Geest ontvingen, want ze hoorden hen in klanktaal spreken en God prijzen.’
Voor Petrus was het duidelijk: wie de Geest ontvangen heeft, mag zeker ook gedoopt worden.’ En hij gaf opdracht hen te dopen in de naam van Jezus Christus.’

Zo zien we dat het Petrus is, die als eerste de bres heeft geslagen naar de opname van heidenen binnen de gemeenschap der gedoopten.

Als we het verhaal over Cornelius in zijn geheel lezen (hoofdstuk 10) dan vallen ons zeker de visioenen op die zowel Petrus als Cornelius krijgen.
In het woord ‘visioen’ steekt het begrip ‘visie’.
Mogen we veronderstellen dat het in dit verhaal gaat om een inzicht, een plots helder zien in een situatie waar beide mannen mee worstelden?
En dat, zo begrepen, een visioen ook ons kan overkomen?