Loading...
 

7e paaszondag A - evangelie

2 Foto

VADER, HET UUR IS GEKOMEN


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 17, 1-11a: Jezus bidt

De tekst

Dichter bij de tijd

Nadat Hij gesproken had,
keek Jezus omhoog naar de hemel en bad:
“Vader, het uur is gekomen!
Verheerlijk uw Zoon, zodat uw Zoon U kan verheerlijken.
U hebt Hem macht gegeven over alle mensen
Geef hen daarom eeuwig leven.
Dat wil zeggen dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen
en ook degene die U gezonden heeft: Jezus Christus.

Ik heb U op aarde verheerlijkt
door te doen wat U aan Mij hebt gevraagd.
Vader, laat Mij nu zitten aan uw zijde
en bekleed Mij met de heerlijkheid
die Ik bij U had nog voor de wereld er was.
Ik heb uw naam kenbaar gemaakt
aan de mensen uit de wereld, die U Mij hebt toevertrouwd.
Ze hebben goed naar uw woord geluisterd.
Nu weten ze, dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt.
Want de woorden die U Mij gegeven hebt,
heb Ik aan hen doorgegeven,
en zij hebben die aangenomen.
Ze weten dat Ik van U ben uitgegaan
En ze hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden.
Voor hen bid Ik, maar niet voor de wereld.
Ik bid voor hen die U Mij hebt toevertrouwd,
omdat ze van U zijn
Alles wat van Mij is van U en alles wat van U is, is van Mij.
Zo is mijn heerlijkheid in mijn leerlingen zichtbaar geworden.
Ik ben al niet meer in de wereld,
maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl Ik naar U toe kom.”



Stilstaan bij …

Vader
Typische manier waarmee Jezus God aanspreekt. Door God zijn vader te noemen, wordt duidelijk dat Jezus de zoon van God is. Wanneer zijn volgelingen God ook als Vader mogen noemen, zijn zij dus ook zonen of dochters, kinderen van God. Een verwantschap die een hele taak met zich meebrengt.


Uur
In de Bijbel is een uur het twaalfde deel van de dag, de periode waarop het licht is. Dit betekent dat een ‘uur’ toen tijdens de zomer langer was dan tijdens de winter.
Maar Johannes bedoelt met ‘uur’ in deze context het uur van Jezus' kruisdood en verheerlijking:
- Het uur om naar de Vader terug te keren (DOOD)
- De verheerlijking van Jezus Christus. (VERRIJZENIS)


Verheerlijken
Verheerlijken' is een Nederlands woord dat christenen vaak in de liturgie gebruiken, als een synoniem voor loven, prijzen, roemen, dank zeggen, aanbidden, vereren ... Iemand eer bewijzen zoals men dat vroeger deed tegenover een heer.
Maar dat is niet de betekenis die de Bijbel geeft aan dit woord. Jezus heeft God (de Heer) niet verheerlijkt door Hem te prijzen en dank te zeggen zoals christenen doen als ze het Gloria bidden, maar door de aanwezigheid van God zichtbaar te maken in alles wat Hij zei en deed. Door het werk te doen dat God Hem had opgedragen. God heeft Jezus verheerlijkt door de mensen te doen ervaren hoe Hij aan het werk was overal waar Jezus weldoende rondging.

'Verheerlijken’ in de Bijbel betekent dus: de heiligheid en de macht van God zichtbaar laten worden.


De wereld
Bij Johannes betekent het woord ‘wereld’ dikwijls: de gewelddadige machtsontplooiing die het Rijk Gods tegenhoudt. Johannes loopt niet erg op met ‘de wereld’. Wat in de wereld gebeurt, is inderdaad dikwijls tegengesteld aan het Rijk Gods van Jezus.
Voor Johannes verwijst wereld naar de wereld zoals zij geworden is door het egoïsme van de mens, de wereld van de menselijke zonde. Voor hem is 'de wereld': alle mensen die niet geloven en vijandig of minstens onverschillig staan tegenover het evangelie. 'De wereld' is het domein van het kwaad, van alles wat mensen verdeelt en tegen elkaar opzet in plaats van elkaar lief te hebben.





Bij de tekst

Context

Deze tekst komt uit het langste gebed van Jezus dat in het Nieuwe Testament staat. Dat Jezus ooit zo’n persoonlijk gebed hardop gebeden in het bijzijn van anderen is erg onwaarschijnlijk. Het is de evangelist die veronderstelde dat Jezus dit in stilte heeft gebeden na de maaltijd, met zijn nabije dood voor ogen. Hij beeldde zich in wat Jezus tegen God zou kunnen gezegd en gevraagd hebben. In dit gebed legt Johannes de betekenis van Jezus voor de mensen uit.





Suggesties

Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Bidden in een eucharistieviering

In een eucharistieviering komen verschillende vormen van bidden voor:
. Er is het gebed waarbij alle aandacht op God komt te liggen: Hij is het die geloofd, geëerd wordt.

Bijvoorbeeld:
Eer aan God in den hoge,
en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft
Wij loven U. Wij prijzen en aanbidden U
Wij verheerlijken U en zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid
Heer God, hemelse Koning, God, almachtige Vader
Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus
Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader
Gij die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons
Gij die wegneemt de zonde der wereld, aanvaard ons gebed
Gij die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons
Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer
Gij alleen de Allerhoogste: Jezus Christus
met de heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader. Amen.



. Er is het gebed waarbij God gedankt wordt om alles wat Hij voor de mens betekent

Bijvoorbeeld:
Wij danken U, God:
Gij hebt ons geschapen om op weg te gaan naar U en in liefde te leven met elkaar. Gij geeft ons ogen om elkaar te zien en een mond om met elkaar te spreken. Gij legt de liefde in ons hart om niet alleen het goede met elkaar te delen, maar ook wat moeilijk is. Zo hebt Gij ons gemaakt en mogen wij uw kinderen zijn. Blij danken wij U hiervoor met alle mensen die in U geloven. En met alle heiligen en engelen zingen wij U toe: Heilig, heilig, heilig...



. Er is het gebed waarbij men God van alles vraagt

Bijvoorbeeld:
Heer, onze God, wij bidden U, verhoor ons.



. Er is het gebed dat mensen met hun eigen woorden bidden

Bijvoorbeeld:
Stilte na de communie



. Er is het gebed waarbij mensen de woorden van Jezus gebruiken

Bijvoorbeeld:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw rijk kome,
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren
en breng ons niet in beproeving
maar verlos ons van het kwade.
want van U is het koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid in eeuwigheid.
Amen.




Bezorg de kinderen dit werkblad
De verschillende soorten gebed die in een kader benoemd worden, en inde eucharistie voorkomen, verbinden de kinderen met het gebed dat erbij past.





EXTRA

Naar aanleiding van dit evangelie kun je ook stilstaan bij 'Bidden'.
Klik hier voor meer info en suggesties.





Overwegingen

Frans Mistiaen s.j.

Dankbaar bidden tot onze lieve Vader om de geest van vindingrijke liefde

Jezus heeft de wereld verlaten en de Geest is nog niet gekomen.
Op dat moment beleven de leerlingen een grens-ervaring.

Maken wij dat niet regelmatig mee, zo'n overgang?
Het gevoel van afscheid te moeten nemen
van iets dat ons ontglipt en dat wij moeten loslaten
en terzelfder tijd het hevig verlangen
naar iets dat er nog niet is en dat wij nog niet kennen.
Ouders bv. die hun kind het huis zien uittrekken
om op eigen benen te staan.
Zij hopen hem of haar terug te vinden,
maar nu als verantwoordelijke volwassene. Maar zal dat lukken?
Is hun liefde zo vindingrijk dat zij zich aanpast
aan de nieuwe levenssituatie? Meestal wel. Gelukkig!

Welnu, juist in zulke overgangssituaties tussen oud en nieuw,
juist dan begint een mens spontaan te bidden.
Op de grens tussen loslaten en verlangen,
daar welt het gebed op in het hart.
Het is het gebed van iemand die iets of iemand anders kwijt geraakt
en toch weet dat hij tot een nieuwe liefde opgeroepen wordt,
zonder nog te weten hoe.
In deze overgangstijd begonnen ook de leerlingen van Jezus
spontaan te bidden, wanneer zij samenkomen
in de bovenzaal met Maria en de vrouwen.
En bij hun gebed herinnerden zij zich
dat zij Jezus hadden horen bidden bij het afscheidsmaal,
toen Hij Zijn overgang begon, Zijn pascha,
Zijn doorgang door lijden en dood naar Zijn Vader.
Kunnen ook wij iets leren van Jezus’ gebed op dat ogenblik,
nu wij hier samenkomen in onze bovenzaal om er te bidden?

Wel in Zijn gebed sprak Jezus toen God aan
met een heel originele, nieuwe naam: "Abba, Vadertje lief".
Wat wilde Hij daarmee benadrukken?
Gedurende heel zijn leven probeerde Jezus de mensen te tonen
dat zij vooral geen schrik moesten hebben van God,
want dat God geen Moloch was die hun leven opeiste;
dat zij zich nooit als slaven moesten gedragen tegenover Hem,
want dat God geen baas was, die zij onderdanig moesten dienen;
maar dat God hen graag zag en graag bleef zien,
ook als zij verkeerd deden.
Jezus leerde ons dat wij ons het best gedragen
als dankbare mensenkinderen, die beseffen
dat wij een lieve Vader hebben die ons onvoorwaardelijk bemint,
dat wil zeggen: zonder voorafgaande eisen te stellen.
Daarom die originele naam: Abba, Vadertje lief.

Het belangrijkste kenmerk van onze, christelijke God
is niet Zijn onbewogen onveranderlijkheid of Zijn almacht.
Zo heeft men het ons misschien vroeger teveel geleerd.
Het belangrijkste kenmerk van onze God
is Zijn bewogenheid en vindingrijke Liefde voor ons,
ook midden in het menselijk lijden dat ons treft.
Het is een Liefde over grenservaringen heen.
Wat zegt een moeder als haar kind
het vingertje aan een kaars heeft verbrand?
"Mama zal er wat speeksel op doen en er een kusje op geven!"
Die vindingrijke liefde is al de helft van de genezing,
want die brengt troost voor het grote verdriet.
Jezus wilde ons vooral op het hart drukken
dat God als een lieve Vader is, die Hem en ons bemint.
Mensen kunnen vele, goede namen bedenken voor God:
de Onnoembare, de Eeuwige,
Maar in het christendom noemen wij God uitdrukkelijk
“onze lieve Vader”, omdat Jezus het ons zo heeft geleerd.
En dat is een fundamentele reden.

Hoe tonen wij het best dat wij bewust zijn
dat wij een Vader hebben,
die ons bemint, ook in momenten van afscheid en pijn?
Hoe tonen wij het best dat wij weten dat wij,
dank zij een goddelijke vriendschap,
die ons zomaar gratis geschonken wordt,
een leven leiden die sterker is dan de dood?
Door te danken!
Door als dankbare mensen door het leven te gaan.
Dankbaar voor alles en vooral voor Gods vindingrijke liefde,
die duurzamer is dan het huidig pijnlijke moment.
Zeker, niet alles is rooskleurig; niet alles lukt ons.
Maar wij leven! Wij worden elke dag opnieuw gestuwd
door de liefde van een Vader die ons draagt
en die wij, soms na zeer kronkelige wegen en pijnlijke ervaringen,
op een heel nieuwe manier steeds opnieuw terugvinden.
De fundamentele dankbaarheid kan nooit wijken
uit het hart van een gelovige christen.

Het tegenovergestelde van een ‘dankbare’ is een ‘eisende’ mens,
iemand die ervan overtuigd is
dat hij op alles en nog wat recht heeft
en die zich heel vlug verongelijkt voelt als iets hem niet lukt.
Aan zo iemand merkt men dat hij in feite
het leven naar zijn eigen hand wil zetten.
Natuurlijk moet ieder
zijn eigen verantwoordelijkheid nemen en zijn leven uitbouwen.
Maar het verschil ligt hem in de manier waarop men het doet:
als een veeleisende of als een dankbare mens.

In Zijn gebed leerde Jezus ons spreken tot een liefdevolle Vader,
tegenover Wie wij ons dankbaar mogen voelen,
ook in de grenservaringen.
Geen Tovenaar, van wie wij een mirakel zouden kunnen eisen
om ons weg te rukken uit de pijn. Die bestaat niet!
Wel een Vader tot Wie wij in vertrouwen mogen bidden,
ook wanneer wij iets of iemand moeten loslaten
die ons dierbaar is,
om te groeien tot een nieuwe, vindingrijke liefde
waarvoor wij Zijn Geest-kracht ontvangen,
volgende week met Pinksteren.



Jan Wuyts

Jezus en God (2017)

Om te verstaan wat we lezen, is het nuttig te weten wat voor een soort literatuur we voor ons hebben. Een boekje met mopjes, een gedich-tenbundel, een stripverhaal, een roman: allemaal anders. Waaruit heb ik hier voorgelezen? Wij noemen dit het ‘evangelie volgens Johannes’. De schrijver is echter een onbekende man, geleerd en diep gelovig, behorend tot een christelijke gemeenschap rond het jaar honderd. Die gemeenschap heeft als eerste voorganger waarschijnlijk de apostel Johannes gehad, maar die is ondertussen al een tijdje overleden. De schrijver neemt de naam over van de stichter van de gemeenschap, en schrijft dus onder de naam van de apostel Johannes. Dit over de auteur.

Over de inhoud dan. Hij laat in zijn evangelie Jezus zelf aan het woord. Hij laat Hem toespraken houden en bidden. Maar het is hij zelf die de woorden in Jezus’ mond legt. Dat is een stijlprocédé, waarmee hij zijn eigen geloof, zijn eigen gebed ter sprake brengt. Als hij schrijft: ‘en toen sprak Jezus’, dan is het hijzelf die spreekt. Toen was dat heel normaal.

Ik moet nog een derde punt aanhalen, willen we die ingewikkelde le-zing een beetje verstaan. Die zogenaamde Johannes laat Jezus bid-den met de dood voor ogen. In feite schrijft die man dat gebed zeven-tig jaar nadat Jezus gekruisigd is. Hij heeft dus weet van het feit dat Jezus zich nadien te zien heeft gegeven, wat men de verrijzenis is gaan noemen, maar hij doet alsof dat nog moet komen.

Deze inleiding komt hierop neer: de auteur laat Jezus biddend mijme-ren over zijn leven en zijn sterven. Wat heeft hij daarover te zeggen? We kunnen het leven van Jezus en zijn kruisdood louter historisch en menselijk bekijken. Ik ga dat even doen. Jezus, een Joodse leraar, oordeelde dat er met zijn joodse godsdienst heel wat fout liep, en Hij voelde zich geroepen om daar verandering in te brengen. Daardoor kreeg hij het aan de stok met de leiders van die godsdienst die het met hem niet eens waren. Dit conflict is op een paar jaren zo uit de hand gelopen, dat de religieuze oversten hem, met de hulp van de Romein-se bezetter, uit de weg hebben geruimd. Dit is de pure historie.

Wat doet Johannes nu met dit gegeven? Hij laat Jezus daarover dus bidden, zogezegd op de vooravond van zijn dood. Dan blijkt uit dat gebed dat er een derde speler betrokken is: naast de religieuze over-heid en Jezus, is er ook nog… God. Jezus geeft in zijn gebed een nieuwe versie van de feiten, een versie die helemaal doortrokken is van de rol die God daarbij speelt. Ik herhaal nu het historische verhaal, maar gezien vanuit gelovige ogen.
Jezus weet zich door God zelf geroepen om de religie, het Jodendom, zijn oorspronkelijke glans terug te geven. Die religie heeft immers aan God een verkeerde plaats gegeven. God is vooral de uitgestoken vin-ger geworden, het alziende oog, dat toeziet wie in de fout gaat en wie dus gestraft moet worden. Jezus beleefde zijn relatie tot God helemaal anders. Voor Hem was God een Vader, zelfs een papa, één en al lief-de, die niet buiten en boven de wereld staat, maar diep in alles en al-len aanwezig is als Leven, als Licht, als Liefde, telkens met een hoofd-letter. Jezus wist zich geroepen om in woord en daad op te komen voor de enige ware godsdienst, die zegt dat God liefde is. Dat heeft hem zijn hoofd gekost. Heel even bleek het alsof God hem in de steek liet. Niets was minder waar. God heeft hem niet van het kruis gehou-den. Hij heeft Jezus de kans gegeven om zijn opdracht tot het bittere einde te vervullen. Maar toen bleek dat Jezus helemaal niet verdween in de vergetelheid van het dodenrijk. God liet hem helemaal niet in de steek. Hij richtte Jezus op uit de dood, en gaf daarmee een teken aan de hele mensheid, dat niet de dood het laatste woord heeft, maar wel de liefde. God blijft ten diepste aanwezig in al wat leven is, ongeacht de menselijke dood, die met de schepping meegegeven is. Hij geeft eeuwigheidskwaliteit aan alle leven, op de eerste plaats aan het leven van Jezus, en daarin ook aan elke mens.

De gelovige betekenis van ‘eeuwig’ is eigenlijk: betrokken op God, waar God in aanwezig is. Wij mogen geloven dat God ook nu in ons leven aanwezig is. Hij is juist de diepste kern van het feit dat wij ‘leven’. Hij staat mee aan het begin, het wonderlijke begin van elk mensenle-ven, onze herkomst . En Hij wenkt ons, Hij is ook het perspectief van ons leven, onze uiteindelijke toekomst. En tussen verleden en toe-komst is Hij vandaag één en al liefde in ons, tussen ons, overal waar mensen vrede scheppen, overal waar vergeving gebeurt, overal waar de waarheid het haalt op de leugen, overal waar het goede het kwaad overwint.
God is ons gegeven. Wij hoeven niet van alles te presteren om Hem op onze hand te krijgen. Zijn liefde is ons vele lengten voor. Mogen wij daar heel diep van overtuigd zijn.



Agnes Lameire

De wereld

Wat is toch die ‘wereld’ waar Johannes het in zijn geschriften meerdere keren over heeft? Hoe moeten we dat interpreteren? Als hij zegt dat we niet van de wereld mogen zijn bedoelt hij zeker niet dat we de wereld de rug moeten toekeren. Alsof we niet mogen genieten van zon en zee, van de goede vruchten der aarde, van het Bijbelse glas wijn die het hart verheugt.
De wereld waar we ons moeten van afhouden is de mentaliteit die ons belet te leven als vrije, blije kinderen van God.
Als we knielen voor geld en bezit...
als we, ten koste van anderen, vechten voor de hoogste sport op de ladder...
als we hard en onbarmhartig zijn voor gekwetste mensen ...
als we ons overgeven aan mateloos genot ... dan, ja,
dan zijn we ‘van de wereld’ en daar wil Jezus ons voor waarschuwen.
En Hij bidt dat we niet aan die wereld maar aan zijn Vader zouden toebehoren. En dat we daarin één zouden zijn.



Marc Gallant

Monnik te Orval



God kennen (2014)

Jezus staat voor het meest decisieve moment van zijn leven. Hij zal de aarde verlaten. Hij zal zijn lichaam moeten loslaten, met al de rijkdom van wat hij heeft ervaren aan schoonheid, goedheid, genegenheid en vriendschap: alles wat de vreugde uitmaakt van het leven op aarde. Hij zal ook de zending, die zijn Vader hem heeft toevertrouwd, moeten overlaten aan zijn leerlingen, en die is nog maar nauwelijks gestart. Hij is bereid zijn leerlingen alles te geven. “Hij die de zijnen heeft bemind die in de wereld waren, hij heeft hen bemind tot het uiterste” (Johannes 13,1). Zijn liefde voor ons heeft hem ons doen delen in zijn liefde voor de Vader: “God, niemand heeft Hem ooit gezien; de enige Zoon, die in de schoot van de Vader is, heeft Hem kenbaar gemaakt” (Johannes 1,18). Jezus heeft niets voor zichzelf behouden, alles heeft hij met ons gedeeld : “Alles wat ik van de Vader heb geleerd, heb ik jullie kenbaar gemaakt” (Johannes 15,15). Hij heeft ons God leren kennen met zijn kennis, de kennis zelf van de Zoon, en hij heeft die kennis in ons bereik gebracht dank zij de klare taal van zijn aards bestaan: “Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien … Geloof je niet dat ik in de Vader ben, en de Vader in mij is ? … De Vader die in mij verblijft doet de werken …” (Johannes 14,9-10). Hij zal echter zijn levenswerk onvoltooid moeten achterlaten. Hij weet het zeer goed : zijn leerlingen zijn traag van leer, zij begrijpen niet vlug, en het zal hen zwaar vallen de opvolging waar te maken. Jezus bidt voor hen.

“Vader, het uur is gekomen”, zegt hij.
Het is het ‘Uur’, het historische moment waar heel zijn leven naartoe gericht is. Het is ook het moment dat boven de tijd uitstijgt, want dan gaat Hij de heerlijkheid van de Vader binnen. Dat uur, op de binding van tijd en eeuwigheid, moet Jezus in de heerlijkheid van de Vader, de volheid van zijn wezen binnenloodsen. Hij bidt nu zijn Vader voor zijn leerlingen. Jezus begint dat gebed met de Vader te vragen om in zijn volheid, zijn heerlijkheid gesteld te worden, want die zal het hem toelaten ten volle zijn Kerk ter hulp te komen.

Jezus vraagt de Vader hem te verheerlijken opdat hij, wederzijds, de Vader kan verheerlijken. Wat betekent die ‘verheerlijking’, van welke ‘heerlijkheid’ of ‘glorie’ is er hier spraak? Het Hebreeuws ‘kabod’, ‘gewicht’, ‘heerlijkheid’ evoceert bij de mens van de bijbel het beeld van gewicht: het gewicht van een wezen drukt in de ruimte zijn belangrijkheid uit. Een belangrijk personage weegt door bij de mensen, zelfs al doet hij niet ‘gewichtig’. De heerlijkheid wordt aldus de kwaliteit die men erkent aan de uitstraling van iemand. Gesteld in zijn heerlijkheid, zal Jezus heel zijn invloed kunnen laten gelden. Als men zegt dat “de heerlijkheid van Jahweh gans de aarde vervult” (Numeri 14,21), dan bedoelt men daarmee dat de hele werkelijkheid in Hem haar consistentie vindt.

Jezus’ zending op aarde was het, de mensen ertoe brengen de belangrijkheid van God, zijn ‘heerlijkheid’, te erkennen als grondslag van hun bestaan. Te ontdekken dat God liefde is, dat ieder van ons enig is voor Hem. Als Jezus zijn eigen heerlijkheid ontvangt van de Vader (Johannes 17,5), dan komt hij volledig, met heel zijn mensheid, tot het statuut van enige Zoon van de Vader. Zijn dood huldigt dat statuut in. Het is zijn verheerlijking. Maar tevens geeft Hij, in dat geheel zichzelf worden, aan de ganse mensheid de Vader te ontdekken als bron en volheid van het bestaan. De verheerlijking van de Zoon is dus onafscheidelijk de verheerlijking van de mensheid: “De heerlijkheid van God is de levende mens, en het leven van de mens is God te aanschouwen”, roept sint Ireneüs uit (Contra hœreses 4, 20:7). En is de levende mens niet Jezus Christus van wie Johannes in zijn proloog verklaart: “van alle wezen was hij het leven” (Johannes 1,4)? Wat is immers het leven?

“Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en Hem die u gezonden hebt, Jezus Christus” (Johannes 17,3). Het gaat dus om een kennen: niet juist maar een intellectueel weten dat men bezit, maar een kennen van de andere dat zich ontwikkelt in een lange familiariteit en een groeiende ervaring. Zo heeft Jezus ons de Vader doen kennen. Voor de mens van de bijbel engageert het kennen heel de mens. Om iemand te kennen moet men al zijn vermogens inschakelen. God kennen is van die aard. Het is een zich totaal aan Hem toevertrouwen, zich onberekenend aan Hem geven. Doorheen zijn aards bestaan en zijn dood, geeft Jezus ons toegang tot de werkelijkheid van de Vader. De evangelische boodschap is dit vreugdevolle nieuws: in Jezus worden we naar de Vader gedragen. En nu draagt Jezus dit elan in zijn gebed voor zijn leerlingen.

Nog voor dit gebed uit te spreken, verduidelijkt Jezus dat het enkel maar betrekking heeft op zijn leerlingen, en dat hij hier niet bidt voor de wereld die niet gelooft. Heel zeker, de liefde van God die zich uitdrukt in zijn Zoon, gaat naar alle mensen. “God heeft zodanig de wereld bemind dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft … opdat door hem de wereld zou verlost worden” (Johannes 3,16-17). En Jezus zelf bidt “opdat de wereld zou geloven” dank zij zijn zending (Johannes 17,21 …23). Maar hier bidt hij speciaal voor zijn leerlingen opdat de Vader hen in hun trouw zou bewaren. Door hun geloof en hun liefde behoren zij reeds de Vader toe. Jezus vraagt dan ook de Vader een bijzondere zorg voor hen te dragen. Zelf staat hij nu voor de grote beproeving. Ook zijn leerlingen zullen beproefd worden terwijl zij in de wereld zijn taak verder zullen zetten. Mogen zij in hun zending volharden, nu hij zelf naar de Vader gaat.
Wij weten aldus dat wij steeds gedragen worden door Jezus’ gebed, zelfs als wij ons alleen voelen in een wereld zonder God.



Het gebed van Jezus (2017)

We zijn enigszins verrast om de uitspraak van Jezus in het Evangelie van vandaag: "Het is niet voor de wereld dat ik bid" (Johannes 17, 9). Hoe moeten we dit begrijpen? Merken we allereerst op dat Jezus van meet af aan verklaart dat zijn gebed, hier, geldt voor zijn leerlingen, niet de ongelovige wereld. Luther heeft terecht gezegd: "Voor de wereld moet men vragen dat hij zich bekeert, niet dat hij wordt behouden of geheiligd”. Deze uitsluiting is te verstaan in de logica van Johannes: de "wereld" heeft alle contact met God verbroken, en Christus verworpen in de naam van haar waarden. Strikt genomen is "bidden voor de wereld" dan bijna absurd: het is immers de enige hoop voor de ‘wereld’ dat hij juist niet langer ‘wereld’ zou zijn. Op straffe van verkeerd begrepen te worden moet deze schokkende verklaring geplaatst worden, zowel in verband met de universaliteit van de liefde van God, die zijn Zoon geeft aan heel de mensheid (Johannes 3, 16), als in verband met de oproep tot de zending van de leerlingen in de wereld, sterk bevestigd in dit hoofdstuk (v. 18 en 25). De weigering van Jezus om te bidden voor de wereld is beslist niet absoluut. Jezus wil dat door zijn Kerk, de hele wereld tot geloof zou komen en behouden worden (Johannes 21, 23). Maar zijn gebed hier is bedoeld om hen die in Hem geloven, te bewaren en te heiligen, en heeft alleen betrekking op hen.

Johannes zal verder nog verduidelijken dat wij bij de Vader een voorspreker hebben in Jezus Christus, de rechtvaardige; Hij is het die het slachtoffer is voor onze zonden, en niet alleen voor de onze, maar ook voor de hele wereld (1 Johannes 2, 1-2). Hij wil immers dat alle mensen gered worden en tot de kennis komen van de waarheid.
Christus heeft gebeden voor allen, want zijn gebed heeft, op zichzelf, een weerslag op de hele wereld. Als niet iedereen er het effect van ontvangt, dan is dit omwille van de wereldse aangelegenheden die het verhinderen. Nu is de Heer bezig met mede-erfgenamen, nog niet met de erfenis. Binnenkort zal de Vader zeggen: "Vraag, en Ik geef je de volken in bezit, de uithoeken van de aarde krijg je in eigendom" (Psalm 2, 8).