Loading...
 

7e zondag door het jaar A

Regen Mor


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 5, 38-48: De bergrede II

Matteüs 5, 38-48 // Lucas 6, 27-38



De tekst

Dichter bij de tijd

Op een dag gaat Jezus een berg op.
Daar spreekt Hij tot de mensen
die Hem gevolgd zijn.
Hij zegt:

Je hebt gehoord dat men zegt:
oog om oog en tand om tand.
Maar Ik zeg je: begin niet te vechten
met iemand die je kwaad heeft gedaan.
Als iemand jou op je rechterwang slaat,
houd hem dan ook de andere voor.
Als iemand een proces tegen je aanspant
om je hemd te krijgen,
geef hem dan ook je jas.
Als iemand je dwingt
anderhalve kilometer met hem mee te gaan
om zijn bagage te dragen,
ga er dan drie met hem mee.
Geef aan wie jou iets vraagt,
en als iemand iets van jou wil lenen,
weiger het dan niet.

Je hebt gehoord dat er gezegd is:
Hou van uw naaste en haat uw vijand.
Maar Ik zeg je: hou van je vijanden
en bid voor wie je vervolgen.
Dan zullen jullie kinderen zijn
van je Vader in de hemel.
Want die laat de zon opgaan voor iedereen:
voor slechte en goede mensen,
en Hij laat het regenen voor iedereen:
voor rechtvaardige en onrechtvaardige mensen.
Want als je houdt van de mensen die jou liefhebben,
welk loon verdien je dan?
Tollenaars doen dat toch ook!
En als je alleen je vrienden groet,
wat is daar bijzonder aan!
Heidenen doen dat toch ook!
Wees dus goed zonder berekening,
net zoals jouw hemelse Vader goed is zonder te rekenen.



Stilstaan bij ...

Oog om oog, tand om tand
Dit is de Wet van de vergelding: men vergeldt kwaad met hetzelfde kwaad en in dezelfde maat.
‘Een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet. Een brandplek voor een brandplek, een wond voor een wond, een striem voor een striem.’ (Exodus 21, 24-25)
Deze houding die nu heel wreed overkomt, was al een stap vooruit in vergelijking met de bloedwraak die voordien geldig was: ‘Word ik gewond, dan dood ik een man, krijg ik een schram, dan neem ik een kind’ (Genesis 4, 23).
Sinds de Wet ‘oog om oog’, moest men met gelijke munt betalen. Men mocht iemand niet meer pijn aandoen, dan wat die had aangedaan. Dus: niet meer dan een oog voor een oog; niet meer dan een tand voor een tand.


Mijl
(= 1478 m)
De overheid mocht iemand opeisen om over één mijl lasten te dragen. Zo moest Simon van Cyrene het kruis van Jezus helpen dragen.


Naaste
Iemand die naast je leeft, je medemens. Voor de Israëlieten / joden kunnen alleen Israëlieten / joden ‘naasten’ zijn. De anderen waren vreemden, aan wie men geen hulp of medelijden verplicht was.
Eigen aan Jezus is dat Hij het woord ‘naaste’ heeft opengetrokken: Hij bedoelde er iedere medemens mee. Joden, Romeinen, Samaritanen, heidenen ... iedereen was voor Hem een ‘kind van God’.
Dit maakte Hij niet alleen duidelijk in wat Hij zei (bv. de parabel van de barmhartige Samaritaan), maar ook in wat Hij deed (bv. zijn ontmoeting met een vrouw uit Syro-Fenicië, de Romeinse honderdman, de tollenaar Zacheüs, een vrouw uit Samaria).


Vijand haten
Dat men zijn vijand moet haten, staat nergens in de bijbel. Het zou een uitspraak zijn van Schriftgeleerden, die ermee wilden duidelijk maken dat het gebod van de naastenliefde alleen geldig is voor mede-joden.


Bemint uw vijanden
In de joodse wetgeving stond de liefde tot God en de naaste centraal. Maar Jezus ging hierbij veel verder, door ook zondaars en vijanden tot die ‘naasten’ te rekenen.
Daarvoor baseert Hij zich op de liefde van God die de zon laat schijnen en het laat regenen over alle mensen: goeden en slechten. Men moet zijn vijanden lief hebben omdat God hen reeds liefheeft.


Rechtvaardige
Wordt gezegd van iemand die leeft volgens Gods wil, zoals die werd uitgedrukt in de Wet.


Tollenaar
Een tollenaar vraagt tol bij het gebruik van wegen en bruggen, bij het binnengaan van het land of een stad en int belastingen. In de ogen wan de joden waren tollenaars verraders en zondaars, omdat ze werkten in dienst van de Romeinen, die hun land binnengevallen waren, en afpersers en oplichters, omdat ze teveel geld vroegen.


Broeders
Hiermee worden mede-christenen bedoeld. Dit is nu nog in de liturgie te horen bij het voorlezen uit de brieven van de apostelen.


Heidenen
In deze context: mensen die geen jood zijn.


Volmaakt
Deze volmaaktheid mag men niet verstaan in de zin als: moreel perfect, in orde zijn met de wetsbepalingen. Het gaat eerder om heelheid, harmonie met zichzelf, met God, met de omgeving.
Zo zegt Jezus dat zijn volgelingen de Tora meer naar de geest moeten onderhouden dan naar de letter zoals Schriftgeleerden en Farizeeën dat doen.



Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Lucas 2, 22-39, is te vinden bij 2 februari. Ze bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijdens de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Een verhaal






Suggesties

Vooraf

Bij nader inzien is de parabel van de Barmhartige Samaritaan één groot voorbeeld van: 'Bemin je vijand'. Klik hier als je de suggesties bij deze parabel wenst te zien.






Kleine kinderen

BELEVEN

Collage

Vooraf
Scheur uit tijdschriften allerlei reclame waarin gele vlakken voorkomen.
Lijm
Een grote ronde schijf die uit karton werd geknipt.


Verloop
Praat met de kinderen over de zon.
- Wat doet de zon?
- Vind je de zon fijn?
Stel met de kinderen vast dat de zon voor iedereen schijnt, of men nu goed of slecht doet.
Vertel ook dat Jezus God vergelijkt met de zon: ook God is goed voor iedereen, of die mensen nu goed of slecht doen.

Spreek met de kinderen af om zo'n zon te maken: ze scheuren stukjes (klein - indien er veel kinderen zijn; groter indien er weinig kinderen zijn) geel uit de bladen die je hebt meegebracht. Die stukjes worden op de schijf gekleefd.

Zoek daarna een geschikt plaats om die 'zon' op de hangen.





BIDDEN

Gebed met gaten

(Pimmeke, 1998-99 - nummer 4, p. 9)

Lees het volgende gebed voor, en laat de kinderen de ontbrekende woorden invullen.
Men kan zich laten leiden door het rijm - maar kinderen mogen gerust wat anders invullen ook.

God, Gij ziet allen even graag
gisteren, morgen en ....

Of je bruin bent, zwart als git,
of je geel bent, ofwel....

Of je recht loopt of wat krom
of je slim bent ofwel ....

Of je grof bent of eer fijn
of je groot bent ofwel ....

Of je 't koud hebt of te warm
of je rijk bent ofwel ....

Of je rap bent of wat traag,
God, je ziet allen even ....





Grote kinderen

VERDIEPEN

Samen een stad maken

(geïnspireerd door: J. BRUGMAN, Prettige zondag! Kinderwoorddiensten voor het jaar A, Gooi en sticht, 1995, p. 105)

Materiaal
Grote vellen papier (b.v. A-3), stiften, genoeg voor het aantal groepjes dat je voorziet (met maximaal 4 kinderen)
Kleine 'kaartjes': een gekleurd blad papier dat in 8 rechthoeken verknipt werd. (per groep kinderen: 4 'kaartjes')
Dikke stiften (voor de plattegrond), gewone stiften (voor de 'kaartjes')


Verloop
Verdeel de grote groep in groepjes van drie tot vier kinderen. Vertel dat elk groepje op een blad de plattegrond mag tekenen van een stad, stadsdeel, dorp (aanpassen aan de situatie die de kinderen bekend is)
Daar moet van alles inkomen: straten, pleinen, fietspaden enz.
De 'kaartjes' gebruiken de kinderen als 'bordjes', die op een aantal plaatsen aangeven hoe men zich daar het best gedraagt.(Afspraken)
Hierbij mogen de kinderen niemand vergeten.

Daarna vergelijken de kinderen de verschillende steden.
- Wat valt je hierbij op?
- Heeft men met iedereen rekening gehouden?
- Welke afspraken maken het meest indruk?

Lees dan het laatste deel voor van het evangelie van deze dag:

Je hebt gehoord dat er gezegd is:
Hou van uw naaste en haat uw vijand.
Maar Ik zeg je: hou van je vijanden
en bid voor wie je vervolgen.
Dan zullen jullie kinderen zijn
van je Vader in de hemel.
Want die laat de zon opgaan voor iedereen:
voor slechte en goede mensen,
en Hij laat het regenen voor iedereen:
voor rechtvaardige en onrechtvaardige mensen.
Want als je houdt van de mensen die jou liefhebben,
welk loon verdien je dan?
Tollenaars doen dat toch ook!
En als je alleen je vrienden groet,
wat is daar bijzonder aan!
Heidenen doen dat toch ook!
Wees dus goed zonder berekening,
net zoals jouw hemelse Vader goed is zonder te rekenen.

Bespreek kort dit stuk evangelie.

Stel met de kinderen vast:
. dat Jezus nog verder gaat dan de afspraken die mensen al onder elkaar maken.
. dat Jezus zijn visie verantwoordt door te verwijzen naar God die de zon laat opgaan voor iedereen, die het laat regenen voor iedereen, die goed is zonder te rekenen. Want: God is de Vader van alle mensen!

Bespreek daarna de afspraken die de kinderen zelf gemaakt hebben in het licht van dit stukje evangelie.



Houdt God van iedereen?

Ik geloof dat God iedereen respecteert, ook de mensen die niet van Hem houden.
Hij is net als ouders: die houden ook van hun kinderen, zelfs wanneer ze van alles kwaad doen.
Miel, 11 jaar

Moest ik God zijn, dan zou ik niet houden van hen die andere mensen pijn doen.
Salome, 9 jaar

Ik vind dat God van iedereen moet houden. Dat is zijn beroep.
Lucie, 10 jaar

De God van elke godsdienst houdt van de mensen die in Hem geloven.
En zij die in niets geloven? Wel, er is geen God die van hen houdt.
Toon, 12 jaar

Dat vraag ik me soms af: houdt God echt van alle mensen,
ook van hen die niet in Hem geloven, zelfs van hen die kwaad doen aan anderen?
Ik denk dat Hij van iedereen houdt, want Hij is liefde.
Maar dan moet ik aannemen dat God blij is als Hij de vreugde ziet van de mensen van wie Hij houdt,
en dat Hij verdrietig is als Hij hun verdriet of angsten ziet.
De liefde van God voor de mensen, is een echte liefde, een levende liefde, een liefde voor iedereen.
Zuster Laetitia, 67 jaar

God heeft zozeer van de mensen gehouden, dat Hij hun zijn enige Zoon heeft gegeven. (Johannes 3, 16)


- Welke uitspraak treft jou het meest? Waarom is dat?



En als jij nu eens God was?

- Zou jij dan een verschil maken tussen de volgende mensen?
Doorstreep die zinnen die het hebben over mensen waarvan je het heel moeilijk vindt om van te houden:

'Zij die niet van Je houden'
'Zij die in Jou geloven, maar niet met Je spreken'
'Zij die niet in Jou geloven, maar in een andere God'
'Zij die denken dat Je niet bestaat'
'Zij die denken dat Je bestaat, maar dat Je oud bent en streng'
'Zij die niet weten dat Je bestaat'
'Zij die in Jou geloven en doen wat Jij belangrijk vindt'
'Zij die er zich niets van aantrekken'

Lees daarna de tekst uit het evangelie volgens Matteüs.
- Zou je nu hetzelfde antwoord geven op de bovenstaande vraag?
- Wat vind je van God?





BELEVEN

Anderen aanvaarden

(Geïnspireerd door: P. CHAPELLE in Zonnestraal 2006, nr 22, p. 19

Maak de volgende zin af: anderen aanvaarden, betekent...
Kies eerst een vakje uit de eerste kolom en daarna één uit de tweede kolom.
Als je wilt, kun je er ook nog een vakje uit de derde kolom aan toevoegen.

... akkoord gaan metmensen die ik graag heb, maar die niet denken zoals ikdat is niet altijd gemakkelijk.
... begrip tonen voormensen die ik niet zo leuk vindgeeft me een goed gevoel.
... blij zijn voormensen die ik niet goed kendat kost dikwijls moeite.
... gaan naaranderenen blij zijn dat ik het deed
... ......


Schrijf hieronder de zin die je het meest bevalt. Leg uit waarom.

Anderen aanvaarden betekent:

..............................................................................................................................
..............................................................................................................................

Ik kies voor deze zin omdat:

..............................................................................................................................





VERTELLEN

Van de aap en de schilpad

C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p.289

De aap en de schildpad waren goede vrienden.
Op een dag zei de aap tegen zijn vriend: 'Ik ga trouwen.'
'Dat moeten we vieren!' zei de schildpad,
'Ik nodig je uit voor een etentje vanavond,' zei de aap.

De schildpad kwam.
Op tafel lagen lekkere hapjes.
Maar de schildpad kon er niet bij:
haar pootjes waren tekort.
De aap smulde de hele tafel leeg.
De schildpad ging met grote honger terug naar huis.

Enkele maanden later ontmoetten de twee vrienden elkaar weer.
'Kom je vanavond bij mij eten? vroeg de schildpad ,
'Gewoon voor de gezelligheid,
om de vriendschap levend te houden.'

's Avonds vond de aap bij de schildpad een tafel vol lekkers:
malse groene blaadjes, vruchten, kanjers van noten en hopen zaadjes.
'Tast toe, goede vriend,' zei de schildpad.
'Maar als je nog eerst je handen wilt wassen,
ga dan even naar de bron.'
De aap liep naar de bron om zijn handen te wassen.
'Ik neem alvast een hapje, riep de schildpad hem na.
Toen de aap terugkwam van de bron,
waren zijn handen opnieuw vuil.
Vol moed liep de aap terug naar de bron
om zijn handen een tweede keer te wassen.
Wanneer hij buiten adem en hongerig terugkwam,
vond hij een voldane schildpad voor een lege tafel.
Verlegen keek hij naar zijn vuile handen en dan naar de lege tafel.
Toen dacht hij aan de vorige keer dat ze samen gingen eten.

Zwijgend en beschaamd keerde hij terug naar huis.



De boodschappentas

(Naar: A. VAN WIJNGAARDEN, Kinderbron 6, 1984/1985)

Er was eens een soldaat die net boodschappen had gedaan.
Omdat hij geen zin had
om een zware boodschappentas te dragen,
zei hij tegen de eerste de beste die hij tegenkwam:
- Hier komen, en mijn tas dragen!
- Ja, maar...
- Niks te maren..., doe wat ik zeg, anders...
Er zat dus niets anders op.
De man die de tas moest dragen, zon op wraak.
Maar hij kon niets bedenken.
Als hij niet deed wat de soldaat zei, ging hij eraan.

- Zo is het wel genoeg, hoorde hij de soldaat zeggen.
Maar in plaats van opgelucht weg te lopen
droeg de man de tas uit eigen vrije wil verder.
- Zeg, hoor je me niet? vroeg de soldaat
Waarom doe je dat?
De soldaat werd er zenuwachtig van.
De man die de boodschappentas droeg, glimlachte.
Oef, het was hem gelukt,
die stoere soldaat zenuwachtig te maken,
zonder wapens,
alleen door iets meer te doen
dan er van hem verwacht werd.





Jongeren

VERDIEPEN

Woordzoeker

Materiaal
Noteer de volgende woorden op kaartjes:
OOG, TAND, RECHTERWANG, NAASTE, VIJAND, HATEN, VADER, HEMEL, ZON, SLECHT, GOED, REGENEN, KWAAD, JAS
Woordzoeker.


Verloop
Lees eerst het evangelie van deze zondag voor. Gebruik hierbij de tekst 'Dichter bij de tijd', in 'Bijbel in 1000 seconden', fiche bij de 7e zondag door het jaar, 2e pagina.

Neem daarna de kaartjes met woorden. Wat zegt de tekst over elk woord?
Welke woorden zijn typisch voor wat 'vroeger gezegd werd'? (Groepeer deze kaartjes)
Welke woorden zijn typisch voor Jezus? (Groepeer deze kaartjes)
De woorden die in beide vorige groepen kunnen horen, worden in het midden gegroepeerd.


Belangrijk
Niet de juistheid van de classificatie is belangrijk, wel de argumenten die men erbij geeft, en het inzicht in de eigenheid van Jezus' woorden.

Daarna worden de woorden opgezocht in de woordzoeker.
De letters die overblijven vormen de zin: 'Wees goed zonder te rekenen'.
Ga met de jongeren dieper in op deze zin.
- Wat bedoelt Jezus met deze zin?
- Vinden wij dat ook? Waarom? Waarom niet?
- Op welk gebied zou je deze zin zeker ter harte willen nemen?





MEDITEREN

Raad uit het boeddhisme

Beledigt iemand u,
dank hem,
want hij had u kunnen slaan

Slaat u iemand,
dank hem,
want hij had u kunnen kwetsen.

Kwetst hij u,
dank hem,
want hij had u kunnen doden.

Doodt hij u,
dank hem,
want hij zendt u naar het Nirwana.





BELUISTEREN

Linkerwang, rechterwang

(de tekstschrijver van dit lied en de muziek zijn onbekend)

Ze zullen altijd tegen je zeggen:
'Voor wat hoort wat, want dat hoort'.
Ze zullen altijd uit willen leggen:
Sta op je rechten, dan kom je nooit te kort.
Doe daar niet aan mee, doe het anders om:
geef de mensen meer dan ze durven te verwachten.
Dus in plaats van steeds op je strepen staan.
Langer met ze meegaan dan zij wel van je dachten.

Refrein
We hebben mensen nodig met een nieuwe fantasie,
mensen nodig met een nieuwe fantasie. (2X)

Ze zullen altijd tegen je zeggen:
'Oog om oog en tand om tand'.
Ze zullen altijd uit willen leggen:
Sla van je af en gebruik toch je verstand.
Doe daar niet aan mee, doe het anders om:
ga op mensen af die van jou af willen komen.
Ook als ze je wegslaan blijf in de buurt,
want zij hebben nodig waar zij zelf niet toe komen.

Refrein
Ze hebben mensen nodig met een nieuwe fantasie,
mensen nodig met een nieuwe fantasie. (2X)



Deze tekst gaat verder in op wat Jezus zegt in het evangelie van deze zondag.
Wie niet zo direct aan het zingen gaat, kan ook stilstaan bij deze tekst alsof het een gedicht is.
- Welke zin treft jou het meest? Waarom is dat?

Er staat dat men mensen nodig heeft met een nieuwe fantasie.
- Beschrijf deze fantasie in eigen woorden.

- Zoek in je leven een voorbeeld van wat 'oog om oog, tand om tand' kan zijn. Zoek daarna hoe je daarop kan reageren als 'mens met een nieuwe fantasie'.





VERTELLEN

Na de dood

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Uitgeverij Averbode 2007, p. 318)
 
Toen rabbi Mosje gestorven was,
zei hij bij zichzelf:
‘Nu moet ik geen geboden meer onderhouden.
Wat kan ik nu doen
om de wil van God te volbrengen?’
Hij dacht:
‘Misschien wil God
dat ik gestraft wordt
voor mijn ontelbare zonden.’
Dadelijk begon de rabbi
uit alle kracht te rennen
en sprong de hel in.
 
Daarover was men in de hemel erg ongerust.
Spoedig kreeg de duivel het bevel:
‘Zolang rabbi Mosje bij jou is,
mag je geen vuur stoken.’
Toen ging de duivel naar de rabbi:
‘Wil je alsjeblief naar de hemel gaan,
want dit is hier uw plaats niet.
Het kan toch niet
dat ik hier geen vuur kan stoken
omdat jij hier bent.’
‘Als dat zo zit,’ zei de rabbi,
‘dan verroer ik geen stap,
tot alle zielen mee mogen,
die hier zijn.’
 
Naar een Chassidisch verhaal




Bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 15 februari 2017, p. 1)

Rabbi Mosje had bij leven altijd al zijn hart op de juiste plaats gehad.
De geboden van God zag hij niet als een resem wetjes
die klakkeloos moesten opgevolgd worden.
Voor hem waren die geboden richtingswijzers,
hulpmiddelen om God te dienen.
Want daar dienden wetten voor:
ze hielpen om van God te houden en van de medemens.

Toen rabbi Mosje stierf
moest hij die geboden ineens niet langer meer onderhouden.
Maar omdat die goede rabbi
die geboden nooit als ballast had gezien
ging hij op zoek om God op een andere manier te dienen.
Toen hij eraan dacht
dat hij toch wel een en ander op zijn kerfstok had,
overwoog hij om naar de hel te gaan om zijn straf uit te zitten
voor de vele zonden die hij gedaan had.

Maar rabbi Mosje had altijd als een rechtvaardig man geleefd,
zodat zijn verblijf in de hel
uiteindelijk maar van heel korte duur zou zijn.
Bovendien zat de duivel ermee verveeld
dat hij het vuur niet zo hoog kon stoken als hij wou
omdat de rabbi eigenlijk niet meer gestraft moest worden.
Hij sprak erover met de rabbi.
Maar toen die hoorde dat zijn aanwezigheid ervoor zorgde
dat andere zielen niet konden branden,
besloot hij heel snel: ‘Dan blijf ik hier!’
Want voor de rabbi was van God houden en van de medemens
geen gebod maar een levenswijze geworden.


Veel mensen klagen erover
dat er te veel wetten zijn om te onderhouden.
Maar mocht men het welzijn van zijn medemens
in alles voor ogen houden,
dan hoefden al die wetten niet.
Want uit respect voor de medemens
zijn er heel wat dingen
die men uit zichzelf al niet wil doen, of juist wel.





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

“Overdadig” beminnen... dus ook onze vijanden!

Jezus vraagt van Zijn leerlingen meer dan het gewone.
Hij vraagt een ‘buitengewone’, een ‘overdadige’ liefde.
 
De ‘gewone’ levensregel,
waar de meeste mensen achter kunnen staan
is die van de wederkerige rechtvaardigheid.
“Goed doen aan wie ons goed doet.”
en "Schadevergoeding eisen van wie ons kwaad doet!”
Correcte evenredigheid dus.
 
En toch! Met zo'n levenshouding
zijn wij inderdaad wel in orde en in regel met iedereen,
zijn de rechten en de plichten nauwkeurig in evenwicht,
maar is er eigenlijk geen marge voor een geschenk,
is er geen plaats voor een overdaad van liefde.
Uit onze eigen ervaringen zelf weten wij nochtans
dat het leven juist de moeite waard werd
door de vele blijken van “overdaad” van liefde,
die wij vanaf onze jeugd gratis en gul hebben gekregen.
Voor ons, gelovigen, kan er altijd iets ‘gratis’ gedeeld worden,
iets ‘overtolligs’ bij gegeven worden,
een ‘surplus’ getoond worden van een hartelijke liefde,
die niet gaat tellen of berekenen.
Het is juist dat overdadige boven de norm,
dat van ons de mens heeft gemaakt die wij mogen zijn.
Waarom doen wij, gelovige volgelingen van Jezus,
voor anderen meer dan wat het strikte minimum van de norm vraagt?
Daarvoor is er uiteindelijk maar één echte reden:
uit diepe dankbaarheid,
omdat wijzelf reeds zoveel surplus
aan hartelijke liefde van God in ons leven hebben ervaren.
 
Het evangelie vraagt niet dat wij geen vijanden zouden hebben.
Die zijn er nu eenmaal, dat moeten wij niet ontkennen.
Als wij ons laten leiden door onze spontane gevoelens,
dan vinden wij dat er zeker mensen die ons kwaad hebben berokkend
of die ons duidelijk minder sympathiek lijken.
Maar het evangelie vraagt ons meer dan het gewone
en nodigt ons uit tot een ‘buitengewone’ liefde.
Als gelovigen willen wij
onze houding en gedrag niet laten overheersen
door onze spontane antipathieën of sympathieën.
Christelijk leven steunt immers
niet alleen op wat wij spontaan aanvoelen.
Echt christelijk leven steunt voor ons
op een positieve keuze voor de liefde,
die de tegenstellingen heel goed ziet,
maar ze juist bewust wil overwinnen,
door concrete daden van vergeving, toenadering en eenheid.
Echte liefde wil niet beperkt worden
door wat strikt en evenwichtig rechtvaardig is.
De barmhartigheid die God reeds voor ons heeft getoond,
heeft immers niet afgehangen van ons sympathiek gedrag.
Hij bood ons geen afgewogen, strikt rechtvaardige barmhartigheid,
maar een overdadige vergeving,
zonder voorbehoud, zonder voorwaarde en zonder berekenen.
 
In de meeste omstandigheden,
waar wij vijandigheid ondervinden,
zal agressiviteit niet het beste effect zal hebben.
Kwaad vergelden met kwaad is altijd steriel.
Geweld beantwoorden met geweld
roept veelal groter geweld op.
Geweldloosheid is niet naïef of wereldvreemd, wel tegendraads,
en uiteindelijk zeer vruchtbaar.
Mahatma Gandhi, Maarten Luther King, Nelson Mandela,
de grote geweldloze bevrijders van de moderne tijden,
hebben dat duidelijk aangetoond.
 
Als wij onszelf vergelijken met anderen,
dan komen wij steeds tot de conclusie
dat het gelijk langs onze kant ligt
en dat de anderen ongelijk hebben.
Maar als wij ons veeleer zien in onze relatie tot God,
dan worden wij vlugger bewust
dat wij nog meer dankbaar moeten zijn
voor Zijn “overdadige” liefde aan ons.
Alleen vanuit die dankbaarheid kunnen wij ertoe komen
aan anderen te vergeven, gul, bovenmatig... dus ook aan onze vijanden.



Marc Gallant, trappist (Orval)

Onvoorwaardelijke liefde (2014)

De agressiviteit is wreder bij mensen dan bij dieren. Dieren doden om zich te voeden of om zich te verdedigen. De mens kan doden uit wraak, uit ideologie. Kaïn doodt zijn broeder Abel uit afgunst, en men zou zeggen dat de mensheid daarmee de dorst naar het bloed gekregen heeft. Zijn afstammeling Lamek zingt: “Kaïn werd zevenmaal gewroken, maar Lamek, zeventig maal zeven maal” (Genesis 4, 24). Veel erger nog: de mens zal zijn zucht een andere te doden projecteren op het beeld dat hij zich maakt van God, en zelfs doden in naam van God. De profeet Elia die, in naam van de ware God, de 450 profeten van Baal laat afslachten (1 Koningen 18, 19-40) schijnt de godsdienstoorlogen te rechtvaardigen. De ongelovigen zien die oorlogen juist als het grote argument tegen alle godsdiensten.

We begrijpen dat, in dit klimaat van mateloze agressiviteit in naam van de godheid, de Wet van Mozes, een grote stap vooruit geweest is. Zij kreeg vorm gedurende de ballingschap in Babylonië en ze bepaalt:
“Leven voor leven, oog voor oog,
tand voor tand, hand voor hand,
voet voor voet, verbranding voor verbranding,
kwetsuur voor kwetsuur, verwonding voor verwonding” (Exodus 21, 24-25).
Dat is de wet van de vergelding, zoals men die reeds vindt in de Codex van Hammoerabi, koning van Babylonië rond 1750 voor Christus.(§§ 196,197). Het is in feite een gewoonterecht dat reeds in gebruik was in het oude Oosten. Het bepaalde de strafmaat van de schuldige in evenredigheid met de fout. Daarmee werd buitensporige wraak ingedijkt. De wet van de vergelding werd ook nog verzacht door het asielrecht in sommige toevluchtplaatsen voor plegers van onvrijwillige doodslag (vgl. Exodus 21, 12-13; Numeri 35, 9-29; Deuteronomium 4, 41-42; 19, 1-3).

Jezus komt melden dat God liefde is, dat Hij zijn zon laat opgaan voor goede en voor slechte mensen. Jezus brengt een regelrechte revolutie in de menselijke verhoudingen. Hij vraagt ons niets minder dan volmaakt te zijn zoals onze hemelse Vader volmaakt is. Gods  volmaaktheid is zijn liefde. ”Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is”, zegt Jezus in de versie van Lucas (Lucas 6, 36).
Deze onvoorwaardelijke liefde drukt zich het meest nadrukkelijk uit in de liefde voor de vijanden. Matteüs’ versie: ”Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen” (Matteüs 5, 46), krijgt van Lucas een praktische formulering: “Heb je vijanden lief en doe wel aan wie jullie vervolgen” (Lucas 6, 27). Het is niet mogelijk onmiddellijk vriendschappelijke gevoelens op te brengen voor onze vijanden, maar het is mogelijk hen goed te doen. Niet riposteren is reeds een eerste weldaad voor onze vijanden: we vermijden hun furie nog aan te scherpen.

Jezus legt hier de eerste steen voor een heel nieuw maatschappelijk model. Het zal eeuwen duren vooraleer zelfs christenen er zich volledig mee doordringen. Na Jezus een paar jaar gevolg te hebben, vraagt Petrus, edelmoedig, aan Jezus of men vergeven moet tot zevenmaal toe. En Jezus antwoordt hem: “Neen, niet tot zevenmaal toe”, maar voor de opgeluchte Petrus vervolgt hij echter: “maar tot zeventig maal zevenmaal” (Matteüs 18, 22). Zoveel als zeggen dat er geen beperking van tel is in het vergeven. Jezus geeft hier duidelijk lik op stuk op de zevenmaal zeven maal wraak van Lamed: de oude maat van de wraak wordt de nieuwe maat van vergeving.
 
Als Jezus vraagt geen wraak te nemen en “niet te weerstaan aan slechten”, betekent dat evenwel niet dat hij daarmee pleit voor een officiële rechtspleging die de straffeloosheid zou waarborgen voor de misdadigers. Dat zou een premie geven zijn aan geweldpleging en banditisme. Jezus stelt alleen de wet voor geldig in Gods koninkrijk van liefde en vergeving. De enige vijanden van Jezus zijn het kwaad en de dood: in dat licht van Jezus moeten we heel het Oude Testament  herlezen.

De geschiedenis van tweeduizend jaar christenheid die, helaas, ook moorden kende in naam van God, leert ons dat de haat ook het gemoed van christenen kan overwoekeren, en dat er in ons hart  regionen zijn waar het licht van het evangelie nog niet binnengedrongen is. De woorden van Jezus waren dus niet alleen bestemd voor zijn toehoorders, maar voor allen die Hem willen volgen. Jezus is onze tijdgenoot.
Door met Hem te leven, zullen wij kunnen leven en beminnen zoals Hij.



De wet van de liefde (2017)

Jezus brengt een nieuwe wet, de wet van de liefde. Hij duidt aan wat het verschil is met het Oude Testament. Hij treedt op als een nieuwe Mozes: “Gij hebt gehoord … maar ik zeg u …” (v. 38; 43).
Volgens het principe van de talion, “oog voor oog, tand voor tand”, moest er van de schuldige een evenredige vergelding komen. Dit werd algemeen toegepast in de antieke beschaafde wereld en staat reeds in de codex van Hammoerabi, 1800 jaar vòòr Christus. Jezus citeert dit principe (v. 38) zoals het voorkomt in het Oude Testament (vgl. Exodus 21, 24 ; Deuteronomium 19, 21 ; Leviticus 24, 20). Deze wetgeving betekende in feite reeds een grote vooruitgang op het anarchistisch systeem van de persoonlijke wraakneming.

Jezus en de eerste christenen hebben de aan hun tijd gebonden wetgeving niet afgeschaft. In hun maatschappij zijn ze met een nieuwe handelwijze begonnen, door Jezus’ opdracht in acht te nemen “geen weerstand te bieden aan het onrecht” (v. 39). Daarmee oversteeg hun handelwijze de bestaande codes.
Wie gekozen heeft voor de Zaligsprekingen weet dat het geen oplossing is “rechtvaardig” slag voor slag te geven: dat is alleen maar het begin van een kettingreactie van geweld.

Matteüs citeert drie praktische voorbeelden van wat Jezus ons voorstelt (1). Jezus heeft natuurlijk zijn beulen niet de andere wang aangeboden (vgl. Matteüs 26, 27). Maar zich op Hem beroepen kan leiden tot die provocerende en ontwapenende geste tegenover een geweldenaar (v. 39) of tegenover wie je, tegen de Wet in, jouw mantel wil ontnemen (v. 40) (2).
Of neem nu het hoogst onaangenaam geval dat de Romeinse bezettingspolitie je zou opvorderen om de weg te tonen tot aan het kruispunt naar een dorp. Leid ze dan tot aan het dorp, zonder haar brutaliteit te laten opmerken (v.41). Kortom, wend u niet af van gelijk wie u eenvoudigweg nodig heeft (v. 42).

Daarmee komt Jezus tot de kern van zijn betoog, met zijn nieuwe gebod de vijanden te beminnen (v. 43-47).
We lezen in psalm 139: “Zou ik niet haten, Heer, die U haten? en niet walgen van degenen die tegen U opstaan? Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij” (v. 21-22).
Het is waar dat de Semieten het werkwoord ‘haten’ soms gebruiken in de verzachte vorm van ‘minder beminnen’ (vgl. Lucas 14, 26 en Matteüs 10, 37). “Je moet jouw vijand haten” (v. 43) zou dan kunnen betekenen “je moet je vijand niet beminnen”. Maar Jezus zegt: “bemint uw vijanden”. Voor de leden van de gemeenschap van Qumran was het een plicht “al de zonen van het licht te beminnen en al de zonen van de duisternis te haten”. Hier slaat Jezus een blad om. Het is onmogelijk te haten in de naam van God die Liefde is!

Jezus is duidelijk op dat punt. Het is onmogelijk hen te haten die we als vijanden beschouwen, terwijl God hen bejegent als zijn kinderen voor wie Hij, zonder onderscheid, zijn zon laat opgaan (v. 45). Een vijand beminnen is, zich als een ware zoon gedragen naar het voorbeeld de Vader. Bidden voor wie u vervolgt is een vorm van liefde die openstaat op de hoop van een ommekeer van de vervolger, en die aan God alleen de zorg laat de andere te oordelen (3). Zo staat de nieuwe Wet ver boven het spel van geven en nemen, dat ook tollenaar en heiden kennen.

Jezus vat zijn wet van liefde samen in een gebalde zin: “Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is (v. 48). De volmaaktheid van God is de volmaaktheid van de liefde. Lucas heeft goed begrepen dat de enige evangelische volmaaktheid deze is van de liefde. Zo geeft hij Jezus’ woord weer met: “Weest barmhartig zoals uw Vader barmhartig is” (Lucas 6, 36). Jezus toont ons zijn Vader, en zijn Vader is Liefde.

(1) Lucas stelt ons overeenkomstige voorbeelden voor: 6, 29-30.
(2) De Wet verbiedt de arme van zijn mantel te beroven: Exodus 22, 25; Deuteronomium 24,12-13.
(3) Het is duidelijk dat de kruisvaders, die in 1099 de inname van Jeruzalem veranderd hebben in een algemene moordpartij, in feite geen christenen meer waren …