Loading...
 

7e zondag door het jaar B

2 Stappen

HIJ STOND OP
VOOR ALLER OGEN
GING HIJ ONMIDDELLIJK NAAR BUITEN


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Marcus 2, 1-12: Jezus geneest een verlamde man

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1581)

Een tijdje later kwam Jezus terug in Kafarnaüm.
Toen de mensen hoorden dat hij er weer was, kwamen ze allemaal naar zijn huis.
Zelfs buiten voor de deur was er geen plaats meer.
Jezus vertelde de mensen over God.
Toen kwamen er nog vier mensen aan. Ze droegen een man die niet kon lopen.
Maar door de drukte konden ze hem niet bij Jezus brengen.
Daarom maakten ze een gat in het dak, precies boven Jezus.
Ze lieten hun zieke vriend op zijn draagbed naar beneden zakken.
Jezus zag dat die mensen in hem geloofden.
Daarom zei hij tegen de man die niet kon lopen:
‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’
Er zaten een paar wetsleraren tussen de mensen.
Die dachten bij zichzelf: Zoiets mag hij helemaal niet zeggen!
Hij beledigt God. Alleen God kan de zonden van mensen vergeven!
Maar Jezus wist wat ze dachten. Daarom zei hij tegen hen:
‘Het is anders dan jullie denken.
Het lijkt makkelijk om tegen iemand die niet kan lopen, te zeggen:
‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’
Het lijkt veel moeilijker om tegen hem te zeggen:
‘Sta op, pak je draagbed op, en ga lopen.’
Maar ik ben de Mensenzoon.
God heeft mij de macht gegeven om te vergeven.
Dat zal ik jullie laten zien.’
Toen zei Jezus tegen de man die niet kon lopen:
‘Sta op, pak je draagbed op, en loop naar huis.’
Meteen stond de man op. Hij pakte zijn bed op en liep weg.
Iedereen had gezien wat er gebeurd was.
De mensen waren diep onder de indruk.
Ze dankten God en zeiden: ‘Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt!’



Dichter bij de tijd

(C. Leterme)

Wanneer Jezus een paar dagen later weer in Kafarnaüm is,
hoort men dat Hij thuis is.
Er komen zoveel mensen naar Hem toe
dat ze zelfs niet meer bij de deur kunnen komen.
Vier mannen komen hun vriend bij Hem brengen. Hij is verlamd.
Omdat ze door de vele mensen niet bij Jezus kunnen geraken,
dragen ze hem voorzichtig langs de buitentrap naar omhoog.
Daar maken ze een gat in het dak,
vlak boven het hoofd van Jezus.
Langzaam laten ze hun vriend naar beneden zakken.
Wanneer Jezus hun geloof ziet,
zegt Hij tegen de verlamde:
‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’
Nu zitten daar een paar Schriftgeleerden die zeggen:
‘Hoe kan die Jezus nu zoiets zeggen?
Wie anders dan God kan zonden vergeven?’
Jezus heeft hen gehoord.
Hij vraagt: ‘Wat hebben jullie daar nu eigenlijk tegen?
Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde te zeggen:
“Uw zonden worden vergeven”,
of te zeggen: “Sta op, pak uw bed op en loop?”
Dan zegt Hij tegen de verlamde man:
‘Sta op, pak uw bed op en ga naar huis.’
En de man staat op, neemt zijn bed
en gaat weg voor het oog van iedereen.
De mensen die dit zien, zijn verbaasd en loven God.
‘Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeggen ze.



Als je dit verhaal aan kinderen vertelt...

... hou er dan rekening mee dat het woord zonde een moeilijk begrip is voor hen.



Stilstaan bij …

Kafarnaüm(= dorp van Nahum, of dorp van troost)
2000 jaar geleden werd dit stadje aan de noordwestkust van het meer van Galilea, vooral door vissers bewoond. Het was een tussenstation op de Via Maris, de handelsroute die Damascus met de Middellandse Zee en Egypte verbond. Hier konden kooplieden met hun kamelen overnachten en proviand inslaan. Kafarnaüm was één van de grensplaatsen waar kooplui tol moesten betalen aan de Romeinse bezetter, en waar ook een Romeins garnizoen gelegerd was.
Het was de woonplaats van Jezus en verschillende van zijn leerlingen: de broers Simon Petrus en Andreas, de broers Jacobus en Johannes.

Op dit ogenblik is Kafarnaüm een ruïnestad. Ze werd in de zevende eeuw verlaten na een aardbeving die de streek totaal verwoestte. In de 19e eeuw werd de stad terug opgegraven. De huizen waren opgetrokken uit basaltblokken, zonder cement. De daken bestonden uit lichte balken die met takken, stro en aarde waren bedekt. De bekendste ruïne is een synagoge van rond 200 na Christus. Er zijn ook nog de resten te zien van 'het huis van Petrus'. Men vermoedt dit omdat er boven dit huis fundamenten van een Byzantijnse kerk gevonden werden.


Verlamd
Toen Jezus leefde, dachten de mensen dat een ziekte of een handicap een straf was van God. Men werd ziek of gehandicapt omdat de persoon zelf of zijn ouders iets verkeerd hadden gedaan. Omdat ziek-zijn toen zoveel betekende als zondaar-zijn, werden die mensen uit de maatschappij gesloten.
In de Bijbel is ‘verlamd zijn’ een beeldende manier om te zeggen dat iemand door een situatie verlamd is. ‘Verlamdheid’ wordt zo het beeld van: angst, moedeloosheid, wanhoop, frustratie. Zo'n lamgeslagen mensen worden door Jezus aangesproken, beluisterd, weer op de been gebracht.


Dragen
Uiting van aandacht, bezorgdheid van mensen voor hen die geen bewegingsmogelijkheid meer hebben.
In deze context zeggen de ‘dragers’ met hun gedrag tegelijk dat ze zich niet neerleggen bij de gangbare opvattingen over zieken en mensen met een handicap, dat ze er zich niet door laten 'verlammen'.


Menigte
De menigte verspert de weg van de verlamde, net zoals ze in het dagelijks leven gewoon is hem terzijde te laten, hem niet te laten meetellen.


Bed
Als Marcus schrijft over een bed, dan heeft hij het niet over een meubel waarop een matras ligt, maar over een slaapmat van riet, wol of dierenhuiden, waar de mensen toen op sliepen. Elke avond rolden ze die mat uit op de grond. En elke morgen werd die terug opgerold en opzij gelegd.


Dakbedekking
De huizen hadden in het Midden-Oosten een trap aan de buitenzijde, langs waar men het dak kon bereiken, dat met balken, twijgen en leem was dichtgemaakt. Men kon dus gemakkelijk op het dak komen en er relatief vlot de bedekking weghalen, zoals de vrienden van de verlamde deden.


Vertrouwen
Merk op dat de drijfveer voor Jezus’ handelen niet het geloof / vertrouwen van de verlamde man is, maar dat van zijn vrienden.


Mensenzoon
Jezus noemt zichzelf in het evangelie volgens Marcus voor het eerst de ‘Mensenzoon’. In de taal die Jezus sprak, betekent dat gewoon ‘mens’, een ‘zoon van mensen’. Marcus gebruikt die titel vaak voor Jezus.
Maar in het boek Daniël 7, 13 staat dat de Mensenzoon iemand is die op wolken uit de hemel komt en lijkt op een mens. Volgens die profeet wordt de ‘Mensenzoon’ koning van de wereld.


Je zonden zijn je vergeven
God wil geluk voor iedereen. Dàt is het grote wonder. Al het andere is hieraan ondergeschikt, dus ook de wondere genezing.


Schriftgeleerden
De Schriftgeleerden waren vooraanstaande leraars in Jezus’ tijd. Ze bestudeerden de Wet, en waren de geestelijke leiders van het volk.
Toen ze hoorden dat Jezus zei dat de zonden van de verlamde man vergeven waren, vonden ze dat Jezus zich een bevoegdheid toe-eigende die alleen God toekomt.
Alleen God kan vergeven. En alleen priesters konden in de tempel de handelingen uitvoeren die daarbij hoorden.


Opstaan
Dit werkwoord doet aan ‘opstanding’, ‘verrijzenis’ denken. Voluit leven, er weer bij zijn. Het tegengestelde van ‘Sta op’ is: ‘blijf bij de pakken zitten.’
Christenen ervaren het ‘doen opstaan’ van anderen als een manier om de opstanding / verrijzenis van Christus in het dagelijks leven te realiseren.



Spreken met beelden

Verlamd zijn
Angstige, moedeloze, wanhopige, gefrustreerde mensen die berusten en afwachten, zijn als verlamd: ze komen niet los uit hun onmacht.
Zo'n lamgeslagen mensen worden door Jezus weer op de been gebracht.

In de psalmen is er dikwijls sprake van het bewandelen van de wegen van de gerechtigheid, van het volgen van Gods wegen.
Dit kan de lamme niet meer. De lichamelijke genezing wordt het beeld van de geestelijke heling.


Gedragen worden
Uiting van de aandacht, bezorgdheid van mensen voor wie geen bewegingsmogelijkheden heeft.
Maar het kan ook een beeld zijn voor: afhankelijkheid, ondergeschiktheid (men ligt altijd lager dan de ander)



Praktische informatie

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Lucas Marcus 2, 1-12, bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijden de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Informatie over deze tekst als wonderverhaal
. Tip bij het vertellen van deze tekst aan kinderen
. Een verhaal






Bij de tekst

Wie is Jezus?

In dit verhaal krijg je een zicht op Jezus vanuit verschillende hoeken:
- Een bezielende figuur met een grote aantrekkingskracht
Er kwam er zoveel volk dat niemand het huis nog binnen kon.

- Iemand met wie de Schriftgeleerden in conflict komen.
'Wat zegt die man daar. Hij spreekt godslasterlijk.'

- Iemand die zonden vergeeft.
'Uw zonden zijn u vergeven.'

- Iemand die wonderen verricht.
'Sta op, neem uw bed en loop...'



Soort verhaal

Het verhaal van de genezing van de verlamde man, is een paradigmatisch wonderverhaal. Dit wil zeggen dat dit verhaal dient als kader of omlijsting voor een gedenkwaardig woord of uitspraak van Jezus. In dit geval: 'Uw zonden zijn u vergeven.'



Betekenis

De genezing van een verlamde is meer dan de genezing van een zieke. Uiteindelijk gaat het erom dat met Jezus Christus het Rijk Gods is aangebroken en dat wie in zonde verstrikt zit, daaruit wordt bevrijd.
Marcus koppelt de genezing van de verlamming aan de vergeving van de zonden. Het één staat niet los van het ander: het gaat om de bevrijding van heel de mens.
Dit heeft verstrekkende gevolgen: het betekent dat Jezus zich op gelijke voet plaatst met God, wat de joden toen als een godslastering ervaren hebben. Dit wordt een concrete aanleiding voor zijn veroordeling tot de kruisdood.



Opstaan

Als je deze tekst in het Grieks leest, valt op dat het woord 'opstaan' hetzelfde is als het woord voor 'opstanding'. Christenen ervaren het 'op de voeten zetten', het doen 'opstaan' van anderen als een manier om de opstanding / de verrijzenis van Christus in het dagelijks leven te realiseren.

Dit verhaal wordt om twee redenen verteld:
- het laat zien wie Jezus is: iemand die mensen ‘doet opstaan’
- het roept op om ook mensen uit hun verlamdheid te doen opstaan.





Bijbel en kunst

ARCABAS

Sta op en ga

5 Arcabas Sta Op En Ga

(Eglise Saint-Hugues-de-Chartreuse)


Hoe wervelend Arcabas dit ook schilderde, voor de lamme blijkt het een immense inspanning om nog maar rechtop te kunnen komen.
De houding van Jezus lijkt bezwerend, maar het is de man zelf die actie moet ondernemen.
Zal hij verder ‘gedragen’ worden door de dynamiek die uitgaat van de woorden die Jezus spreekt?





E. MODDERMAN

Zieken verzorgen (2018)

5 Egbert Modderman

(foto: wijkgemeente-martinikerk)


De Stichting Martinikerk gaf aan de kunstschilder Egbert Modderman (geboren in 1990) de opdracht om zeven schilderijen (van drie bij anderhalve meter) te maken over de 'werken van barmhartigheid' voor de kooromgang van de Martinikerk te Groningen.
Omdat de schilder iets herkenbaars wilde creëren vroeg hij vier van zijn vrienden uit Groningen als model. 'Ik heb ze laten poseren in de kerk, zodat het kleurgebruik aansluit bij de Martinikerk. Bovendien is bijvoorbeeld het doek waarin de vrienden hun verlamde vriend dragen hetzelfde blauw als het dak van de koorgang. Dat maakt het meer een geheel.'
Jezus heeft het over de hongerigen voeden, de dorstigen te drinken geven, de naakten kleden, de vreemdelingen herbergen, de zieken verzorgen, de gevangenen bezoeken en de doden begraven. “Eigenlijk zoek ik bij elk zinnetje van die Bergrede een passend Bijbelverhaal. Ik had ook kunnen kiezen voor situaties uit deze tijd, bijvoorbeeld een scène uit het ziekenhuis of bij het Leger des Heils. Maar ik wil het zelf zo zuiver en tijdloos mogelijk verbeelden, zodat het over twintig jaar niet ouderwets is. De restricties die ik mezelf heb opgelegd zijn dat ik alleen gebruik maak van mensen, doeken en lichtinval.”

“De situatie in de Bijbel is een beetje wonderlijk en raar. Daar laten vier mannen hun zieke vriend door het dak aan touwen naar beneden, recht voor Jezus' voeten. Zo’n wonderlijke genezing, daar kan ik mij nu weinig bij voorstellen. Maar mannen die - misschien wanhopig - het beste willen voor hun zieke vriend, dat begrijpt iedereen. Daarom zie je hier alleen vier mannen met hun zieke vriend. Dat sobere, die menselijke gedachte van 'We doen maar gewoon ons best...'; dat wil ik in alle zeven schilderijen leggen.”





Suggesties

Kleine kinderen

INLEVEN

Werken met de kijkbijbel

Vertel het verhaal van vier mannen die hun verlamde vriend tot bij Jezus dragen.
Maak hiervoor gebruik van de tekst en de illustraties in de Kijkbijbel, NBG, p. 190-201.
Laat de kinderen zich inleven in de verschillende personen uit het verhaal met behulp van deze illustratie van Kees De Kort:
- Wat zouden elk van deze personen zeggen?





VERTELLEN

De knie van Sam

(C. LETERME e. a., Zes kruiken wijn, Standaard Educatieve Uitgeverij, 1994, p.70-71

Thomas hoort de bel.
Hij roept: 'Mama, Sam is er!
Mag ik de deur opendoen?'

Thomas doet de deur open.
'Kom Sam, we gaan naar de tuin.
Daar heeft mijn broer een reuzenkamp gebouwd,
en daar mogen we samen in spelen.'
Ze rennen door de keuken naar de tuin.

'Zullen we Indiaantje spelen?' vraagt Sam.
'Kom, we zoeken veren om in ons haar te steken.'
Maar ze vinden er niet een.

'Jammer,' zegt Thomas, 'soms ligt er wel eens een.'
En hij laat de mooie veer van een bosduif zien
die hij een tijdje geleden heeft gevonden.
Thomas wil de veer in het haar van Sam steken,
maar dat lukt niet.
'Kom,' zegt Thomas,
'mama helpt ons wel.'
Mama neemt een lint uit de kast.
'Ik bind dat om je hoofd, Sam,
dan kan ik de veer ertussen steken.
En hier, Thomas, heb ik een mooi lint voor jou,
dan ben jij ook een Indiaan.'

Sam en Thomas lopen heel snel terug naar hun kamp.
Pardoes,
daar valt Sam.
Wat doet dat pijn! Zijn knie bloedt een beetje.

'Mama, mama,' roept Thomas, 'kom vlug!'
En Thomas rent terug naar huis.
Mama heeft hem gehoord en gaat vlug kijken wat er is gebeurd.
Ze kijkt naar de knie.
Ze veegt zorgvuldig het beetje bloed weg
en dan geeft ze zomaar een kusje op de knie van Sam.
'Zo,' zegt ze, 'nu is het genezen.
Nu ben je weer een echte Indiaan.'
Sam kijkt nog even naar zijn knie en ja hoor, de pijn is al bijna weg.
Hij staat op en gaat naar het kamp om verder te spelen.

Als het vier uur is, roept mama Thomas en Sam om iets te eten.
'En,' vraagt mama,
'heb je nog pijn aan je knie, Sam?'
'Oh,' zegt Sam, 'ik was helemaal vergeten dat ik er pijn aan had.'
En hij eet verder van de lekkere koek die hij juist heeft gekregen.





Grote kinderen

VERDIEPEN

Kijkopdracht

Materiaal
Illustratie waarbij de verlamde man op een draagbed voor de voeten van Jezus wordt neergelaten


Verloop
Bespreek
Stel dat jij de lamme bent op dit plaatje:
- Wat zie je?
- Hoe voelt het, om op dat draagbed te liggen?
- Wat zou je doen, zeggen, bedenken?
- Wat zou je wensen, verlangen?
- Voel jij je verbonden met de mensen rondom jou?
- Hoe is dat te zien?


Stel dat je een van de vrienden bent van de lamme:
- Wat zou je doen, zeggen, bedenken?
- Waarom eigenlijk?
- Vind je normaal wat je doet?
- Wil je daarmee iets duidelijk maken?
Aan de lamme?
Aan de toeschouwers?
Aan Jezus?


Stel dat je een van de toeschouwers bent:
- Wat zou je denken over hetgeen er gebeurt?
- Zou je er vragen, bedenkingen bij hebben?
- Vertel eens hoe je denkt dat de lamme de dagen voordien heeft doorgebracht?
- Hoe denk je voelt het voor hem aan om plotseling midden in een kring van mensen terecht te komen?
- Wat wil Jezus vooral duidelijk maken aan de lamme?
En aan de vrienden?
En aan het publiek?





EVEN TESTEN

Wie kan wat gezegd of gedacht hebben?

Kies uit: Jezus, verlamde man, vrienden van de verlamde man, farizeeërs

O Zullen we je helpen?
O Ik wil Jezus zien.
O Je zonden worden vergeven.
O Jij bent God niet.
O Sta op.


Correctiesleutel
Vrienden van de verlamde man: Zullen we je helpen?
Verlamde man: Ik wil Jezus zien.
Jezus: Je zonden worden vergeven.
Farizeeërs: Jij bent God niet.
Jezus: Sta op.





INLEVEN

Tekstbalonnen invullen

Vertel eerst het verhaal van Jezus die een verlamde man geneest. Bezorg de kinderen nadien dit blad.
Hierop noteren ze wat drie personen naar keuze dachten / voelden bij dit gebeuren.



Het grote interview

Vooraf
Maak een micro met het karton van een huishoudrol. Bovenaan én van de twee zijden kleef je een mousse-bal. Schilder nadien alles in dezelfde kleur: zwart / zilver / ...
Gebruik zo'n 'micro' nadien gebruiken bij het voeren van een gesprek. Alleen wie de 'micro' in handen heeft, mag aan het woord komen.


Verloop
Elk kind probeert zich in te leven in één van de volgende personen, die bij het gebeuren in de Bijbel betrokken waren.
1: de man die eigenaar is van het huis
2: één van de vrienden die de verlamde man binnenbracht
3: een andere vriend die de man bracht
4: Jezus
5: de verlamde man
6: een van de leerlingen van Jezus
7: een voorbijganger
8: iemand die al in het huis was
9 ... : nog een vriend, een leerling, de moeder, de zoon, de dochter van ...


De kinderen krijgen enkele vragen om het interview voor te bereiden.
- Kun je jezelf even voorstellen?
- Waar was je toen Jezus de verlamde deed opstaan?
- Wat heb je u toen gedacht?
Marcus zegt dat de mensen God loofden. Deed je dat ook? Waarom?
(Merk op dat er geen vragen gesteld worden naar wat de personen gezien hebben.
Hiermee vermijd je dat men teveel aandacht zou krijgen voor het spectaculaire van het verhaal, terwijl de kern van de tekst is: wie Jezus ontmoet, krijgt kansen om voluit te leven, om te 'verrijzen'.)

De kinderen beelden het tafereel uit.
Ga met een 'micro' in de hand elk van de verschillende personen 'interviewen'
(de vragen hebben de kinderen voordien wat kunnen voorbereiden.)



Bibliodrama in het vierde leerjaar

EEN WONDER-LIJK VERHAAL
(Katia Van Cleynenbreugel)

Het laatste lesuur van een doorsnee maandag. De klas is ontruimd. Alle stoelen en tafels staan aan de kant.
De leerlingen komen de klas binnen, verheugd dat de tafels aan de kant staan. 'Juf, gaan we dansen?'
Neen, we gaan bibliodrama spelen. Fronsende gezichten. Even later zitten we in de zithoek die nog intact is.
Ik vertel de kinderen wat we gaan doen. Eerst zal de juf een verhaal vertellen,
daarna mag iedereen een rol kiezen van een personage uit het verhaal.
Dan mogen ze rond het speelveld in de klas hun plaats innemen en na het interview
(wie ben jij , woon jij hier al lang enz.) kunnen we het verhaal dan 'beleven' en 'spelen'.
Ikzelf ben erg benieuwd of het zal lukken, het is immers de eerste keer dat ik dit doe met kinderen en met zoveel kinderen.
Het kan goed lukken maar het kan ook finaal de mist ingaan, daar ben ik mij ten volle van bewust. Afwachten maar....
Ik start mijn interview bij de dragers. Of zij de lamme allang kennen ? Oh ja, en ze dragen hem altijd en overal,
zelfs tot in Zuid Amerika, want hij is hun vriend. Aan de mensen vraag ik wat ze bij het huis van de Schriftgeleerden staan te doen.
Ze staan wat te kijken zeggen ze, ze hebben gehoord dat Jezus in het huis is en wie weet kan die hen ook wel genezen.
De Schriftgeleerden die tegenover de mensen staan, kijken zeer streng. Zij zijn erg belangrijk, zeggen ze.
Dat de lamme ziek is ,dat is zijn eigen schuld, God straft zondige mensen. Hij zal wel iets uitgestoken hebben.
En de lamme? Die is al 10 jaar lam zegt hij. Of het misschien zijn eigen schuld is zoals de Schriftgeleerden beweren?
Neen, dat denkt hij niet. Het was gewoon een auto-ongeluk, hij heeft pech gehad. En Jezus, wat vindt die van zichzelf?
Och, een gewone man, niet zo bijzonder. En hoe het komt dat hij zieken kan genezen? Dat weet hijzelf niet, het gebeurt gewoon.
We starten het spel. Er wordt wat heen en weer gepraat tot er eindelijk schot in de zaak komt.
Ik vraag aan de dragers of ze bereid zijn om de lamme tot bij Jezus te dragen.
Ze zeggen dat ze dat willen doen. Ik zie de lamme die neerlag even opveren, alsof hij bijna gaat lopen.
Ik vraag of de mensen het ook hebben gezien, ze knikken. Ik vraag aan de lamme:
'Lamme, zou het kunnen dat jij die vrienden echt wel nodig hebt om op te staan.
Hij knikt maar schudt vervolgens zijn hoofd: neen, hij heeft zichzelf niet zien recht veren.
Zou hij misschien zelf kunnen opstaan? Hij probeert het, maar het lukt niet.
Ik vraag aan Jezus of hij misschien zelf tot bij de lamme wil komen. Dat is geen probleem.
Jezus komt dichterbij, ik vraag hem of hij iets wil zeggen. Hij knikt en zegt:
'Ik voel een warme gloed vanuit de mensen, en een warme gloed vanuit de dragers.
Ik voel een koude gloed vanuit de Schriftgeleerden'. Ik vraag aan Jezus of hij die warme gloed
die hij voelt kan doorgeven aan de lamme. Dat kan hij, spontaan strekt hij zijn handen uit boven de lamme.
Ook de mensen en de dragers komen rond de lamme staan en strekken hun handen uit.
Ik vraag aan de lamme of hij kan rechtstaan. Hij aarzelt maar dan gebeurt het wonder... de lamme staat recht.





BELEVEN

Gesprek: verlammende situaties

"Dit is mijn huis, of tenminste wat er van overblijft.
Ik wacht op hulp, net zoals alle andere mensen.
Ik heb gehoord dat het buitenland ons zou helpen.
Maar waar blijft die hulp nu?"

Een jongen komt in een nieuwe klas terecht.
De meester heeft al twee van zijn broers bij hem gehad.
Zodra hij de naam van de jongen hoort, zegt hij: 'O, jij bent er één van Reynders.
Die kennen we al... Ga jij maar eens hier op de eerste bank zitten.

Een man komt in een rolstoel bij het postkantoor aan.
Hij moet dringend enkele inlichtingen vragen en een paar papieren laten ondertekenen.
Maar aan de ingang is er een draaideur...


Elk van de bovenstaande situaties wordt door verschillende kinderen voorgelezen.
- Welke situatie treft jou het meest?
Deze keuze bepaalt de vorming van kleine groepen, waarin de volgende vragen beantwoord worden:
Dit gaat over een 'verlammende' situatie:
- Wat is 'verlammend' in jouw tekst?
- Wat in jullie tekst staat, gebeurt dat ook elders?
eventueel op een andere manier?
- Voelen jullie je wel eens verlamd?

De kinderen kunnen zelf een aantal verlammende situaties (naar analogie) vermelden.
Situaties die hen gegrepen hebben of waar zij iets van hun onmacht of die van een ander hebben aangevoeld.
Om van daaruit 'de roep' te horen om hulp / bevrijding en in het spoor van Jezus bevrijdend te werken en mensen te helen.





VERTELLEN

Josje en de kangoeroe

(Mariette Vanhalewijn, Een schaap met witte voetjes, Lannoo)

Josje woonde in een land waar kangoeroes nog vrij over grote grasvlakten rondspringen. En wat meer was: bij Josje thuis kwam al heel lang een tamme kangoeroe. Het was een lief beest, met een zacht, bruin vel en trouwe ogen. Josje had er een leuke speelkameraad aan, want veel kinderen woonden er niet in de omgeving. En op de boerderij van haar vader had iedereen het geweldig druk. Ook moeder, die overal meehielp. Josje moest zich maar zelf vermaken. Maar dat vond ze helemaal niet erg. Er was op zo'n boerderij heel wat te beleven. Eén ding vond Josje helemaal niet leuk. De school was een eind lopen van huis af. En haar ouders vonden dat Josje dat te voet moest doen. "Daar word je flink van!" lachten ze. "Flink, flink ...," mopperde Josje. "Dan maar niet flink ..." Maar ze wist dat er niet over te praten viel. Elke dag stopte haar moeder een heel pak boterhammen in haar boekentas en Josje ging op stap.

Op zekere dag zat de kangoeroe bij het grote hek en Josje had ineens een idee. "Mag ik misschien ... in jouw buidel zitten?" vroeg Josje. "O, jazeker," lachte de kangoeroe, "je bent zo licht als een veertje ..." "Breng je mij naar school?" vroeg Josje liefjes. "O, jazeker," lachte de kangoeroe, die het wel grappig vond. Met reuzensprongen schoot hij weg. Josje schommelde in de buidel. En ze lachte! Lachte tot de tranen over haar wangen liepen. Maar ze was fijn vroeg op school. Kon ze ook nog wat met haar vriendjes en vriendinnetjes spelen. "Zet me maar bij de hoek af!" zei Josje, "anders weten paps en mams vanmiddag al dat ik makkelijk vervoer heb naar school." "Ook goed," zei de kangoeroe, "zal ik op je wachten?" "Wil je dat, dat zou heerlijk zijn," zei Josje. "Als je een bel hoort, ben ik klaar. Het duurt wél een paar uur ..." "Ik ga intussen lekker grazen," zei de kangoeroe. Josje gaf hem een kusje op zijn neus en holde gauw weg. Toen de school uit was, zat de kangoeroe trouw te wachten op de hoek.

'Wat ben je vroeg de laatste tijd, Josje!" zei moeder op zekere dag. "Anders kwam je altijd naar huis slenteren ..." "Nu kom ik met reuzenpassen hierheen!" lachte Josje. Dat was niet gelogen, want de kangoeroe kon reusachtig snel lopen. "Nu ja," zei moeder, " de school is ook niet zover weg. Je doet of het een hele afstand is ..." Josje zei niets. Elke dag bracht de kangoeroe haar en hij wachtte ook altijd trouw om haar weer thuis te brengen.

Maar op een dag zei de kangoeroe: "Josje, het gaat niet langer ..." "Wat niet?" vroeg Josje. "Ik kan je niet meer halen en brengen," zei de kangoeroe. "O nee?" vroeg Josje verbaasd, "en waarom niet?" "Ik ...," zei de kangoeroe, "ik krijg een kleine kangoeroe ... En die moet ik meedragen in mijn buidel ..." "Een kleine kangoeroe? Een baby?" vroeg Josje. "En je hebt mij helemaal niets verteld. En nu ineens ..." Ze was boos, die Josje. Ze leek wel een verwend kind. En ze holde weg. De kangoeroe keek haar na. In haar grote, bruine ogen was een beetje verdriet om die Josje, die zo onaardig tegen haar was.

Het duurde een hele tijd voordat Josje de kangoeroe terug zag. Ze miste haar, maar ze
wou niet zoeken, niet vragen ...

Op zekere dag zag Josje de kangoeroe ineens zitten op het grasveld naast het huis. Josje liep er voorzichtig heen. Er zat een kleine kangoeroe in de buidel, met een grappig snuitje en bruine ogen. "O!" zei Josje, "wat lief!" "Ja, hé ...?" zei de kangoeroe trots. "Toch vind ik het niet leuk!" begon Josje plotseling. "Ik heb dat uitgevonden en nu zit hij in die buidel ..." De kangoeroe lachte. "Jij dat uitgevonden? Toe nu, Josje ... je weet toch wel beter! Kangoeroes hebben een buidel, niet om kleine meisjes naar school te brengen, maar om hun kleine kangoeroe in mee te dragen." "Draag je hem nu altijd mee?" vroeg Josje. "Zolang hij klein is ..." "Hoelang is dat?" "Toch wel een paar maanden ..." zei de kangoeroe. "En later komt er misschien nog eentje." "O, is dat zo?" zei Josje boos. "Je blijft dus kleine kangoeroes krijgen. Je brengt me dus nooit meer naar school!" "Ik vind jou, eerlijk gezegd, nu wel een beetje te groot," zei de kangoeroe. "Ik zou mijn kinderen ook nooit langer meedragen dan nodig is, zie je. Je vader en moeder hebben gelijk. En zo ver is de school toch ook niet ..."

Josje zat te mokken. 'Toe nu, Josje, je hebt er een leuke speelkameraad bij," lachte de kangoeroe. En dat was waar, want zo'n kleine kangoeroe is een grappig dier en Josje had er heel veel plezier mee. Hij wipte soms met haar mee naar school. En dan leek de weg een stuk korter. "Toch was het leuk om in die buidel te zitten ..." zuchtte Josje wel eens. "Toe nu," zei de kleine kangoeroe, "zelf rondspringen vind ik veel leuker. Jij kunt, zo groot als je bent, toch niet meer in een buidel zitten?" "Voor sommige dingen ben je te klein en voor andere te groot," zei Josje plechtig. "Ook waar, maar dat lijkt me grote-mensen-wijsheid," zei de kleine kangoeroe. En toen sprong hij vrolijk weg. Josje holde hem achterna, het hoge gras in ...





Jongeren

VERDIEPEN

Jezus geneest een lamme

Vooraf
Bezorg elk van de deelnemers een kopie van de tekst uit de Bijbel: Marcus 2, 1-12, Matteüs, 9, 1-8 of Lucas 5, 17-26.




Verloop
Iemand leest het verhaal luidop voor.

Dan volgt een moment van stilte waarbij men aantekeningen maakt:
. een uitroepteken bij:
- Dit spreekt me onmiddellijk aan.

. een vraagteken bij:
- Dit vind ik vreemd.
- Dit stoot mij af.
- Daar heb ik vragen bij.

. een pijltje bij:
- Hier wil ik iets bij zeggen.
- Dit doet me denken aan …

Daarna krijgen de deelnemers de kans om mee te delen waarbij ze die tekens geplaatst hebben en waarom dat is.

De deelnemers krijgen een nieuwe vraag:
- In wie of wat kan ik me het best terugvinden?

Om deze activiteit af te sluiten onderlijnt ieder de zin die naar zijn/haar aanvoelen het meest belangrijk is in die tekst.





BELEVEN

Cartoon

Lees eerst het evangelie van deze zondag.
Hoe werd het probleem van de verlamde man opgevangen?
(- zijn vrienden schoten in actie
- Jezus pint hem niet vast op fouten uit het verleden.)

Bekijk daarna de cartoon.
Zoek een oplossing voor het probleem.
Mensen kunnen geen mirakels doen, maar als zij zich inspireren aan wat Jezus deed, dan
......................................

Schrijf links van de cartoon wat je zelf kunt doen.
Schrijf rechts van de cartoon wat de maatschappij kan doen.





Overwegingen

Wat er niet staat...

'Sta op'
woorden waar de Bijbel vol van staat,
zoals in het verhaal
van Jezus en de verlamde man

Jezus zei niet:
'Geef die verlamde man een matras.'
Hij zei: 'Sta op en ga!'




Uit: 'De Standaard', dinsdag 16 augustus 2016, p. 11:
"Ze (= Jeanne Devos) herinnert zich levendig een gesprek tussen twee vrouwen:
'De ene vrouw verweet de andere dat die haar werk had afgepakt. Daardoor moesten de kinderen van de tweede vrouw met honger naar bed. Voor mij was dat een eyeopener. Ik wilde die vrouwen helpen. Niet door een boterham te geven, maar door hun situatie daadwerkelijk te veranderen. Jezus vroeg niet aan de lamme: 'Wil je een betere matras?' Hij zei: 'Sta op en hervind je waardigheid.' Dàt is de blijde boodschap brengen."



Reflectie bij een fragment uit de Bijbeltekst

(auteur en vindplaats: onbekend)

Ze zochten een mogelijkheid om hem binnen te brengen en voor Hem neer te zetten. Maar omdat ze vanwege de menigte geen kans zagen om hem binnen te brengen, gingen ze het dak op en lieten ze hem met bed en al tussen de tegels door neer in de kring vóór Jezus.

Belangrijk is te weten dat gehandicapte mensen in de joodse samenleving van toen overal buitengesloten werden. Hun handicap werd gezien als een straf van God.
Tegen die achtergrond krijgt de uitdrukking: 'ze zochten een mogelijkheid om hem binnen te brengen' een sterke symbolische betekenis: het vraagt moed van deze vier vrienden om tegen de gangbare opvattingen in een mogelijkheid te zoeken voor hun vriend om hem 'binnen' te brengen. Binnen, betekent: hem erbij laten horen. Deze vrienden geven met hun gedrag blijk van het feit dat ze zich niet kunnen neerleggen bij de gangbare opvattingen: ze komen in verzet, ze laten zich er niet door 'verlammen'.
Ze zetten de lamme 'voor Hem neer': ze lokken een rechtstreekse confrontatie uit tussen hun verlamde vriend, waarvan we kunnen aannemen dat ze hem als mens goed kennen en groot vertrouwen hebben in zijn geloof en zijn menselijkheid (zo niet, zouden ze hier niet aan beginnen!). Ze willen de God waar Jezus over spreekt beter leren kennen door hem te confronteren met de situatie van hun vriend. Zal hij veroordeeld worden door Jezus, zoals hij veroordeeld wordt door de joodse wet, of neemt Jezus het voor hem op?
Het is niet voor niets dat er staat dat de vrienden 'vanwege de menigte geen kans zagen om hem binnen te brengen' Inderdaad, het is de menigte die de impasse in stand houdt: hun oordeel isoleert de lamme en neemt elke kans op een menswaardig bestaan weg. De menigte is een muur waar het leven van de lamme op stuk loopt.
'Ze gingen het dak op': ze stellen zich boven de menigte, ze vechten zich erboven uit, ze durven vanuit een nieuw perspectief in deze situatie te gaan staan. Het dak staat symbool voor een perspectiefwissel: van verdrongen worden door de menigte, naar er bovenuit klimmen en daar openheid vinden: durven anders te denken, anders te doen dan vastgeroeste opinies toelaten. Vanaf dan krijgt het verhaal plots vaart. De impasse is dan reeds doorbroken: immers er is nu ruimte voor ontmoeting. Verder in het verhaal zal blijken dat Jezus eigenlijk niets anders doet dan zeer veel bevestiging geven op wat de vrienden en de lamme bewogen heeft om deze krachttoer uit te halen: zij werken toe naar een wonder, daar is Jezus ondubbelzinnig duidelijk in: 'uw geloof heeft u genezen', zegt hij.
'In de kring', 'voor Jezus' gebeurt iets dat door iedereen als een diep, aangrijpend en verwonderlijk gebeuren ervaren wordt: er komt opnieuw beweging in het leven van de lamme die tot daarvoor compleet vast zat in een uitzichtloos perspectief.
'In de kring' wil zeggen: doordat zijn isolement doorbroken wordt en hij erbij mag horen en 'voor Jezus' wil zeggen: hij is een volwaardig mens in de ogen van de God waar Jezus voor staat; het juk van zonde, van 'eigen schuld dikke bult' valt van hem af.
Hij verdient respect als mens. En dit zowel in de ogen van God als in de ogen van zijn medemensen. Dat brengt herstel, genezing teweeg.



Marc Gallant, trappist (Orval)

Buiten het gewone

Dat is een evangelie vol ongewone dingen. Als uw huis bomvol mensen zit, breken ze daar zomaar de zoldering open boven uw hoofd, zonder egards voor de prominenten en Schriftgeleerden die daar rond Jezus zitten en al het stof en afbraakgruis over zich heen krijgen.
Er wordt een lamme met bed en al boven op het dak gehesen en naar beneden gelaten: dat is nog te doen, want de muren van de huizen te Kafarnaüm waren opgetrokken uit opeengestapelde, niet gemetselde basaltstenen, en waren slechts mansgroot hoog.
Toch moeten we er even van opkijken als die lamme er uiteindelijk met zijn bed van onderuit trekt, dwars door de massa waar vier sterke mannen niet doorheen konden.
Onze aandacht gaat nochtans naar iets dat ons nog meer verwondert dan dat alles: “Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme: ‘Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.” Jezus ziet het geloof van de enen, en hij vergeeft de zonden van een andere. Dat is buiten het gewone. Jezus geneest en helpt gewoonlijk hen die geloven. Hij die hier door Jezus geholpen wordt, doet zo te zien niets anders dan zich te laten dragen door hen die geloven.
Er zijn soms ogenblikken in het leven dat je niets anders meer kunt dan je te laten dragen. Je kan echt verlamd zijn door tegenslag, ontmoediging, of geruïneerd zelfvertrouwen. Dan ben je zo futloos, dat je het leven zinloos vindt. Gelukkig ben je, als je dan iemand hebt die je kan steunen of dragen.
Je kunt echter zo plat zijn, zo afgebrand, zo verlamd, dat je spijts die steun toch niet meer gelooft in je toekomst, toch niet meer gelooft in jezelf of in je mogelijkheden. Desondanks raak je er weer bovenop als de persoon die je draagt in je blijft geloven en in je kansen op een gelukkig leven. Daarom kijkt Jezus naar het geloof van de dragers.
Jezus kijkt spontaan naar de dragers, omdat ze handelen vanuit de droom van God die elke mens in groei en vervolmaking ziet, de droom van God die elke mens ziet opstaan en verder gaan. Dragers dragen altijd opwaarts. Op alle manieren trachten ze op te tillen, uit het slob te halen. Zij zien hogerop. Ze zien het dak als alle andere toegang versperd is: zo hebben ze vlug de lamme boven op het dak gehesen. Meer kunnen de dragers niet dan te dragen tot bij Jezus. Het is niet altijd gemakkelijk: soms moeten ze er een dak voor openbreken. Maar daar eindigt hun taak, want genezen kunnen zij niet.
Jezus ziet naar het geloof van de dragers dat de lamme gedragen heeft tot bij Hem en dat zo de genezing mogelijk maakt. Maar Jezus kent ook de lamme en de oorzaak van zijn verlamdheid. “Mijn kind”, zegt Jezus, het klinkt affectievol, “uw zonden zijn u vergeven”. De zonde breekt onze affectie naar God toe, die vriendschap met God die een geweldig levensdynamisme is. Als je weet dat je bemind bent door God als enig ter wereld, dan groeit er in je een kracht die je toelaat niet alleen jezelf, maar ook anderen te dragen. De zonde daarentegen zet ons buiten Gods vriendschap. Je valt terug op jezelf, je bent aangewezen op je eigen krachten en die raken vlug uitgeput. Je gaat geestelijk door de knieën, je wordt geestelijk verlamd. De vriendschap die Jezus je affectievol betoont, verbindt je opnieuw in de vriendschap met God. Een nieuw leven wordt mogelijk en opent zich voor jou.
Maar Jezus' woord: "uw zonden zijn u vergeven", valt in een algemene stilte. De lamme en de dragers zijn ontgoocheld: ze hadden een genezend woord verwacht, een: "sta op, je bent genezen"; de Schriftgeleerden huiveren bij het horen van dat godslasterlijk woord; de anderen zijn ermee verveeld dat openbaar gemaakt wordt dat de lamme met zonden zat.
God ontdoet ons van onze illusies. Wij zouden zo graag een God hebben die danst naar onze pijpen. Nochtans, als we met heel ons hart en alle macht, naar God toegaan met een vraag, dan worden we altijd verhoord, maar niet altijd op de manier die we hadden verwacht. Ons smeken tot God loutert ons hart en onze ziel. Er begint een geestelijke genezing die een totale genezing mogelijk maakt. Als wij Gods vergeving onthalen, kan onze geest zonder blokkades de natuur in ons haar genezende weg laten gaan.
Op onze beurt kunnen wij dan niet alleen ons bed torsen, maar dankbaar voor Gods liefde, de mensen naar Jezus dragen.