Loading...
 

Goede Vrijdag - eerste lezing

2 Schaap

(Morguefile free stock photo license)


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Jesaja 52, 13-53, 12: Als een schaap naar de slachtbank

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Ja, mijn dienaar zal succes hebben,
hij zal machtig zijn en belangrijk.
Zoals hij velen deed huiveren
- zo mishandeld, zo afschuwelijk zag hij eruit,
zijn uiterlijk had niets meer van een mens -,
zo zal hij veel volken opschrikken,
en koningen zullen sprakeloos staan.
En zij zullen zien wat hun niet was verteld,
en begrijpen wat ze niet hebben gehoord.

Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie werd de arm van God getoond?
Als een loot schoot hij op onder de ogen van God,
als een wortel die uitloopt in dorre grond.
Hij was onopvallend en helemaal niet mooi,
zijn aanblik kon ons niet bekoren.
Hij werd veracht en gemeden door de mensen.
Hij was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gezicht voor ons verborg,
door ons veracht en geminacht.
Maar hij was het die onze ziekten droeg,
die ons lijden op zich nam.
Maar wij zagen hem als een verstoteling,
door God geslagen en vernederd.
Om onze zonden werd hij doorboord,
onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij gestraft,
zijn striemen brachten ons genezing.

Wij dwaalden rond als schapen, ieder ging zijn eigen weg,
maar God liet de misdaad van ons allen op hem neerkomen.
Hij werd mishandeld, maar hij verzette zich niet
en deed zijn mond niet open.
Als een lam dat naar de slacht wordt geleid,
als een schaap dat stil is bij de scheerders
deed hij zijn mond niet open.

Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie had oog voor zijn bestemming?
Hij werd verbannen uit het land van de levenden,
geslagen om de zonden van mijn volk.
Men gaf hem een graf bij de misdadigers,
en een laatste rustplaats bij de rijken,
hoewel hij niets onrechtvaardigs deed
en er in zijn mond geen bedrog was.
Maar God wilde hem ziek maken en breken.
Waarlijk, hij gaf zijn leven als een zoenoffer.
Nakomelingen zal hij mogen zien, en lang blijven leven,
want, wat God behaagt heeft zijn hand uitgevoerd.
Omwille van het doorstane lijden
mag hij het licht zien en met kennis verzadigd worden.

Mijn rechtvaardige dienstknecht zal velen rechtvaardig maken,
omdat hij hun zonden draagt.
Daarom geef Ik hem zijn deel te midden van de velen,
en samen met hun machthebbers verdeelt hij de buit,
omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood,
en zich bij de zondaars liet tellen.
Maar hij nam de zonde van velen op
en kwam het zo voor de zondaars op.



Stilstaan bij …

Arm van God
De gestrekte arm van God is het beeld van de macht van God.

Baäl

Dit beeld is ontleend aan de voorstelling van Baäl, de Kanaänitische god voor storm en vruchtbaarheid. In zijn hand had hij vaak een bliksemschicht vast.

Rijken
Het is onduidelijk wie hiermee bedoeld wordt.
Bij veel profeten worden ‘rijken’ als boze mensen beschouwd.
Bij een kleine wijziging aan de Hebreeuwse tekst staat er: ‘misdadigers’
Of men kan er Babylonië mee bedoelen, een misdadige en rijke natie in de ogen van de schrijver van deze tekst.





Bij de tekst

Om onze zonden werd hij gebroken

Dat een onschuldige lijdt om schuldigen te redden is een totaal nieuw denkbeeld in het Oude Testament.



Lijdende Dienaar

Dit is het vierde lied van de lijdende dienaar uit de Jesaja-boekrol. Het is ook het meest bekende.
Op basis van Jesaja 48 ziet men in die dienaar meestal Sion / Jeruzalem. Maar de eerste christenen zagen in deze tekst vooral voorspellingen over het lijden van Jezus, die hen kon verzoenen met zijn lijden en kruisdood.


(Dit zijn de vier liederen van de dienaar van Jahwe:
Jesaja 42, 1-4; Jesaja 49, 1-6; Jesaja 50, 4-9; Jesaja 52, 13-53,12)



Jesaja

Lees meer over de schrijver van deze tekst.





Overweging

Agnes Lameire

Wees niet niemand


Tot op onze dagen
zijn er mensen
die vreselijk lijden doorstaan
dat hen door anderen
wordt aangedaan.

Nog altijd worden mensen
gefolterd, gestenigd,
verminkt, terechtgesteld.

‘Voor allen die gekruisigd worden,
wees niet niemand.’