Loading...
 

HONGERDOEK - MEDITATIEDOEK

Hongerdoek


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Wat?

In de Middeleeuwen kende men in veel Europese landen het gebruik om tijdens de veertigdagentijd de plaats waar het altaar staat met een groot doek of gordijn af te scheiden van de rest van de kerk. De pracht en praal van het koor werden verborgen voor de gelovigen omdat ze moeilijk te verzoenen waren met de soberheid en boetedoening waartoe men hen aanspoorde.
Later begon men dat eenvoudige doek te versieren met symbolen en voorstellingen uit het lijdensverhaal van Jezus. Omdat het doek alleen tijdens de veertigdagentijd in de kerk hing, werd het al vlug het 'hongerdoek' genoemd.
Niet alleen de oorsprong, ook de beeldopbouw is middeleeuws. Vergelijk met de brandglazen in middeleeuwse kerken: op een beperkte oppervlakte worden verschillende taferelen uit de bijbel of uit het leven van een heilige als een geconcentreerd stripverhaal bijeengebracht. Je kunt je hierbij gemakkelijk indenken dat het godsdienstonderricht erin bestond uit te leggen wat de betekenis van het glasraam / hongerdoek was.


In de 18de eeuw is dit gebruik verloren gegaan.

In de 20e eeuw (1976) werd deze oude middeleeuwse traditie nieuw leven ingeblazen door de Duitse vastenactie Misereor. Die vroeg / vraagt aan kunstenaars om hedendaagse hongerdoeken te maken waarin ze de christelijke boodschap symbolisch en geactualiseerd weergeven. Vaak leggen deze hongerdoeken het verband tussen het leven en lijden van de armen nu met het leven en lijden van Christus en willen ze aansporen tot bekering.





Werken met een hongerdoek

Waarnemen
Hang het hongerdoek op aan een muur van het lokaal. Zorg eventueel voor aangepaste achtergrondmuziek. Laat kinderen eerst in stilte kijken en associëren. Nadien zeggen ze hardop wat hen opvalt (zo kort mogelijk!).


Hernieuwde waarneming
- Bij welke delen van het hongerdoek zijn we niet blijven stilstaan?
- Welke vragen kunnen we erbij stellen?
- Hoe kunnen we die vragen zelf beantwoorden?


Verruiming
Informatie over de maatschappelijke situatie waarin het doek is ontstaan.





Zelf een hongerdoek maken


Hongerdoek Nijmegen


- Teken een grote boom op een stuk laken/een flap. Op de open ruimtes (tussen de takken; tussen de wortels) prikken kinderen knipsels, foto's artikels...vast.
Slecht nieuws onderaan, hoopgevende woorden en beelden bovenaan.

Sta regelmatig stil bij dit hongerdoek en maak tijd voor discussie. Bijvoorbeeld:
- Hangt dat artikel over verkeersongevallen op zijn plaats?
- Heb je dat niet dikwijls zien terugkomen?
- Word je daar niet bang voor?
- Hoe voelt het een artikel in de kruin van de boom te kunnen hangen?


- Verknip een oud laken in een aantal grote vierkanten, die je nadien aan elkaar naait om een groot doek te bekomen. Op elk vierkant wordt een apart aspect van het thema van het nieuwe hongerdoek uitgetekend. (Gebruik stiften of kleur voor textiel)





Stilstaan bij enkele hongerdoeken

EEN HONGERDOEK UIT HAÏTI (Hongerdoek 1982)

Een hongerdoek van de Haïtiaanse kunstenaar Jacques Chéry.

Haïti



Opbouw van het doek

Omkadering
Een regenboog omspant het gehele doek; onderaan het doek wordt water uitgebeeld
Beide gegevens zijn een herinnering aan het verhaal van de zondvloed waarin:
- regenboog: symbool van hoop op een betere en menswaardiger toekomst, teken van het
verbond van God met zijn volk
- zondvloed: symbool van bedreiging (in dit geval: het onrecht dat het leven bedreigt en vernietigt)


Centrale afbeelding
Boom (symbool van leven - zie vruchten); Jezus - verwijst naar J.C., maar ook naar elke lijdende mens
Zowel de boom als Jezus verbinden regenboog en water met elkaar.
Met de wortels in het onrecht, reiken zijn handen naar een hoopvolle toekomst.

Schematische opbouw van het doek


De verschillende taferelen (van links naar rechts, van onder naar boven)
A1: Bootvluchtelingen
Merk op: verschillende huidskleur; achterste man houdt het roer in handen en heeft met de andere een zender vast; de man met het rode kleed stelt Jezus voor (Jezus is met ons onderweg);
Dit tafereel is het negatief van C 1: de mensenrechten (recht op eigen land) worden met de voeten getreden. De zondvloed als bedreiging is nog niet gedaan.
- : op vlucht moeten

+: de man met het roer



A2: oorlog en vernietiging
Merk op: in de gevangene die geslagen en mishandeld wordt kun je Jezus zien
- : moord, vernieling, mishandeling

+ : verzorging van een gewonde



A3: Bouw van een toren (van Babel)
-: de medemens wordt niet ontzien: hij wordt als treeplank gebruikt

+ : twee mensen reiken de hand aan degenen die op punt staan te verdrinken



B1: De wereldbol
Merk op: Jezus wordt voorgesteld als een nieuwe Adam (leeft in vrede met de dieren); De bekoringen in de woestijn worden gesymboliseerd door: huis, auto (= de dingen belangrijker vinden dan de mensen, dit leidt tot uitbuiting en verstoring van de aarde)
- : mensen die de wereld afbreken

+: Jezus beschermt de dieren (symbool voor het voortbestaan van het leven en de natuur)



B2: Christus aan de kruisboom
Merk op: Jezus is aan een boom genageld; aan de wortels van de boom kun je ontkiemende zaden ontwaren ('Als de zaadkorrel niet in de aarde valt en sterft...'); de grote rijpe vruchten aan de boom symboliseren de volheid van het leven dat Jezus ons geeft.
-: slang: symbool van het kwaad

+ Jezus is genageld aan een boom die leeft en vruchten draagt

(Jezus' dood betekende het begin van een nieuw en vruchtbaar leven)


B3: De tempelreiniging
Merk op: Jezus verwijst naar het tafereel C3 als alternatief voor het onrecht van de kooplui.
- : Het feit dat er onrecht is

+ : Jezus treedt op tegen onrecht (Handelaars die offerdieren tegen woekerprijzen verkopen)



C1: De 10 geboden en de mensenrechten
Merk op: steen die verwijst naar de 10 geboden (de 10 geboden zijn de uitdrukking van het verbond tussen God en zijn volk); letters die de rechten van de mens oproepen; mensen met verschillende huidskleur; man die wijst naar het eerste gebod (mensenrechten worden geschonden omdat God niet gerespecteerd wordt)


C2: Het paradijs
Het paradijs = symbool voor een wereld die gerechtigheid, vrede en liefde gerealiseerd heeft
Arbeid = middel waarmee de mens zichzelf en de andere kan ontplooien.


C3: De tafelgemeenschap
Merk op: verschillende huidskleur; aan tafel kun je Jezus herkennen aan zijn rood kleed; volwassenen zitten op kinderstoeltjes (Mt. 18,3); in de mand bij de tafel: vijf broden en twee vissen



Suggesties

. Knip het hongerdoek in puzzel-stukken (1 puzzel per groep + 1 voor het bord)
Laat de kinderen de puzzel-stukken A1, A2, A3 bestuderen.
- Wat stelt dit voor? Waar gebeurt dit vandaag?
- Deze illustraties stellen nogal negatieve dingen voor - merk je er ook iets positief in? Beschrijf.
- Kun je zelf nog andere positieve houdingen bedenken voor die situatie?

Laat de kinderen de puzzelstukken B1, B2, B3 bestuderen.
- Wat stelt dit voor?
- Zijn er mensen die op dit ogenblik handelen zoals Jezus op de illustratie doet?
- In elk van de illustraties kun je weer een positieve en een negatieve kant zien. Welke?


. Gebruik dit hongerdoek als bezinningsmoment bij het begin van de dag gedurende 9 dagen van de veertigdagentijd.


. Geef de kinderen allerlei citaten of verhalen uit de bijbel.
Opdracht: bij welke illustraties horen deze citaten/verhalen thuis?



VROUWEN IN DE BIJBEL (Hongerdoek 1990)

Een hongerdoek van de Indische kunstenares Lucy D'Souza

India



Opbouw van het doek

Dit hongerdoek leest men vanuit het middelste tafereel: een vrouw die deeg kneedt. Dit deeg wordt gemaakt van het meel uit de graankorrels van de aren die rondom haar groeien en van gist. De ruimte waarin de vrouw zit heeft de vorm van een aarden voorraadpot voor meel. Dit tafereel doet denken aan: Matteüs 13,33 (Gelijkenis van het gist in het deeg). Een beetje gist kan een heel deeg doet rijzen. Eenvoudige onopvallende mensen, die zoals deze vrouw, hun dagelijks werk doen, realiseren het Rijk van God.

Rond dit midden worden zes situaties uit de bijbel getoond waarbij vrouwen als gist in het deeg zijn:


Myriam (Exodus 15, 19-21)
Myriam, één van de leiders bij de uittocht uit Egypte, zingt een lied om God hiervoor te danken.
De vogel verwijst naar het verhaal van Noach. Na 40 dagen en nachten regen liet hij een duif los die terugkeerde met een olijftak, het symbool van vrede op de aarde.


Sifra en Pua (Exodus 1, 15-21)
Tegen de donkere achtergrond van dreigend gevaar brengen twee vroedvrouwen licht en warmte bij een vrouw met haar pasgeboren kind. Het zijn Sifra en Pua die van de farao elke pasgeboren jongen moesten doden. Ze weigerden dit te doen, omdat dit niet met hun geweten in overeenstemming was.


Ruth (Ruth 1-4)
Ruth was een Moabitische (te herkennen aan de zwarte huid). Zij voelt zich zo verbonden met haar schoonmoeder dat ze als vreemdelinge in een vreemd land wil leven. Daarom leest ze aren op de akkers. Ze komt op de akker van Boaz die met haar trouwt. Ze krijgen een zoon Obed, de grootvader van koning David. De afstammingslijn was bijna dood gelopen: Ruth was weduwe, haar enige schoonzus ook. Maar dank zij haar solidariteit is er hoop en toekomst ontstaan.


Maria en Elisabet (Lucas 1, 39-55)
Elisabet was oud en onvruchtbaar toen ze zwanger werd van een zoon die Johannes moest heten. Maria 'kende' geen man. Twee verhalen over vrouwen, waarin duidelijk wordt dat hun kind door God gewild is. Maria zingt het Magnificat: God zal zichtbaar worden in de wereld en ieder zal er stom van staan. Alles wordt op zijn kop gezet: de machtigen stoot hij van de troon, de geringen verheft hij... Niets zal nog zijn zoals vroeger: 'de oude stronk is neergeveld, een jonge wortelscheut ontspringt.'


De Syrofenicische vrouw (Mc. 7, 24-30)
Jezus gaat een huis binnen (lichtcirkel van de deuropening). Een heidense vrouw vraagt om haar zieke kind te genezen. Maar Jezus richt zich alleen tot de joden. Daarom zegt Hij: 'Laat eerst de kinderen (kinderen van Abraham) verzadigd worden (verzadiging als teken van het Godsrijk ). Hun brood moet niet aan de honden gegooid worden.' (allusie op het scheldwoord waarmee de heidenen benoemd werden). Maar de vrouw antwoordt: 'De honden onder tafel eten immers het brood van de kinderen.' Dit doet Jezus nadenken: vanaf dan richt Hij zich ook tot de heidenen.


Maria Magdalena (Joh. 20,11-18)
Een stralende, zelfverzekerde vrouw, die met haar rechterhand een verkondigende gebaar maakt, en met haar linker een gevend gebaar. Ze treedt vanuit het volle licht naar een groep mannen die vanuit de dreigende duisternis haar vol hoop en verwachting aanstaren. Ze brengt het nieuws van Jezus' verrijzenis.



HOOP VOOR MENSEN AAN DE KANT (Hongerdoek 1996)

Een hongerdoek van de Duitse kunstenaar Sieger Köder

Duitsland



Thema van dit hongerdoek

Dit hongerdoek wil confronteren met mensen die 'aan de kant' staan, omdat ze vreemd zijn, arm, zwak of anders. Het wil getuigen van het geloof in de levende Christus en oproepen om in een wereld van dood en vernieling teken van hoop te zijn door de zorg van Jezus voor de armen en uitgestotenen over te nemen. Zo'n lijdende mens staat centraal in het doek. Gelovigen zien er de stervende Jezus in. Hij is zowel een aanklacht tegen onrecht als een bron van hoop. Want God heeft hem opgenomen in zijn liefde en met hem, alle lijdende mensen.
Deze hoop wordt gesymboliseerd door de regenboog, teken van Gods hernieuwde belofte van leven: boven de ark van Noach, in het kleed van Myriam, in het kleed van de Indio-jongen en in het water van de Betsaïda-bron.
Ook 'water' is een terugkerend motief: de dodelijke vloed in het zondvloed-tafereel, bevrijdend water voor Myriam, zuiver drinkwater op tafel, levenschenkend water voor zieken.



De verschillende taferelen

De ark van Noach (Genesis 9, 8-15)
Midden in een oceaan van verderf staat de ark. Een zinkende tanker loost zijn giftige vracht, een vogel vergaat in smeerolie. De zee is vol doodskoppen, visgraten, oorlogswapens. De ark drijft boven de vernieling uit. Noach kijkt door het venster samen met mensen uit verschillende werelddelen. Ze verwachten de vredesduif. De regenboog kleurt het uitspansel en wordt weerspiegeld in de smurrie van de oceaan.


De dans van Myriam (Exodus 14, 26-31)
Myriam, de profetes, danst en slaat op de tamboerijn. Ze bezingt haar vreugde als de muren instorten en het prikkeldraad rond de gevangenschap en onderdrukking van het joodse volk in Egypte verbroken wordt. Zij draagt een kleed in de kleuren van de regenboog. De rode zee splitst zich en wordt een groen dal. Langs beide zijden bloeien rozen op prikkeldraad. Want God heeft de ellende van zijn volk gezien en hen weggeleid uit de slavernij in Egypte. Myriam is getuige van zijn reddend, bevrijdend en levengevend handelen. Deze vrijheid wordt bewaard in de zorg voor weduwen, wezen en de vreemdelingen én in de strijd tegen elke vorm van verdrukking.


Het feestmaal (Lucas 5, 27-32)
Een rijkgevulde tafel: brood, een tros druiven, twee vissen, een overvolle schaal rijst, twee appelen, een citroen, een waterkruik, een wijnfles, een beker gevuld met rode wijn. Rond de tafel zitten allerlei soorten mensen. Een jonge Afrikaan, een Indio, een bruidspaar, een vrouw die zich tegen een hand aanvleit, een kleine zwarte jongen, een Aziatische vrouw en een donkere man die een glas wijn drinkt. Hij die het brood breekt en van wie het gelaat weerspiegeld wordt in de beker wijn, hij is het die de gemeenschap aan tafel uitnodigt. Een gastvrije gemeenschap zonder onderscheid tussen heiligen en zondaars. Deze tafelgemeenschap is symbool voor het Rijk van God.


Genezing van de verlamde (Johannes 5. 1-18)
Een grote zwarte figuur is blind en kreupel, een zwarte verlamde man wordt gedragen door een blanke en een kleurling, twee vrouwen ondersteunen elkaar. Een vrouw drinkt water. Ze doet denken aan de Samaritaanse vrouw die bij de put levend water kreeg van Jezus. Allen staan tot aan de lenden in het water waarin zowel de kleuren van de regenboog als het gelaat van het beeld in het midden zijn weerspiegeld. Dit beeld verwijst naar het levende water dat Jezus schenkt aan de vrouw bij de bron. "Wie van dit water drinkt zal nooit meer dorst hebben." Als mensen elkaar in lief en leed helpen en ondersteunen, is leven opnieuw mogelijk.


De man van smarten (Johannes 19, 1-5. 28-37)
In het midden: een gekwetst en gefolterd lichaam zonder gezicht, illustratie van het onzegbare, onmetelijke lijden in de wereld. In hem zien christenen Jezus die, in zijn lijden en dood, alle geminachte, weerloze en gekwetste mensen draagt. Naar hem kijken is bereid zijn zelf armen en gekwetsten te dragen. Hij is de hoop voor de uitgeslotenen en voor allen die wereldwijd hun bondgenoten willen zijn. Met de gemartelde Jezus tussen de veelkleurige taferelen wordt duidelijk dat zijn dromen van een beter leven sterker zijn dan lijden en dood.



Suggestie

Werk aanvankelijk met het doek, dat zo gevouwen is dat men de lijdende figuur niet ziet (alleen kleurrijke en hoopvolle Bijbelse voorstellingen van het leven).
Plooi nadien het doek open en confronteer de kijker met de lijdende Christus.



GOD OF GOUD - HOEVEEL IS GENOEG? (hongerdoek 2015)

De kunstenaar

Dao Zi (pseudoniem voor Wang Samuel Min) werd in 1956 geboren in Quingdao (China). Hij was hoofdredacteur van het kunsttijdschrift Chang An en professor aan het Sichuan Fine Arts Institute. Momenteel is hij leidinggevend professor en curator aan de Academie voor Kunst en Design aan de Tsing Hua Universiteit van Beijing.
Hij is een van de weinige christelijke kunstenaars in China. Zijn kunst is vaak kalligrafisch, met Chinese schrifttekens als basis. Hij beperkt zich meestal tot de kleuren zwart en wit en hun schakeringen.
Hij is niet alleen kunstschilder, maar ook dichter en hij is sociaal actief.



Het werk

China
(www.misereor.de)

Centraal is een klomp goud te zien die als een meteoriet inslaat op de aarde, weergegeven door een zwarte balk. De klomp goud en de zwarte balk vormen samen een kruis. Links en rechts van de goudklomp liggen zeven kleine goudklompjes. In de zwarte dwarsbalk zijn kleine barsten te zien, waar licht lijkt doorheen te komen. Dit alles is geschilderd op een blauwachtige, grijze achtergrond.

Dit hongerdoek is te bekomen via: http://www.eine-welt-shop.de.



Betekenis

Goudklomp
. De goudklomp kan verwijzen naar een meteoriet die vernietigend op de aarde (zwart) inslaat.
. Goud kan verwijzen naar financiële activiteiten. De winning ervan is aanleiding voor milieuverontreiniging en conflicten. Goud op zich kan verslavend zijn en tot crisis en onheil voeren.
. Het goud verwijst symbolisch naar God, naar zijn liefde en zijn licht.
. De gouden steen staat ook symbool voor Christus (let op de vorm van de omtrek). De steen waarover men struikelt is de hoeksteen is geworden (Marcus 12,10). Die ‘steen’ vraagt: Wie is jouw Heer? Wie wil je dienen? God of het goud? Zijn eigen antwoord geeft Jezus met zijn daden, met zijn inzet voor de armen, met zijn zoeken naar het Koninkrijk God en zijn gerechtigheid.



Zwarte strook
. Zwart is symbool voor wat slecht is, voor uitbuiting van de medemens en het milieu.
. De zwarte strook vormt de horizon van een toekomst die er niet rooskleurig uitziet. Zo roept ze op om die toekomst ten goede te veranderen.
. De zwarte strook vormt op het werk de dwarsbalk van een kruis, en roept zo het lijden en de gebrokenheid van het menselijk bestaan op.
. Deze dwarsbalk is ook een horizon van hoop. Doorheen de barsten die er in zitten, komt licht. Aarzelend en in kleine streepjes.



Grijze achtergrond
. Grijs staat voor de realiteit, een vermenging van wit als symbool voor het goede en zwart als teken van het kwade.
. De menselijke zucht naar goud en bezit heeft hemel, aarde en water grijs gekleurd. Gods schepping ziet er niet meer uit zoals ze door God bedoeld is.



Zeven goudklompjes
. Er zeven kleine goudklompjes. Zeven is in de Bijbel het getal dat volledigheid aangeeft. God gaf ons genoeg om menswaardig en goed te leven. Gemakkelijk om in gemeenschap met elkaar te delen.
. De kleine klompjes dragen het gelaat van de grote gouden steen in zich. In het delen maken we Jezus waar. Eerlijk onder elkaar delen, kan de zwarte horizon van de toekomst veranderen in een betere toekomst voor alle mensen en voor Gods Schepping als geheel.



Suggestie

Toon de hongerdoek of de afbeelding ervan.
- Kijk een tijd heel goed naar de doek en laat de gedachten erover de vrije loop.
- Maak kort aantekeningen over wat je ziet en wat je denkt.

De titel van de doek is: ‘God of goud: hoeveel is genoeg?’
- Bekijk de doek opnieuw.
- Kijk en denk je anders nu je de titel kent? Wat is er eventueel veranderd?
- Maak kort aantekeningen

Vertel in de groep wat gezien en gedacht hebt.

Bespreek:
- Hoeveel heren dienen wij?
- Kiezen wij voor God of voor de mammon? Hoe uit zich die keuze?
- Wat moet er zowel bij onszelf als in de wereld veranderen?
- Wat zou er kunnen veranderen als we de goede keuzes maken?
- Hoeveel is voor ons genoeg en hoe geven we dat gestalte?