Loading...
 

Het vanzelfgroeiende zaad


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Het vanzelfgroeiende zaad - Marcus 26-29

De tekst

Stilstaan bij

Met het koninkrijk van God gaat het als met ...
Zo begint een groot aantal gelijkenissen die iets van het Rijk Gods willen laten zien. (Parabels zijn eerder verhalen die de toehoorder willen doen nadenken en reflecteren over zijn eigen leven)



Bij de tekst

Context

In het begin van zijn vierde hoofdstuk (parabel van de zaaier) legt Marcus de nadruk op de manier waarop men naar het woord van God moet luisteren. Een luisteren dat zoekt naar inzicht en gericht is op engagement (bekering en vrucht dragen).
Naar het einde van dit hoofdstuk (gelijkenis van het zelfkiemende zaad en het mosterdzaad) kondigt hij aan wat het vooruitzicht is: het rijk Gods zal uiteindelijk doorbreken.



Waarmee kan men het Rijk Gods vergelijken?

Jezus zoekt beelden, vergelijkingen en verhalen om zich verstaanbaar te maken. Hij vindt moeilijk woorden om te spreken over wat Hem boeit en gaande houdt, omdat zijn onderwerp (het Rijk Gods) zo ongewoon is dat de gewone taal dit onmogelijk kan weergeven.
Dit spreken met beelden biedt mogelijkheden:
. Het kan zoveel oproepen dat men er nooit op uitgekeken raakt.
. Het schudt wakker, intrigeert, omdat men zich afvraagt: wat heeft de spreker daar nu mee bedoeld?



Boodschap

Vanuit een reflectie over een gewone handeling ...
. Zaaien kun je zien als puur verlies: men kon het graan beter malen om er brood van te bakken. Maar uit ervaring weten de mensen dat het te riskeren is om zaad aan de grond toe te vertrouwen: enkele maanden later kan geoogst worden en is er nieuw graan.
. Het waken of slapen van de boer heeft geen invloed op het groeien van het graan.
. Een pover, weinig belovend begin, lijkt uiteindelijk zeer vruchtbaar.


... naar een kijk op het Rijk van God
. Zonder direct resultaat te zien mag men vertrouwen en hopen op de vruchtbaarheid van het gebeuren (i.c. het rijk Gods).
. Ondanks de schijn dat God niets doet, blijkt Hij voortdurend werkzaam.
. De verwezenlijking van het Rijk van God is niet te danken aan de inspanning van mensen, maar aan het werk van God.

Mensen kunnen alleen de grond voorbereiden en zaaien. Al het andere ontsnapt aan hun greep en is uiteindelijk een wonder.
Zo wordt het Rijk van God uiteindelijk iets wat God zelf vestigt.





Suggesties

Kleine kinderen

ONDERZOEKEN

Zaadjes worden plantjes

Laat wat bakjes (botervlootjes of ...) met ontkiemende zaadjes in de verschillende fasen zien.
(Of sta stil bij zaadjes die een tijd geleden in een pot werden gestopt.

Gesprek:
- Wie heeft er al eens een of meerdere zaadjes in een potje of buiten in de grond gestopt?
- Duurde het lang voordat je een plantje te voorschijn zag komen?
- Wat heb je gedaan zodat het plantje zou groeien?
- Wat moest je daar nog voor doen behalve water geven?


Geef de kinderen wat zaadjes om zelf te zaaien.
Laat ze nadien vertellen over wat ze waargenomen hebben.





HANDEN UIT DE MOUWEN

Ontkiemend zaad

De kinderen tekenen het verloop van ontkiemend zaad.



Zaaien

Materiaal
Tuinkers, watten, water, bordjes


Verloop
Tuinkers is heel fijn om te zaaien, omdat je onmiddellijk resultaat hebt.
Hou een aardappel in de lengte. Snij er onderaan een stukje van af, zodat die recht blijft staan. Hol de aardappel bovenaan wat uit. Leg daar vochtige watten in.
De kinderen zaaien daar de zaadjes.
Het wordt nog prettiger als je op de aardappel een gezichtje tekent, want zo lijkt de tuinkers op de haren van een figuurtje.

Je kunt ook de zaadjes in een lettervorm op vochtige watten laten zaaien. Elk kind zaait zo de beginletter van zijn naam.


TIP
Verwerk nadien de tuinkers in plattekaas die je op een stukje brood smeert.





VERTELLEN

Jaantje Graantje

(naar een verhaal van Kate RIESSE)

In de schuur van boer Gust ligt een hoge berg graan.
En wie ligt daar zo prachtig geel te glanzen?
Dat is Jaantje Graantje, een tarwekorreltje.
Het ligt daar tussen zijn vriendjes graantjes en vertelt:
- Heel lang geleden zaaide boer Gust mijn mama in de aarde.
Eerst sliep ze. Maar op een dag kreeg ze erg warm en dacht:
wat voel ik nu? Ik barst open...
Toen zag ze een mooie groene stengel uit haar groeien.
Die dag kwamen Sarie en haar vader voorbij.
Sarie zei: 'Hé vader, het graan kiemt!
Toen zag mijn moeder de zon en de blauwe lucht en nog veel meer...
en ze heeft er mij van alles over verteld.
- En dan, Jaantje, wat gebeurde er dan? roepen de andere graantjes.
- Dan? zegt Jaantje, wel ze groeide en groeide en zag van alles om zich heen.
Soms was de hemel grijs en begon het te regenen.
Soms waaide de wind zo hevig dat de stengels bijna tot op de grond bogen
en soms was de wind lief, alsof hij de stengels aaide.
- Wat heeft ze je nog verteld, Jaantje?
- Ze heeft onweer gezien en donder en bliksem.
Eens stormde het zo hard dat ze dacht dat haar stengel gebroken was.
Op een dag kwam Sarie met haar vader weer voorbij.
Ze zag mijn moeder en zei: ,'Hé vader, ze krijgt al een korenaar!'
- Wat is dat? vragen de tarwekorrels.
- Wel, zegt Jaantje, dat groeit helemaal boven op de top van een stengel.
Er staan links en rechts stijve haren en er zitten wel zestig nieuwe graankorrels in.
- Nieuw graankorr...?
- Spiksplinternieuwe graankorrels, zegt Jaantje, en ik was er ook een van.
Toen was ik nog helemaal groen.
- Groen? vragen de andere graantjes.
- Groen! zegt Jaantje. Daarna, toen de zon veel scheen, werd ik geel!
- Geel?!? Was je dan ziek? vragen de graantjes.
- Nee! Ik was rijp, zegt Jaantje.
- Rijp? Wat is dat nu weer? vragen de graantjes.
- Dat wil zeggen dat je voldoende gegroeid bent en dat men je mag plukken, zegt Jaantje.
Toen kwam Sarie weer voorbij en zei: 'Kijk eens papa, de tarwe is rijp.'
En haar papa zei: 'Nog deze week zal boer Gust de tarwe binnenhalen.'
De rest, dat kennen jullie!
- Hé ja, roepen de graantjes, de maaidorser plukte ons.
En onze stengels werden in pakken gebonden.
- Onze stengels werden stro, zegt Jaantje. Stro is eten voor de dieren.
- En wij dan? Waarom liggen wij nu in een schuur? vragen de graantjes.
- Van ons zal men bloem maken om brood te bakken en taarten en koeken, zegt Jaantje.
- Ik wil een boterkoek worden, roept er een. Ik een wafel! Ik een pannenkoek!
Ik een lekker bruin brood! Ik een taart! Ik ...
de graantjes gillen door elkaar. Ze willen allemaal iets worden. Alleen Jaantje zwijgt.
- En jij Jaantje, wat wil jij worden? vragen de graantjes nieuwsgierig.
- Ik wil worden zoals mijn moeder. Ik wil gezaaid worden.
Dan kiem ik, dan groei ik en dan komt Sarie weer voorbij
en dan ziet ze hoe ik rijp ben geworden
en hoe er nieuwe graankorrels bovenop mijn stengel groeien.
Nu willen alle graantjes ineens ook gezaaid worden, maar dat kan nu eenmaal niet.
Sommige graantjes dienen om te zaaien, en andere dienen om meel van te maken.





BIDDEN / MEDITEREN

Wonder

(Katia Van Cleynenbreugel)

Mijn juf gaf ons een boon en zei:
- Dit schatje houdt van grond,
geef hem maar een plek,
wat licht, een eigen stek.

Ik groef een heel klein putje.
De zomer kwam en ging
en plots stond daar een struik
met nieuwe boontjes in.

Ik had hem niet zien groeien.
Ik had het niet gedaan,
maar sneller dan het licht
was het vanzelf gegaan.





Grote kinderen

KENNISMAKEN MET DE TEKST UIT DE BIJBEL

Inleiding op de gelijkenis

Weer is Jezus aan het praten.
Maar er komen zoveel mensen bij
dat er niet genoeg plaats meer is.
Daarom stapt Jezus in een boot,
zodat allen Hem kunnen horen.
En Hij begint verhalen te vertellen.
Grote verhalen, maar ook kleine,
die soms nog geen minuut duurden.
Je kunt ze gemakkelijk onthouden.
Ze gaan meestal over gewone dingen:
over zaad of over een lamp,
of over gewone mensen:
een vrouw die een brood bakt
of een visser die zijn net ophaalt.
Met al die verhalen wil Jezus iets zeggen.
Daarom moet je zoeken naar de betekenis ervan.
Jezus zegt dan:
'Wie oren heeft om te horen, moet horen.'
Zoiets als: 'Als je goed luistert,
dan weet je wel waarover het gaat.'
Luister eens naar het volgend verhaal van Jezus...






HANDEN UIT DE MOUWEN

Knutselen: een zadenmozaïek

(Naar: E. GEETS in Simon, uitgeverij Averbode, 2007 nr 8, p. 12)

Materiaal
. Papier, potlood
. Een stevig stuk karton van 15 cm op 21 cm
. Allerlei soorten zaad
. Witte knutsellijm, een lijmkwast


Verloop
Schets enkele bloemen of bomen op het blad papier. Teken de tekening die jij het mooist vindt over op het karton.
Breng lijm aan op bv. het hartje van de bloem. Duw de zaden vast in de lijm.
Gebruik andere zaden voor de bloemblaadjes. Werk de bloem zo deel per deel af.
Vul de achtergrond in met een zaadsoort die je nog niet gebruikt hebt.





Jongeren

BIDDEN / MEDITEREN

Wat kan daar nu uit voortkomen?

(Geïnspireerd door: T. FRANSEN, Ontmoetingen met jezelf, De Nederlandse Boekhandel, Antwerpen/Amsterdam 1976)

Materiaal
Iedere jongere heeft een zaadje meegebracht / of: zorg er zelf voor dat iedereen een zaadje kan krijgen (verschillende soorten zaadjes als het even kan)


Verloop
Iedereen gaat op een ontspannen manier neerzitten. Bezorg iedereen een zaadje.
Lees na een stiltepauze langzaam de volgende tekst voor:

Leg het zaadje zo voor je neer,
dat je straks alleen maar je hand moet uitsteken
om het te nemen.
Ga heel ontspannen zitten.
Adem langzaam diep in en uit.
Laat je armen en benen zwaar worden.
Laat alle spanning uit je wegvloeien.
Doe je ogen dicht.
Alles om je heen ademt en leeft.
Alles is in beweging:
de zon de planeten, de rivier...
soms snel, soms traag.
Het zaadje dat voor je ligt,
leeft, ademt, is volop in beweging in zichzelf.
In dat zaadje zitten de vormen, de beelden
van de latere bloem, boom, vrucht, blad...
Ook onze gedachten zijn ook in beweging,
ze leven.
In elke gedachte zitten de vormen en de beelden
van de latere uitwerking.
Het bewustzijn van het zaadje kent maar één ding:
zich ontplooien volgens het vormbeeld dat het in zich draagt.
Maar jij kunt veel meer:
je zit vol ideeën, beelden, mogelijkheden,
waartussen je kunt kiezen.

Neem nu het zaadje in je hand.
Voel het met je ogen dicht.
Het leeft.

Doe je ogen open.
Kijk naar het zaadje.
Het is een deel van het geheel, net zoals jij.
Het zaadje heeft geen haast.
Wat het in zich heeft zal het wel worden.
Het wacht de juiste omstandigheden rustig af.
Het heeft geduld.
Een gedachte is als een zaadje.
Jij weet dat binnen in jou ook zo'n zaadje zit.
Jij weet wat daaruit kan groeien.
Vraag je af:
'Als ik uit dit zaadje iets heel anders wilde laten groeien
dan er al in zit,
zou me dat dan lukken?'


Laat het nog een tijd stil zijn vooraleer dit moment af te sluiten.