Loading...
 

Lucas 22, 54 – 23, 25

2 Haan


…page…

Lucas 22, 54 – 23, 25: Jezus wordt ondervraagd

Lucas 22, 54 – 23, 25 // Matteüs 26, 57-68 // Marcus 14, 53 - 15, 15



De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1667 - 1669)

De mannen grepen Jezus vast en brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus liep op een afstand achter hen aan. Toen maakten de mannen een vuur op de binnenplaats van het huis en gingen eromheen zitten. Petrus ging bij hen zitten.
Een meisje dat daar werkte, zag Petrus bij het vuur zitten. Ze keek naar hem en zei: ‘Die man was ook bij Jezus.’ Maar Petrus zei: ‘Mens, ik ken hem niet eens!’ Even later zei iemand anders tegen Petrus: ‘Jij hoort ook bij Jezus.’ Maar Petrus antwoordde: ‘Dat is niet waar!’ Een uur later zei weer iemand anders: ‘Ik weet heel zeker dat jij bij Jezus hoort. Want je komt duidelijk uit Galilea, net als hij!’ Maar Petrus zei: ‘Man, ik heb geen idee waar je het over hebt!’
Terwijl Petrus nog aan het praten was, kraaide er een haan. De Heer draaide zich om en keek Petrus aan. En Petrus dacht terug aan wat de Heer tegen hem gezegd had: ‘Jij zult drie keer zeggen dat je mij niet kent. Dat zal vannacht gebeuren, nog voordat de haan kraait.’
Toen liep Petrus weg, en hij huilde.

De mannen die Jezus gevangengenomen hadden, bespotten hem. Ze deden hem een blinddoek om en sloegen hem. Toen zeiden ze: ‘Hé profeet, zeg eens wie dat deed!’ En ze beledigden hem op nog veel meer manieren.

De volgende ochtend kwamen de leiders van het volk, de priesters en de wetsleraren bij elkaar. Jezus werd bij hen gebracht, en ze vroegen hem: ‘Zeg eens, bent u de messias?’ Jezus zei: ‘Jullie geloven toch niet dat ik het ben. En als ik jullie iets vraag, dan geven jullie geen antwoord. Maar ik ben de Mensenzoon. En vanaf nu zal ik naast God zitten, aan de rechterkant.’ Toen zeiden ze allemaal: ‘U bent dus de Zoon van God?’ Jezus zei: ‘Jullie zeggen zelf dat ik het ben.’
Maar zij zeiden: ‘We hebben geen verklaringen over Jezus meer nodig. Want we hebben allemaal gehoord wat Jezus net zelf gezegd heeft.’

De leiders brachten Jezus naar Pilatus, de Romeinse bestuurder. Bij Pilatus begonnen ze allerlei slechte dingen over Jezus te vertellen. Ze zeiden: ‘Jezus wil dat het volk in opstand komt. Want hij zegt dat je geen belasting moet betalen aan de keizer van Rome. En hij zegt dat hij de beloofde ko-ning is.’ Pilatus vroeg aan Jezus: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘U zegt het zelf.’ Toen zei Pilatus tegen de priesters en tegen alle andere mensen die erbij waren: ‘Volgens mij is Jezus onschuldig.’ Maar de mensen luisterden niet en zeiden nog een keer: ‘Jezus probeert met zijn ideeën het volk in opstand te brengen! Hij begon in Galilea. Daarna ging hij heel Judea door, en nu doet hij hier hetzelfde.’ Toen Pilatus hoorde dat Jezus uit Galilea kwam, stuurde hij hem naar Herodes. Want Herodes was de koning van Galilea, en hij was op dat moment in Jeruzalem.

Herodes was blij om Jezus te zien. Hij wilde Jezus al lang ontmoeten, want hij had veel over hem gehoord. Hij hoopte dat Jezus een wonder zou doen. Herodes stelde hem veel vragen, maar Jezus gaf geen antwoord. Intussen bleven de priesters en de wetsleraren Jezus beschuldigen. Toen begonnen ook Herodes en zijn soldaten Jezus te beledigen. Ze bespotten hem en trokken hem een koninklijke mantel aan. Zo stuurden ze hem terug naar Pilatus. Herodes en Pilatus waren altijd vijanden van elkaar geweest. Maar op die dag werden ze vrienden.

Pilatus riep de priesters, de leiders en het volk bij elkaar. Hij zei tegen hen: ‘Jullie hebben Jezus naar mij toe gebracht met de klacht dat hij het volk in opstand brengt. Daarom heb ik hem hier vragen gesteld. Daar waren jullie zelf bij. Maar volgens mij klopt het niet wat jullie zeggen. Jezus is dus on-schuldig. En Herodes vindt dat ook, want hij heeft Jezus naar mij teruggestuurd. Jezus heeft niets gedaan waarvoor hij gedood zou moeten worden. Dus ik zal hem straffen, maar daarna laat ik hem vrij.’
Maar de mensen schreeuwden allemaal: ‘Weg met Jezus! Laat Barabbas vrij!’ Barabbas zat in de gevangenis omdat hij iemand vermoord had tijdens een opstand in Jeruzalem.

Opnieuw zei Pilatus tegen de mensen dat hij Jezus wilde vrijlaten. Maar de mensen schreeuwden: ‘Jezus moet dood! Hij moet aan het kruis!’ Toen zei Pilatus voor de derde keer: ‘Waarom moet ik Jezus laten doden? Hij heeft toch niets verkeerds gedaan? Ik zal hem straffen, en dan laat ik hem vrij.’ Maar de mensen begonnen nog harder te schreeuwen: ‘Jezus moet aan het kruis!’ Omdat de mensen zo schreeuwden, besloot Pilatus te doen wat ze wilden. Hij liet Barabbas vrij, de man die iemand vermoord had tijdens een opstand. En Jezus gaf hij aan zijn soldaten mee om gedood te worden. Want dat was waar de mensen om vroegen.



Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Lucas 22,14 - 23,56)

Zij arresteren Hem en brengen Hem naar het huis van de hogepriester.
Petrus volgt op een afstand.
Midden op de binnenplaats maken ze een vuur.
Ze gaan er omheen zitten. Petrus zit tussen hen in.
In het schijnsel van het vuur ziet een slavin hem zitten.
Ze bekijkt hem nauwlettend en zegt: ‘Die hoort ook bij Hem.’
Maar Petrus zegt: ‘Mens, ik ken Hem niet eens.’
Wat later ziet iemand anders hem en zegt: ‘Jij bent ook een van hen.’
Petrus zegt: ‘Welnee man.’
Ongeveer een uur later zegt iemand met klem:
‘Heel zeker, hij hoort ook bij Hem. Hij is toch ook van Galilea.’
Maar Petrus zegt: ‘Man, ik weet niet waar je het over hebt!’
Zijn woorden zijn nog niet koud, of er kraait een haan.
Jezus keert zich om en kijkt Petrus aan,
Dan herinnert Petrus zich dat de Heer tegen hem heeft gezegd:
‘Voor de haan vandaag kraait, zul je driemaal zeggen dat je Mij niet kent.’
Hij loopt naar buiten en weent bittere tranen.
De mannen die Jezus bewaken, spotten met Hem en slaan Hem.
Ze blinddoeken Hem en vragen: ‘Raad eens, wie heeft je geslagen?’
Ze roepen ook nog allerlei grofheden tegen Hem.

Als het dag is, brengt men Jezus voor het gerechtshof.
Daar vraagt men aan Jezus: ‘Als U de Messias bent, zeg dat dan.’
Maar Hij zegt: ‘Als Ik het zeg, zult u Me niet geloven.
Als Ik u wat vraag, zult u Me geen antwoord geven.
Van nu af aan zal de Mensenzoon zitten aan de rechterhand van God.’
Iedereen vraagt: ‘U bent dus de Zoon van God?’
Jezus zegt: ‘U zegt zelf dat Ik het ben.’
Dan zeggen ze: ‘Waarom hebben wij nog meer getuigenissen nodig?
Wij hebben het zelf uit zijn mond gehoord.’
De hele vergadering staat op.

Men leidt Jezus naar Pilatus.
Daar zeggen ze waarvan ze Jezus beschuldigen:
‘Wij hebben vastgesteld dat deze man ons volk ophitst.
Hij zegt ook dat ze geen belasting moeten betalen aan de keizer.
En Hij geeft zichzelf uit voor de Messias, de koning.’
Pilatus vraagt: ‘Bent u de koning van de Joden?’
Hij antwoordt: ‘Dat zegt u.’
Pilatus zegt tegen de hogepriesters en de volksmenigte:
‘Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.’
Maar ze houden vol: ‘Hij brengt met zijn leer het volk in opstand.
Eerst in Galilea, en nu hier ook al.’
Als Pilatus dat hoort, vraagt hij: ‘Komt die man uit Galilea?’
Wanneer hij verneemt dat Jezus uit het gebied van Herodes komt,
stuurt hij Hem naar Herodes, die op dat moment in Jeruzalem is.
Herodes is erg blij dat hij Jezus te zien krijgt,
want hij wilde Hem allang ontmoeten, na wat hij over Hem gehoord heeft.
Hij hoopt dat Jezus voor hem een wonder zal doen.
Hij ondervraagt Hem, maar Jezus beantwoordt geen enkel van zijn vragen.
De hogepriesters en de Schriftgeleerden blijven Jezus beschuldigen.
Ook Herodes en zijn manschappen beledigen Hem.
Ze maken Hem belachelijk door Hem een schitterend gewaad aan te doen.
Daarna stuurt Herodes Hem terug naar Pilatus.

Daarop roept Pilatus de leiders van het volk bijeen.
Hij zegt: ‘U hebt deze man bij mij gebracht omdat Hij het volk zou ophitsen.
Wel, ik heb de man verhoord terwijl u erbij was.
Maar voor uw beschuldigingen heb ik geen enkele grond gevonden.
Herodes ook niet, want hij heeft Hem naar ons teruggestuurd.
Kort gezegd: die man heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat.
Ik zal Hem daarom laten geselen en dan vrijlaten.’
Maar ze schreeuwen in koor: ‘Weg met Hem! Barabbas vrij!’
Barabbas zit in de gevangenis wegens rellen in de stad en een moord.
Omdat Pilatus Jezus wil vrijlaten, spreekt hij hen opnieuw toe.
Maar zij schreeuwen: ‘Aan het kruis met Hem! Aan het kruis!’
Dan vraagt Pilatus: ‘Maar wat voor kwaad heeft die man dan gedaan?
Ik vind niets waarop de doodstraf staat.
Ik zal Hem laten geselen en daarna vrijlaten.’
Maar ze blijven luid schreeuwen en eisen: ‘Kruisig Hem!’.
Dat geschreeuw geeft de doorslag: Pilatus besluit hun eis in te willigen.
Hij laat Barabbas vrij en met Jezus mogen ze doen wat ze willen.
Ze voeren Hem weg om Hem te kruisigen.



Stilstaan bij …

Galileeër
Bewoner van Galilea, een landstreek ten noorden van Palestina. Een streek met een multiculturele en multireligieuze bevolking, waar naast joden ook vele niet-joden leefden. Daar verborgen zich vele verzetsstrijders tegen de Romeinse bezetter. Omdat de dorpsbewoners vaak achter hen stonden, was iedereen uit Galilea verdacht.
Men kon in Jeruzalem de Galileeërs herkennen aan hun accent.


Oudsten
‘De oudsten’ waren de vertegenwoordigers van vooraanstaande families in Jeruzalem.


Schriftgeleerden
Schriftgeleerden waren vooraanstaande leraars in Jezus’ tijd. Ze bestudeerden de Wet, en waren de geestelijke leiders van het volk.


Rechtbank / Sanhedrin
Hoogste joods gerechtshof dat besliste over wereldlijke en geestelijke zaken. Het bestond uit 71 leden: priesters, Schriftgeleerden en vertegenwoordigers van steden onder het voorzitterschap van de hogepriester. Het Sanhedrin had geen politieke macht, maar was verantwoordelijk voor de zuiverheid van de leer. Het zetelde in een bijgebouw van de tempel.
Toen Jezus leefde kon deze raad doodsvonnissen uitspreken, maar mocht ze niet uitvoeren. Dat deden de Romeinen.
Niet alle leden van de Hoge Raad waren tegen Jezus. Bijvoorbeeld: Nicodemus en Jozef van Arimatea, die Jezus in zijn eigen graf liet begraven.


Pilatus
Pontius Pilatus was Romeins gouverneur ten tijde van Jezus. Hij regeerde van 26 tot 36 na Christus. Hij was door de keizer aangesteld om te zorgen voor orde en rust in Palestina. Later riep keizer Nero hem terug naar Rome omdat hij erg wreed was tegenover de onderworpen volkeren.


Koning
Voor Pilatus was het belangrijk te weten of Jezus koning is, omdat hij als vertegenwoordiger van de keizer van Rome, mensen alleen om politieke redenen kon veroordelen.


Herodes
Herodes Antipas, de toenmalige viervorst van Galilea, was in Jeruzalem voor de paasfeesten.


Barabbas
(= ‘zoon van de vader/leraar’)


Geselen
Hierbij slaat men iemand met een gesel, een stok met lederen riemen, waar metalen bolletjes de uiteinden van verzwaarden. De joden gaven maximum 39 (net niet 40!) slagen. De Romeinen schreven geen maximum aantal slagen voor.


Kruisiging
Het kruisigen, en de geseling die eraan voorafging, was een straf uit Perzië, die de Romeinen toepasten op slaven en niet-burgers voor verraad en rebellie. Deze doodstraf was bedoeld voor staatsgevaarlijke misdadigers. Cicero schreef erover als 'de wreedste en walgelijkste van alle straffen'.
Keizer Constantijn schafte in 313 na Christus de kruisdood af.





Bijbel en kunst

BUONINSEGNA

Pilatus ondervraagt Jezus

Pilatus Ondervraagt Jezus

Deel van de Maestà, werk van de Italiaanse kunstschilder Duccio di Buoninsegna (1255 - 1319).
Duccio slaagde erin om aan de toenmalige gebruikelijke Byzantijnse stijl een nieuwe dimensie te geven door aan zijn figuren menselijkheid en expressiviteit te geven.



G. VAN HONTHORST

Christus voor Kajafas (1617)

Gerard Van Honthorst Christus Voor De Hogepriester

National Gallery, Londen


Werk van de Nederlandse kunstschilder Gerard van Honthorst (1592 - 1656), een volgeling van Caravaggio. Anders dan bij de werken van Caravaggio, laat van Honthorst meestal wel de lichtbron zien - in dit geval een kaars.






P. van PESIONANTE DEL SARACENI

De verloochening van Petrus

5 Pensionante Del Saraceni C





S. KÖDER

Terdoodveroordeling van Jezus
(C. LETERME, Echt tov 5, Rondom Pasen, uitgeverij Pelckmans, 2013, p. 9

5 Sieger Koeder

Werk van de Duitse kunstenaar Sieger Köder (1925 - 2015), die priester gewijd werd toen hij 47 jaar oud was. Hij was een van de meest bekende christelijke kunstenaars in Duitsland van de 20e eeuw. Zijn werken worden getypeerd door krachtige lijnen en diepe kleuren.
In de Stefanuskerk van Wasseralfingen is een kruisweg te zien die hij schilderde. Het eerste schilderij van deze kruisweg (de eerste statie) stelt Pilatus, Kajafas en Jezus voor.


Links boven
Pontius Pilatus was de Romeinse gouverneur toen Jezus leefde. De keizer van Rome had hem in Palestina aangesteld om er te zorgen voor orde en rust. Later riep keizer Nero hem terug naar Rome, omdat hij te wreed was voor de mensen.
Misschien waren de handen van Pilatus wel vuil toen hij ze waste, of wilde hij ze verfrissen omdat het zo warm was ... Maar iedereen heeft altijd gedacht dat hij zo wilde zeggen dat hij persoonlijk niets met de doodstraf van Jezus te maken had.
Op het schilderij lijkt het alsof Pilatus het bloed van Jezus van zijn handen wil afwassen.


Rechts boven
De hogepriester was de belangrijkste van alle priesters en van de levieten, mensen die de priesters hielpen. Hij was ook de president van het sanhedrin, een belangrijke vergadering die bijeenkwam in een bijgebouw van de tempel dat met een rechtbank te vergelijken is.
De hogepriester draagt een boekrol in zijn handen. Daarop staat de Thora, richtlijnen die zeggen hoe men moet leven als men een goede jood wil zijn: hoe men met God moet rekening houden en hoe men met zijn medemens moet omgaan.


Onderaan
Op de rug van Jezus is te zien dat Hij gegeseld werd. Het rode vlak op zijn rug kan verwijzen naar het vele bloed dat Hij toen verloor, maar herinnert ook aan de rode mantel die de soldaten om Hem heen sloegen, toen ze Jezus gegeseld hadden.




Beeldmeditatie
- Wat zie je op dit schilderij?
- Wat doen die mannen met hun ogen?
Kijken ze elkaar aan? Waarom zou dat zijn?
- Wat doet de linkse man met zijn handen?
- Ken je de naam van iemand die zo zijn handen wast?
- Wat zou de houding van zijn handen kunnen betekenen?
- Wat doet de rechtse man met zijn handen?
- Wat heeft die man vast?
- Van de man onderaan kun je de handen niet zien.
- Hoe zou jij zijn handen afbeelden?
- Waarom stel je dat zo voor?
- Waar doet die man onderaan jou aan denken?
- Waarom denk je dat?





Suggestie

Grote kinderen

VERDIEPEN

Schuldig of onschuldig?

(Naar: Bijbelbasics 8 april 2019)

Vooraf
Schrijf op zeven A4-vellen telkens één van de volgende zinnen:
. Toen Jezus twaalf jaar oud was, gaf Hij les in de tempel. (Lucas 2, 41-52)
. Hij maakte mensen beter. (Matteüs 4, 24)
. Hij vergaf fouten. (Matteüs 9, 2)
. Hij sprak over God. (Matteüs 9, 35)
. Hij bad tot God. (Lucas 5, 16)
. Hij at met mensen die verkeerde dingen deden. (Lucas 15, 2)
. Hij stuurde de handelaars weg uit de tempel. (Lucas 19, 45-48)




Verloop
Pilatus vond Jezus onschuldig en wilde Hem vrijlaten. Maar de mensen vonden Jezus schuldig en vonden dat Hij gedood moest worden. De kinderen denken erover na wat Jezus gedaan heeft en of zij Hem daar voor zouden straffen.

Lees de zinnen één voor één voor. Vraag bij elke zin:
- Heeft Jezus dit gedaan?
De kinderen kunnen eventueel nog andere situaties vermelden.

Leg de vellen met wat Jezus gedaan heeft op de grond, in de vorm van een kruis. Als alle vellen op de grond liggen vraag je per vel of je hiervoor straf moet krijgen. Zo ja, dan blijft het vel liggen. Zo niet, haal dan het vel weer weg.

Praat even na over de opdracht:
- Wat vinden jullie van wat Jezus gedaan heeft?
- Wat vinden jullie het mooiste of het belangrijkste?