Loading...
 

Matteüs 27, 27-61


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 27, 27-61: Lijden en dood van Jezus

Matteüs 27, 27-61 // Marcus 15, 16-41 // Lucas 23, 26 – 23, 34, Lucas 23, 35-43, Lucas 23, 44-49 // Johannes 19, 1-37



De tekst

Dichter bij de tijd

(C LETERME)

Men brengt Jezus bij Pilatus.
Die vraagt: ‘Bent U de koning van de Joden?’
Jezus zegt: ‘Dat zegt U.’
Bij de beschuldigingen van de hogepriesters en de oudsten zwijgt Jezus.
Dan vraagt Pilatus: ‘Hoort U dan niet
waarvan ze U allemaal beschuldigen?’
Jezus antwoordt nergens op. Pilatus is zeer verbaasd.
Het is de gewoonte dat de gouverneur op een feest
een gevangene vrijlaat, die het volk mag kiezen.
Op dat moment zit Barabbas gevangen.
Pilatus vraagt aan de mensen: ‘Wie moet ik vrijlaten, Barabbas of Jezus?’
De hogepriesters zeggen: ‘Kies voor Barabbas en niet voor Jezus!’
Opnieuw vraagt Pilatus: ‘Wie van de twee laat ik vrij?’
‘Barabbas’, zeggen ze. Pilatus vraagt: ‘En wat moet ik met Jezus doen?’
Ze roepen: ‘Kruisig Hem.’
Pilatus vraagt ‘Maar wat voor kwaad heeft Hij eigenlijk gedaan?’
De mensen schreeuwen nog harder: ‘Kruisig Hem.’
Pilatus ziet dat er niets helpt en dat de onrust steeds groter wordt.
Dan neemt hij water en wast zijn handen voor de ogen van de mensen.
Hij zegt: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van die Jezus’
en hij laat Barabbas vrij.
Dan nemen de soldaten van Pilatus Jezus mee.
Ze trekken zijn kleren uit en doen Hem een rode mantel om.
Ze vlechten een krans van doornen en zetten die op zijn hoofd.
Ze geven Hem een rietstok in de rechterhand.
Ze knielen voor Hem neer en spotten: ‘Dag koning van de Joden!’
Ze spuwen in zijn gezicht, en slaan met de rietstok op zijn hoofd.
Dan nemen ze de mantel af, doen Hem weer zijn eigen kleren aan
en leiden Hem weg om Hem te kruisigen.
Onderweg komen ze Simon uit Cyrene tegen.
Ze zeggen hem: ‘Kom, draag zijn kruis!’
Ze komen bij Golgota,
waar ze Jezus een mengsel geven van wijn en gal.
Jezus proeft ervan, maar wil het niet drinken.
Ze kruisigen Hem en dobbelen om zijn kleren.
Zittend houden ze bij Hem de wacht.
Boven zijn hoofd schrijven ze: ‘Dit is de koning van de Joden.’
Naast Jezus zijn er twee bandieten gekruisigd.
Voorbijgangers zeggen tegen Jezus:
‘Jij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,
red jezelf als je de Zoon van God bent, en kom van het kruis af.’
Anderen spotten met Hem: ‘Hé Jezus, Jij kunt Jezelf niet eens redden!’
‘Koning van Israël, kom van het kruis af en wij zullen in U geloven!’
‘Zoon van God, laat God Je nu maar redden!’
Ook de bandieten naast Hem beledigen Hem.
’s Middags wordt het duister over het hele land, tot het drie uur is.
Dan roept Jezus luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’
Dat betekent: Mijn God, mijn God,
waarom hebt U Mij in de steek gelaten?
Sommigen horen dat en zeggen: ‘Hij roept Elia.’
Iemand rent weg om een spons te halen, doopt die in wijn,
steekt hem op een rietstok en wil die Hem te drinken geven.
Maar anderen zeggen: ‘Niet doen! We willen zien of Elia Hem komt redden.’
Maar Jezus schreeuwt opnieuw luid en geeft de geest.
Op dat ogenblik scheurt het voorhangsel van de tempel in twee.
De aarde beeft, de rotsen splijten uit elkaar.
Wanneer de honderdman en zijn soldaten
die aardbeving zien worden ze vreselijk bang.
Ze zeggen: ‘Werkelijk, Hij was de Zoon van God.’



Stilstaan bij …

Koning van de joden
Dé reden om Jezus ter dood te veroordelen was van godsdienstige aard. Omdat de hogepriesters en de oudsten wisten dat ze met een religieus argument geen indruk zouden maken op de Romein Pontius Pilatus, zegden ze dat Jezus zei dat Hij de koning der joden was. De politieke gevolgen van zo’n titel wekten wel de aandacht van Pilatus.


Zijn vrouw
In latere legenden blijkt de vrouw van Pilatus ‘Procla’ te heten of ‘Claudia Procula’. Zij zou christen geworden zijn.


Aan het kruis
Het kruisigen was een straf die afkomstig was uit het Oosten. Romeinen pasten die toe op staatsgevaarlijke misdadigers. Dat de mensen de kruisdood vroegen aan Pilatus kan erop wijzen dat ze in Jezus een gevangene van de Romeinen zagen, helemaal niet een Messias, want die had hen van die Romeinen moeten verlossen.
Cicero schreef over de kruisiging als 'de wreedste en walgelijkste van alle straffen'.
De kruisdood werd in 313 na Chr. door keizer Konstantijn afgeschaft.


Zijn handen wassen
Een symboolgeladen handeling waarmee Pilatus wilde zeggen dat hij de gevolgen van zijn uitspraken van zich wilde afhouden. Zo verklaarde hij zichzelf onschuldig aan de dood van Jezus.


‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen’
Een manier om te zeggen dat men de verantwoordelijkheid wil nemen van een bepaalde daad.


Geselen
Iemand slaan met een gesel, een stok met lederen riemen, waaraan metalen bolletjes de uiteinden verzwaarden. De joden gaven maximum 39 (niet 40!) slagen. De Romeinen schreven geen maximum aantal slagen voor. Bovendien bonden ze de veroordeelde naakt aan een lage kolom, zodat die met gekromde rug de geselslagen kreeg.


Pretorium
Dit was in oorsprong de tent van de pretor in het leger. Later was het de ambtswoning van de gouverneur in Romeins bezet gebied.


Cyreneeër
Bewoner van Cyrene, de hoofdstad van Cyrenaïca, een Griekse kolonie in Libië. Daar was een vierde van de bevolking jood.


Golgota (Aramees = schedel; Latijn = calva)
De naam schedel kan ontleend zijn aan de vorm van de heuvel, maar kan ook herinneren aan een legende die vertelt dat de schedel van Adam daar begraven ligt.


Met alsem gemengde wijn
Wellicht een verdovend middel.


Redden
Verwijzing naar de betekenis van de naam ‘Jezus’: ‘God redt’.


Het zesde uur
Dit uur komt overeen met de middag, het moment van de dag waarop de zon het hoogst aan de hemel staat.


Duisternis
Beeldende taal om de verlatenheid van iemand aan te geven. Ook: beeld van de dood.


Het negende uur
Komt overeen met drie uur in de namiddag.


Mijn God, waarom hebt U mij in de steek gelaten?
Dit zijn de beginwoorden van psalm 22.


Elia (Hebreeuws = Mijn God is JHWH)
Heel het leven van de profeet Elia was een afwijzen van de afgodendienst en het centraal stellen van JHWH. Elia werd aangeroepen als helper in hopeloze gevallen.


Voorhangsel van de tempel
Dit voorhangsel was een zwaar gordijn dat het heilige der heiligen van de tempel afsloot. Het was uit één stuk geweven. Alleen de hogepriester mocht eens per jaar het Allerheiligste betreden. Dat het voorhangsel scheurt, betekent dat het jodendom met de tempel als heiligdom heeft afgedaan: God is toegankelijk geworden voor iedereen, in Jezus heeft Hij zich voor allen kenbaar gemaakt.

Apocriefe evangelies (evangelies die niet behoren tot de vier officiële evangelies die in het Nieuwe Testament te vinden zijn) vertellen dat Maria als meisje werkzaam was in de tempel en het garen spon waarmee het voorhangsel van de tempel geweven werd. Een aantal iconen die de boodschap van de engel aan Maria uitbeelden, tonen Maria die deze rode wol spint.
Lees meer over apocriefe teksten


Aardbeving
In de bijbel is een aardbeving vaak het beeld van Gods aanwezigheid, of van de komst van God.


Honderdman
Een honderdman / centurio was een Romeinse legeraanvoerder die het bevel uitoefende over honderd soldaten. Meestal was hij een gewone soldaat, die door zijn veldheer bevorderd was, omdat hij moedig of trouw was.
In het Nieuwe Testament vertegenwoordigt de honderdman de niet-joden. Zo onderstreept hij het belang van Jezus voor alle mensen.


Zoon van God
In de mond van een niet-jood kan dit misschien gelezen worden als: ‘Hij was echt een goed mens’.





Bijbel en kunst

J. BOSCH (?)

De kruisdraging (1510-1516)
Jeroen / Hiëronymus van Aken (1450-1516) was een kunstschilder, die zijn hele leven woonde in ’s- Hertogenbosch (den Bosch). Daarom wordt hij Bosch genoemd.
Hij leefde in de overgang tussen Middeleeuwen en Renaissance en legde persoonlijke opvattingen in bestaande traditionele Bijbeltaferelen.

Kruisdraging

Olieverf op eiken paneel, 76,7 x 83,5 cm, Museum voor Schone Kunsten, Gent



Bijna in het midden van dit schilderij is Jezus te zien. Zijn gelaat dat rust en sereniteit uitstraalt steekt af tegen de vele verwrongen gezichten die het omringen. In de tijd van Bosch geloofde men dat lelijkheid een teken was van de duivel.

In de diagonaal die van links onder naar rechts boven het schilderij gaat, zijn nog twee gezichten te zien die niet verwrongen zijn:
. dat van Veronica (links onder), die een doek draagt waarmee ze gezicht van Jezus heeft afgedroogd. De afdruk van Jezus' gezicht is erop te zien. De naam Veronica betekent: 'het ware gelaat'.
. en dat van een man die erg bang is (rechts boven). Hij is wellicht een vriend van Jezus die door de man rechts bedreigd wordt. Het gezicht van de man links van hem spreekt boekdelen.

In de diagonaal die van links boven naar rechts onder gaat is de kruisbalk te zien. Links bovenaan zijn twee handen te zien van iemand die het kruis mee helpt dragen.



Op dit ogenblik wordt in twijfel getrokken of dit werk wel echt van Jeroen Bosch is. Op het werk ontbreken de typische fantasierijke wezens, en de tekening onder de verflaag is veel schetsmatiger dan bij de andere werken van Jeroen Bosch.



A. SERVAES

Christus aan het kruis
Servaes

(1923, houtskool op papier, Museum voor Religieuze Kunst)


Albert Servaes (1883-1966) behoorde tot de school van Latem. In 1919 kende hij een artistieke doorbraak met zijn kruisweg. Maar de Kerkelijke overheid kon zich niet vinden in de kruisweg waar deze statie deel van uitmaakt. Ze verbood om het werk op te hangen. Men had er problemen mee dat het lijden van Jezus zo gruwelijk werd voorgesteld.
Ook de intellectuele en artistieke elite van de jaren '20 wilde niet langer met hem te maken hebben, omdat hij zijn talent en zijn kunst ten dienste stelde van de godsdienst.





Suggesties

Kleine kinderen

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Een paar tips

Wie dit wil vertellen aan kleine kinderen doet er goed aan de volgende zinnen te vermijden:

. 'De Vader / God wilde dat Jezus stierf aan het kruis'
De Vader wil deze dood niet. Als de Vader iets wil, dan is het dat mensen luisteren en handelen naar het woord van Jezus.

''. 'Jezus is gestorven om ons te verlossen van onze zonde'
Kleine kinderen kennen het woord 'zonde' nog niet. En ook het woord 'verlossen' heeft voor hen in deze context nog geen betekenis.





DOEN

Kijkdozen

(Naar: TOV 2, handleiding p. 551-552)


Materiaal
Klei, vijf schoenendozen, drie kruisjes (stokjes die aan elkaar gesjord werden), voor de onderdelen 2,3,4.


Verloop
Vertel eerst over het lijden en dood van Jezus. Spreek met de kinderen af om die laatste momenten met klei uit te beelden. De figuren die zo gemaakt worden, worden nadien geschikt in een kijkdoos.
Verdeel de groep kinderen in vijf groepjes, die één van de volgende onderdelen zullen uitbeelden:
1. Jezus wordt veroordeeld
2. Jezus draagt zijn kruis
3. Jezus wordt aan het kruis genageld
4. Jezus sterft
5. Jezus wordt in een graf gelegd

Spreek vooraf af wie de Jezus-figuur zal boetseren in de groep. De anderen in de groep kunnen een figuur naar keuze (eventueel ook zichzelf) boetseren.
Daarna worden de beeldjes per tafereel in een kijkdoos (open schoenendoos) geschikt.
Telkens een kind een beeldje in een kijkdoos plaatst, krijgt het de kans om te verwoorden waarom het beeldje zo werd gemaakt.


TIPS
. De onderdelen 2 en 3 kunnen weggelaten worden als de groep kinderen te klein is.

. Wie over veel tijd beschikt kan overwegen om ook de binnenkant van de dozen te laten beschilderen.






Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Over Jezus

(C.LETERME, Echt tov 5, Rondom Pasen, uitgeverij Pelckmans, 2013)

Klik hier voor het werkblad bij deze activiteit.

De kinderen lezen per twee de verschillende stukjes tekst in 'Het belang van Jeruzalem'.
Ze markeren de tekst die hen het meest treft en spreken hierover met hun partner.
Ze onderlijnen met blauw wat men vindt over Jezus.
Dan zoeken ze naar de motieven die Judas, Pilatus en de hogepriester konden hebben om Jezus te doden. Die onderlijnen ze met rood
. Judas was ontgoocheld in Jezus.
Hij dacht dat Jezus een koning zou worden en de Romeinen zou verjagen.
. Pilatus had schrik van Jezus.
Hij dacht dat Jezus het volk in opstand zou brengen, zodat de Romeinen veel problemen zouden krijgen bij de bezetting van het land.
. De hogepriester was kwaad op Jezus.
Jezus spreekt over God als zijn Papa. Dat kon niet, vond hij, want zo schiet Jezus tekort in het respect dat Hij voor God moet hebben.
Daarna noteren de kinderen op een blaadje wat zij zich van Jezus willen blijven herinneren.
Ze plooien dit blaadje en kleuren één van de zijden met een kleur die volgens hen het best past bij wat ze op het blaadje neerschreven.
Daarna komen de kinderen bijeen in een kring. Eén voor één lezen ze hun tekst voor.





EVEN TESTEN

Vul in

Vul de tekst in met de volgende woorden:
hoofd, moeder, kruis, leerling.


Maria en Johannes staan bij het ..............
Maria is de .............. van Jezus.
Johannes is een ................. van Jezus.
Jezus ziet Maria.
Hij zegt: 'Vrouw, zorg voor Johannes.'
Dan zeg hij tegen Johannes:
'Zorg voor Maria
als voor je eigen moeder.'
Jezus buigt het ............ en sterft.




Zet in de juiste volgorde

1. Jezus wordt in het graf gelegd
2. Jezus gaat Jeruzalem binnen
3. De vrouwen vinden het lege graf
4. Jezus wast de voeten van zijn leerlingen
5. Jezus sterft aan het kruis
6. Jezus eet voor het laatst met zijn vrienden
7. Simon van Cyrene helpt Jezus met het dragen van zijn kruis
8. Jezus bidt op de Olijfberg
9. Jezus wordt bij Pilatus gebracht.
10. Petrus zegt dat hij Jezus niet kent.

Correctiesleutel
(2; 4; 6; 8; 10; 9; 7; 5; 1; 3)





INLEVEN

Kruisweg

Bezoek met de kinderen de kerk.
Sta stil bij alle afbeeldingen en voorwerpen die te maken hebben met de laatste dagen van Jezus:
Altaar (tafel van het laatste avondmaal), kruisbeeld, kruisweg.
Eventueel ook: schilderijen of beeldhouwwerken die eigen zijn aan de parochie.

Sta daarna met de kinderen stil bij de kruisweg:
1. Jezus wordt ter dood veroordeeld
2. Jezus neemt het kruis op zijn schouders
3. Eerste val van Jezus onder het kruis
4. Jezus ontmoet zijn moeder
5. Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen
6. Veronica droogt het gezicht van Jezus
7. Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis
8. Jezus ontmoet wenende vrouwen
9. Jezus valt voor de derde maal onder het kruis
10 Jezus wordt van zijn klederen beroofd
11. Jezus wordt aan het kruis genageld
12. Jezus sterft op het kruis
13. Jezus wordt van het kruis afgenomen
14. Jezus wordt in het graf gelegd
15. Jezus verrijst

Zoek met de kinderen zes staties (aanpassen aan de haalbaarheid in de groep) uit die ze zullen uitbeelden.
Ook de manier van uitbeelden kan besproken worden: collage, tekening, een 'foto' (bibliodrama).
Voor meer info: 'foto', collage





VIEREN

Dood en verrijzenis

(C.LETERME, Echt tov 5, Rondom Pasen, uitgeverij Pelckmans 2013)

Materiaal
- Kruis dat gevormd wordt met vijf vierkanten in zwart tekenpapier. Aan de ommezijde zijn deze vierkanten aan elkaar vastgemaakt.
- Lijm


Vooraf
De kinderen schreven op een papiertje wat zij zich van Jezus willen blijven herinneren. De buitenkant van hun papiertje hebben ze gekleurd in een kleur die volgens hen het best past bij wat ze op het blaadje neerschreven.


Verloop
De kinderen gaan bijeen zitten in een kring. Ze nemen hun opgeplooide papiertje mee.
Sta met de kinderen stil bij het zwarte kruis dat je in het midden van de kring gelegd hebt.
Zwart staat in onze streken voor: rouw, verdriet, droefheid...
Het kruis doet denken aan Jezus die op een kruis gestorven is.
Overloop met de kinderen de redenen waarom men 2000 jaar geleden Jezus wilde doden.
Maar zijn leerlingen bleven niet stil bij die dood: ze geloofden dat Jezus verder leeft; ze vertelden aan iedereen wat ze van Jezus willen onthouden.
Overloop met de kinderen wat zij op hun briefje schreven. (Deze inbreng heeft het karakter van een getuigenis. Hierover wordt dus niet gediscussieerd. Er kan eventueel wel naar bijkomende uitleg gevraagd worden. Zo kan er ook gevraagd worden waarom ze een bepaalde kleur gebruikt hebben aan de buitenkant van hun blaadje.)

Kleef nadien de opgeplooide briefjes verspreid over het zwarte kruis: het zwarte wordt verdrongen door het kleurrijke van de levendige herinnering. Een visueel middel om verrijzenis op te roepen: leven haalt het op de dood.





Jongeren

ONDERZOEKEN

Relatie met het Oude Testament

Lees psalm 22, en onderlijn in de tekst elke herinnering aan het leven van Jezus.

Mijn God, mijn God,
waarom hebt U mij in de steek gelaten?
Waarom houdt U zich ver van mijn hulpgeroep,
ver van mijn gejammer?
Ik roep overdag, mijn God, en U antwoordt niet,
en in de nacht, maar ik vind geen rust.
U bent de Heilige, hoog op uw troon, en Israël zingt uw lof:
onze vaderen vertrouwden op U,
vertrouwden op U, en U hebt hen gered;
zij riepen U aan en werden bevrijd,
hun vertrouwen in U werd nooit beschaamd.
Maar ik ben een worm, ik tel niet mee,
veracht bij het volk, verguisd bij de mensen.
Iedereen die mij ziet lacht en spot met mij,
gaat grijnzen en schudt zijn hoofd:
‘Hij bouwt op de heer, die zal hem redden,
die zal hem bevrijden, Hij houdt toch van hem.’
U hebt mij uit de schoot gehaald,
en veilig tegen de borst van mijn moeder gevlijd.
Ik ben, nauwelijks geboren, U toevertrouwd.
Van de moederschoot af bent U toch mijn God?
Blijf niet ver van mij, want ongeluk nadert,
en er is geen mens die mij helpt. (...)
Ik ben als water, als water dat vloeit,
mijn gebeente valt in duigen;
mijn hart is als was, het versmelt diep in mij.
Mijn kracht is als een potscherf verpulverd,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte vast.
U hebt mij neergelegd in het stof van de dood,
de honden staan al om mij heen,
een meute boosdoeners heeft mij omsingeld,
ze hebben mijn handen en voeten doorboord.
Mijn beenderen kan ik tellen, één voor één,
en zij maar kijken en zich om mij vermaken;
zij verdelen mijn kleren onder elkaar
en dobbelen om wat ik aan heb.
Heer, houd u niet ver van mij;
mijn kracht, haast u en help mij.

Uit psalm 22


Correctiesleutel

Mijn God, mijn God,
waarom hebt U mij in de steek gelaten?
Waarom houdt U zich ver van mijn hulpgeroep,
ver van mijn gejammer?
Ik roep overdag, mijn God, en U antwoordt niet,
en in de nacht, maar ik vind geen rust.
U bent de Heilige, hoog op uw troon, en Israël zingt uw lof:
onze vaderen vertrouwden op U,
vertrouwden op U, en U hebt hen gered;
zij riepen U aan en werden bevrijd,
hun vertrouwen in U werd nooit beschaamd.
Maar ik ben een worm, ik tel niet mee,
veracht bij het volk, verguisd bij de mensen.
Iedereen die mij ziet lacht en spot met mij,
gaat grijnzen en schudt zijn hoofd:
‘Hij bouwt op de heer, die zal hem redden,
die zal hem bevrijden, Hij houdt toch van hem.’
U hebt mij uit de schoot gehaald,
en veilig tegen de borst van mijn moeder gevlijd.
Ik ben, nauwelijks geboren, U toevertrouwd.
Van de moederschoot af bent U toch mijn God?
Blijf niet ver van mij, want ongeluk nadert,
en er is geen mens die mij helpt. (...)
Ik ben als water, als water dat vloeit,
mijn gebeente valt in duigen;
mijn hart is als was, het versmelt diep in mij.
Mijn kracht is als een potscherf verpulverd,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte vast.
U hebt mij neergelegd in het stof van de dood,
de honden staan al om mij heen,
een meute boosdoeners heeft mij omsingeld,
ze hebben mijn handen en voeten doorboord.
Mijn beenderen kan ik tellen, één voor één,
en zij maar kijken en zich om mij vermaken;
zij verdelen mijn kleren onder elkaar
en dobbelen om wat ik aan heb.
Heer, houd u niet ver van mij;
mijn kracht, haast u en help mij.

Uit psalm 22





INLEVEN

De kruisweg – ook nu

Het lijden van Jezus is niet louter een eenmalige historische gebeurtenis. Heel veel mensen worden met allerlei vormen van lijden geconfronteerd.
Jongeren benaderen deze vormen van lijden vanuit het geloof in de verrijzenis en brengen hun teksten en schilderwerken bijeen in een presentatie voor derden.

1. Jezus wordt ter dood veroordeeld
2. Jezus neemt het kruis op zijn schouders
3. Eerste val van Jezus onder het kruis
4. Jezus ontmoet zijn moeder
5. Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen
6. Veronica droogt het gezicht van Jezus
7. Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis
8. Jezus ontmoet wenende vrouwen
9. Jezus valt voor de derde maal onder het kruis
10 Jezus wordt van zijn klederen beroofd
11. Jezus wordt aan het kruis genageld
12. Jezus sterft op het kruis
13. Jezus wordt van het kruis afgenomen
14. Jezus wordt in het graf gelegd
15. Jezus verrijst



Bespreek
. In de opsomming van de staties van de kruisweg werden een aantal woorden vet gedrukt.
Wat betekenen die woorden in ons leven?
. Het lijden van Jezus zien veel mensen als een beeld voor het lijden van elke mens.
Beschrijf bij elk aspect van het lijden van Jezus hoe zijn lijden nog steeds geleden wordt.
. Wat betekent ‘verrijzenis? Schrijf op achtergrond van al deze facetten van lijden wat ‘verrijzenis’ is of kan zijn.


Om te doen
Vooraf
Knip grote vierkanten uit een wit laken (bv. 40 op 40 cm)
Zorg voor textielverf of een ander medium waarmee op stof kan geschilderd worden (bv. bister: donker, indien erg geconcentreerd; bleek, indien er veel water aan toegevoegd wordt), en penselen.


Verloop
Verdeel de verschillende ‘staties van de kruisweg’ onder de aanwezigen.
Elk groepje beeldt die statie uit op zijn/haar manier – dit kan symbolisch of heel actueel. Hierbij houdt men rekening met de tekst die men bij de bespreking heeft neergeschreven.

In het licht van de presentatie kan het belangrijk zijn om de volgende afspraken te maken:
. Op elk vierkant wordt de volgorde van de staties met een Romeins cijfer weergegeven
. Indien men van plan is de stukken nadien aan elkaar te stikken, spreek dan af om op de onpare ‘staties’ telkens een uitgesproken achtergrondkleur aan te brengen.
. Spreek af om bij het schilderen een paar cm van de boord af te blijven.


Presentatie
Men kan de verschillende vierkanten in de juiste volgorde presenteren, samen met de tekst die erbij geschreven werd.
Men kan ook alleen de vierkanten presenteren. Die zou men aan elkaar kunnen stikken alsof het om een patchwork gaat (3 rijen van 5). Bij een viering legt elke groep dan uit wat erop voorgesteld wordt, en wat dit met de kruisweg te maken heeft.





VERTELLEN

Het geschenk van de slak

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 341)

Lang geleden wilden de dieren
God danken
voor alles wat ze van Hem
hadden gekregen.
Maar ... waar was de berg
waarop ze dat konden doen?
De slak wist het:
‘Die berg staat
aan het einde van de wereld.
Kom, ik wijs jullie de weg.’

De slak ging naar de berg,
de dieren volgden hem.
De weg die liep over bergen en dalen
konden de dieren gemakkelijk volgen,
want de slak liet een spoor achter,
dat zo glinsterde,
dat ze het niet alleen overdag,
maar ook ’s nachts konden zien.

Eindelijk zagen ze de berg
die met zijn top in de hemel stond.
‘Kom maar, slak,’ zeiden de dieren,
‘ga jij maar voorop.’
Maar de slak zei niets.
Toen klopten de dieren op zijn huisje.
Maar de slak was er niet meer.
Er was niets meer van hem over.
Met al wat hij had,
met al wat hij kon,
had hij een zilveren, glinsterend spoor achtergelaten
om de andere dieren de weg te wijzen.

‘’Naar een verhaal uit Scandinavië’’




Bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 25 maart 2015, p. 1)

Er zijn mensen die leven voor zichzelf
en er zijn mensen die gelukkig zijn
om het geluk van anderen.
Veel heiligen waren zulke mensen:
pater Damiaan zorgde voor melaatsen,
Don Bosco had aandacht voor jongeren,
Elisabeth van Thüringen verkocht al haar bezit
om zieken te verzorgen ...

Wat deze mensen
en de duizenden die niet vernoemd werden
met elkaar verenigt
is hun inspiratiebron: Jezus van Nazaret.
Hij wees hun de weg naar geluk
een geluk dat ze bij de anderen vonden
die ze wilden gelukkig maken:
minder ziek, meer kansen, meer waardering.

Jezus bleef consequent
over het Rijk van God, zijn Vader, prediken
in al wat Hij zei en in wat Hij deed.
Niet iedereen kon zich daarin vinden.
Ook toen stond het geluk van de medemens
niet vanzelfsprekend bovenaan - net zoals nu.
Het werd zijn dood
Het werd ook zijn verrijzenis.

Tot op vandaag volgen mensen zijn weg.
Geen gemakkelijke weg!
Een weg die veel inspanning vraagt!
Maar vooral een weg die het leven beter maakt:
een weg die uitzicht biedt.
Tot de weg aankomt in het Rijk van God,
een Rijk van liefde, vrede, rechtvaardigheid
een Rijk waarin het goed is om te leven.





ZINGEN/BELUISTEREN

Stef BOS

Stef Bos in 'In een ander licht', het project waarmee hij in opdracht van de NCRV twaalf liedjes maakte over Bijbelse figuren.

Ik zie de afstand
In jouw ogen
Jij doet alsof ik niet besta
Wij hebben zij aan zij gestreden
Nu staan wij tegenover elkaar

Het is te laat
Om te bepalen
Wie welke fouten
Heeft gemaakt
De rechter heeft zich
Teruggetrokken
En deze zaak
Verjaard verklaard

We hebben elk een kant gekozen
Dat is de prijs van de gewoonte
De val van vanzelfsprekendheid
Jij ziet alleen nog
Wat je zien wilt
Als je naar mij kijkt

Het is misschien
De loop der dingen
Want elk vuur
Wordt ooit geblust
Ik voel hoe wij
Elkaar ontwijken
Wij wachten op
De Judaskus