Loading...
 

Moederdag

2 Foto


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Moederdag

Wanneer?

Tweede zondag van mei.
In Antwerpen en omgeving wordt Moederdag gevierd op 15 augustus.
Merk op dat beide data in verband met Maria kunnen gebracht worden:
de meimaand wordt de Mariamaand genoemd;
op 15 augustus wordt Maria-ten-hemel-opneming gevierd.



Ontstaan

Ann Jarvis uit Grafton (West-Virginia - USA) kwam uit een gezin met zeven kinderen, waarvan er drie op erg jonge leeftijd stierven.
Haar moeder verwerkte haar verdriet door te zorgen voor andere kinderen.
Zij stierf in 1902 op de tweede zondag van mei.
Omdat Ann haar moeder heel sterk waardeerde en in haar hèt beeld van de moeder zag,
besloot ze om elke tweede zondag van mei alle moeders te vieren.

In 1907 werd Moederdag voor het eerst gevierd in Grafton.
In 1910 vierde de staat West-Virginia Moederdag op de tweede zondag van mei.
In 1914 riep president W.Wilson de tweede zondag van mei uit tot 'Mothers day'.



Verspreiding

Op dit ogenblik worden de moeders gevierd op:
de 1e zondag van mei: Spanje
de 2e zondag van mei: Amerika, Australië, België, Denemarken, Duitsland, Italië, Nederland, Turkije, USA.
de 3e zondag van mei: Frankrijk
de 4e zondag van de veertigdagentijd: Engeland



Gebruik

Met Moederdag geven kinderen bloemen of een ander geschenk aan hun moeder.





Suggesties

Grote kinderen

Startactiviteit: ballonwoord

Teken op een flap zes ballonnen. In elke ballon schrijf je willekeurige letters. Bovendien vind je in elke ballon een letter tweemaal. Met die letters kun je het woord ‘moeder’ vormen. Dit woord wordt de aanleiding om het te hebben over moederdag.



DOEN

Een geschenk

Bespreek met de kinderen:
- Wat is een goed geschenk?
- Waarmee kunnen we mama een plezier doen?

Leer de kinderen iets eenvoudig klaarmaken, waarmee ze hun moeder op moederdag kunnen verassen. De pannenkoekentaart kan een voorbeeld van iets zoet zijn, maar je kunt ook kiezen voor iets hartig, dat de kinderen als aperitiefhapje, als voorgerecht of als avondmaal kunnen klaarmaken.
Laat ze dan thuis iemand anders – die ouder is – betrekken in het complot.
Suggereer dat wie niet echt voor iets te eten kan zorgen, iets anders doet.
Bijvoorbeeld:
. de ontbijttafel extra mooi versieren
. servetten op een aparte manier plooien
. een placemat versieren
. een minibloementuiltje maken in een klimopblad.
Wedden dat zo'n verrassing veel moeders in de wolken brengt?



Verwenbon

Knip uit tekenpapier vierkanten van ongeveer 12 op 12 cm.
De kinderen verdelen dit vierkant in een aantal vakken.
Daarin tekenen ze of schrijven ze iets over hun moeder.
In één vak tekenen of schrijven ze wat ze voor moeder extra willen doen met moederdag.



Verwentips voor moeders

. Sta vroeg op. Maak een lekker ontbijt klaar. Zet alles op een dienblad. Breng je moeder ontbijt op bed.
. Doe wat huishoudelijke taken: afwassen, kleren en speelgoed opruimen, afstoffen.
. Maak een mooie kaart voor moederdag. Schrijf erbij: leve mama.
. Maak een collage van foto's waar je samen met je mama op staat. Kleur er bloemen of vlinders rond.



Een bloem voor mama

(naar S. VERHULST, in Zonnestraal 2008, nr 25, p. 20)

Ben jij ook blij omdat er een mama is die goed voor jou zorgt?
Teken dan een bloem met vijf bloemblaadjes.
Schrijf de volgende zinnen op de blaadjes van jouw eigen bloem.
Kleur daarna de bloem mooi en plak die op een stokje.
Geef daarna je bloem aan mama.

Schrijf op
blaadje 1: Mama is...
blaadje 2: Mijn mama kan heel goed...
blaadje 3: Mama, jij bent heel lief omdat...
blaadje 4: Dank je wel mama, omdat...
blaadje 5: Ik ben zo blij met mijn mama omdat...


TIP
Laat de kinderen ook aantal bloemen tekenen. In het hartje schrijven ze de zinnen die ze anders op de bloemblaadjes schrijven.
Kinderen die veel plaats nodig hebben om te schrijven kunnen hun zin op een kaartje apart schrijven en dat telkens aan een echte bloem, of een geknutselde bloem hangen.



VERTELLEN

De goede vader

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007)

In de klas vertelde de meester over de verloren zoon.
Iedereen kreeg als opdracht
om tegen de volgende week een verhaal te schrijven
met als titel: De goede vader.
Een meisje van de klas werd al woedend door de titel alleen.
Haar vader was thuis weggegaan toen ze nog heel klein was.

De volgende ochtend riep haar moeder:
‘Vanavond ben ik er niet.
Zorg je voor jezelf? En ruim je de keuken wat?’
Het meisje zuchtte: ‘Moet ik dan altijd voor jou klaar staan?’

Maar ’s avonds ging ze extra vroeg naar huis.
Na de afwas deed ze vlug nog wat boodschappen
en betaalde met haar zakgeld een Kaaps viooltje.
Thuis zette ze het plantje bij de andere aankopen.

Nu nog die taak voor rekenen…
Ineens voelde ze de armen van moeder om zich heen.
‘Ik ben blij met dat viooltje.’
‘Sorry voor deze morgen mams.’
‘Ja, maar ik had de voorbije dagen niet veel tijd voor je.
Kun je het me vergeven?’
Het meisje knikte.
‘Kom we gaan samen een lekkere pizza eten.’

Later in bed dacht ze:
‘Eigenlijk, beste God de Vader,
weet ik niet zo veel van vaders.
Moeders begrijp ik beter.
Ik hoop dat U het niet erg vindt
als ik U voortaan onze Moeder noem.’

De volgende dag schreef ze haar opstel voor school: ‘De goede moeder'

(Geïnspireerd door een verhaal van B. OFFRINGA)



Moederhanden

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007)

‘Jullie moeten tegen morgen een opstel maken met als titel:
Moederhanden,’ zei de meester.
Hij gaf geen verdere uitleg,
alleen vertelde hij kort
wat een moeder allemaal deed.

De week nadien las de meester het opstel voor
van een meisje uit die klas.
Ze had geschreven:
‘Moederhanden...
Met de ene hand maakt moeder eten.
Met de andere houdt zij de Bijbel op haar schoot.
Met de andere herstelt ze vaders kleren.
Met de andere kookt ze.
Met de andere kamt zij mijn haar, voor ik naar school ga...’
‘Met de andere... met de andere...’ lachte de meester.
De andere kinderen in de klas giechelden.
‘Zeg meisje, je moeder is toch geen duizendpoot.
Zoveel handen!
Hoeveel heeft zij er eigenlijk?’
‘Twee,’ zei het meisje,
‘twee voor vader,
en voor elk van de zeven kinderen ook twee,
dat maakt veertien...
Dan voor de keuken, de dieren en de tuin telkens twee,
dat zijn er zes.
Twee voor arme mensen, dat zijn er weer twee.
En twee voor God, als ze bidt...,
dat zijn in ’t geheel zesentwintig moederhanden...’
Niemand giechelde nog.
Ook de meester lachte niet meer.




De rekening

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007)

Een jongen moest steeds maar karweitjes opknappen thuis.
Op een dag dacht hij:
‘Ik schrijf een rekening voor mijn moeder’

REKENING
- voor het halen van een brood: ......................
- om brieven naar de post brengen: ......................
- voor andere boodschappen: ......................
- voor hulp bij het afwassen: ......................

Achter elke regel schreef hij de som geld
die hij ervoor wilde hebben.
Toen legde hij die rekening op tafel
naast het bord van zijn moeder.
Zijn moeder zei niets.

’s Avonds vond de jongen het geld bij zijn bord.
Maar naast het geld
had zijn moeder er ook een rekening bij gelegd:

REKENING
Al elf jaar lang:
- voor al het eten dat je kreeg: .......0..euro.......
- voor de verzorging toen je ziek was: .......0..euro.......
- voor de hulp bij het huiswerk: .......0..euro.......
- voor het wassen van je kleren: .......0..euro.......
- voor de troost als je verdrietig was: .......0..euro.......

De jongen werd stil toen hij de rekening las.
Hij gaf het geld stilletjes aan zijn moeder terug.



De appelboom

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2007, p. 189)

Lang geleden was er eens een grote appelboom.
Een kleine jongen ging er elke dag bij spelen.
Maar de jongen werd groter.
Op een dag, kwam hij bij de boom.
‘Kom je met me spelen?’ vroeg de boom.
‘Ik speel niet meer met bomen,’ zei de jongen,
‘Ik wil speelgoed, en ik wil geld om dat te kopen.’
‘Pluk mijn appels en verkoop ze, zodat je geld hebt,’ zei de boom.
De jongen plukte alle appels van de boom.
Later kwam hij weer terug.
‘Kom je met me spelen?’ vroeg de boom.
‘Ik moet nu werken voor mijn gezin’ antwoordde hij,
‘We hebben een huis nodig. Kun je me helpen?’
‘Zaag mijn takken af om er een huis mee te bouwen’, zei de boom.
De jongen deed dat.
Op een warme zomerdag kwam hij terug naar de boom.
‘Kom je met me spelen?’ vroeg de boom.
‘Boom, ik word ouder en wil me wat ontspannen.
Kun jij me een boot geven?’
‘Gebruik maar mijn stam om er een boot van te maken,’ zei de boom.
Dat deed de jongen.

Jaren later bezocht hij nog eens de boom.
’Het spijt me jongen, ik heb geen appels meer.’ zei de boom.
‘Ik kan geen appels meer eten, want ik heb geen tanden meer,’ zei de jongen.
‘Ik heb ook geen boomstam meer waar je in kunt klimmen,’ zei de boom.
‘Ik ben te oud geworden om nog te klimmen,’ zei de jongen.
‘Ik heb alleen nog stervende wortels,’ zei de boom,
‘Ik heb niet veel meer nodig,’ zei de jongen,
‘alleen een plek om uit te rusten.
Ik ben moe geworden na al die jaren.’
‘Kom maar bij me zitten en rust!’ zei de boom,
‘Oude boomwortels zijn gemaakt om op te leunen en uit te rusten.’

Appelboom




Overweging bij het verhaal
C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 6 mei 2015, p. 1

Mensen die iets willen duidelijk maken, gebruiken vaak beelden uit de natuur of uit het dagelijks leven. Ze doen dat omdat mensen met die natuur en het dagelijks leven vertrouwd zijn. En omdat iets wat vertrouwd is, gemakkelijker te begrijpen is dan een abstracte uitleg. Dat is ook de reden waarom Jezus zoveel parabels heeft verteld.

Het verhaal hierbij heeft het uiteindelijk niet over een boom. Bomen kunnen niet spreken!
De persoon die dit verhaal voor het eerst vertelde, heeft waarschijnlijk iets willen zeggen over de relatie tussen ouders en kinderen. Net zoals de boom zich bij elke vraag van het kind afvraagt hoe hij die vraag kan beantwoorden, zo proberen ouders in elke fase van hun leven zich vanuit hun mogelijkheden in te zetten voor het welzijn van hun kinderen.

Vertelde die eerste verteller dat om de kinderen op te roepen oog te hebben voor de inzet van hun ouders?
Wilde hij onrechtstreeks de ouders aanmoedigen om alles te doen voor hun kinderen?
Wilde hij de ouders met dit verhaal waarderen voor hun inzet?
Of dacht de verteller bij dit verhaal aan opvoeders in het algemeen?

Vele vragen waar dit verhaal geen antwoord op geeft.
Maar dat is nu net wat zo'n verhaal bijzonder maakt. Wie men ook is, men kan door het verhaal aangesproken worden in zijn eigen situatie, in zijn zorgen en gevoelens, zodat men ertoe komt zijn leven op een andere manier te bekijken en op een betere manier te gaan leven en beleven.