Loading...
 

Sacramentszondag A


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 6, 51-58: 'Ik ben het levend brood'

De tekst

Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Lucas 2, 22-39, is te vinden bij 2 februari. Ze bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijdens de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. Informatie bij 'Sacramentszondag'
. Informatie bij de zeven sacramenten






Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Wat ik fijn vind aan Jezus

(naar een idee uit: J. BRUGMAN, Prettige zondag! Kinderwoorddiensten voor het jaar A, Gooi en Sticht, 1995, p. 86)

Knip vooraf een grote schijf uit wit tekenpapier. Scheur die daarna in stukken die groot genoeg zijn om op te tekenen. Geef elk kind zo'n stuk en laat het daarop tekenen wat het fijn vindt aan Jezus.
Terwijl de kinderen tekenen, ga je rond en laat je ze elk verwoorden wat ze tekenen en waarom.
Stel nadien de schijf terug samen, en kleef die op een donker of contrasterend blad. Dit wordt nadien voor het altaar gelegd of opgehangen bij het binnenkomen van de kerk.





VERKENNEN

Soorten brood

Neem een brood mee, en leg het in het midden tussen de kinderen.
De kinderen zeggen wat er bij hen opkomt als ze dit brood zien.
(Probleem: brood betekent voor kinderen nu veel minder dan het vroeger was. Brood wordt vervangen door: cornflakes, wafels, koeken)

Toon ze daarna een niet geconsacreerde hostie (vragen aan de pastoor of de koster). Laat hen ook hierbij vertellen wat bij hen opkomt.
Vertel zelf dat dit een brood is zonder gist. Vertel eventueel over de laatste maaltijd voor de uittocht uit Egypte. Men moest toen zo snel zijn, dat men de tijd niet had om het brood te laten rijzen.


Belangrijk
Beide soorten brood met eerbied behandelen!





EXTRA

Klik hier voor meer suggesties rond brood.





Grote kinderen

SPREKEN MET BEELDEN

Een duizendpoot

(J. DE MEYERE, Zonnestraal 2003, nr 39, p. 17)

Vertel:
Boris en Kato zijn goede vrienden. Al jaren hebben ze samen veel plezier. Op een dag vraagt Boris aan Kato:
- Wat vind je nu echt van me?
Kato denkt heel diep na.
- Pff, dat is een moeilijke vraag, antwoordt ze.
- Ja, maar ik en er zo benieuwd naar, zegt Boris.
Kato blijft maar nadenken. Het is moeilijk om in enkele woorden te zeggen wie Boris voor haar is. Boris kan immers van alles. Hij is slim, handig, sportief en lief. Grappig kan hij ook zijn. Hoe kan Kato dat allemaal samenvatten. Plots weet ze het. Ze zegt:
- Boris, jij bent een duizendpoot!

Thuis gaat Boris voor de spiegel staan. Hij bekijkt zichzelf goed.
- Ik lijk helemaal niet op een duizendpoot, zegt hij in zichzelf. Ik heb maar twee armen en twee benen ...
Boris begrijpt niet wat Kato bedoelt.



- Kun jij Boris wat helpen?
- Hoe moet hij de woorden van Kato begrijpen?

In het evangelie van vandaag zegt Jezus dat hij 'brood' is.
- Hoe kunnen we dat woord van Jezus begrijpen?
(De woorden en daden van Jezus zijn als voedsel voor de mensen)





VERTELLEN

Twee sneetjes brood

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2007)

Twee sneetjes brood, een heel oud en een vers,
waren in de broodtrommel met elkaar aan het praten.

Het verse sneetje zei:
‘Ik ben heel jaloers op jou.’
‘Hoe kom je daar bij?’ vroeg het oude sneetje.
‘Er kan jou niets meer gebeuren.
Niemand haalt het nog in zijn hoofd om je op te eten.
Maar mij kunnen ze ieder ogenblik opeten,
en dan blijft er niets meer van mij over.’
‘Hoe kun je nu zo praten?
Wat is er zaliger
dan opgegeten te worden als je brood bent?
Brood dat niet gegeten wordt, deugt nergens voor,
tenzij om weggegooid te worden,
te beschimmelen en helemaal te vergaan.’
‘Maar van mij blijft er toch ook niets over
als ik opgegeten wordt.’
‘Heb je er dan nog nooit over nagedacht
wat er met je gebeurt als je opgegeten bent?’
‘Ja... eerst word je fijngekauwd,
dan word je doorgeslikt,
dan kom je in de buik van de mens
en daar word je fijngemaakt
tot er niets meer van je overblijft...’
‘Wel, zal ik je nu eens iets zeggen?
Als het lijkt dat er niets meer van je overblijft,
gebeurt er iets wonderlijks.
Dan stroom je door het hele lichaam van de man of vrouw
die je opgegeten heeft.
Die mens is heel blij met je,
want door jou kan hij werken en dansen
en springen en lachen...’
‘Dat heb ik nooit geweten.’



Het brood van het leven

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitg.Averbode, 2007)

Toen de christenen in Rusland vervolgd werden,
liet men in het land weten:
‘Het is streng verboden om een bijbel te hebben.
Wie er één heeft,
moet die op het stadhuis inleveren.’

Ergens wilde een moeder de Bijbel niet afgeven.
Ze zei: ‘De kerken zijn al een tijd gesloten,
maar ik wil thuis nog iets van Jezus hebben:
zijn woord in de Bijbel.’

Op een dag,
toen ze brood bakte,
zag ze door het keukenraam
de geheime politie aankomen.
Vlug nam ze de Bijbel,
verstopte die in het deeg
en schoof het deeg in de oven.

De geheime politie doorzocht
het hele huis heel nauwkeurig,
maar vond niets.
Toen ze weg waren
en het brood gebakken was,
haalde moeder het uit de oven.

Het kwam op tafel
met een ongeschonden Bijbel erin.



Het vrouwtje van Stavoren

(Bewerking: C. LETERME, Bijbel in 1000 seconden)

Het Friese stadje Stavoren, was vroeger een bekende levendige handelsstad.
De kooplieden die er woonden waren schatrijk.
De rijkste ervan was een koopmansweduwe.
De Vrouwe van Stavoren was schatrijk en toch vond ze dat ze niet genoeg.
Daarom riep ze op een dag haar meest ervaren scheepskapitein bij zich.
- Schipper, u vaart op het grootste schip van mijn vloot. Dat laat ik vol laden met goud.
- En waar stuurt u me met die kostbare lading naar toe, Vrouwe?
- Waarheen u wilt, schipper. Als u maar terugkeert met het kostbaarste op aarde.

De kapitein kwam met zijn schip op alle wereldzeeën en in alle grote havens.
Overal liet hij kooplieden bij zich komen.
Maar niemand had iets dat goed genoeg was voor de vrouwe.
Op een dag stond hij stil voor een groot pakhuis in en sprak er een man aan.
- Ik zoek het allerkostbaarste op deze aarde.
De man liep weg en keerde terug met een handvol tarwekorrels.
De kapitein bekeek de tarwekorrels. Gouden tarwekorrels, dacht hij.
Eén zo'n korrel ontkiemt in de aarde tot een klein wonder,
een plant die de honger van mensen stilt en hen doet leven.
Bestaat er iets dat kostbaarder is?
- Laad mijn schip maar vol met deze tarwe.

De kapitein stond trots bovenop zijn schip toen het de haven van Stavoren binnenliep.
- Wat heb je voor me mee, kapitein? vroeg de vrouwe.
- Tarwe, Vrouwe! Goudgele tarwe, een heel schip vol.
- Wat zeg je? Heb ik je goed verstaan? Tarwe?
- Ja Vrouwe, tarwe. Een heel schip vol met de beste tarwe van de wereld.
- Kapitein, aan welke kant heb je die tarwe geladen?
- Aan bakboord.
- Wel, werp nu je hele lading aan stuurboord in zee.
- Maar Vrouwe...

Op dat moment kwam een oude man bij de vrouwe.
- Vrouwe, het is zonde om die tarwe zomaar in zee te werpen.
Geef die liever aan de armen.
Maar de vrouwe gaf de kapitein een teken om haar bevel uit te voeren.
- Dat zal u spijten! Tarwe is het kostbaarste op deze aarde.
Er zal een dag komen dat u in armoede zult leven.
- Hoe durft u zo tegen mij te spreken?
En de vrouwe van Stavoren schoof een grote gouden ring van haar vinger
en wierp hem in zee.
- Ik zweer u: ik zal die ring eerder in handen krijgen
dan dat jouw voorspelling uitkomt.
De kapitein voer uit om de tarwe in zee te storten.

Op een dag liet de vrouwe al haar schippers bij zich komen
- Vertrek tegelijk en keer terug met de mooiste schatten van de wereld.
- Vrouwe? Het weer is nu te wisselvallig.
Uw hele vloot dreigt in een storm terecht te komen.
- Doe wat ik gezegd heb en vertrek onmiddellijk.
Nog diezelfde middag voer de vloot uit.
Die avond vond het dienstmeisje van de Vrouwe
een gouden ring met een grote diamant in de vis die ze schoonmaakte.
Ze rende naar de zitkamer.
- Vrouwe! Die ring gooide u een tijd geleden in zee.
Op dat moment stak een stormwind op en brak een noodweer los.
's Morgens werd er op de deur geklopt.
- Vrouwe van Stavoren, vannacht is uw hele vloot vergaan.

Dit was het begin van een reeks rampen, die de Vrouwe troffen.
Drie maanden later, bezat de schatrijke weduwe niets meer.
Ze moest in armoede leven en om brood bedelen!
Maar de meeste deuren bleven dicht.
Hongerig en uitgeput stierf ze een tijd later.





EXTRA

Klik hier voor meer suggesties rond brood.





Overwegingen

Frans Mistiaen s.j.

Jezus eten en drinken om echt te leven

Wij mensen, wij drukken onze genegenheid uit door uiterlijke attenties.
Wij tonen onze vriendschap, liefde of dankbaarheid
door zorgvuldig gekozen en verzorgde tekens of gebaren.
Een boeket bloemen of een boek worden omringd
door een fijne verpakking of vergezeld van een gepast woordje.
Zo worden onze geschenken symbolen
van onze diepste menselijke genegenheid.
 
Ook God wil ons Zijn vriendschap tonen met tekens.
Hij kiest enkele zeer eenvoudige dingen:
wat brood en een beetje wijn.
Maar enkele heilige woorden en gebaren
maken van dit brood en deze wijn de Tekens
van Zijn diepste genegenheid voor ons.
 
Als wij een geschenk krijgen
dan gaan wij dat niet onmiddellijk openmaken of verorberen.
Neen, wij nemen eerst de tijd om het te bewonderen.
Vandaag op het feest van het H.Sacrament, nemen wij tijd
om bewonderend op te kijken, naar de Eucharistie,
Gods geschenk aan ons.
Zo zien op welke manier Hij ons bemint.
 
Wanneer wij naar de hostie kijken merken wij onmiddellijk
dat onze God geen machthebber is die onderdanigheid eist.
Neen, Hij maakt Zich klein om verborgen en versluierd
onder ons aanwezig te zijn
in onze heel aardse, alledaagse elementen: brood en wijn.
Onze God is dus een nederige, een bescheiden God.
Eucharistie is inderdaad ondenkbaar
zonder het kruis van de zelfgave op de achtergrond.
Wij kijken op naar een schamel stuk brood
maar wij zien het Lichaam van de nederige,
de weerloze Liefde, van de Gekruisigde,
die Zich voor ons totaal wegschenkt.
 
Wie nog schrik zou hebben van de christelijke God,
heeft te weinig naar de Eucharistie gekeken.
 
De Eucharistie is het Teken
van Gods bescheiden, maar totale zelfgave aan ons.
 
Maar de Eucharistie is ook
het nieuwe, verrezen Lichaam van de Heer Jezus.
Na Zijn verrijzenis hebben Zijn vrienden en leerlingen
stilaan beter en beter ervaren
dat Hij voortaan op een wel heel nieuwe manier
onder hen levend aanwezig was:
nl. "wanneer zij samenkwamen
in een kleine gemeenschap in één of ander huis
om Zijn brood te breken"
 
Hier ontvangen wij voedsel,
maar dan toch wel een voedsel van een heel speciale soort.
Dit brood is er niet zozeer om ons lichaam kracht te geven.
Het wordt in zeer kleine hoeveelheid aangeboden
juist om aan te duiden
dat het een voedsel is in een diepere betekenis van het woord,
nl. een geestelijk voedsel voor ons hart.
Wij eten brood en drinken wijn,
maar wij ontvangen de Liefdekracht van Jezus Zelf.
"Wie mij eet en drinkt, leeft echt!"
 
Wanneer wij Eucharistie vieren,
dan eten en drinken wij het Lichaam en het Bloed
van onze ‘verrezen’ Heer.
Wij nemen in ons op de Liefde die de dood overwon.
Hoe meer wij Eucharistie vieren,
hoe meer wij deelnemen aan dat verrezen leven met Hem,
dwz. hoe meer ook wij gaan beleven
dat ook onze liefde nu reeds sterker is dan alles
wat haar tegenwerkt, ook de dood.
 
Zo wordt heel de wereld stilaan
het verrezen Lichaam van Christus.
Dat Lichaam lijdt nog op vele plaatsen:
denk maar, in onze tijd, aan Irak, Cong­o, Afghanistan...
of aan de vele momenten waarop wijzelf geweld plegen.
Maar dat Lichaam is ook langzaam aan het verrijzen
overal waar onze liefde nu reeds de haat overwint.
De Eucharistie is het Teken van hoop
dat onze dagelijkse liefde sterker is dan de dood.
 
‘Echt leven’ zal ook wel betekenen ‘samen’-leven.
Wij christenen koesteren over onze maatschappij een hoog ideaal:
Wij durven namelijk hopen dat de tafel van de Eucharistie
steeds groter zal worden,
tot één grote tafel waar uiteindelijk iedereen mag aanzitten,
rijk én arm, blank én zwart,
mijn vrienden, maar ook mijn vijanden.
Wij zijn er nog niet.
Wij zijn er lang nog niet, dat weten wij maar al te goed.
Maar wij willen, te midden van onze nog verdeelde wereld,
toch reeds ergens beginnen,
een eerste duidelijke stap in die richting zetten.
Dit brood en deze wijn smaken naar een nieuwe wereld
van eenheid en broederlijke gemeenschap, zonder onderscheid.
Als wij samen vieren, dan ontvangen wij
de bron van de diepe verbondenheid over alle grenzen heen
en worden wij dus ook meer één.
De Eucharistie is het Teken van onze groeiende eenheid.
 
Dat leren wij vandaag, op het Feest van het H. Sacrament,
als wij wat tijd nemen om Gods geschenk aan ons
in bewondering en aanbidding te bekijken.
In het brood en de wijn zien wij dat onze God voor ons echt leven wil zijn,
als een Liefde die Zich totaal geeft,
als een Liefde die sterker is dan de dood,
als een Liefde die krachtbron is voor onze ruime menselijke verbondenheid.



Marc Gallant

Monnik te Orval



Eén worden met Jezus

Het leven is het centrale idee in het Johannesevangelie. Reeds in het Oude Testament werd het leven beschouwd als het hoogste goed, de dood als de grootste ramp. God als schepper geeft het leven, en Hij belooft gelukkig leven op aarde aan wie zijn wet onderhoudt. Meer nog: aan wie leeft naar zijn wet zal God leven geven dat eeuwig duurt. (Daniel 12,2-3; Wijsheid 5, 14-15). In Jezus’ tijd werd dit eeuwig leven ook genoemd ‘leven in het Koninkrijk’. ‘Het leven binnengaan’ (Marcus 9,43-45), is ‘het koninkrijk der hemelen binnengaan’ (Marcus 9,47).
 
Jezus verwijst naar dit leven als hij zegt: “U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft. De Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft hem die volmacht gegeven” (Johannes 6,27). Wat is dat voedsel dat eeuwig leven geeft, en wie kan het ons geven?
In zijn gesprek met Nicodemus geeft Jezus reeds een aanzet van antwoord: “Er is nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon” (Johannes 3,13). Eigenlijk hebben wij geen toegang tot het leven van God. Wij kunnen niet de zoveelste persoon worden in het leven van God. Alleen de Zoon is bij machte op te stijgen naar de hemel en de oneindige liefde van de Vader te onthalen. Om toegang te hebben tot het leven van God, moeten wij met hem, in hem, ten hemel stijgen, “zoon worden in de Zoon”.

Zo wordt het duidelijk dat ons ‘ten hemel stijgen’, ons leven met God, een eenwordingsproces is met Christus. Om Jezus’ woorden te verstaan over het brood dat leven geeft, moeten we ons plaatsen in dit perspectief. De eucharistie is een uitdrukking van dat één-worden. Christus geeft er zich aan ons, en geven wij er ons aan hem. Christus onthalen is ons door hem laten onthalen. Dat één-worden drukt zich op sprekende wijze uit in het symbool van het brood. Door het te eten nemen wij het tot ons, terwijl het geloof ons laat opnemen in Christus: we nemen op en worden opgenomen.

Het ‘breken van het brood’ met een zegening, bij het begin van de maaltijd, was belangrijk voor de Joden. In Jezus’ tijd schiep het, met God als getuige, een ‘tafelgemeenschap’: een genootschap met God en de disgenoten. Bij het Avondmaal versterkt Jezus die uitdrukking van eenheid nog door alle apostelen, tegen de gangbare gewoonte in, aan dezelfde kelk te doen drinken. Voor Jezus is ”mijn vlees eten” en “mijn bloed drinken” maar één handeling, die hij ook noemt “Mij eten” (Johannes 6, 57), één worden met hem: het is “geloven” in zijn persoon. Wat moeten wij, in deze context, verstaan door “het vlees en het bloed van de mensenzoon”?

In het Nieuwe Testament betekent “vlees en bloed” de totale mens in zijn aardse gedaante. Zo zegt Jezus aan Petrus : “Vlees en bloed hebben u dit niet geopenbaard” (Matteüs 16,17. // 1 Korintiërs 15,50; Galaten 1,16; Efesiërs 6,12; Hebreeën 2,14 // Johannes 1,13). “Vlees” en “bloed” verwijzen in onze tekst naar de menselijke conditie die de Mensenzoon heeft aangenomen wanneer hij uit de hemel is nedergedaald om “verheven” te worden. Voor Johannes, zoals in de Brief aan de Hebreeën (2, 14), had hij die Gezonden is, de sterfelijke conditie nodig om zijn zending te vervullen.
In Johannes 6,35 drukken “komen tot mij” en “geloven in mij” dezelfde adhesie uit aan Jezus die zichzelf het ‘Brood van het leven’ heeft genoemd. “Eten en drinken” betekenen hier dezelfde onvoorwaardelijke adhesie aan de Mensenzoon die zich overgeleverd heeft voor het heil van de wereld. Het is in de gave van het geloof, het mysterie van de dood te onthalen, waar Jezus over gesproken heeft. Geloven in het offer van de Mensenzoon dat de dood overwonnen heeft, is “het leven hebben in uzelf” (Johannes 6,53), zoals de Vader aan de Zoon gegeven heeft “het leven in zichzelf” te hebben (Johannes 5,26).
Aldus, als watermerk doorheen heel de rede van Jezus over het Brood, zien we zijn Avondmaal, met de woorden over zijn lichaam dat geleverd wordt en zijn bloed dat vergoten wordt : “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik leef uit de Vader, die het Leven zelf is, en Mij gezonden heeft, zo zal ook hij die zich met Mij voedt, leven uit Mij“ (Johannes 6,56-57).
Jezus is het die handelt in de Eucharistie. Noch de priester, nog de gelovigen staan centraal in de eucharistie. Het is Christus die aan het hoofd van de gemeenschap met open armen de liefde van de Vader onthaalt, om ze met zichzelf te geven zonder maat, opdat ieder die liefde kan ontvangen volgens de maat van zijn geloof.