Loading...
 

Tekenen - Kleuren

2 Tekenen


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Doelen

Met potlood en papier uitdrukken, wat moeilijk met woorden gezegd kan worden.

Bijvoorbeeld: Allerheiligen/Allerzielen
- Zijn er kleuren die de sfeer kunnen weergeven?
- Zijn er voorwerpen die dit oproepen?




De symboliek van een Bijbelverhalen helpen ontsluiten
Bijvoorbeeld: Jezus en de Samaritaanse vrouw
Jezus vraagt te drinken
Mensen hebben water nodig om in leven te blijven ook dieren (vogels...)
Een tekening zou hierbij tot uitdrukking brengen: het belang van water in het leven van mens en dier.




Een nieuwe dimensie toevoegen aan de activiteit
Bijvoorbeeld: Jezus en Zacheüs.
Waar zou jij jezelf kunnen tekenen bij de boom van Zacheüs?




Confronteren met zichzelf.
Bijvoorbeeld: Solidair met de 3e wereld?
Teken of schilder wat bij je opkomt als je aan de derde wereld denkt (= vastleggen van de beginsituatie)
Na de lessenreeks over de derde wereld stel je die vraag nog eens opnieuw.
Vergelijk dan beide tekeningen met elkaar.





Aandachtspunten

Tekenen

. Zorg voor haalbare opdrachten
Bijvoorbeeld:
Opdracht voor kinderen van 8 jaar: teken dat Jezus de lamme zijn zonden vergeeft en hem weer laat lopen.
Bedenking hierbij: hoe teken je dit?
Wat wel kan: de kinderen tekenen Jezus en de verlamde man op zijn draagbed. Ze tekenen een tekstballon bij elk van die personen. Daarin schrijven ze de belangrijkste woorden uit dit verhaal.


. Overdrijf niet in opdrachten tot tekenen. Niet elk kind tekent graag.


. Toon de kinderen niet te vlug prenten. Hierdoor wordt de vorming van een eigen beeld in de war gestuurd wordt, of verhinderd.


. Zelf tekenen door de kinderen verdient de voorkeur boven inkleuren van vooraf gekopieerde tekeningen.


. Stimuleer de kinderen niet om God te tekenen.



Kleuren

. Gebruik voor het inkleuren klare, duidelijke, nette tekeningen.

. Het inkleuren kan met kleurpotloden en kleurstiften.
Ecoline verf, verdunde plakkaatverf en waterverf kunnen ook, maar vragen extra aandacht (water, bescherming voor de kleding, droogtijd …)


TIP
. Laat de kinderen een kleurplaat inkleuren tijdens het beluisteren van een verhaal.
Al kleurende luisteren kinderen dubbel naar wat verteld wordt.





Eigen tekeningen

Werkbladen voor kinderen … visuele voorstellingen op een blad, een bord …
Het is interessant om zelf schetsmatige tekeningen te kunnen maken, waardoor je met een paar basislijnen erin slaagt een gebeurtenis op te roepen.


Let eens op de volgende tekening die het laatste avondmaal voorstelt:

Laatste Avondmaal

het hoofd van de personen bestaat uit een ovaal. Eigenlijk kan dat volstaan.
Je kunt ook de haarlijn tekenen. Bij het schetsen van een vrouw kun je lange haren of een sluier suggereren.
Het hoofd staat los van het lichaam. De hals wordt er door de kijker zelf bij gedacht. Door de hals niet uit te tekenen bekom je een zekere lichtheid en dynamiek in de schets.


Kijk naar de Jezus figuur:
Zijn lichaam wordt gesuggereerd door de kleding. Begin met de bovenlijn van het kleed te tekenen (een halve ronde; een streep; een stompe hoek …)
Teken daar de bovenste lijn van de armen aan, samen met de onderkant van de mouw. De onderste lijn van de mouw – zoals op de tekening - hoeft niet noodzakelijk.
De handen kunnen gesuggereerd worden met een gebogen lijn.


Een staande figuur:
Twee lijnen die schuin vertrekken van de oksels om een lang kleed te suggereren. De zoom van het kleed wordt door een min of meer horizontale lijn weergegeven. Twee platte 'u-vormen' die schuin naar het midden worden getekend stellen de voeten voor.


Een paar golvende lijnen stellen het heuvelige land Palestina voor. Een paar pilaren de tempel of een synagoge ….





Suggestie

Een tekendictee: Kerstmis

Lees de 10 opdrachten voor. De kinderen tekenen wat ze gehoord hebben.

1. In het midden van je blad staat een grote stal.
2. In de stal ligt een kindje in een voederbak voor de dieren.
3. Naast het kindje staan de mama en de papa.
4. In de stal staan een os en een ezel.
5. Naast de stal is er een herder.
6. Rond de herder staan er schapen.
7. Boven de stal is een grote ster.
8. In de verte zijn er drie koningen.
9. Het is midden in de nacht.
10. Teken nog één ding wat hierbij past.