Loading...
 

VERHALEN OVER ROEPING

Kom


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Roeping

Een alledaags woord...

Men wordt geroepen wanneer men door iets / iemand geroepen wordt om iets te doen.
Maar daar gaat men niet altijd op in:
- ik heb geen tijd!
- ik heb het goed! - dan moet er toch niets veranderen
- ik hoor andere dingen liever



... dat religieus geladen kan zijn

Jezus/ God roept de mens op om het Rijk van God te realiseren.
In die roeping zijn er twee polen te onderscheiden: God, van wie het initiatief uiteindelijk uitgaat en de mens, die erop ingaat naargelang zijn persoonlijkheid.
Elke roeping houdt een opdracht, een opgave in, die de mens zo diep kan raken, dat hij vindt dat hij anders geworden is. In de Bijbel laat komt dit tot uiting in de naamsverandering:
Bijvoorbeeld: Abram > Abraham; Saulus > Paulus.





Roepingsverhalen

In de Bijbel komen verhalen voor die men roepingsverhalen noemt omdat ze in een verhaal vertellen hoe God/Jezus mensen roept en hoe de mensen hierop reageren.



Verschillende types

Bevel - Ga
Bijvoorbeeld: Abraham

. Kategoriek
Militaire taal (B.v. honderdman uit het Nieuwe Testament: tot de een zeg ik: ga en hij gaat; en tot een ander: kom en hij komt.)
Dit is niet zo negatief: de soldaat is bewust van de bekwaamheid van de officier en de officier kent de kracht van zijn soldaat (vertrouwen!)

. God is de grote leider, die het initiatief neemt en de bevelen geeft. De mens is als een soldaat
die de bevelen uitvoert.
Van dialoog is hier geen sprake, hoewel de mens de vrijheid heeft om het bevel te negeren.

Twijfel - Ja, maar
Bijvoorbeeld: Mozes

. Twijfelende, aarzelende personen die hun eigen onmacht kennen:
- ik spreek moeilijk en traag
- ik ben arm
- ik ben te jong

. God neemt het initiatief, Hij schrijft recht op kromme lijnen.
De mens is niet geroepen wegens zijn uitzonderlijke gaven, maar om Gods opdracht te vervullen. Hierbij kan hij op Gods hulp rekenen.
In dit type van roepingsverhaal wordt de ontmoeting van God en de mens een dialoog.

Enthousiasme - zend mij
Bijvoorbeeld: Jesaja

. De mens voelt zich zo sterk aangegrepen door het werk dat gedaan moet worden, dat hij zich
spontaan aanbiedt.

. God is uiteindelijk de initiatiefnemer.

Luisterend
Bijvoorbeeld: Samuel

. De mens hoort wel de stem van God, maar het is maar na herhaaldelijk roepen dat de mens de
ware toedracht ervan verstaat.

. God neemt het initiatief - dringt aan - maar forceert de zaken niet: Hij is geduldig.



Structuur

Als je alle roepingsverhalen na elkaar leest, valt dezelfde volgorde van handelingen op:

- God spreekt en geeft iemand een opdracht (= kern van het verhaal)
- wie geroepen wordt, uit zijn bezwaren
- God repliceert afwijzend
- God geeft een teken van bevestiging

- de opdracht / boodschap wordt gerealiseerd


De schrijver vertelt de werkelijkheid niet met al zijn tegenspraken en toevalligheden, maar hij vertelt dat binnen het kader van een vaste structuur. Dit geeft een betekenis aan wat verteld wordt.
Opvallend genoeg vindt men deze structuur ook terug in sommige geboorteverhalen. Dit wijst erop dat de Bijbel een goddelijke roeping zag als een nieuwe geboorte van de persoon in kwestie.



Algemene kenmerken

- God neemt steeds het initiatief.
Zelfs wanneer men geroepen wordt doorheen gebeurtenissen (b.v. volksverhuizing, Abraham; slavenbestaan, Mozes...) of doorheen mensen (b.v. Elia spreekt Elisa aan) hoort, wil de schrijver beschrijven dat God uiteindelijk achter dit alles staat. De historische waarde van het roepingsverhaal is duidelijk ondergeschikt aan de waarde die de gelovige in deze verhalen ontdekt.

- Het doel van een roeping is nooit een persoonlijke verrijking of de vervolmaking van wie geroepen wordt, het gaat steeds om een bepaalde opdracht, een dienst, een prediking.

- Wie geroepen wordt, geeft steeds zijn verzekerde bestaan prijs voor een onzekere toekomst.



Probleem

Men mag niet uit het oog verliezen dat de schrijver van een roepingsverhaal worstelde met de moeilijkheid om de ervaring van een roeping te verwoorden: dit is nogal persoonlijk en het gaat uiteindelijk om een ontmoeting met God. Om deze moeilijkheid op te vangen greep de schrijver naar menselijke ontmoetingen en ervaringen om deze ontmoeting met God te beschrijven, al was het maar bij benadering. Lees daarom zo'n verhaal liefst niet als het verslag van hoe het allemaal precies gebeurde, maar als een verhaal dat mensen vertelden om aan te tonen hoe God/Jezus hen geroepen heeft en hoe ze dat ervaren hebben. Omdat er verschillende soorten mensen geroepen worden zijn er verschillende reacties, die in verschillende soorten roepingsverhalen geschreven worden.



Roepingsverhalen in het Nieuwe Testament

De verhalen in het Nieuwe Testament waarbij Jezus zijn leerlingen roept, zijn over het algemeen kort en gelijken op de roepingsverhalen in het Oude Testament.
De betekenis hiervan is dat Jezus roept met hetzelfde gezag als God.
- Jezus komt naderbij, ontmoet iemand
- De aspirant-geroepene is in een arbeiderssituatie
- De oproep 'Komt en volgt mij'
- De geroepene verlaat alles en volgt Jezus
Merk hierbij op dat de repliek van diegene die geroepen wordt ontbreekt tov de roepingsverhalen in het Oude Testament.


Bedenkingen
. Op het eerste zicht is het vreemd dat mensen op een zo korte en indringende wijze door Jezus geroepen worden. Als je de verschillende roepingsverhalen gezamenlijk beschouwt, dan blijkt uit het kunstmatige ervan dat ze onmogelijk het relaas kunnen zijn van een feitelijk gebeuren. Men heeft deze verhalen eerder verteld om weer te geven waaraan iemand die door Jezus geroepen wordt, moet beantwoorden.

. Als je de verschillende roepingsverhalen uit het N.T. met elkaar vergelijkt, valt op dat Jezus geen selectie maakt als het erop aan komt mensen te roepen om het Rijk Gods te realiseren: armen en rijken, gezonden en gehandicapte mensen, mannen en vrouwen.
(rijke jongeling, blinde Bartimeüs, Marta, tollenaar Levi)





Roepingsverhalen in 'bijbelin1000seconden'

Oude Testament

De roeping van Abraham: Genesis 12, 1-4a
De roeping van Mozes: Exodus 3, 1-8a.13-15
De roeping van Samuel: 1 Samuel 3, 3b-10,19
De roeping van Elisa: 1 Koningen 19, 16b.19-21
De roeping van Jesaja: Jesaja 6, 1-2a.3-8
De roeping van Jeremia: Jeremia 1, 4-10
Jona gaat naar Nineve: Jona 3, 1-5.10



Nieuwe Testament

De roeping van de eerste leerlingen van Jezus: Matteüs 4, 12-23
Jezus en de rijke jongeling: Marcus 10, 17-25
De roeping van Paulus: Handelingen 9, 1-22




Suggesties

ONDERZOEKEN

God roept

(naar: Kerk en Leven, Huppelhoek)

God roept Sam in de nacht.
'Ik droom!' zegt Sam.

God zegt tegen Jonas: 'In Ninive deugen de mensen niet. Ga naar hen toe.'
Jonas vlucht.

God zegt tegen Jeremy: 'Ik kies je uit om over Mij te vertellen.'
Jeremy zegt: 'Ik ben veel te jong.

God zegt zegen Mosje: 'De mensen lijden. Ik wil hen helpen. En jij moet Mij helpen.'
Mosje zegt: 'Ikke? Maar... maar ik kan dat niet!'


Je hebt het al geraden. Dit zijn de verhalen van Samuel, Jona, Jeremia en Mozes uit de Bijbel.
Weet je hoe ze aflopen?
Zoek het op! Dan kun je zeker de juiste naam verbinden met de afloop van zijn roepingsverhaal.

Mozes: Exodus 3, 1-8a.13-15
Samuel: 1 Samuel 3, 3b-10,19
Jeremia: Jeremia 1, 4-10
Jona: boek Jona

JonaOONa drie keer horen roepen, beseft hij dat God roept. En... hij luistert.
SamuelOOGod zegt hem: 'Ik zal bij je zijn zoals Ik ook bij Abraham, Isaak en Jacob was.'
JeremiaOOEen walvis slokt hem op en spuwt hem uit. Dan doet hij wat God van hem vraagt.
MozesOOGod raakt zijn mond aan en maakt hem sterk, zodat hij erop vertrouwt dat het zal lukken.



Correctiesleutel
Samuel: Na drie keer horen roepen, beseft hij dat God roept. En... hij luistert.
Mozes: God zegt hem: 'Ik zal bij je zijn zoals Ik ook bij Abraham, Isaak en Jacob was.'
Jona: Een walvis slokt hem op en spuwt hem uit. Dan doet hij wat God van hem vraagt.
Jeremia: God raakt zijn mond aan en maakt hem sterk, zodat hij erop vertrouwt dat het zal lukken.





VERDIEPEN

Gesprek

Roep iemand uit de kring bij jou. Als die bij je is zeg je: 'Ga maar terug naar je plaats'.

Vraag aan de groep:
- Wat heb ik gedaan? (X geroepen)
Roeping = iemand roepen

- Had ik op een andere manier kunnen bekomen dat X bij me kwam? (bv. wenken, een teken maken)
roepen kan gebeuren met woorden, maar ook met tekens

Vraag aan X:
- Wat denk ja daar nu zelf van, hoe komt dat bij je over?
(vreemd - ik heb niets moeten doen)
Roeping verwijst / vraagt naar een opdracht

- Al ik zou vallen en het lijkt ernstig te zijn - wat zou je dan doen?
Roeping kan ook gebeuren vanuit een situatie

Vraag aan de groep:
- Als men je thuis roept, reageren jullie dan onmiddellijk?
Roeping kent 'stoorzenders'





VERTELLEN

'Arts zonder grenzen'

(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 13 februari 2019, p. 1)

‘Arts zonder grenzen'
Peter was nog niet lang afgestudeerd als arts.
Op een dag hoorde hij dat een land zwaar getroffen werd door een natuurramp.
Hij zag dat op tv, las erover op het internet en in kranten.
Peter was er erg over getroffen en dacht er vaak over na.

- Eigenlijk is het toch niet juist, dacht hij.
Ik heb zoveel en die mensen niets,
ze hebben amper een tentzeil om onder te slapen.
Peter praatte er dikwijls over met zijn vrienden.

Toen hij op een avond met zijn beste vriend iets ging drinken,
duurde het niet lang of Peter praatte weer
over de noden van mensen elders in de wereld
en wat hij er van zag en hoorde.

- Zeg, zei zijn vriend,
jij praat er wel altijd over, maar waarom doe je er niets aan?
Je bent toch arts!
Je zou die mensen ginder uitstekend kunnen helpen!

- Ik kan toch zomaar niet naar een ander land gaan, zei Peter,
dan zie ik mijn vrienden niet meer, kan ik niet meer sporten ...
Hier heb ik alles en in die landen is er niets.
Dat begreep de vriend van Peter wel.

- Je zult toch wel moeten kiezen, zei zijn vriend.
Ofwel blijf je hier en alles blijft zoals het was,
ofwel ga je naar ginder en help je die mensen.
Peter dacht er verder over na.

Een beslissing nemen was erg moeilijk.
Toch voelde hij diep in zijn binnenste:
er moet iets gebeuren.
Wat later nam hij contact op met 'Artsen zonder grenzen'.




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 13 februari 2019, p. 1)

Wie in de Bijbel leest over de roeping van een of andere persoon,
kan er zich over verbazen dat God zomaar rechtstreeks praat met mensen
en hen roept, zoals een juf of een meester op de speelplaats naar kinderen roept,
of zoals iemand thuis roept om te komen eten.
Bovendien spreekt God in de Bijbel in een droom
of spreekt er een engel tot de mensen in de plaats van God.

Zo’n soort verhalen in de Bijbel worden roepingsverhalen genoemd.
Zo'n verhalen willen niet vertellen wat er toen precies gebeurd is,
maar willen duidelijk maken dat mensen,
die door God geroepen zijn,
in hun leven doen wat in de lijn ligt van wat God wil.
En dat wat ze doen niet zomaar een ideetje van henzelf is.

God spreekt nog steeds tot mensen, maar niet zoals mensen met elkaar spreken.
Meestal ontdekt men pas later dat een bepaalde gebeurtenis in het leven
te maken had met wat God voor iemand voor ogen had.
Meestal gebeurt het zoals in het verhaal hierbij:
iemand wordt geroepen via radio, tv, internet, kranten …
en misschien een goede vriend die stimuleert om een keuze te maken.





Overwegingen

Aristoteles

Roeping

Waar je talenten
en de behoeften van de wereld
elkaar kruisen,
ligt je roeping.



Robrecht Bouders

Apostelen op de fiets


Wij zitten in de klem van traditionele begrippen. Wij maken van de apostelen koude gipsen beelden. Mensen die niet lachen en huilen, die zich niet kwaad maken, die niet ontroerd kunnen zijn. Mensen zonder geschiedenis en zonder leeftijd, in statige oosterse klederdracht, maar die in onze wereld niet thuishoren.

Maar als de Heer hier vandaag rondgaat en boodschappers zoekt voor het blijde nieuws, dan gebeurt er iets heel vreemds. Wij zien apostelen die niet Johannes of Petrus heten, maar Jan of Piet. Wij ontmoeten apostelen die sigaretten roken. Apostelen die een bril dragen. Apostelen die fietsen of de bus nemen. De moderne apostelen staan net als de vroegere in het leven. Ze hebben een levensverzekering. Ze raken verliefd en trouwen. Ze tuinieren in hun vrije tijd. Ze sturen met nieuwjaar aan familie en vrienden een kaartje met de beste wensen.

Zoals vroeger kiest de Heer zijn apostelen uit rijk of arm mensenmateriaal. Uit ontstuimigen of voorzichtigen. Uit vluggen of tragen. Uit enthousiasten of voorzichtigen. Uit wetenschapsmensen en ongeletterden. Uit mensen die al dan niet van Mozart of van Jazz houden. Mensen als jij en ik. Doodgewone mensen.