Loading...
 

Verantwoord vertellen uit de Bijbel

Voorlezen


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

De oorspronkelijke tekst respecteren

Het verhaal in de Bijbel

Het is heel belangrijk dat je zelf vertrouwd raakt met het verhaal zoals je het in de Bijbel kunt lezen, zodat je er van binnenuit en zelfstandig mee kunt omgaan.



Structuur
Je leest de tekst in de Bijbel en je probeert de structuur ervan bloot te leggen.
Het gemakkelijkste is het de tekst in te delen in paragrafen en die dan te groeperen in: inleiding, midden, slot
Doorgaans worden in de inleiding de personages voorgesteld en de hoofdhandeling ingeleid.


Hoofdpersonage
Onderzoek welk personage in het verhaal het initiatief neemt en wie de personages zijn die er onmiddellijk bij betrokken zijn. Hou er rekening mee dat ook God in sommige verhalen het hoofdpersonage kan zijn.


Hoofdidee
Zoek de hoofdidee van je verhaal. Meestal vind je dit in het midden of op het einde van de tekst. Soms vind je twee hoofdgedachten in een tekst, afhankelijk van de manier waarop je de tekst leest.

Bijvoorbeeld: Samuël zalft David
Als je de tekst op zichzelf leest, dan komt 1 Samuel 16, 7 als hoofdgedachte naar voren.
Als je de tekst in het geheel van het boek situeert, dan is 1 Samuel 16, 13 de belangrijkste zin.



Het verhaal in de kinderbijbel

Lees het verhaal in de kinderbijbel



Tekst

Houdt de auteur rekening met het taalniveau van het kind?
Wordt de tekst sober gehouden?
Indien voor kinderen jonger dan 10 jaar
- Zijn de zinnen kort en eenvoudig?
- Komen er veel dialogen voor die de tekst toegankelijker maken?

Indien voor kinderen ouder dan 10 jaar
- Staat het taalgebruik reeds dichter bij dat van de Bijbel?



Inhoud

Vergelijk de tekst uit de kinderbijbel met je eigen 'tekststudie'
Onderzoek in hoeverre je de structuur van de tekst uit de Bijbel erin terugvindt.
Kijk ook na of het hoofdpersonage hetzelfde is en of de hoofdidee overeenkomt met de Bijbel.
Nu heb je al een eerste zicht op de manier waarop de auteur de Bijbel respecteert.


Vergelijk de tekst in de kinderbijbel met die van de Bijbel
Markeer de woorden/zinnen in de kinderbijbel, die woordelijk dezelfde zijn als die in de Bijbel.
Onderstreep die woorden / zinnen die anders zijn, maar inhoudelijk overeenkomen met de Bijbel.
Bijvoorbeeld:
God >Heer; tollenaar> belastingontvanger

Stel je de vraag waarom die woorden werden veranderd (B.v. toegankelijker voor kinderen, onbekend woord ...) en spreek er je oordeel over uit.
Bijvoorbeeld:
Als de auteur van een kinderbijbel schrijft over Zacheüs als hoofdtolpachter, dan vindt hij 'hoofd van de tollenaars' wellicht onbegrijpelijk voor kinderen... maar is 'hoofdtolpachter' dan begrijpelijker?

Ga nu dieper in op de stukken tekst die niet gemarkeerd, noch onderlijnd zijn.
Waarom heeft de auteur deze toevoeging ingelast?


. Hij informeert over het gebruik van de tweede taal in de Bijbel
Voorbeeld 1: herder
Een herder is iemand die voor een kudde dieren zorgt. In de Bijbel is de herder het beeld voor de zorgzame, kommervolle houding van iemand tegenover de groep mensen waarvoor hij verantwoordelijkheid draagt. De koningen van Israël werden herders genoemd; Jezus is de goede herder.

Voorbeeld 2: woestijn
Een woestijn is een geografische ruimte die precies af te bakenen is. In de Bijbel staat woestijn voor: bezinning, beproeving.

Voorbeeld 3: wijn
Wijn is het sap van druiven dat men heeft laten gisten. In de Bijbel is wijn symbool van leven, vreugde en ook van het verbond tussen God en zijn volk.


. Hij geeft informatie over de historische achtergrond van een tekst
Hij geeft informatie over de tijd waarin de tekst ontstaan is en stoot door naar de betekenis die hij toen kon hebben. Zo krijg je gemakkelijker toegang tot de kerngedachte van het verhaal of de tekst.
- Wie waren de eerste toehoorders van dit verhaal?
- Wat waren de zorgen van de mensen toen? Wat waren hun bezigheden?
- Wat vonden ze waardevol? Hoe spraken ze en wat bedoelden ze ermee?


. Hij geeft aan waarom gelovigen door de tekst aangesproken worden
De schrijver heeft oog voor wat de verschillende verhalen uit de Bijbel met elkaar verbindt. Nl.: doorheen verhalen, waarin relaties tussen mensen beschreven worden, kun je iets ontdekken over de relatie tussen God en mens.


. Hij deelt de boodschap van het verhaal met nadruk mee (= moraliseren)
Hij vertelt Bijbelverhalen zo dat zijn toehoorders na het beluisteren van het verhaal, weten wat hen te doen valt. Want de les, de moraal verwoordt de schrijver duidelijk voor zijn toehoorders.
B.v. Op het einde van het scheppingsverhaal zegt hij:
'God gaf al dat mooie aan ons om het te gebruiken, maar dan moeten we er ook goed voor oppassen. Dit mogen we nooit vergeten. Daarom moeten we Hem danken en prijzen.'
Het gevolg van het moraliseren is dat men zich van dit soort verhalen afkeert. Als de verteller zegt hoe men het verhaal moet begrijpen, dan doet de luisteraar - eens dat hij dat door heeft - geen moeite meer om het verhaal te beluisteren en erover na te denken. Zo komt het buiten zijn leven te staan: de toehoorder wil er uiteindelijk niets meer mee te maken hebben.


. Hij vertelt uit de Bijbel als uit een geschiedenisboek (= historiseren)
De schrijver houdt er geen rekening mee dat deze verhalen bedoeld zijn als getuigenis: gelovigen wilden met verhalen getuigen van hun ervaringen met God doorheen mensen of gebeurtenissen. Zo zijn vele verhalen niet bedoeld als verslag van een historisch gebeuren, maar als middel om de betekenis van een gebeurtenis of een persoon, dynamisch weer te geven. Er kunnen historische elementen in de verhalen aanwezig zijn, maar voor de schrijvers speelden ze een bijkomende rol.
Wanneer men het Bijbelverhaal alleen vertelt zoals het er staat, bekomt men dat kinderen deze verhalen interpreteren als een beschrijving of een reportage, want kinderen zijn geneigd om te historiseren: alles is gebeurd zoals het er staat. Maar hierdoor verdwijnt de echte betekenis van het verhaal. Men kan dit vermijden door bijvoorbeeld het verhaal in te leiden met:
'Mensen vertellen over... volgend verhaal: ...'


. Hij gaat dieper in op de gevoelswereld van de personages (= psychologiseren)
De schrijver heeft bij het vertellen vooral aandacht voor de innerlijke beweegredenen van de personen die voorkomen in de verhalen. Hij vertelt dan niet alleen het verhaal, maar vult ook de personages ook in vanuit zijn eigen aanvoelen, zonder rekening te houden met de inleefmogelijkheid van de luisteraar, noch met de bedoelingen van de eerste vertellers. Zo dringt hij zijn eigen visie aan anderen op doorheen de personages, waardoor de oorspronkelijke bedoeling en dynamiek van die verhalen niet meer aan bod komt.

Illustraties

- Zijn de illustraties aantrekkelijk? Esthetisch verzorgd? Levendig?
- Werden ze functioneel gekozen, ondersteunen ze de tekst (B.v. uitbeelding van de hoofdgedachte)

Voor kinderen ouder dan 10 jaar:
- Zijn er kaarten, een tijdsband ... die helpen het verhaal in zijn historische context te plaatsen.
- Zijn er foto's die de plaats van het gebeuren kunnen oproepen?





Rekening houden met literaire genres 

Apocalytische teksten

Geboorteverhalen

Lijdensverhalen

Mythologische verhalen

Parabels

Teksten van profeten

Roepingsverhalen

Verrijzenisverhalen

Wonderverhalen