Gedaanteverandering van de Heer
Matteüs 17, 1-13 // Marcus 9, 2-10 // Lucas 9, 28b-36
De tekst
Stilstaan bij enkele woorden
De berg
Geen enkel evangelie vermeldt de naam van de berg waarop de leerlingen Jezus in zijn heerlijkheid zagen. Maar al heel lang (vanaf de tijd van Origines, rond 250 na Christus) wordt gezegd dat dit gebeurde op de berg Tabor. Die berg is 411 m hoog en ligt eenzaam in de vlakte van Jizreël, op ongeveer 16 km ten zuidwesten van het meer van Galilea.
Niemand vertellen …
Jezus wil niet dat men over Hem denkt als over de zegevierende Messias. Pas als duidelijk is dat Messias-zijn door de dood naar de opstanding gaat, mag men over Hem verder vertellen. Want dan pas kan men Hem in het juiste licht zien.
Spreken met beelden
Berg
In de Bijbel is een berg de plaats waar God zich laat kennen, waar mens en God elkaar ontmoeten:
. Mozes krijgt de tora op de berg Sinaï
. Elia komt op de Sinaï (Horeb) opnieuw op de hoogte van zijn roeping volgens de Tora
. Jezus gaat de berg op om er in het voetspoor van Mozes de Tora te realiseren.
Wolk
Verwijst naar de geheimzinnige, ongrijpbare, overweldigende aanwezigheid van God.
Tent
Symbool van Gods nabijheid bij zijn volk.
Licht – wit
Kenmerk van de sfeer van God.
Slapen
Er niet bij zijn, niet beseffen wat God aan het doen is.
Praktische info
Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.
Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be
De fiche die hoort bij Lucas 9, 28b-36, bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijden de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Informatie over de betekenis van deze tekst
Bij de tekst
Wortels in het Oude Testament
De opbouw van deze tekst lijkt op teksten uit het O.T., vooral Daniel 10, 1-12. Zie: een man, licht en schittering, stem, vrees bij de zieners, het bevel om op te staan.
Ook aan de gebeurtenissen op de Sinaï zijn er herinneringen. Vooral met Exodus 24, 15-18: berg, wolk, angst, stem.
Het O.T. wordt in de tekst zelf vertegenwoordigd door:
Mozes (wet)
Volgens de traditie de schrijver van de eerste vijf boeken – de tora – waarin de wet staat van de joden.
Elia (profeet)
Vertegenwoordiger van de profeten.
Merk op
Mozes stierf aan de rand van het beloofde land – niemand kent zijn graf tot op vandaag (Deuteronomium 34,6);
Elia is naar de hemel gevaren in een wagen van vuur met paarden van vuur (2 Kon. 2,11). Zijn graf werd nooit gevonden (2 Koningen 2,17) Dat hun graven niet gevonden werden, wil zeggen dat hun woord niet zal ‘sterven’.
In deze context krijgen het lege graf van Jezus en zijn hemelvaart een bijzondere betekenis.
Bijbel en kunst
THEOFANES de Griek
Gedaanteverandering van de Heer
Deze icoon werd rond 1400 geschilderd door Theofanes de Griek.
Op het eerste zicht is ze opgebouwd als een gecondenseerd stripverhaal. Halfweg de icoon zie je links, in het klein: Jezus die met zijn drie leerlingen de berg Tabor opgaat, en rechts: Jezus die met zijn leerlingen die berg terug afgaat. Centraal, in het groot, staat het gebeuren op de berg.
Maar een icoon kun je ook lezen als theologie in beelden.
Bovenaan de icoon met gouden achtergrond (zachtgroen op deze kopie): de weergave van het 'hemelse'.
Onderaan de icoon met als achtergrond de berg: de weergave van het aardse.
Bovenaan staat Jezus op een berg die zacht groen kleurt: dé kleur van leven. Hij staat er tussen Elia (met verwijzend gebaar naar Jezus - te vergelijken met het gebaar van Johannes de Doper op iconen) en Mozes (met 'boek' in de hand: de 'tafels' waarop de tien geboden staan).
Mozes vertegenwoordigt 'de wet' en Elia 'de profeten', twee belangrijke delen van de joodse bijbel (Het derde deel - de geschriften - handelt over de toepassing van de eerste delen)
Jezus heeft een stralend wit gewaad aan (wit + goud). Een manier om de verheerlijkte/verrezen Christus voor te stellen. Hij heeft in zijn linkerhand een schriftrol vast en zijn rechterhand opheft in een spreekgebaar, dat wij ook kunnen interpreteren als een zegening.
Het mandorla, de lichtzone achter Jezus, stelt God voor. De kern ervan is zwart, want God is niet te kennen. Jezus stapt ahw uit het mandorla naar de mensen toe: Hij is het zichtbare 'beeld' van God op aarde. Drie stralen die vanuit het mandorla vertrekken, raken de drie apostelen aan.
Onderaan liggen Petrus, Jacobus en Johannes op de grond. Deze drie apostelen waren de eerste leerlingen die Jezus volgden.
Petrus (links, met geel gewaad) doet het voorstel om drie tenten / hutten te bouwen. Zijn hand omhoog is het teken van iemand die het woord vraagt om te spreken)
Johannes lijkt te mediteren over het gebeuren. Maar zijn hand aan de kin kan ook het antieke gebaar van verbazing / ongeloof zijn.
Jacobus beschermt zich voor het verblindend licht.
Drie manieren waarop mensen met het bovennatuurlijke kunnen omgaan:
in actie schieten, mediteren, verblind zijn en niet goed weten wat ermee aan te vangen.
RAFAEL
Transfiguratie
Raffaello Sanzio (6 april 1483 Urbino - 6 april 1520 Rome), bekend bij zijn voornaam (toenmalige mode bij de kunstenaars), was een Italiaans kunstschilder.
Zijn laatste belangrijke werk is de 'Transfiguratie' dat pas na zijn dood gereedkwam.
In het bovenste deel van dit werk herkennen we de traditionele uitwerking van de transfiguratie, zoals dit ook op iconen te vinden is. In het onderste deel wordt de reactie van de mensen daarop weergegeven. De man links onderaan zou een evangelist kunnen voorstellen die dit gebeuren in een boek wil noteren.
Zo kun je vijf stroken terugvinden in dit werk:
. Jezus
. Mozes en Elia
. Petrus, Johannes en Jacobus
. de mensen
. een evangelist
L. BOWMAN
Merk op dat het figuratieve bijna helemaal losgelaten wordt om des te meer de ‘verheerlijking’ weer te geven. Daarvoor gebruikt de schilder vooral geel en wit. Kleuren die ‘licht’ weergeven en het ‘goddelijke’. In de witte vlekken kun je Jezus, Mozes en Elia terugvinden. Met enige moeite zijn in de blauwe toetsen enkele leerlingen te herkennen.
Bespreek
Van de drie figuren die met wit gesuggereerd zijn, is de middelste het grootst en het meest wit.
- Wie zou de schilder ermee willen voorstellen?
- Waarom zou hij Jezus als de belangrijkste voorstellen? (Hij had de drie figuren even groot kunnen schilderen)
Naast de centrale grote witte figuren zijn er twee kleinere figuren geschilderd. Ze stellen Mozes en Elia voor.
- Wat weet je van Mozes en Elia?
- Waarom zijn ze belangrijk?
- Waarom is Jezus belangrijk?
Met wat moeite zijn er in de blauwe penseeltrekken enkele leerlingen te zien.
- Waarom zou de schilder de leerlingen van Jezus zo weinig concreet weergegeven hebben?
- Hoe zou de schilder jou moeten schilderen mocht je dit gebeuren zelf meegemaakt hebben?
(verward, nieuwsgiering, verbaasd, ongelovig, bevreesd …)
Belangrijk
Bovenstaande vragen zijn vooral bedoeld om te reflecteren.
Op de meeste vragen kan dan ook geen juist antwoord gegeven worden. Behalve de vraag over het belang van Mozes en Elia.
Suggesties
Kleine kinderen
ONDERZOEKEN
Jezus ging een berg op om er te bidden ...
Wat is bidden?
Geef er eens een voorbeeld van.
Kunnen mensen zien dat je aan het bidden bent?
(sta stil bij verschillende lichaamshoudingen van biddende mensen: rechtstaan, buigen, knielen, gevouwen handen, open handen, omhoog geheven handen, ogen dicht, gebogen hoofd, opgeheven hoofd, met woorden, zonder woorden...)
Maak hierbij eventueel gebruik van het volgende werkblad.
Tot wie bidden christenen?
Wanneer bidden christenen?
men zegt tot God wat men hoopt, gelooft, verwacht...
Bidden is ook te vergelijken met luisteren:
men probeert stil te worden om God beter te leren kennen.
Zo voelt men beter aan wat God van de mensen verwacht.
Door te bidden komen gelovigen de bedoelingen van God op het spoor.
Als ze die in hun leven toelaten, maakt dit andere mensen van hen.
Grote kinderen
VERDIEPEN
Bidden op een berg
(S. VERHULST in ZL 19, 2007, p. 11)
Jezus nam zijn beste vrienden mee om te bidden.
Waarom ging Hij op een berg om te bidden, denk je?
Waar ga jij wel eens naartoe om te bidden of om ergens over na te denken? Waarom?
Kennen jullie Mozes en Elia? Wie zijn ze en wat deden ze?
Op een berg zie je de dingen vaak veel beter.
Wat ontdekten de leerlingen op de berg over Jezus?
Hoogtepunten en dieptepunten
(inspiratie: J. BRUGMAN, Prettige zondag!, Kinderwoorddiensten voor het jaar B, Gooi en sticht - Baarn, 1993, p. 42-45)
Jezus maakt in zijn leven hoogtepunten en dieptepunten mee. Wat op de berg gebeurt is een hoogtepunt.
- Ken je ook dieptepunten in het leven van Jezus?
- Geef een voorbeeld van een hoogtepunt en een dieptepunt in jouw leven?
- Kennen jullie Mozes en Elia?
- Wie zijn ze en wat deden ze?
Op een berg zie je de dingen vaak veel beter.
- Wat ontdekten de leerlingen op de berg over Jezus?
Jezus straalt van geluk.
- Kun jij je voorstellen waarom?
(Verbondenheid met zijn Vader, dicht bij de hemel waar Hij thuishoort)
- Maken jullie wel eens situaties mee die zo fijn waren dat je ze altijd zou willen vasthouden?
- Zou het goed zijn als je dat deed? Voordelen? Nadelen?
Aan de hand van Fano
Fano, een Spaans kunstenaar maakte bovenstaande illustratie nav de gedaanteverandering van Jezus.
Lees of vertel het evangelie van deze dag.
(drie apostelen zagen Jezus tussen Mozes en Elia. Ze hoorden een stem uit een wolk zeggen: 'Dit is mijn welbeminde zoon')
Traditioneel wordt dit gebeuren, dat vooral verteld wordt om de betekenis van Jezus en zijn relatie tot God te verwoorden en te verbeelden, voorgesteld zoals dat op iconen gebeurt (zie hoger).
Fano doet dat anders.
Mogelijke vragen bij het bekijken van de illustratie:
- Wat zie je op deze illustratie?
('Tabor'; figuur met driehoek achter zijn hoofd; figuur die uit het kleed van de grote figuur komt, drie mannen met baarden die naar het gebeurde kijken)
- Wie zou de kunstenaar willen voorstellen met de figuur met de driehoek achter zijn hoofd?
- Wat zou Fano willen zeggen met de 'uitgeknipte figuur'?
(de witte figuur is 'uit hetzelfde hout gesneden' als de grote figuur)
- Wat zouden de drie mannen met baarden vooral zien?
(Jezus; ook de band tussen Jezus en God)
Bezorg de kinderen de illustratie hieronder:
Ze tekenen bij elk van de figuren op het blad een tekstballon, waarin ze schrijven wat die persoon denkt of zegt.
DOEN
Over bergen en dalen
De kinderen tekenen op een vel papier bergen en dalen. Ze schrijven/of tekenen bovenop de berg ervaringen uit hun leven die ze als hoogtepunt ervaren. In het dal schrijven ze wat ze als dieptepunten ervaren. Als je een golvende lijn ziet, blijkt dat het leven van mensen bestaat uit hoogtepunten en dieptepunten.
MEDITEREN
De berg opgaan
(H. Braecke)
Wie de berg opgaat,
zich in stilte terugtrekt
en zich dicht bij God mag weten en voelen,
krijgt uitzicht op wat komen moet.
Dit doet opstaan
om naar anderen toe te gaan
en Gods droom samen waar te maken.
Jongeren
SPREKEN MET BEELDEN
Een tekst vol symboolgeladen woorden
Plaats waar de hemel de aarde schijnt te raken en zo het beeld voor de ontmoeting tussen God en mens. In de bijbel is de berg de plaats waar God zich laat kennen: Mozes (Sinaï / Horeb); Elia (Sinaï / Horeb); Jezus (Tabor)
Veel kerken en heiligdommen liggen op de top van een berg.
Kenmerk van de sfeer van God.
In veel godsdiensten verwijst 'wit' naar het goddelijke. (witte stralenkrans; witte kledij ...
Symbool van Gods nabijheid bij zijn volk. (vgl tabernakel)
De tabernakel was de tent waarin het joodse volk tijdens de uittocht uit Egypte de ark van het verbond bewaarde. Overal waar ze gingen, ging die tent mee. God ging (letterlijk) samen met zijn volk. Later werd dit woord gebruikt voor het kluisje (het tabernakel) waarin geconsacreerde hosties werden bewaard. Soms herinnert de vorm aan de buitenkant nog aan een tent, soms de stoffen afwerking van het kastje binnenin.
Verwijst naar de geheimzinnige, ongrijpbare, overweldigende aanwezigheid van God.
Een wolk van wierook kan dit geheimzinnige, ongrijpbare oproepen.
Mozes (Egyptisch = uit het water gered)
Vertegenwoordigt de wet. In de lijn van de betekenis van zijn naam leidde hij het joodse volk uit Egypte door de Rietzee naar het beloofde land.
Elia (Hebreeuws = Mijn God is JHWH)
Vertegenwoordigt de profeten. Heel zijn leven was een afwijzen van de afgodendienst en het centraal stellen van JHWH.
In Jezus kan men God zien en horen. In Hem kan men de aanwezigheid van God aanvoelen.
Zo de vader, zo de zoon
Er niet bij zijn, niet beseffen wat God aan het doen is.
Maar ook: kennen vanuit het onderbewuste, komen tot een klare kijk op een zaak.
VERDIEPEN
Wat Henry Martinn vertelt
Henry Martinn maakte deze illustratie.
Lees eerst de Bijbeltekst die erbij hoort.
- Herken je nu de figuren die afgebeeld werden?
- Hoe maakt de kunstenaar het 'verblindend licht' duidelijk?
- Hoe maakt hij duidelijk dat de wolk 'spreekt'?
- Wat voegt hij toe aan de tekst?
(Let op de bolhoed)
- Wat zouden de drie figuren uit de voorgrond denken?
(Houd rekening met hun houding, kleding en gelaatsuitdrukking)
Overwegingen
Frans Mistiaen sj
Wees niet bang een mens te worden naar Gods hart!
Jezus beleefde op de berg een Godsontmoeting.
Daar mocht Hij nog eens ervaren
welke Zijn eigen zending, Zijn persoonlijke roeping was.
Helemaal in de lijn van de grote godsmannen van de joodse traditie
- Mozes, de leider van het volk en Elia, de grootste profeet -
was Hij zeker ‘Bemiddelaar’ was tussen Jahweh-God en de mensen.
Maar de stem uit de wolk maakte Hem bewust
dat Zijn roeping nog unieker was dan die van Zijn voorlopers,
dat Hij niet alleen Bemiddelaar was tussen de mensen en God,
maar dat Hij de “Zoon” van de “Vader” was.
En daarmee worden twee belangrijke accenten gelegd:
nl. dat God een “liefhebbende” God is
en dat Jezus door deze God “ten diepste wordt bemind”.
Dat is de kern van Jezus' en ook van onze gelovige ervaring:
wij ervaren ons door God bemind
zoals een Vader zijn geliefd kind bemint!
Niet bespied, niet beoordeeld, niet opgevorderd tot onderdanigheid,
maar op de eerste plaats zielsgeliefd, hartelijk bemind.
Dat is de meest fundamentele christelijke ervaring.
"Ik ben een beminnenswaardige mens!
God laat mij voelen dat ik de moeite waard ben om bemind te worden,
en daardoor in staat ben om zelf te beminnen."
In onze relatie tot God moeten wij dus geen schrik hebben
voor een ontzagwekkende, verre, veeleisende Meester,
maar mogen wij onze aanhankelijkheid en dankbaarheid tonen
tegenover een mens-nabije en hartelijke Vader,
die wij mogen beminnen als liefhebbende zonen en dochters
Liefde en dwang gaan niet samen.
In onze gewone menselijke relaties niet,
en ook in de christelijke geloofsrelatie niet.
Ons geloof is geen geloof uit verplichting, omdat het zou moeten
vanwege de Almachtige, of vanwege de Kerk,
of vanuit een druk van de groep.
Als wij geloven, dan geloven wij
uit dankbaarheid voor het gratis liefdesaanbod
van een God die Vader wil zijn
en wiens liefhebbende zonen en dochters wij,
uit zelfgekozen vrije wederliefde, willen worden.
Jezus zegt ons dus vandaag:
"Wees niet bang om Gods aanwezigheid te ervaren in uw leven,
want Hij heeft een hart voor u!"
Die stem van God klinkt vanuit de wolk op de berg,
zoals zij klinkt vanuit ons eigen binnenste
en zij zegt ons ook vandaag nogmaals:
"Dit is Mijn welbeminde Zoon. Luister naar Hem!"
Gods stem verplettert dus niet, maar nodigt allen uit te luisteren.
Jezus heeft ervaren dat het Zijn taak was, als Zoon,
aan zoveel mogelijk mensen te laten aanvoelen
dat de stem van die uitnodigende Liefde-God ook hoorbaar was
in de eerlijkste verlangens van elk mensenhart,
in de diepste betrachtingen van elke cultuur.
Daarom zag Hij het stilaan meer en meer als Zijn opdracht
toch naar Jeruzalem te trekken, naar het centrum van het land,
als symbool van de openheid naar allen,
om aan heel het volk, ja, aan heel de wereld en aan iedereen,
datzelfde duidelijk te maken: "Mensen, gij wordt bemind!
Gij zijt de moeite waard geliefd te worden
en gij hebt een hart om te beminnen!
Wat er ook gebeurd is, wat er ook gebeurt,
in uw hart zit de mogelijkheid om op het leven te antwoorden
niet uit slaafse onderdanigheid of dwang,
maar als vrije mensen, met wederliefde."
Jezus zegt ons dus vandaag ook:
"Wees niet bang voor Gods stem, want Hij dwingt u niet,
maar Hij nodigt u uit en spreekt uw vrijheid aan!"
Na de top-ervaring worden, zowel Jezus als wij, van de berg
terug naar beneden, naar de vallei van ons alledaagse taken gezonden.
En - wij moeten ons geen illusies maken -
daar kronkelt een moeilijke weg.
De weg van een doodgewoon mensenleven
is immers getekend door de dagelijkse strijd
tégen het kwade, vóór het goede,
tégen onze gemakzucht en zelfzucht,
vóór grotere waarachtigheid en hechtere verbondenheid.
Die weg zal Jezus voeren naar die andere berg, Kalvarie.
Ook onze weg wordt, doorheen vallen en opstaan
onvermijdelijk een weg die alleen doorheen strijd en lijden
voert naar de heerlijkheid.
Bij dat verder trekken,
hebben wij als enige betrouwbare Gids alleen Jezus.
"Toen de leerlingen hun open opsloegen,
zagen zij niemand meer dan alleen Jezus."
Hij is betrouwbaar omdat in Hem
God Zelf als Tochtgenoot mee stapt.
Door Jezus’ liefdekracht wordt onze levensweg
een weg met Gods hulp, een weg naar écht leven.
Jezus zegt ons dus ook nog:
"Wees er ook niet bang voor
onderweg God als Tochtgenoot te ervaren!"
Vanuit Zijn top-ervaring op de berg
herhaalt Jezus tot ieder van ons vandaag:
"Wees niet bang!
Wees niet bang voor Gods aanwezigheid in uw leven,
want Hij heeft, zoals een Vader, een hart voor u, !
Wees niet bang voor Gods stem in uw ziel,
want Hij spreekt uw vrijheid aan!
Wees niet bang voor Gods kracht op uw weg,
want Hij voert u naar echt leven!
Wees niet bang
om een man of vrouw te worden naar Gods hart!"
Marc Galant
monnik te Orval
De crisis (2014)
Waarom die gedaanteverandering van Jezus? Als wij de gebeurtenissen op een rijtje zetten, dan zien we dat ze echt nodig geweest is. Het ging aanvankelijk goed tussen Jezus en zijn apostelen. Het waren bonken van kerels, recht voor de vuist, gemotiveerd tot en met. Zij hadden vertrouwen in Jezus en ze zouden voor Hem door het vuur gesprongen zijn. Als Jezus hen de vraag stelt: “Wie zegt gij dat ik ben?”, dan antwoordt Petrus zonder dralen: “Gij zijt de Messias, de Zoon van de levende God”. Een staalsterk vertrouwen.
Jezus dacht dan ook dat hij een stapje verder mocht gaan, en Hij begon zijn apostelen te zeggen dat Hij verworpen moest worden, en lijden, en terdood gebracht. Die woorden brachten een donkere crisis teweeg bij de apostelen. Marcus, die geen blad voor de mond neemt, vertelt dat Petrus eerst Jezus afgesnauwd heeft (het Griekse werkwoord epitiman is sterk), en dat Jezus daarop Petrus afgesnauwd heeft met een “weg achter Mij, satan”. De relatie van Jezus met zijn apostelen was meteen een puinhoop geworden en de sfeer met een mes te snijden. Stel u voor: een onderneming die prima loopt, een patroon met twaalf topmedewerkers; en de patroon komt zeggen: “we gaan bankroet”. De medewerkers zeggen: “geen kwestie van, wij zetten door”, en de baas antwoordt: “neen, we moeten failliet gaan”. Je ziet zo het klimaat in die onderneming. Is het dan te verwonderen dat Judas al uitziet hoe zijn schaapjes op het droge te brengen? Zes dagen lang hebben ze zo op elkaar zitten kijken. Dat kon niet blijven duren. Er moest iets gebeuren. In een scherpe communicatiestoornis kunt ge niet meer samen spreken, kunt ge niets meer samen doen, maar ge kunt nog samen bidden. Jezus neemt zijn trouwste apostelen mee om te gaan bidden. En juist in het gebed wordt er een licht gegeven: in gebed kunnen wij de mislukking aanvaarden en dit aanvaarden draagt in zich de mogelijkheid tot een gedaanteverandering binnen onszelf.
Voor Jezus is het klaar: Hij weet nu dat Hij er alleen voor staat om zijn lijden en dood te aanvaarden. Maar zoals zijn gedaanteverandering het antwoord is van God op zijn aanvaarden van zijn mislukking, zo zal ook zijn verrijzenis het antwoord zijn op zijn lijden en dood. De drie getuigen van zijn gedaanteverandering, van hun kant, zouden nu genoeg gesterkt moeten zijn om Jezus te kunnen bijstaan in zijn doodstrijd, als Hij in de hof van Olijven water en bloed zal zweten. Maar ook dan zullen zij Jezus alleen laten, niet in staat ook maar één ogenblik met Hem te waken en te bidden.
Jezus als mens staat er alleen voor. Wij ook. Met God ben je alleen, en in het aanvaarden van je lijden ben je alleen, want niemand kan het in je plaats doen. Zowel de relatie met God als het aanvaarden van het lijden raken het diepste van je persoonlijkheid. Er komt maar licht over je lijden, zodra je, zoals Jezus, het lijden aanvaardt. Een geestelijke gedaanteverandering wordt alsdan mogelijk.
Jezus wordt stralend, lichtend. Zoiets gebeurt met de mens die God ontmoet: doorheen zijn wezen laat hij God zien. Jezus is in zijn gedaanteverandering een mens die in direct contact met God staat, en die door zichzelf heen God laat zien. In de aanvaarding van zijn mensheid, gekluisterd aan lijden en dood, wordt zijn lichaam transparant en laat het de lichtende onsterfelijkheid van zijn goddelijk wezen zien dat overstroomt van geluk op de apostelen zodat Petrus dat eeuwigheidsmoment wil doen blijven duren: ”Laten we hier drie tenten bouwen...”.
De apostelen waren kapot in het vooruitzicht van Jezus’ lijden en dood. Het wordt hun duidelijk gemaakt dat Jezus getransfigureerd wordt juist in het aanvaarden van zijn lijden en dood. Ze hebben misschien nog niets begrepen, maar ze hebben een lichtflits gekregen die hun toelaat verder te gaan met Jezus. Zo gaat het ook met ons. De ogenblikken van licht op onze weg met Jezus zijn kortstondig. En misschien krijgen wij die niet zelf. Er waren maar drie van de twaalf apostelen om Jezus één ogenblik te zien in zijn ware gedaante. Meestal moeten wij, zoals de negen anderen, luisteren naar de getuigen van Gods licht. Jezus’ licht kan je niet zien zonder alles prijs te geven dat je opgestapeld hebt tussen jezelf en Jezus. Het blijft moeilijk. Zelfs als God klare taal spreekt: “Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem”, dan is het uit een wolk die zijn aanwezigheid aanwijst door Hemzelf te verbergen.
En dan moeten we altijd gaan zoals Abraham, op stap naar het land dat God ons tonen zal, God die de weg maar toont in de stappen die we zetten.
Een nieuw perspectief (2017)
Het is van belang de lijn te zien in de omstandigheden die geleid hebben tot de gedaanteverandering.
Jezus bevindt zich in een ongemakkelijke situatie. Enerzijds beantwoordt zijn zending aan een verwachting: er is volkstoeloop om naar Hem te luisteren, vertrouwvol komt men tot Hem met de zieken (Matteüs 15, 29-31), en het enthousiasme bereikt zijn hoogtepunt bij de broodvermenigvuldiging (Johannes 6, 15).
Anderzijds verwekt Jezus een groeiende vijandigheid in het milieu van Schriftgeleerden en farizeeën. De leidende kaste der Sadduceeën heeft zelfs reeds vanuit Jeruzalem onderzoekers gestuurd om bezwarende bewijzen tegen Hem te verzamelen (Matteüs 15,1). Als Jezus verneemt dat Johannes de Doper, die zelf ook de massa bijeen kreeg, terechtgesteld werd (Matteüs 14, 13), verlaat hij het land om zich in veiligheid te brengen in de streek van Caesarea van Philippus, bij de bronnen van de Jordaan, in de huidige Golan. Jezus is overigens toch ook wel een beetje ontmoedigd omdat de massa de kern van zijn boodschap niet echt begrijpt, en Hem neemt voor de reïncarnatie van een of andere profeet (Matteüs 16, 14).
Daar, in de eenzaamheid en het gebed, doorziet Jezus de mislukking van zijn zending. Hij voorziet reeds zijn aanhouding en terechtstelling. Maar Hij is beslist om de zending die de Vader Hem heeft toevertrouwd door te zetten. Hij begint dan meteen zijn leerlingen voor te bereiden op het perspectief van zijn aanhouding en dood. De aankondiging van zijn passie (Matteüs 16, 21 v.) veroorzaakt echter een crisis bij zijn apostelen die Jezus’ defaitisme niet zien zitten, juist nu zijn populariteit op een hoogtepunt staat. Petrus probeert Jezus tot andere gevoelens te brengen, maar hij wordt bars afgescheept met een ‘weg, achter mij, Satan’ (Matteüs 16, 23).
In een zware communicatiecrisis is samen spreken misschien niet meer mogelijk, maar men kan nog altijd samen bidden. Jezus neemt zijn drie intieme getrouwen met zich mee om te gaan bidden. Bidden is lichtgevend. In het gebed kunnen we mislukking aanvaarden, en dit aanvaarden maakt een innerlijke gedaanteverandering mogelijk die toelaat de mislukking te boven te komen. Om het verhaal te brengen van die centrale ervaring in Jezus’ zending, wijkt Matteüs niet af van zijn symbolische voorstelling van Jezus als de tweede Mozes. De gelijkenis met de ervaring van Mozes op de Sinaï is sprekend. Mozes brengt er drie gezellen mee (Exodus 24, 9, vgl. Mt 17, 1). ‘Zes dagen later’ (Exodus 24, 16, vgl. Matteüs 17, 1), ontvangt hij de openbaring van God, en maakt hij een transfiguratie door (Ex 43,29).
Jezus kent een identieke ervaring. In het gebed ontvangt hij zijn situatie te kunnen aanvaarden, en zich erover met “Mozes en Elias” te onderhouden (1).
Dat Jezus de mislukking van zijn zending aanvaardt beantwoordt de Vader met de gedaanteverandering, zoals Hij Jezus’ dood met de verrijzenis zal beantwoorden. Van hun kant zouden de drie leerlingen, getuigen van zijn verheerlijking genoeg bemoedigd geweest moeten zijn om met Jezus te blijven als hij in de Olijfhof water en bloed zal zweten. Maar ook daar zullen ze Jezus alleen laten, niet in staat ook maar een ogenblik met Hem te blijven waken en bidden.
Als mens blijft Jezus alleen met zijn lijden, alleen tegenover zijn Vader. Ook wij zijn alleen met God met ons lijden dat niemand anders in onze plaats kan dragen. Zowel onze relatie met God als de aanvaarding van ons lijden raken het diepste van onze persoonlijkheid. Zoals voor Jezus, komt er maar licht over ons lijden als wij dat lijden aanvaarden. Dan wordt een geestelijke transfiguratie mogelijk.
Jezus straalt nu van licht. Als een mens God ontmoet laat zijn wezen Gods licht door. In zijn gedaanteverandering wordt Jezus’ menszijn transparant en laat de verblindende onsterfelijkheid zien van de Welbeminde Zoon die met zijn geluk de leerlingen overspoelt, zodat Petrus dat eeuwigheidsogenblik wil laten duren: “Slaan we hier drie tenten op …”.
De leerlingen waren gebroken bij het perspectief van Jezus’ lijden en dood. Het wordt hen duidelijk gemaakt dat Jezus getransfigureerd is bij het aanvaarden ervan. Misschien hebben ze nog echt niet alles begrepen, maar ze zijn geraakt door een straaltje licht dat hen toelaat verder met Jezus op te trekken.
Zo vergaat het ook ons. De lichtende ogenblikken op onze weg met Jezus zijn maar van korte duur. En misschien raken ze ons niet diep. En er waren maar drie op de twaalf apostelen om Jezus één ogenblik in zijn echte persoonlijkheid te aanschouwen. Ook wij moeten, zoals de negen andere, luisteren naar de getuigen van Gods licht. We kunnen Jezus’ licht maar zien als we alles, wat zich opgehoopt heeft tussen Jezus en onszelf, achter ons laten. Het is de sprong in het geloof. Zelfs als God duidelijk zegt: ‘Dit is mijn Welbeminde Zoon, luistert naar Hem’, zegt Hij dat in een wolk die zijn aanwezigheid aanduidt door ze te verhullen.
En daarna moeten we, zoals Abraham, ons op weg begeven naar het land dat God ons belooft
_
(1)
Bij Marcus is dat “Elias en Mozes”. Elias moest immers als eerste komen om de komst van de Messias voor te bereiden (vgl. v.10). Voor Matteüs is Elias maar secundair, omdat Jezus de nieuwe Mozes is.