1 Tessalonicenzen 1, 5c-10: Het woord van de Heer
De tekst
’Bijbel in gewone taal’
(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1879)
Jullie weten vast nog wel hoe bijzonder dat was.
Jullie hebben hetzelfde meegemaakt als ik en als de Heer Jezus. Toen jullie gingen geloven, hadden jullie het heel erg zwaar. En toch waren jullie blij! Daar zorgde de heilige Geest voor.
Jullie zijn een voorbeeld geworden voor alle christenen in de provincies Macedonië en Achaje. Door jullie is het goede nieuws over de Heer daar overal bekend geworden. En ook in de rest van de wereld hebben mensen gehoord over jullie geloof in God.
Ik hoef dan ook nergens meer iets over jullie te vertellen. Iedereen spreekt erover hoe goed jullie mij ontvangen hebben. Iedereen weet dat jullie voor God gekozen hebben, en niet meer in afgoden geloven. Iedereen weet dat jullie nu de ware, levende God dienen. En dat jullie wachten op zijn Zoon Jezus, die zal terugkomen uit de hemel. God heeft hem laten opstaan uit de dood. En op de dag dat God zal rechtspreken over alle mensen, zal Jezus ons redden.
Dichter bij de tijd
(Bewerking: C. Leterme)
Broeders en zusters,
je weten hoe ik bij jullie ben opgetreden
en hoe ik je belang op het oog had.
Je bent in mijn voetspoor getreden en in dat van de Heer.
Je hebt veel tegenkantingen ondervonden
toen je het woord aannam
met een vreugde die komt van de heilige Geest.
Zo werd je een voorbeeld
voor alle gelovigen in Macedonië en in Griekenland.
Want van jullie uit verspreidde zich het woord van de Heer,
niet alleen in Macedonië en Griekenland.
Overal werd je geloof in God bekend.
Ik hoef daar niets aan toe te voegen.
Want de mensen vertellen zelf hoe ik door jullie ontvangen ben.
Ze vertellen hoe je je van de afgoden keerde naar God,
en hoe je nu de levende en waarachtige God dienen
en uitzien naar de terugkomst uit de hemel van zijn Zoon Jezus,
die Hij uit de dood heeft opgewekt
en die ons zal redden van het komende oordeel.
Stilstaan bij ...
Het woord
Hiermee bedoelt Paulus de boodschap over Christus, wat wij nu kennen als het evangelie.
Macedonië en Achaje
Macedonië was in de tijd van Paulus een Romeinse provincie ten noordoosten van Achaje, de Romeinse naam voor het toenmalige Griekenland, de provincie waar Athene en Krinte in lagen.
De hoofdstad van Macedonië was Tessalonica.
Uit de hemel
In de oudheid zag men de wereld in drie verdiepingen:
| Boven het uitspansel | de hemel - woonplaats van het goede of de woning van God. |
| De aarde | woonplaats van de mens |
| Onder de aarde | de onderwereld, woonplaats van het kwaad |
Als men zegt dat Jezus ten hemel gevaren is, dan zegt men eigenlijk dat Jezus bij God is. Als Hij terugkomt, dan kan het dus niet anders dan dat Hij uit de hemel zal komen.
Bij de tekst
Brief aan de christenen van Tessalonica
Deze zinnen behoren tot de oudste tekst van het Nieuwe Testament. Het gaat om een brief die Paulus schreef aan de pas gestichte groep christenen in Tessalonica. Hij deed dat ongeveer 20 jaar na de dood van Jezus, wellicht vanuit Korinte.
Klik hier voor meer informatie over Tessalonica en de brief die Paulus aan de eerste christenen van die stad schreef.
Waar het om gaat
In deze tekst maken we kennis met de manier waarop Paulus tewerk gaat als hij komt bij mensen die geen jood zijn.
. zich afkeren van de afgoden
. zich keren naar de ene ware God
. kennismaken met Jezus.
Het evangelie van Paulus
De verzen 9 en 10 vormen de kortst mogelijke inhoud van wat Paulus te zeggen heeft:
- Wie is God? (Hij is levend en waarachtig)
- Wie is Jezus? (Hij is door God uit de dood opgewekt, Hij zal terugkomen en ons redden van het komende oordeel)
Suggestie
Jongeren
VERDIEPEN
Ons evangelie
In verzen 9 en 10 uit het eerste hoofdstuk van de brief van Paulus aan de christenen van Tessalonica krijgen we een heel korte samenvatting van wat hij aan de mensen vertelt.
Zoek met een paar hoe je de boodschap van Jezus nu zou samenvatten voor iemand die nooit iets met het christendom te maken had.
Bedenk dat dit de situatie was van Paulus:
Hij richtte zich
. ofwel naar de Joden, die geloofden in één God, die met zijn volk begaan was en een aantal richtingwijzers (tien geboden) had gegeven om hun leven uit te bouwen zoals Hij dat goed zou vinden.
. ofwel richtte hij zich naar mensen die geen jood waren en geloofden in veel goden, die elk aangeroepen werden bij een bepaalde nood.