Vieringen
‘Amen’ is een woord dat in het jodendom, in het christendom en in de islam vaak gebruikt wordt als slot van een gebed. Het betekent dan: ‘Ik sta achter dit gebed’, ‘ik ben het ermee eens’.
In kerkgemeenschappen met een grote interactie tussen de voorganger en de gelovigen zegt men ‘amen’ als men instemt met wat de voorganger zegt.
Amen
Betekenis
Het Hebreeuwse woord ‘aman’ betekent letterlijk: ‘vast, betrouwbaar, waar’ en komt in de Bijbel voor als een krachtige bevestiging: ‘zo zij het’, ‘het is waar’, ‘laat het zo zijn’. Het woord drukt vertrouwen en instemming uit.
Via het Grieks en het Latijn kwam het woord als ‘amen’ in het Nederlands terecht.
In de Arabische wereld gebruikt men het woord ‘amin’.
Amen en het Nederlands
‘Amen’ ligt in het Nederlands aan de basis van het werkwoord ‘beamen’ dat betekent: instemmen met iets, zeggen dat iets klopt, of ergens mee akkoord gaan.
B.v.: ‘Ik kan die uitspraak volledig beamen.’
Wortels in de Bijbel
Oude Testament
Bevestiging, instemming van zegen of vloek
Numeri 5, 22
“Als dit vloekbrengende water in uw ingewanden komt, zal uw buik opzwellen en zullen uw heupen invallen.' Daarop moet de vrouw zeggen: ‘Amen! Amen!'”
Wanneer een man zijn vrouw van ontrouw verdenkt, dan moet hij met zijn vrouw naar de priester gaan die haar water laat drinken waarin een met inkt geschreven vervloeking is opgelost. Die opgeschreven vervloeking moet de vrouw overkomen als ze schuldig is. Voor ze het water opdrinkt, moet ze de woorden ‘Amen, amen’ uitspreken, om zo de inhoud van de vloek te bevestigen.
Deuteronomium 27, 13-26
“De volgende stammen moeten op de Ebal gaan staan voor de vervloeking: Ruben, Gad, Aser, Zebulon, Dan en Naftali. Dan moeten de levieten het woord nemen en met luid tegen alle mannen van Israël zeggen: Vervloekt de man, die een gehouwen of gegoten beeld maakt en dat in het verborgene opstelt, want Jahwe verafschuwt het maaksel van zo'n beeldhouwer. En heel het volk antwoordt: Amen. Vervloekt wie zijn vader of moeder veracht. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie bij zijn buurman een grenssteen verlegt. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie een blinde de verkeerde weg wijst. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie de rechten van vreemdeling, wees of weduwe schendt. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie slaapt bij de vrouw van zijn vader; want hij licht het dek van zijn vader op. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie slaapt bij een dier. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie slaapt bij zijn zuster, een dochter van zijn vader of zijn moeder. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie slaapt bij zijn schoonmoeder. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie zijn naaste heimelijk neerslaat. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie steekpenningen aanneemt om onschuldig bloed te vergieten. En heel het volk zegt: Amen. Vervloekt wie de voorschriften van deze wet niet hooghoudt en ze niet volbrengt. En heel het volk zegt: Amen."
Wanneer het volk ‘amen’ zegt na elke vloek die over zonden uitgesproken wordt, maakt het duidelijk dat het ermee instemt.
Bevestiging van lofprijzing
1 Kronieken 16, 36
“Gezegend zij Jahwe, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En heel het volk riep: Amen! Loof Jahwe!”
Psalm 106
“Gezegend zij de Heer, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. En heel het volk zegge: amen! Godlof!”
Bevestiging van het verbond tussen God en zijn volk
Nehemia 8, 5-6
"Ten aanschouwen van heel het volk, hij stak immers boven allen uit, opende Ezra het boek. Op dat ogenblik gingen allen staan. En Ezra prees Jahwe, de grote God, en heel het volk antwoordde: 'Amen, amen!' Ze staken hun handen omhoog, bogen het hoofd en aanbaden Jahwe met het gezicht tegen de grond. "
Het twee keer na elkaar ‘amen’ zeggen, drukt krachtige instemming uit.
Einde van een gebed
Psalm 41, 14
“Geprezen zij de Heer, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen, ja amen.”
‘Amen’ in de zin van ‘het is zo’ of ‘het mag zo zijn’ sluit deze psalm af, en wordt in dit geval door de schrijver of samensteller ook gebruikt als slotwoord van het eerste boek psalmen.
Psalm 72, 19
“Geloofd zij voor eeuwig zijn heerlijke naam: moge zijn heerlijkheid heel de aarde vervullen. Amen, ja amen.”
‘Amen’ sluit het tweede boek Psalmen af.
Psalm 89
“Geloofd zij voor eeuwig de Heer! Amen, ja amen.”
‘Amen’ sluit het derde boek Psalmen af.
Nieuwe Testament
In het begin van een tekst
In de evangelies wordt het woord ‘amen’ in het begin van een tekst vaak vertaald met: ‘voorwaar’, ‘echt waar’, ‘waarlijk’, ‘zeker’, ‘stellig’.
Matteüs 5, 18
“Want voorwaar (amen), Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat een jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles gebeurd is.”
Met het woord ‘amen’ benadrukt Jezus het belang van zijn woorden.
Johannes 1, 51
"En Jezus voegde eraan toe: “Voorwaar, voorwaar (amen, amen), Ik zeg je: je zult de hemel open zien en de engelen van God zien opstijgen en neerdalen in dienst van de Mensenzoon.”
Typisch voor het evangelie volgens Johannes is dat Jezus een uitspraak dikwijls inleidt met een dubbel ‘amen’, wat extra het belang benadrukt van de woorden die volgen.
Op het einde van een gebed
Amen in de zin van ‘het zij zo’ of ‘het mag zo zijn’ wordt niet alleen als antwoord gebruikt door toehoorders die zo bevestigen wat gezegd is en het aannemen alsof ze dat zelf gezegd of geschreven zouden hebben (beamen), maar ook door een spreker of schrijver als slotwoord. Zo beëindigt Paulus veel van zijn brieven met een gebed dat eindigt met ‘amen’.
Romeinen 9, 5
“God, die boven alles verheven is, zij gezegend tot in eeuwigheid! Amen.”
Romeinen 11, 36
“Want uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen.
Hem zij de glorie in eeuwigheid! Amen.”
Romeinen 15, 33
“De God van de vrede zij met u allen! Amen.”
Romeinen 16, 27
"Aan Hem, de enige, alwijze God, zij de heerlijkheid door Jezus Christus in de eeuwen der eeuwen! Amen."
Galaten 1, 5
"Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen."
Galaten 6, 18
“Broeders, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.”
1Timoteüs 6, 16
“(God) die alleen onsterfelijkheid bezit en woont in ongenaakbaar licht. Geen mens heeft Hem gezien of is in staat Hem te zien. Hem zij eer en eeuwige macht! Amen.”
1Petrus 5, 10-11
“De God van alle genade, die u in Christus tot zijn eeuwige heerlijkheid heeft geroepen, Hijzelf zal u na een korte tijd van lijden herstellen en bevestigen en stevig zetten op hechte grondslagen. Hem is de kracht in eeuwigheid. Amen.”
2Petrus 3, 18
“Neem toe in de genade en de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de eer, nu en in eeuwigheid! Amen.”
Judas 1, 25
“De enige God onze Heiland, door Jezus Christus onze Heer, zij heerlijkheid, majesteit, kracht en macht, voor alle eeuwen, en nu, en tot in alle eeuwigheid! Amen.”
Openbaring 22, 20-21
"Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heer Jezus! De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen. Amen."
Als ‘titel’ voor Jezus
Openbaring 3, 14 -15
“En schrijf aan de engel van de kerk te Laodicea: Zo spreekt ‘Amen’, de getrouwe en waarachtige getuige, de oorsprong van de schepping Gods: Ik ken uw daden: gij zijt noch koud noch heet. Waart gij maar koud of heet!”
Met 'Amen' wordt Jezus bedoeld die aan de gemeente van Laodicea voorgesteld wordt als de bevestiging van de waarheid van God. Hij is betrouwbaar is en realiseert wat het plan van God is. Door zijn woorden te laten voorafgaan met ‘amen’ garandeert Hij de waarheid en de kracht ervan.