Loading...
 

David en Goliat

1 Samuel 17: David en Goliat

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 424-427)

De Filistijnen wilden weer een oorlog beginnen tegen Israël. Ze kwamen bij elkaar in Socho, in het gebied Juda. Ze maakten een kamp tussen de steden Socho en Azeka, bij de plaats Efes-Dammim.
Saul verzamelde het leger van Israël en maakte een kamp in het Eikendal. Daar stelden de Israëlieten zich tegenover de Filistijnen op. De Filistijnen stonden op de ene berg, en de Israëlieten op de andere berg. Het dal lag tussen hen in.

Toen kwam er uit het kamp van de Filistijnen een sterke soldaat naar voren. Zijn naam was Goliat en hij kwam uit de stad Gat. Hij was bijna 3 meter lang. Hij had een bronzen helm op zijn hoofd, en hij had een harnas aan dat meer dan 50 kilo woog. Om zijn benen had hij bronzen beschermplaten, en op zijn rug hing een bronzen zwaard. Zijn speer was zo dik als een paal, en de punt van de speer was gemaakt van 6 kilo ijzer. Een knecht droeg het schild van Goliat en liep voor hem uit.

Goliat ging in het dal staan en riep naar de Israëlieten: ‘Waarom zijn jullie eigenlijk hierheen gekomen? Om te vechten? Ik ben een Filistijn, niemand is de baas over mij. Maar jullie zijn slaven van Saul. Kies één van jullie soldaten uit en laat hem naar mij toe komen. Als hij mij verslaat, dan zullen wij jullie slaven worden. Maar als ik hem versla, dan zullen jullie onze slaven worden. Dan moeten jullie voor ons werken. Stuur een soldaat, dan kunnen we tegen elkaar vechten.’
Saul en alle Israëlieten hoorden wat Goliat zei. Ze schrokken en waren doodsbang.

David was een zoon van Isaï uit Betlehem. Die stad ligt in het gebied Efrata in Juda. Isaï had acht zonen. Hij was zelf te oud voor het leger toen Saul koning was. Maar zijn drie oudste zonen waren wel soldaten in Sauls leger. De oudste zoon heette Eliab, de tweede Abinadab en de derde Samma. David was de jongste zoon van Isaï. David werkte voor Saul, maar hij ging ook vaak terug naar Betlehem. Daar zorgde hij voor de schapen en de geiten van zijn vader.
Intussen stond Goliat elke ochtend en elke avond in het dal. Dat gebeurde veertig dagen achter elkaar.
Op een dag zei Isaï tegen David: ‘Ga snel naar het legerkamp. Ga naar je broers en neem een zak graan en tien broden voor ze mee. Neem ook tien stukken kaas mee voor hun legerleider. Vraag aan je broers hoe het met ze gaat. En vertel dat dan weer aan mij.’
Saul was met zijn leger in het Eikendal. En de broers van David hoorden bij het leger van Saul. Het was nog steeds oorlog met de Filistijnen.

De volgende ochtend stond David al vroeg op. Hij liet de schapen en de geiten achter bij een knecht. Hij deed alles wat Isaï gezegd had en ging op weg.
Toen hij het kamp binnenkwam, waren de Israëlieten zich net aan het voorbereiden op de strijd. Ze begonnen te schreeuwen en stelden zich op om te vechten. Ze stonden tegenover de Filistijnen. David liet al zijn spullen achter bij een knecht en rende naar het leger. Toen hij bij zijn broers kwam, vroeg hij hoe het met hen ging.

Terwijl David met zijn broers praatte, kwam er een man uit het kamp van de Filistijnen tevoorschijn. Het was de sterke soldaat Goliat, die uit de stad Gat kwam. Hij begon te schreeuwen, zoals hij dat elke dag deed. David hoorde wat hij zei.
Toen de soldaten van Israël Goliat zagen, werden ze bang. Ze vluchtten weg en zeiden tegen elkaar: ‘Heb je die man gezien? Hij wil maar één ding: hij wil Israël vernederen. Degene die hem verslaat, krijgt een grote beloning. Hij mag met de dochter van de koning trouwen. De koning zal hem rijk maken. Bovendien hoeft zijn familie geen belasting meer te betalen.’

David zei tegen de mannen om hem heen: ‘Wat gebeurt er met de man die Goliat verslaat? Wat gebeurt er als iemand Israël bevrijdt van Goliats beledigingen? Denkt die ongelovige Filistijn misschien dat het leger van de levende God niets waard is?’ Toen vertelden de soldaten opnieuw wat de beloning was voor het verslaan van Goliat.
Eliab, de oudste broer van David, hoorde wat David allemaal zei. Eliab zei woedend: ‘Wat kom je hier eigenlijk doen? Moet jij niet in de woestijn op die paar schapen en geiten passen? Je bent alleen maar gekomen om naar een gevecht te kijken. Zo brutaal ben je wel!’
‘Wat heb ik verkeerd gedaan?’ zei David. ‘Ik stelde alleen maar een vraag.’ Toen draaide hij zich om en stelde zijn vraag ook aan andere soldaten. Zij gaven hem allemaal hetzelfde antwoord. Na een poosje wist iedereen wat David gevraagd had.
De soldaten vertelden het ook aan Saul. Toen wilde Saul dat David bij hem kwam.

David zei tegen Saul: ‘U moet niet bang zijn voor die Filistijn. Ik zal tegen die man gaan vechten.’ Maar Saul zei: ‘Jij kunt helemaal niet tegen die Filistijn vechten. Jij bent nog maar een jongen en hij is een man. Hij vecht al vanaf zijn jeugd.’
Toen zei David: ‘Ik pas vaak op de schapen en geiten van mijn vader. Soms komt er een leeuw of een beer die een schaap grijpt. Dan ga ik erachteraan en sla dat wilde dier neer. En ik red het schaap uit zijn bek. En als het wilde dier tegen mij op springt, grijp ik het bij zijn keel en dood ik het.
Ik heb dus leeuwen en beren verslagen. En met die ongelovige Filistijn zal het net zo gaan. Want hij denkt dat het leger van de levende God niets waard is. De Heer heeft mij al vaak geholpen als ik aangevallen werd door leeuwen en beren. Hij zal mij nu ook helpen als ik vecht tegen die Filistijn.’
Toen zei Saul tegen David: ‘Ga dan maar. De Heer zal je helpen.’

Saul wilde dat David een helm zou opzetten en een harnas zou aantrekken. Hij gaf hem daarom zijn eigen bronzen helm en zijn eigen harnas. David maakte het zwaard van Saul vast aan zijn riem. Hij probeerde een stukje te lopen. Maar dat lukte niet, omdat hij niet gewend was om in een harnas te lopen. Daarom zei hij tegen Saul: ‘Ik kan hier niet in lopen. Dat ben ik niet gewend.’ En hij trok het harnas van Saul weer uit.
Toen pakte David zijn stok. Daarna zocht hij in een kleine rivier vijf gladde stenen voor zijn slingerwapen. Die stopte hij in zijn tas. En terwijl hij naar Goliat liep, hield hij zijn wapen in zijn hand.

Ook Goliat kwam steeds dichterbij. Voor hem liep een knecht met zijn schild. Toen zag Goliat dat David een knappe jongen was met rood haar. En omdat David nog heel jong was, begon Goliat hem belachelijk te maken. Hij zei: ‘Ben ik soms een hond? Kom je daarom naar mij toe met een stok? Mijn goden zullen ervoor zorgen dat het slecht met je afloopt. Kom maar hier, als je durft. Dan voer ik je aan de vogels en de wilde dieren.’
Maar David zei: ‘Jij vertrouwt op je wapens. Maar ik vertrouw op de machtige Heer, de God die het leger van Israël helpt. Jij denkt dat die God niets waard is. Maar vandaag zal de Heer ervoor zorgen dat ik jou versla. Ik zal je hoofd afhakken, en ik zal de andere Filistijnen voeren aan de vogels en de wilde dieren. Dan zal de hele wereld weten dat Israël een God heeft. Dan zal iedereen weten dat de Heer iemand zonder wapens kan laten winnen. Want de Heer beslist wie de strijd zal winnen, en hij zal mij helpen.’

Goliat wilde David aanvallen, en hij kwam steeds dichterbij. David rende naar Goliat toe en pakte een steen uit zijn tas. Hij deed die in zijn slingerwapen en gooide hem naar Goliat. De steen raakte het voorhoofd van Goliat zo hard, dat hij voorover viel. Zo won David de strijd met een slingerwapen en een steen. Hij versloeg Goliat en doodde hem, ook al had hij niet eens een zwaard.
David rende naar Goliat toe. Toen hij bij hem stond, pakte hij het zwaard van Goliat. Daarmee hakte hij het hoofd van Goliat af. Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was, vluchtten ze weg.
Maar toen kwamen de soldaten van Israël en Juda. Zij begonnen te schreeuwen en ze achtervolgden de Filistijnen. Ze achtervolgden hen tot aan de stad Gat en tot aan de poorten van Ekron. Overal lagen dode Filistijnen, vanaf Saäraïm tot aan Gat en Ekron. Na de achtervolging gingen de Israëlieten terug. Ze gingen naar het legerkamp van de Filistijnen en roofden het helemaal leeg.

David pakte het hoofd van Goliat om het mee te nemen naar Jeruzalem. De wapens van Goliat legde hij in zijn tent.
Saul had gezien dat David tegen Goliat gevochten had. Hij vroeg aan zijn legerleider Abner: ‘Wie is de vader van die jongen eigenlijk?’ Maar Abner zei: ‘Koning, dat weet ik echt niet.’ Daarom moest Abner gaan uitzoeken wie de vader van David was.
Toen David terugkwam van zijn overwinning, bracht Abner hem naar Saul. David had het hoofd van Goliat nog in zijn hand. Saul vroeg aan David wie zijn vader was. En David antwoordde: ‘Mijn vader is uw dienaar Isaï uit Betlehem.’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Saül was de koning van Israël. Hij voerde oorlog tegen de Filistijnen,
die hun troepen verzamelden op de berghelling aan de ene kant.
De Israëlieten verzamelden hun troepen
op de berghelling aan de andere kant.
Tussen hen in lag het dal.
Uit het kamp van de Filistijnen kwam er een man naar voren.
Hij heette Goliat. Hij was bijna drie meter lang,
had een bronzen helm op zijn hoofd en droeg een pantser van brons.
Over zijn schouder had hij een bronzen kromzwaard,
in zijn hand een lans met een ijzeren punt.
'Waarom komen jullie naar hier?' riep hij naar de Israëlieten.
Om oorlog te voeren? Wel, laat maar iemand naar me komen.
Als die me verslaat, zal ik je dienen.
Ben ik sterker, dan worden jullie onze slaven.'
Toen Saul en de Israëlieten dat hoorden, werden ze heel bang.
Veertig dagen na elkaar riep Goliat iedere morgen en avond hetzelfde.

Op een dag zei Isaï tegen zijn zoon David:
'Breng vlug die zak geroosterd graan en deze tien broden
naar je broers in het leger. Zie eens hoe het met hen gaat.
De volgende ochtend vroeg David aan een andere herder
om voor zijn schapen te zorgen.
Dan ging hij met de proviand naar het front, waar zijn broers waren.

'Hoe gaat het met jullie?' vroeg Goliat.
Daarna zei hij weer hetzelfde als alle vorige dagen.
De Israëlieten die hem zagen sloegen op de vlucht. Ze waren bang.
'Wat gebeurt er met de man die hem verslaat?' vroeg David.
'Die mag trouwen met de dochter van de koning,' zeiden de soldaten,
'en zijn familie moet dan geen belastingen meer betalen.'

Saul hoorde over David en riep hem bij zich.
David zei: 'Niemand mag de moed verliezen, omwille van die Filistijn!
Ik zal met hem gaan vechten.'
Maar de koning zei: 'David, dat kun je niet maken!
Je bent veel te jong en hij is een echte vechtersbaas.'
Maar David zei: 'Als ik voor de schapen van zijn vader zorg,
rooft er soms een leeuw of een beer een schaap uit de kudde.
Dan loop ik die achterna, sla dieneer en red het schaap uit zijn muil.
En valt het dier mij aan, dan sla ik het dood.
Met deze Goliat zal ik hetzelfde doen, want hij ons durft uit te dagen. God, die me uit de klauwen van leeuwen en beren gered heeft,
zal me redden uit de handen van die Filistijn.'
'Ga dan. Ik hoop dat God met jou zal zijn' zei koning Saul

Saul gaf David zijn eigen kleed en zijn een bronzen helm,
deed hem een harnas aan en omgordde hem met zijn zwaard.
Maar omdat David daar zich niet in kon bewegen,
hielp men hem er weer uit.
Dan nam David zijn stok en zocht vijf gladde stenen in de beek,
deed ze in zijn tas en ging met zijn slinger in de hand op Goliat af.
Die zag David, bekeek hem eens goed en begon hem te bespotten.
'Ben ik soms een hond, dat je met een stok op me afkomt?
Kom maar, dan geef ik je te eten aan de vogels en de dieren' zei hij.
'Jij komt op me af met zwaard en ander tuig,' zei David,
'maar ik kom op je af met de naam van God, die je uitgedaagd hebt.'
Toen begon Goliat aan te vallen en naderde David.
David rende Goliat tegemoet. Hij nam een steen uit zijn tas,
slingerde die naar Goliat en trof hem tegen het voorhoofd.
De steen drong in het hoofd en Goliat viel op de grond.
David trof hem dodelijk met zijn slinger en steen.
Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was, vluchttten ze weg.
David ging naar Jeruzalem
en werd daar verwelkomd met feest en muziek.



Stilstaan bij ...

Saul
(= de afgebedene, de gevraagde) - de stammen van Israël hadden JHWH om een koning gevraagd.
Saul leefde van ± 1040 tot ± 1010 en werd dus niet ouder dan 30 jaar. Hij was in veel opzichten een rechter uit de vorige periode. Hij was een herenboer met militaire kwaliteiten, maar geen groot politicus en ook geen goede organisator.
De stammen die hem tot koning uitriepen, behielden elk hun onafhankelijkheid. Alleen als hij oorlog voerde had hij het recht weerbare mannen op te roepen. Elke Israëliet was verplicht zo’n oproep te volgen.
Na verloop van tijd werd koning Saul een oosters despoot.

Israël
(= strijder met God)
Sinds het gevecht van Jakob bij de beek Jabbok, wordt Jakob ook Israël genoemd. Hij is de stamvader van het volk Israël. Deze naam ligt aan de basis van de woorden: ‘Israëlieten’, de bewoners van het land Israël in de Oudheid, en ‘Israëli's’, de naam voor de bewoners van de huidige staat Israël.

Filistijnen
De Filistijnen bewoonden oorspronkelijk het zuidelijk deel van Klein-Azië, Kreta en andere eilanden in de Middellandse Zee. Rond 1200 voor Christus werden ze uit hun woongebieden verjaagd door volkeren uit het noorden. Het waren uitstekende zeevaarders en krijgers. Ze gebruikten al wapens van ijzer toen de Israëlieten alleen maar bronzen wapens kenden.

Dal
Dit dal werd het 'Dal van de terebinten' genoemd. Een terebint of terpentijnboom is een indrukwekkende bomen die wat op een eik lijkt.
Dit Dal nu de Ela Vallei genoemd, naar het beekje wat er doorheen loopt en waarin David wellicht zijn gladde stenen zocht. (1 Samuël 17, 40)

Goliat
(= Glans)
Goliat was een Filistijn afkomstig van Gat (= wijnpers), een Filistijnse stad waarin de Enakieten, de 'kinderen van Enak', woonden. Er wordt ook gezegd dat de naam 'enakieten' betekent: 'langnekken'. Volgens de traditie waren het reuzen.
Goliat zou een kleine drie meter lang geweest zijn. Omdat de gemiddelde lichaamslengte toen niet groot was, was dit indrukwekkend.

Lans
De 8,5 kg zware punt van de lans van Goliat was in ijzer uitgevoerd - in die tijd een nieuwe vinding.

David
(= de geliefde)
David was de tweede koning van Israël en leefde rond 1000 jaar voor Christus. Hij was zo’n belangrijk koning dat de naam die zijn vader hem bij de geboorte gaf niet meer bekend is. De mensen noemden hem: de geliefde.

Leger
Het leger van koning Saul bestond uit Israëlieten die oud genoeg waren om te vechten tegen de vijand. De tijd dat de soldaten in het kamp zaten, moesten ze zelf zorgen voor hun eten en drinken. Daarom vroeg de vader van David om zijn broers in het leger brood, graan en kaas te brengen.

Harnas
Een harnas werd gemaakt van leder of van metaal (bijvoorbeeld brons) en diende om de borst te beschermen tegen messteken of de houwen van een zwaard. Zo’n harnas was meestal zwaar: dat van Goliat woog meer dan 50 kilo. Voor de armen en de benen gebruikte men andere beschermstukken.
Merk op: Goliat wordt in zijn harnas voorgesteld als een Griekse hopliet uit de 5e eeuw voor Christus en niet als een Filistijns krijger uit de 10e eeuw!

Slinger
Dit was een soort riem van leder of gevlochten wol, die in het midden breder was om er een steen of een kluit aarde in vast te houden. Men stak de middelvinger door de lus aan het ene uiteinde van de riem en nam het andere uiteinde in dezelfde hand vast. Na een paar snelle, draaiende bewegingen liet men op het juiste moment één uiteinde los, zodat het projectiel wegschoot. Met een slinger hielden herders hun kudde bijeen en konden ze wilde dieren op afstand houden.
De meeste legers in de oudheid hadden een speciaal korps slingeraars.

Jeruzalem
(= stad van vrede)
Religieus en politiek centrum, gelegen in Juda. In de tijd van David te vergelijken met een Kanaänitische stadsstaat.





Bij de tekst

Paralellen in andere culturen

Wie niet sterk is, moet slim zijn
De ongewapende strijd tegen een reus of een draak ..., de arme of het kleintje dat het wint van de rijke of de grote ..., is een thema dat vaak in sprookjes terugkomt en meestal gekoppeld wordt aan de strijd tussen goed en kwaad.

Bijvoorbeeld:
. Klein Duimpje
. Hans en Grietje
. De gelaarsde kat
. De Bremer stadsmuzikanten
. De schildpad en de haas
. ...



De schrijvers van de verhalen over David

Men veronderstelt dat iemand uit de naaste omgeving van de profeet Natan, de auteur is van grote gedeelten uit de boeken Samuel. Hoogstwaarschijnlijk werden die boeken - in de vorm waarin ze nu bekend zijn - samengesteld op basis van oude verhalen, kronieken en archiefstukken, tijdens de Babylonische Ballingschap (6e eeuw)
De auteurs zorgden ervoor dat die oude verhalen in een historisch kader pasten en voegden hier en daar theologisch commentaar toe. Bijvoorbeeld :
God was niet alleen bij zijn volk bij de uittocht uit Egypte of bij de intocht in Kanaän, Hij is ook aanwezig in het gewone dagelijks leven van Israël toen de koningen het bestuurden.
Hun bekommernis was niet alleen een beeld te geven van hoe de geschiedenis van Israël er uitzag, maar ook om vanuit de kennis van de geschiedenis lessen te trekken voor de actualiteit.



Echt gebeurd?

Of David Goliat echt verslagen heeft met een steen uit een slinger is niet te achterhalen. Bovendien staat in 2 Samuel dat een zekere Elchanan Goliat heeft geveld.

"En toen het enige tijd later nogmaals tot een gevecht kwam met de Filistijnen, in Gob, versloeg Elchanan, de zoon van Jaäre-Oregim, uit Betlehem, de Gittiet Goliat, wiens lansschacht als een weversboom was." (2 Samuël 21, 19)

. Was Elchanan misschien de echte naam van David? Want 'David' betekent 'de geliefde' en was dus een koosnaam en niet de eigennaam van die koning.
. Of werd het verhaal over Elchanan die Goliat versloeg gebruikt in de verhalencyclus van David om zijn heldhaftigheid te illustreren?
. Of waren er meerdere Goliats? Goliat was toen vermoedelijk net zo populair als Jan in onze streken.
. Sommige geleerden denken dat Goliat een titel is en geen eigennaam.


"Dat de militair goed georganiseerde Filistijnen zich lieten verrassen en intimideren door een rosse schapenhoeder is een mooi maar ongeloofwaardig verhaal."
Klaas VAN STEENHUYSE, Van Abraham tot Jezebel - Wat archeologie ons leert over de verhalen van de Bijbel, Davidsfonds uitgeverij, 2010, p. 111.



Betekenis

. Een bazige levenshouding heeft geen toekomst. Een bemoedigende gedachte voor mensen die slachtoffer worden van de 'bazigheid' van anderen. Een uitdaging voor leidersfiguren om zich niet boven anderen te verheffen.

. De dodelijke treffer van de slinger van David kan puur 'geluk' geweest zijn, maar voor de schrijver is het een duidelijke illustratie van de hulp van God. Hij is immers geen historicus, maar een gelovige die de boodschap brengt dat God het volk Israël niet in de steek laat. Met beeldende taal zegt de schrijver eigenlijk dat het wapen waarmee David de reus neervelt niet de slinger of de steen is, maar de moed waarmee hij naar voren treedt, gebaseerd op zijn geloof in God.

. Dit verhaal maakt duidelijk wie van de twee gezalfde koningen de echte herder-koning is: David die ten strijde trekt als een herder die zich aan God toevertrouwt.



Ken je taal

David tegen Goliat
Deze uitdrukking wordt gebruikt om de spanning om de relatie weer te geven tussen een zwakkere of kleinere underdog en een veel grotere en sterkere tegenstander, waarbij de 'kleine' het haalt tegen de 'reus'.



Twee levenswijzen

Saül / Goliat David
hechten belang aan het uiterlijk: wapens, macht, afschrikkingis zichzelf
hebben een indrukwekkend wapenarsenaalheeft een primitief wapen: slinger
vertrouwen op eigen machtvertrouwt op God




Reuzen

Dit zijn bijzonder lange mensen, maar in de Bijbel zijn het vooral mensen die overmoedig voor niets of niemand bang zijn en met God geen rekening willen houden.





Suggesties

Kleine kinderen

INLEVEN

Zijn als David

- Beeld je in dat je de kleine David bent: voor jou staat de grote Goliat.
- Wat denk je?
- Hoe voel jij je?

Leg het verband met het leven van de kinderen.
- Was jij ook al eens bang zoals David?
- Wat heb je toen gedaan?
- Heeft er iemand jou toen geholpen?
- Hoe heeft die dat gedaan? (Wat heeft die toen gezegd of gedaan?)



Werken met illustraties

Materiaal
Zoek een aantal illustraties bijeen over David en Goliat. Tracht hierbij verschillende momenten uit het verhaal te vinden
Maak hiervoor gebruik van verschillende kinderbijbels.


Verloop
Vertel het verhaal van David en Goliat.
Maak hierbij gebruik van de verschillende illustraties.
Leg ze daarna op de grond of op een tafel.
- Welke prent vind je heel fijn? Waarom is dat?
- Welke prent vind je helemaal niet fijn? Waarom is dat?





DOEN

Kleuren

Bezorg de kinderen een kopie van deze tekening.

Kleurplaat

Eerst vertellen de kinderen wie de personen op het blad zijn. Hoe hun namen zijn, en wat er gebeurt.
Daarna kleuren ze deze tekening in.





ZINGEN

Elly en Rikkert: David en Goliat

Klik hier om kennis te maken met dit lied.




Grote kinderen

EVEN TESTEN

Wie zegt wat?

(Geïnspireerd door: ‘debijbel.nl/Bijbel Basics, David en Goliat, 3 mei 2020, p. 10)

Vooraf
Schrijf op stroken papier de volgende zinnen of woorden:

GOLIATDAVID
Ik ben groot.Ik ben klein.
Ik heb een speer.Ik heb een slinger.
Ik hoor bij de Filistijnen.Ik hoor bij het volk Israël.
Ik draag een harnas.Ik draag gewone kleren.
Ik ben een soldaat.Ik ben een herder.
Ik kom uit de stad Gat.Ik kom uit de stad Betlehem.
Ik vertrouw op mijn wapens.Ik vertrouw op God.
Ik val neer.Ik blijf rechtop.





Activiteit
Leg de stroken papier door elkaar.
Leg de woorden DAVID en GOLIAT ernaast.
De kinderen leggen de zinnen bij de persoon die die zinnen zou kunnen uitgesproken hebben.





INLEVEN

Gesprek

^
De kinderen herkennen Goliat in wie gewelddadig is, zich anders voordoet, bluft, uiterlijk vertoon belangrijk vindt.
Ze herkennen David in wie zichzelf is.


Bespreek
- Wanneer ben ik zoals Goliat?
(als ik de baas speel; als ik anderen uitlach, ...)

- Wanneer ben ik zoals David?
(als ik aandacht heb voor de zwakken ...)



Lege stoel (bibliodrama)

. Ga met de kinderen in een kring zitten.
Vertel het verhaal van David en Goliat.

. Plaats een extra stoel in de kring, een stoel die 'leeg' is, waar niemand op zit.
Draai de stoel rond op één poot en zeg dat dit de stoel is voor David, die er (fictief) gaat op zitten.
De kinderen mogen vragen stellen aan David.
Na elke vraag nodig je de kinderen uit om goed te luisteren naar het antwoord dat David geeft. Wie een antwoord 'gehoord' heeft, mag achter de 'lege' stoel staan, om het antwoord te geven dat ze van David hoorden.

. Draai de stoel terug rond op één poot. Het is nu terug een gewone stoel, die je opzij zet.
Bespreek met de kinderen hoe het was om even David te zijn.

. Lees het stukje uit het verhaal voor dat bij de kinderen het meest indruk heeft gemaakt, of lees het verhaal in zijn geheel voor als afsluiting.


TIP
Bereid zelf een aantal vragen voor. Bv.:
- Wat dacht je toen je voor de grote Goliat stond?
- Was je niet liever gewoon een herder gebleven?
- Wat vind jij ervan dat de soldaten weglopen als ze Goliat zien?


Belang
. Deze activiteit is belangrijk omdat ze de kinderen uitnodigt om de werkelijkheid te bekijken vanuit het standpunt van iemand anders.

. Het ritueel met de stoel (draaien rond één poot) is belangrijk omdat die stoel anders 'de stoel van David' zou kunnen blijven.





BELEVEN

Het grote talent van David

Vertel over David en Goliat.
Sta erbij stil dat David een herder is, die 'super goed' met een slinger stenen kan gooien.
Vraag aan de kinderen:
- Waar ben jij super goed in?
- Op welke manier kun jij zo goed doen voor anderen?





DOEN

Woordcollage

De kinderen zoeken in kranten / op het internet naar artikels waarin ze 'David' en 'Goliat' herkennen.


Aansluitend gesprek
- Welke 'stenen' kunnen wij gebruiken om de Goliats van deze tijd te verslaan?





ZINGEN

Elly en Rikkert: Dapper als David

Klik hier om dit lied te beluisteren en mee te zingen.