Inhoudstabel
…page…
Eerste kennismaking
Waar?
Gibea lag op ongeveer 6 km ten noorden van de oude stad Jeruzalem, ten oosten van de weg van Jeruzalem naar Sichem. Het was een stad in het gebied van Benjamin en de geboorteplaats en woonplaats van koning Saul.
Gibea wordt nu algemeen geïdentificeerd met de ruïne Tell el-Ful.
Over de naam
Gibea betekent ‘heuvel’ in het Hebreeuws en verwijst naar de geografische ligging op een heuveltop in Israël. Dit maakte de stad strategisch belangrijk op vlak van zichtbaarheid en verdediging. De stad lag ook dicht bij het kruispunt dat het oostwestverkeer van Gezer naar Jericho bewaakte.
Omdat er nog plaatsen in de Bijbel die Gibea heten, wordt dit Gibea ook ‘Gibea van Saul’ genoemd, omdat Saul er woonde toen hij koning was en van Gibea de eerste hoofdstad van Israël had gemaakt.
Geschiedenis van Gibea
Verwoesting van Gibea
Volgens de Bijbel (Rechters 19-20) werd iemand die gastvrijheid bood aan een Leviet en zijn bijvrouw gedwongen de Leviet over te leveren. In plaats daarvan bood de gastheer zijn dochter en de bijvrouw van de Leviet aan. Uiteindelijk werd de bijvrouw gedood.
Dit was de aanleiding van een burgeroorlog tussen de stammen van Israël en Benjamin. Uiteindelijk werden duizenden Benjaminieten gedood en werd Gilbea verwoest.
Eerste hoofdstad van Israël
Koning Saul, lid van de stam Benjamin en eerste koning van Israël, woonde in Gibea. De Bijbel beschrijft hem als een knap man die groot van gestalte was. Zijn zalving als koning plaatst hem in de overgang in de geschiedenis van Israël van een los verband van stammen naar een monarchie.
Saul en Jonatan maakten Gibea tot de basis van hun militaire operaties. Later werden er zeven zonen van Saul opgehangen uit wraak voor de moord op de Gibeonieten (2 Samuel 21, 1-6). Dit kan erop wijzen dat de rest van de hofhouding na de dood van de koning in Gibea bleef wonen.
Actuele situatie
Tell el-Ful (de vermoedelijke locatie van Gibea, de stad van Saul) ligt in het huidige noordelijke stadsgebied van Jeruzalem, vlakbij moderne wijken als Beit Hanina en Shuafat.
Men deed er archeologische opgravingen en vond daarbij de resten van een versterkt gebouw dat mogelijk was uit de IJzertijd I of II, de tijd van Saul (ca. 11e eeuw voor Christus).
De ruïnes zijn niet uitgebreid, maar kunnen passen bij een koninklijke nederzetting of een klein paleis, dat mogelijk gebouwd werd door of voor koning Saul. Maar daar is geen sluitend bewijs voor. Sommigen vinden de ruïnes niet rijkelijk genoeg gedecoreerd voor een ‘paleis’ van een koning. Anderen interpreteren de ruïnes als een militaire post.
Bovendien zijn de resten van het bouwwerk slecht bewaard. Er zijn grote, ruw bewerkte stenen in onregelmatige lagen. In het fort vond men veel aardewerk uit de tijd van Saul tot en met de ijzertijd.
De heuvel Tell el-Ful zelf bleef opvallend leeg, omdat koning Hoessein van Jordanië er in1965 begon met de bouw van een paleis. Dat project werd stilgelegd door de Zesdaagse Oorlog in 1967. De betonnen ruïne van het onafgewerkte paleis staat nog steeds bovenop de heuvel.
Klik hier voor een uitgebreid zicht op de ruïne.
Wetenswaardigheden
Saul
Gibea was de geboortestad en verblijfplaats van Saul, de eerste koning van de Israëlieten. Zijn regering wordt gekenmerkt door zowel successen als mislukkingen. Zijn eerste overwinningen in gevechten tegen de vijanden van Israël tonen de hoop die men in hem stelde. Naarmate hij minder met God rekening hield, werd zijn leven een verhaal dat waarschuwt voor de gevolgen van leiderschap zonder verantwoording.
Gibea in de Bijbel
Oude Testament
1 Samuël 10, 26
“Ook Saul ging huiswaarts, naar Gibea, en met hem gingen de dapperen die God daartoe aandreef. “
Saul ging naar zijn huis in Gibea nadat hij tot koning gezalfd werd.
1 Samuël 11, 4
“Toen Nachas, de Ammoniet, oprukte en het beleg sloeg voor Jabes in Gilead, deden de burgers van Jabes hem eensgezind het volgend voorstel: ‘Als je een verbond met ons sluit, zullen wij ons aan u onderwerpen.' Maar Nachas, de Ammoniet, antwoordde: ‘Ik wil wel een verbond met je sluiten, maar op voorwaarde dat je allen het rechteroog wordt uitgestoken. Dat is de smaad die ik heel Israël wil aandoen.' Toen zeiden de oudsten van Jabes: ‘Geef ons zeven dagen tijd om boden te kunnen zenden door heel het gebied van Israël. Als niemand ons komt helpen, zullen we ons aan jou overgeven.' Toen de boden te Gibea van Saul kwamen en het volk hiervan in kennis stelden, begon heel het volk luidkeels te weeklagen. Op dat ogenblik kwam Saul van het veld, achter zijn runderen aan. Hij vroeg: ‘Wat is er aan de hand dat het volk zo weeklaagt?' Ze vertelden hem over de mannen van Jabes. Toen Saul dat hoorde, werd hij aangegrepen door de geest van God en hij ontstak in hevige toorn. Hij nam een koppel runderen, hakte ze in stukken en liet die door boden in heel Israël rondbrengen met de boodschap: ‘Wie niet uittrekt achter Saul en achter Samuël, zal het zijn runderen vergaan zoals die !' Toen werd het volk met schrik voor Jahwe geslagen: als een man kwamen ze op.”
Nachas, koning van de Ammonieten sprak dreigende taal. Saul hoorde in Gibea over de nood van het volk van Jabes in Gilead en kwam in actie als leider.
1 Samuël 1, 2
“Saul koos uit Israël drieduizend mannen uit, waarvan er tweeduizend onder bevel van Saul zelf te Mikmas en op de berg bij Betel kwamen te liggen, en duizend onder Jonatan te Gibea in Benjamin. De rest van het volk liet hij naar huis gaan, elk naar zijn eigen tent.”
Gibea wordt hier vermeld als militaire basis en als thuisbasis van Jonatan, een zoon van Saul.
1 Samuël 14, 2
“Op een dag zei Jonatan, de zoon van Saul, tegen zijn wapendrager: ‘Kom, we gaan op de post van de Filistijnen af, daar aan de overkant.’ Hij zei er niets van tegen zijn vader. Saul bevond zich toen in het grensgebied van Gibea, onder de granaatappelboom in Migron. Een groep van ongeveer zeshonderd man was bij hem.”
Terwijl Jonatan het initiatief neemt, wacht Saul passief op een aanval op de Filistijnen.
1 Samuël 15, 34
“Daarna ging Samuël naar Rama en Saul keerde terug naar zijn huis te Gibea van Saul.”
1 Samuël 22, 6
“Het kwam Saul ter ore dat David en zijn mannen gezien waren. Saul zat toen onder de tamarisk op de heuvel in Gibea, met zijn speer in de hand, en al zijn hovelingen stonden bij hem.”
De voorstelling van Saul onder een tamariskboom met zijn speer, wijst op een koninklijke hofhouding of een plek waar de regering bijeenkwam.