Hosea 11, 1.3-4.8c-9: Lied van de miskende liefde
De tekst
’Bijbel in gewone taal’
(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. XXX)
De Heer zegt: ‘Toen mijn volk nog jong was, hield ik van hen. Net zoals een vader houdt van zijn zoon. Ik heb de Israëlieten teruggeroepen uit Egypte. (...)
Ze wilden maar niet begrijpen dat ik voor hen zorgde! Ik was hun vader. Ik droeg hen in mijn armen, ik leerde hun lopen. Ik was goed voor hen. Ik leidde hen vol liefde. Ik hield hen dicht tegen me aan. Ik was het die hun te eten gaf. (...)
Ik zal jullie niet vernietigen. Want mijn liefde voor jullie is groot. Mijn hart is vol medelijden. Ook al ben ik woedend, ik zal jullie niet vernietigen.
Want ik ben God. Ik ben geen mens, ik ben de heilige God. Ik ben bij jullie. Daarom zal ik niet meer woedend zijn.
Dichter bij de tijd
(Bewerking: C. Leterme)
Toen Israël nog jong was, hield Ik ervan als een vader van zijn zoon.
Ik riep Israël uit Egypte, (...)
leerde hem lopen, droeg hem in mijn armen.
Maar Israël wilde maar niet weten, dat Ik het was die hen beschermde.
Ik leidde hem vol liefde. Ik hield hem dicht tegen me aan.
Ik gaf Israël te eten. (...)
Mijn liefde voor jullie is groot, mijn hart is vol medelijden.
Nee, Ik zal je niet vernietigen, want Ik ben God, Ik ben geen mens,
Ik ben de Heilige in je midden. Ik zal niet meer woedend zijn.
Stilstaan bij ...
Israël
In deze tekst staat Israël voor de nakomelingen van Jakob, die ook Israël genoemd wordt. Men kan het ook hebben over de Israëlieten.
Houden van
Hosea is de eerste die bij het beschrijven van de houding van God tegenover Israël het woord 'houden van/liefhebben' gebruikt.
Bij de tekst
Hosea
Klik hier voor meer informatie over deze profeet.
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 11 in het boek Hosea bezingt de liefde van God die het kwade van Israël te sterk af is. Hosea maakt dit duidelijk met de relatie vader/zoon. Maar de liefde van God die ondanks alles trouw is, is niet te vergelijken met de liefde die het volk heeft voor God.
Hosea en het Nieuwe Testament
Als Matteüs schrijft: 'Opdat in vervulling zou gaan wat de Heer gesproken had door de profeet ...' verwijst hij impliciet naar de profeet Hosea die zegt: Toen Israël nog jong was, kreeg Ik hem lief en uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen. ' (Hosea 11, 1)
Een heilsorakel
Deze tekst is geschreven in een taalstijl is ontleend is aan de taal die in rechtszaken gebruikt wordt.
Het gaat hier om het procederen tegen een opstandige zoon.