Loading...
 

Christus Koning A - evangelie

Matteüs 25, 31 - 46: Het laatste oordeel

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1568-1569)

Jezus zei: ‘Als de Mensenzoon komt, zal het zo gaan: Hij komt met alle engelen uit de hemel. En hij zal als koning op zijn troon gaan zitten. Dan worden alle mensen van de wereld bij hem gebracht. Hij zal de mensen verdelen in twee groepen. Net zoals een herder zijn kudde verdeelt in schapen en bokken. De Mensenzoon zet de ene groep mensen aan zijn rechterkant en de andere groep mensen aan zijn linkerkant.

Dan zal de Mensenzoon tegen de mensen aan zijn rechterkant zeggen: ‘Kom, de nieuwe wereld is voor jullie. Want mijn Vader heeft het echte geluk voor jullie bestemd. Dat was al de bedoeling vanaf de schepping.
Want toen ik honger had, gaven jullie mij te eten. Toen ik dorst had, gaven jullie mij te drinken. Toen ik een vreemdeling was, namen jullie mij in huis. Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe.’
Dan zullen die goede mensen zeggen: ‘Maar Heer, wanneer is dat gebeurd? Wanneer had u honger en gaven we u te eten? Wanneer had u dorst en gaven we u te drinken? Wanneer was u een vreemdeling en namen wij u in huis? Wanneer was u naakt en gaven we u kleren? Wanneer was u ziek of gevangen, en kwamen wij naar u toe?’
Dan zal de Mensenzoon tegen hen zeggen: ‘Luister goed naar mijn woorden: Elke keer dat jullie iets goeds deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goeds voor mij.’

Daarna zal de Mensenzoon tegen de mensen aan zijn linkerkant zeggen: ‘Jullie zullen worden gestraft. Ga weg, naar het eeuwige vuur dat bedoeld is voor de duivel en zijn dienaren. Want toen ik honger had, gaven jullie mij niet te eten. Toen ik dorst had, gaven jullie mij niet te drinken. Toen ik een vreemdeling was, namen jullie mij niet in huis. Toen ik naakt was, gaven jullie mij geen kleren. Toen ik ziek was en toen ik gevangen was, hebben jullie mij niet opgezocht.’
Dan zullen ook die mensen zeggen: ‘Maar Heer, wanneer is dat gebeurd? Wanneer had u honger en gaven we u niet te eten? Wanneer had u dorst en gaven we u niet te drinken? Wanneer was u een vreemdeling en namen wij u niet in huis? Wanneer was u naakt en gaven we u geen kleren? Wanneer was u ziek of gevangen, en hebben wij niet voor u gezorgd?’
Dan zal de Mensenzoon tegen hen zeggen: ‘Luister goed naar mijn woorden: Elke keer dat jullie niets deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je niets voor mij.’
Die mensen krijgen de eeuwige straf. Maar de goede mensen krijgen het eeuwige leven.’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Op een dag zei Jezus op de Olijfberg:

'Wanneer de Mensenzoon komt,
aan het einde van het leven op aarde,
zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid.
Alle mensen zullen vóór Hem gebracht worden,
Hij zal ze verdelen in twee groepen.
Net zoals een herder schapen en bokken verdeelt.
Eén groep plaatst hij aan zijn rechterhand,
de andere groep aan zijn linkerhand.

Aan de mensen aan zijn rechterhand zal hij zeggen:
"Kom in het rijk van mijn Vader, want:
toen Ik honger had, hebben jullie Me eten gegeven.
Toen Ik dorst had, hebben jullie Me drank gegeven.
Toen Ik een vreemdeling was, gaven jullie Me een thuis.
Toen Ik geen kleren had, gaven jullie Me er.
Toen Ik ziek was, verzorgden jullie Me.
Toen ik gevangen was, kwamen jullie me bezoeken.’

Dan zullen die rechtvaardige mensen aan Hem vragen:
‘Heer, wanneer was je hongerig of dorstig?
En wanneer was je een vreemde of had je geen kleding?
Wanneer was je ziek of in de gevangenis?’
Dan zal Hij zeggen:
‘Wat je hebt gedaan voor die minsten, heb je voor Mij gedaan.
En wat je niet voor hen hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.’

Dan zal Hij zich zeggen tegen de mensen aan zijn linkerhand:
“Ga weg van Me, vervloekten, naar het eeuwige vuur.
Want Ik had honger en jullie gaven Me geen eten,
Ik had dorst en jullie gaven Me niet te drinken,
Ik was vreemdeling en namen Me niet op,
Ik was naakt en gaven Me geen kleren,
Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie keken niet naar Me om.”

Dan zullen ze zeggen: “Heer, wanneer had Je honger of dorst
of was Je vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis
en hielpen we Je niet?” En Hij zal zeggen:
“Alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan,
heb je ook niet voor Mij gedaan.”
Zij zullen eeuwig gestraft worden en de rechtvaardigen eeuwig leven.’



Stilstaan bij ...

Mensenzoon
Jezus gebruikte dit woord vaak om over zichzelf te spreken. Op zich betekent het 'mens'. Maar de profeet Daniël sprak over de mensenzoon als over een koning die zorgt voor vrede en die de mensen komt oordelen.

Heerlijkheid
Dit woord betekent ‘glans’, ‘macht’, grootheid’ en wordt doorgaans alleen gebruikt om over God te spreken.
Op iconen wordt die ‘heerlijkheid’ weergegeven met de witte kleur van de gewaden.

Alle volken / mensen
Er wordt voor niemand een uitzondering gemaakt.

Rechterhand / linkerhand
Rechts en links zijn vaak symbool voor goed en kwaad.
De belangrijkste raadgever zat aan de rechterhand van de koning.

Rijk
Dit rijk is geen echte plaats. Het betekent een andere manier van leven. Mensen komen dichter bij dit 'rijk' als ze van andere mensen houden.

Rechtvaardige
Iemand die leeft volgens de wil van God, zoals die stond in de wet.

Wanneer?
Deze vraag van de rechtvaardigen geeft aan dat zij zich niet bewust waren van het belang van hun handelingen.

Niet
De rechter oordeelt niet over misdaden, niet over ongeloof, niet over het kwaad dat men had kunnen doen. De enige norm voor zijn oordeel is: naastenliefde. Dat is de mensen naast je zien en voor hen doen wat voor de hand ligt. Dingen die iedereen kan doen, of men arm is of niet.

Eeuwig gestraft
Als Jezus ‘dreigt’ met eeuwige straf of met hellevuur, dan is dat niet om bang te maken voor God, maar om te waarschuwen voor de gevolgen van onze daden en levenskeuzes.

Eeuwig leven
Voor de joden is ‘eeuwig leven’ de samenvatting van al wat goed is.





Bij de tekst

Soort tekst

Deze parabel lijkt een profetie: Jezus vertelt een gebeurtenis die op het einde van de geschiedenis plaatsvindt en vanuit die toekomst oproept tot een bepaalde levenshouding.



Jezus, een nieuwe Mozes?

Deze parabel is het laatste onderdeel van de ‘rede over de eindtijd’.
Matteüs verzamelde alle uitspraken en parabels van Jezus in vijf redes, redevoeringen. Zo stelt hij Jezus voor als de nieuwe Mozes: die vijf redes zijn een tegenhanger voor de vijf boeken van Mozes.



Merk op

. Men kan de verschillende werken verdelen in twee groepen:
DELEN: eten, drank, kleding
ONTMOETEN: zieken, vreemdelingen, gevangenen.

. De zorg voor een christen is niet of hij zelf wel goed is, maar of hij deelt in de bekommernis van God en van Christus dat noodlijdenden zouden ondervinden dat ze graag gezien zijn.

. Het grote contrast tussen dit verhaal en wat volgt in dit evangelie: lijden en dood van Jezus.

. De twee groepen mensen tonen twee manieren om naar het woord van Jezus te luisteren:
. zij die ernaar luisteren en doen wat Jezus zegt (schapen)
. zij die hun oren en hart sluiten voor Jezus en hun medemensen (bokken).



Een parabel...

... informeert over God en zijn Rijk
God maakt zich kenbaar in de noodlijdende medemens.

... roept op tot een aangepaste levenshouding
waarbij men zich inzet voor de medemens in nood.
Lees meer

Jezus vertelde deze parabel niet om te laten weten hoe het zal gaan op het einde van de wereld, maar om mensen bewust te maken van wat het vandaag betekent om met het evangelie rekening te houden.



Werken van barmhartigheid

De parabel heeft het over zes werken van barmhartigheid, terwijl men 'zeven werken van barmhartigheid' kent: hongerigen te eten geven, dorstigen te drinken geven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, zieken verzorgen, gevangenen bezoeken en doden begraven.

In 1207 voegde paus Innocentius III het zevende werk toe: 'doden begraven'. Hij werd hiervoor geïnspireerd door het bijbelboek Tobit: "Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het". (Tobit 1, 17).
'Doden begraven' was in de middeleeuwen een gevaarlijk en belangrijk werk in Europa dat door epidemieën (o.a. pest) werd geteisterd.



Wortel in het Oude Testament

Jesaja 6, 1-3
De eerste zin van deze parabel herinnert aan het begin van het roepingsverhaal van Jesaja:
Toen zag ik de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon.
De sleep van zijn mantel vulde heel de tempel.
Serafs stonden boven Hem opgesteld, elk met zes vleugels:
twee om het gelaat te bedekken, twee om de voeten te bedekken,
twee om te vliegen.
Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de heer van de machten;
en heel de aarde is vol van zijn heerlijkheid.’





Bijbel en kunst

Beeldhouwkunst

Timpaan

Het laatste oordeel

Westportaal Antwerpen

Boven het portaal in het Westen van veel gotische kerken is een afbeelding te zien van de parabel van het laatste Oordeel. Zo ook boven het portaal in het westen van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen.

Omdat het westen de plaats is waar de zon ondergaat, staat het westen symbool voor het einde van de tijd. Met het uitbeelden van de parabel van het laatste oordeel boven een portaal, wilden de kerkbouwers de gelovigen eraan herinneren dat men op het einde van de tijd zal beoordeeld worden over wat men gedaan heeft.
Soms wordt ook de engel Michaël afgebeeld met een weegschaal die de goede en kwade daden van de mens tegenover elkaar afweegt.





T. SCHMALZ

(Naar: Mark Van de Voorde, in Kerknet.be, woensdag 20 december 2017)

De dakloze Jezus
Dakloze Jezus Sn

Pleintje voor de Magdalenakerk in Brugge
Foto: Mark Van de Voorde


In Brugge staat een bank, waarop een man ligt. Zijn hoofd is verborgen in de deken waarin hij zich heeft gewikkeld. Alleen zijn voeten steken uit, zoals je zelf wel eens doet bij een dutje onder een leuke plaid op de cosy bank in je knusse zithoek. Maar de plek waar de bank staat, is niet knus: het is de publieke ruimte in de vrieskou. De bank is geen cosy sofa maar een harde parkbank. Het dek is geen leuke plaid maar de ruige deken van een dakloze.

Dit is een kunstwerk van de Canadese beeldhouwer Timothy Schmalz. De bank en de man zijn van brons, het metaal waarvan klokken worden gegoten om ons op te roepen. Ook De dakloze Jezus wil ons oproepen. Om oog te hebben voor hen van wie het gezicht anoniem wordt gemaakt onder de statistieken, zoals dat van de man op de bank onzichtbaar onder die deken.

Ik zag het beeld op zondagmorgen 10 december 2017, die ochtend dat Vlaanderen onder een sneeuwdeken wakker was geworden. Het beeld van de man op de bank leek me onder de sneeuw nog schrijnender. En het bleef sneeuwen, toen ik ernaar keek. Met de minuut verdween de man wat meer uit het zicht. Op de foto die ik ervan nam, trokken de schuin vallende sneeuwvlokken vale strepen over het beeld, als wilden ze de liggende man uitgommen.
Doen wij dat ook niet vaak, vroeg ik me af, wat we liever niet zien onder laten sneeuwen en van ons netvlies verwijderen?





Schilderkunst

R. VAN DER WEYDEN

Het laatste oordeel

Van De Weyden

Rogier Van der Weyden maakte dit kunstwerk in opdracht van Nicolas Rolin, de kanselier van Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Rolin en zijn derde vrouw Guigone de Salins hadden in 1443 het 'Hôtel-Dieu de Beaune' gesticht, een ziekenhuis voor armen. Om de zieken eraan te herinneren dat een gezonde en zuivere geest even belangrijk was als een gezond lichaam, lieten ze in de ziekenzaal een schilderij met het Laatste Oordeel ophangen, zodat iedereen kon zien hoe belangrijk het is om met een zuiver geweten voorbereid te zijn op de Dag van het laatste oordeel.
In het midden zit Christus op een regenboog rond de wereldbol. Onder Hem staat de aartsengel Michaël, die de goede en kwade daden van de mensen afweegt. Ernaast zitten Maria (links) en Johannes de Doper (rechts). Achter hen zitten de twaalf apostelen, met links ook nog een paus, een koning, een monnik en rechts drie vrouwen.
Onderaan staan de doden op uit hun graf. Hun zielen worden gewogen door Michaël. Boven de aarde is de hemel te zien met een gouden achtergrond.
De buitenste panelen tonen waar men na het oordeel terecht kan komen: het paradijs of de hel.
De engelen bovenaan de zijpanelen tonen symbolen uit de passie van Jezus: het kruis, de doornenkroon, de stok met de spons met zure wijn, de lans die in zijn zijde werd gestoken, en de zuil waaraan hij gegeseld werd.

Dit werk is nog steeds te zien in het 'Hôtel-Dieu de Beaune' waar het voor gemaakt werd.





MICHELANGELO

Het laatste oordeel

5 Michelangelo

Fresco (20 x 10m - Sixtijnse kapel)


Christus scheidt rechtvaardigen en zondaars. Links (aan zijn rechterhand) gaan de rechtvaardigen naar de hemel, rechts storten de zondaars in de hel.


Preconclaaf

De Sixtijnse kapel tijdens het preconclaaf van paus Franciscus (2013).






J. VERMEER (1632-1675)

Vrouw met de weegschaal (1662-1664)
(Bron: André HERREN, Le Jugement dernier en procès, 2011, Editions Ouverture, en Budron, Zwitserland en Editions Olivetan, Frankrijk)

Vermeer

(National Gallery of Art, Washington)


Achter de zwangere vrouw die in haar hand een weegschaal in evenwicht heeft, hangt een schilderij over het laatste oordeel. Het hoofd van deze vrouw bedekt de plaats op het schilderij waarop gewoonlijk de aartsengel Michaël staat, vaak met weegschaal. Boven haar hoofd zie je op het schilderij Christus die zetelt op zijn troon.

De jonge vrouw concentreert zich op de weegschaal. De schaaltjes ervan zijn leeg. Die weegschaal kan uitdrukken dat ze haar leven in de hand heeft en dat ze zich bewust is van haar verantwoordelijkheid. Ze kan dus ingaan op waartoe Matteüs 25 oproept en de deur openen voor wie honger of dorst heeft, voor de zieke en gevangene.





MEESTER VAN ALKMAAR

De hongerigen spijzen
(naar: Dries van den Akker s.j. - http://www.beeldmeditaties.nl )

Alkmaar Hongerigen

Dit paneel, gemaakt door de Meester van Alkmaar (een kunstschilder die in Alkmaar werkte van 1490 tot1510) is het eerste van een reeks schilderijen over de werken van barmhartigheid.

DSC4526

De massieve gevelwand aan de linkerzijde verdeelt het paneel in twee bijna gelijke helften.

. De rechterkant van het schilderwerk wordt ingenomen door hongerige mensen. Zo benadrukt de kunstenaar het contrast tussen de armoede van de bedelaars rechts en de rijkdom van het huis links, met zijn dienstmeisje en fijn geklede heer.

. Er is ook een horizontale lijn, nagenoeg op de hoogte van de horizon. Boven zie je op de achtergrond rijke huizen, de meeste zelfs van steen. Hier en daar staat de deur open. Iets meer naar links, krijgt een speelman brood. Rechts gaat een vrouw met kind de trap van een huis op. Haar mand is leeg. Heeft zij alles al weggegeven?

Op de voorgrond dringen mensen samen bij de voordeur van het rijke huis. Terwijl het dienstmeisje de mand met brood ophoudt, deelt een man brood uit aan de armen. Hij let niet op bij wie het brood terecht komt. Een uitbeelding van Jezus' woord: ‘Laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet’ (Matteüs 6, 3)?
Hij geeft een brood aan de man in de rode gescheurde mantel met een kind op zijn schouders. De man heeft de ogen gesloten. Hij is blind. Aan de andere hand wordt hij geleid door zijn vrouw die met haar rechterhand een brood reikt aan het kind op de grond. De kunstenaar laat zien dat ook mensen in hun ellende elkaar goed kunnen doen!

Jezus staat onopvallend tussen de bedelaars. ('Wat je aan de minsten der mijnen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan') Hij is te herkennen aan zijn typisch gezicht: lang en smal, lange afhangende haren met scheiding in het midden. De kunstenaar gaf hem geen heiligenkrans, zodat hij niet opvalt. Zijn hoofd bevindt zich precies op het kruispunt van de verticale en de horizontale lijn, in het centrum van het paneel. In tegenstelling tot alle andere personen op het schilderij, kijkt Hij de toeschouwer aan alsof Hij vraagt: ‘En jij?’





P. BRUEGHEL de Jonge

De zeven werken van barmhartigheid

Bruegel Kleur

Pieter Brueghel de Jonge (1564/1565 - 1638) was de oudste zoon van Pieter Brueghel de Oude.
Op dit kunstwerk van hem zijn de zeven werken van Barmhartigheid te zien: hongerigen spijzen, dorstigen laven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, zieken verzorgen, gevangenen bezoeken, doden begraven. De zes eerste werken zijn gebaseerd op de parabel van het laatste oordeel die Jezus vertelde. (Matteus 25, 35-36). Het werk 'de doden begraven' werd in 1207 toegevoegd door paus Innocentius III (1198-1216).



Suggesties
Brueghel
Philipp Galle (1537 - 1612) graveerde deze prent in 1559 naar een schilderij van Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525 - 1569) (Loterijmuseum – Brussel)

. Zoek op dit werk de zeven werken van barmhartigheid.
De kinderen kleuren elk werk in een andere kleur. Bijvoorbeeld:

hongerigen spijzenbruin
dorstigen lavenblauw
naakten kledengeel
vreemdelingen herbergengroen
zieken verzorgenrood
gevangenen bezoekenoranje
doden begravenpaars





. Maak een collage met beelden en /of teksten uit kranten en tijdschriften die rechtstreeks of onrechtstreeks naar deze werken verwijzen.





Suggesties

Grote kinderen

EVEN TESTEN

Herken de werken van barmhartigheid

Toon de volgende illustraties, nadat je de parabel verteld hebt.
Wat wordt uitgebeeld?
Verbind ze met de volgende zinnen uit de parabel:

Toen Ik honger had, hebben jullie Me eten gegeven.
Toen Ik dorst had, hebben jullie Me drinken gegeven.
Toen Ik een vreemdeling was, hebben jullie Me een thuis gegeven.
Toen Ik geen kleren had, hebben jullie Me er gegeven.
Toen Ik ziek was, hebben jullie Me verzorgd.
Toen ik gevangen was, zijn jullie me komen bezoeken.

2 4
1
3 5



Wat werd niet uitgebeeld?
Maak hiervan zelf een tekening.



Stel de parabel terug samen

Verbind de juiste delen met elkaar. (De zinnen in de linkse kolom staan in de goede volgorde)

Als alle mensen vóór de koning staan.gaven jullie Me te drinken.
Aan de mensen aan zijn rechterhand zegt Hij:deed je ook niet voor Mij.’
toen Ik honger had,kwamen jullie me bezoeken.’
Toen Ik dorst had, ‘Heer, wanneer was dat?’
Toen Ik een vreemdeling was,gaven jullie Me een thuis.
Toen Ik geen kleren had, deed je voor Mij.
Toen Ik ziek was, deelt Hij ze in twee groepen.
Toen ik gevangen was,gaven jullie Me te eten.
Dan zullen die mensen vragen: gaven jullie Me er.
Dan zegt de koning: ‘Wat je voor die minsten deed, ‘Kom in het rijk van mijn Vader, want:
en wat je niet voor hen deed, hebben jullie Me verzorgd.






INFORMEREN

Barmhartigheid

Deze Bijbeltekst ligt aan de basis van 'de zeven werken van barmhartigheid'.
'Barmhartig' is een woord dat je ook tegenkomt in de parabel van de 'barmhartige' Samaritaan, maar voor de rest niet veel meer gebruikt wordt. Iemand die barmhartig is iemand die medelijden heeft met mensen die het moeilijk hebben.

Omdat je in het woord 'barmhartig' ook de woorden 'arm-hart-ig' ziet, zou je kunnen zeggen dat iemand die barmhartig is, een hart voor arme mensen heeft.

In deze Bijbeltekst worden zes werken van barmhartigheid genoemd. Het zevende werk 'doden begraven', is te danken aan het Boek Tobit.





VERDIEPEN

Goede dingen

(Naar: ‘debijbel.nl/Bijbel Basics, Jezus spreekt recht, 18 oktober 2020, p. 4)

Jezus noemt in deze parabel concrete goede dingen die leerlingen van Jezus voor anderen kunnen doen. Hij zegt daarbij dat als je iets goeds doet voor een ander, je iets goeds doet voor Hem zelf.


Wat heb je nodig?
Plakband en vijf vellen papier met daarop:
• Ik heb honger en dorst.
• Ik heb kleren nodig.
• Ik heb onderdak nodig.
• Ik zit gevangen.
• Ik ben ziek.


Activiteit
Plak de vijf vellen naast elkaar op en lees de vijf zinnen voor.
- Als vijf verschillende mensen dit tegen jullie zouden zeggen, wie zouden jullie dan het liefst willen helpen?
De kinderen gaan bij dat vel papier staan.

Waar staan veel kinderen, of juist heel weinig?
- Waarom zou dat zijn?

Vraag aan de kinderen bij één of twee van de zinnen
- Hoe zouden jullie concreet kunnen helpen?

Kies één van de voorstellen om gedurende de volgende week te realiseren.


Belangrijk
Niet alleen voorwerpen kunnen gedeeld worden, maar ook tijd, aandacht, vriendschap ...





BELEVEN

Medailles

(C. LETERME in Simon Opsteker, uitgeverij Averbode 2002, nr 1)

Materiaal
Tekst uit Matteüs 25, 31-46 (parabel van het laatste oordeel)
Zes grote schijven die uit geel tekenpapier werden geknipt.
Lint (eventueel)
Zes stroken tekenpapier
Kranten, tijdschriften, parochiebladen...



Verloop
Vertel de parabel van het laatste oordeel.
Organiseer daarna met de kinderen een prijsuitreiking. Geef aan zes groepen kinderen de opdracht om elk een medaille te ontwerpen die een andere 'goede daad' illustreert een 'goede daad' zoals die in de parabel gesuggereerd wordt. Bijvoorbeeld:

Goede daadSuggesties voor 'medaille
Wie honger heeft te eten gevenbrood, fruit, koksmuts
Wie dorst heeft te drinken gevenfles, kruik
Kleding gevent-shirt, broek, sjaal, muts
Zieken bezoekenZiekenhuisbed, bloemen, fruit
Vreemdelingen ontvangenRijk gedekte tafel, met stoelen er rond
Gevangenen bezoekenTafel met twee stoelen. Halfweg de tafel staat een tralie of een glas


De medaille wordt aan een lint vastgemaakt, zodat men die kan dragen.
De zes medailles worden vooraan gehangen / gelegd.
Alle kinderen zoeken in tijdschriften, kranten naar personen of instellingen die voor hun medailles in aanmerking komen. Wat ze vinden wordt onderaan de geschikte medaille gelegd. Het materiaal dat ze zo verzamelen, wordt per onderwerp gegeven aan de groep die de medaille gemaakt heeft. Die groep wordt nu jury en beslist wie de medaille zal krijgen. Als een groep een keuze gemaakt heeft, wordt de naam van de groep of organisatie mooi op een strook tekenpapier geschreven.

Wie het werken met kranten en tijdschriften te omslachtig vindt, kan een eigen collage maken. Hierbij worden niet alleen gegevens verwerkt van grote internationale organisaties, maar ook van mensen uit de buurt die zich inzetten op een van de terreinen die in de parabel aan bod kwamen. De volgende gegevens kunnen erin verwerkt worden:

Wie honger heeft te eten gevenPoverello.
Wie dorst heeft te drinken gevenMissionarissen, ontwikkelingshelpers, bouwers van zuiveringsstations ,
Kleding gevenOostpriesterhulp, De Helpende Hand, Spullenhulp
Zieken bezoekenDokters, verpleegsters en vrijwilligers, het Rode Kruis, Ziekenzorg...
Vreemdelingen ontvangenOrganisaties die werk maken met de integratie van vreemdelingen.
Gevangenen bezoekengevangenisaalmoezeniers ...



Presentatie
Beëindig de activiteit met een ‘plechtige prijsuitreiking’. Een toffe jingle kondigt dit moment aan en wordt bij elke nieuwe prijs opnieuw gebruikt.
De groep die haar voorstel doet, zegt kort waarom ze precies aan die bepaalde persoon of organisatie de voorkeur geeft. Na elke presentatie volgt een kort applaus. Nadien worden de verschillende medailles op een prikbord gespeld. Het tekenpapier met daarop de naam van de persoon of de organisatie, wordt in de buurt daarvan aangebracht.





ACTUALISEREN

De parabel 2000 jaar later

Op deze bladzijde staan zes foto's.
De kinderen herkennen er de zes werken op die Jezus belangrijk vindt.



Goede daden

Heel wat organisaties probeerden de woorden van de parabel in praktijk om te zetten.
Nodig de kinderen uit om met behulp van deze bladzijde vijf zo'n organisaties te leren kennen. (Ze maken hiervoor gebruik van het internet - indien mogelijk)
Ze verbinden elke organisatie met de zin uit de parabel die erbij past.



Aan het werk!

Een aantal organisaties brengen in praktijk wat Jezus in deze parabel belangrijk vindt.
De kinderen verbinden op deze bladzijde de noden van mensen met de organisaties die daar wat aan doen.





VERTELLEN

De prijsuitreiking

(C. LETERME, Parels van verhalen, uitgeverij Averbode 2019, p. 185)

Op het einde der tijden zal Jezus de namen afroepen
van al wie genomineerd en bekroond wordt.

De eerste prijs wordt toegekend aan... huizen als Poverello.
Daar geeft men te eten aan wie honger heeft.

De tweede prijs gaat naar … ontwikkelingshelpers.
Zij bouwen zuiveringsstations om water te geven aan de mensen.

De derde prijs gaat naar … alle organisaties
die werk maken van de integratie van vreemdelingen.

De vierde prijs gaat naar organisaties die kleding inzamelen,
omdat ze zoveel naakten hebben gekleed.

De vijfde prijs wordt toegekend aan dokters, verpleegsters en vrijwilligers
die zieken verzorgen en genezen.

De zesde prijs gaat naar gevangenisaalmoezeniers en naar al wie werkt
aan een meer menselijk heropvoedingssysteem.

Mensen links en rechts zullen reageren.
De ene geeft een staande ovatie, de andere verlaat zwijgend de zaal.

Ieder mens zal geraakt, gekwetst of vereerd zijn.
De ene vloekt: 'Schandalig!' de ander juicht en zingt.

Zo zal Jezus zeggen
waar het in het leven echt om te doen is.

(Naar een tekst van Fr. De Maeseneer)



Twee soorten handen

(C. LETERME, 99 verhalen met een knipoog, uitgeverij Averbode, 2014, p. 62)

Twee mensen kwamen aan de hemelpoort.
Voor ze binnen gingen, vroeg God:
- Toon me jullie handen.
De eerste toonde ze meteen.
- Kijk,
mijn handen zijn net en verzorgd.
Ik heb niemand kwaad gedaan
en ik heb ze altijd gewassen in onschuld.
- Ik zie mooi verzorgde handen, zei God,
maar ze hebben nooit naar mensen gereikt
en ze hebben nooit iemand verdedigd of gered.
Ik zie geen leven in je handen.
Ik zie alleen maar schone schijn!

Toen keek God
naar de handen van de tweede man.
- Sorry,
mijn handen zijn vuil
van wat ik allemaal gedaan heb.
Ik droomde van een nieuwe wereld,
en rechtvaardige wereld, vol vrede,
waar mensen gelukkig kunnen zijn.
Maar het enige wat ik kon redden,
is dit musje.
God keek naar de man.
- Kom binnen in mijn huis, zei Hij.
Je handen zijn wel vuil,
maar ze dragen het begin
van een nieuwe wereld.



Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 22 november 2017, p. 1)

Op het einde der tijden, zegt Jezus
zullen de mensen in twee groepen verdeeld worden.
De ene groep zal beloond worden om zijn inzet voor anderen,
de andere groep wordt weggestuurd én zeker niet beloond.

Of dat er werkelijk zo aan toe zal gaan op het einde der tijden
weet niemand,
Maar wat Jezus wel weet, is dat de inzet van mensen voor anderen
vroeg of laat – minstens laat - gewaardeerd wordt.

Het verhaal hierbij laat daarvoor de handen van de mensen spreken.
De eerste persoon die bij de poort verschijnt
kan mooie propere verzorgde handen tonen.
Maar dit blijkt niet naar de zin van God.

Het zijn handen die niets hebben uitgericht,
die voor niemand hete kolen uit het vuur hebben gehaald.
Ze deden dit niet letterlijk
maar ook niet figuurlijk.

De tweede persoon heeft vuile handen.
Met die handen heeft hij gewerkt aan een betere wereld.
In zijn ogen heeft hij niets gedaan.
Alleen een klein musje heeft hij gered.

En laat dat nu de man zijn
die van God alle waardering krijgt.
Mensen als die man heeft God hard nodig
om van de wereld een hemel op aarde te maken.



Suggestie
Bespreek
. Op welke manier kunnen mensen hun handen nog ‘vuil’ maken?
(Bijvoorbeeld: meehelpen in de tuin, bij het bakken, bij het knutselen ...)
. Zoek ook op hoe die vuile handen werken aan een betere wereld.



Sint Maarten

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2007, p. 159)

Toen Maarten (1) 18 jaar was,
was hij officier in het grote Romeinse leger.

Op een dag in de winter,
kwam hij aan in de Franse stad Amiens.
Daar zag hij een arme man,
die verkleumd in de stadspoort lag.
De man smeekte om hulp.
Maar iedereen liep hem voorbij,
alsof hij niemand was.
Maarten had geen geld bij zich.
Daarom nam hij zijn zwaard
en sneed zijn mooie, wollen soldatenmantel middendoor.
De helft ervan gaf hij aan de arme man.
De mensen die het zagen,
lachten hem uit:
‘Zie hem daar gaan,
die soldaat met zijn halve mantel’.
Maar er waren er ook anderen
die dit knap vonden.

’s Nachts droomde Maarten:
hij zag Jezus naar hem toekomen.
Om zijn schouders lag het stuk mantel
dat hij aan de arme in de stadspoort had gegeven.
In zijn droom zei Jezus
tot de engelen die bij Hem waren:
‘Maarten heeft Mij met deze mantel beschermd
tegen de koude’.

(1) Maarten, die ook met zijn Latijnse naam Martinus wordt genoemd, leefde van 316 tot 397. Hij werd heilig verklaard en wordt gevierd op 11 november.
Lees meer over Maarten.



Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 9 november 2016, p. 1)

11 november 397
De doodsklokken van de stad Tours luidden het droevige nieuws van het overlijden van bisschop Martinus. Het maakte iedereen verdrietig, want de bisschop was een heilig man. Ook christenen buiten Tours en omgeving vonden dat. Zo kwam het dat Martinus heel snel na zijn overlijden officieel heilig werd verklaard.

Toen Martinus geboren werd in wat nu Hongarije is, wees niets erop dat hij een belangrijke heilige zou worden. Zijn vader was een officier in het grote Romeinse leger en de kleine Martinus zette al heel vlug stappen in zijn voetsporen. Zo werd hij op jonge leeftijd soldaat in het leger van de keizer.
Bovendien waren zijn ouders geen christenen. Al had de keizer twee jaar voor zijn geboorte officieel gezegd dat de christenen in zijn rijk niet meer vervolgd mochten worden… Toch was christen-zijn niet vanzelfsprekend en al helemaal niet in het leger.

Op een dag kwam Martinus via een vriend in contact met het christendom en met wat over Jezus verteld werd in het evangelie. Zo hoorde hij zeker over de parabel van het laatste oordeel. Daarin wordt duidelijk dat al wie goed doet, door Jezus goed beoordeeld wordt. Omdat dit nogal vaag was, vertelde Jezus er een parabel bij die dit duidelijk maakte: als je iemand tegenkomt die honger heeft, geef hem dan eten. Zie je iemand die dorst heeft, geef die dan te drinken. Bezorg kleding aan wie geen kleren heeft. Wees gastvrij voor wie uit een ander land is. Bezoek wie ziek is. Laat de gevangenen niet in de steek.
Dit woord van Jezus inspireerde Martinus toen hij in de winter een arme bedelaar de helft van zijn soldatenmantel gaf. Want eerlijk was Martinus wel: die kostbare mantel was voor de helft betaald door het leger, de andere helft van het bedrag had hij betaald. Dat deel kon hij dus weggeven.

Het bleef bij Martinus niet bij dat ene feit. Heel zijn leven hielp hij veel mensen in nood. Het verhaal hierbij maakt met een droom duidelijk dat Martinus deed wat Jezus zijn volgelingen voorhield: ‘Wat je aan de minsten der mijnen hebt gedaan heb je aan Mij gedaan.’



Een glas melk

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2007)

Faisel Ahmed was een arme jongen.
Elke dag verkocht hij spulletjes langs de deuren
om zijn schoolgeld te kunnen betalen.
Op een dag had hij maar tien cent in zijn zak.
Hij had zo’n grote honger
dat hij besloot om bij de volgende deur eten te vragen.

Maar toen hij aanbelde, vroeg hij gewoon een glas water.
De vrouw die opendeed vond dat hij er zo hongerig uitzag,
dat ze hem een groot glas melk gaf.
Toen hij het uitgedronken had vroeg hij: ‘Hoeveel ben ik u schuldig?’
De vrouw zei: ‘Helemaal niks,
ik heb dat graag voor jou gedaan.’
De jongen bedankte haar.
Toen hij het huis verliet, voelde hij zich veel sterker...

Jaren later werd de vrouw ziek.
De dokters stuurden haar naar een gespecialiseerd ziekenhuis.
Dokter Faisel Achmed werd opgeroepen.
Toen hij hoorde uit welk dorp de vrouw kwam,
ging hij naar haar kamer
en herkende haar meteen.

Hij gaf haar een speciale behandeling
en deed alles om haar leven te redden.
Na een lange zware strijd werd de vrouw beter.
Dokter Achmed vroeg aan het ziekenhuis
of hij onder de rekening iets mocht opschrijven.
Toen de vrouw de rekening kreeg,
- ze was er zeker van dat ze heel veel zou moeten betalen –
las ze onder de rekening de woorden:
‘Rekening volledig betaald met een glas melk.
Ondertekend, Dr. Faisel Achmed.’



Het korreltje rijst

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode, 2007)

Een bedelaar
bedelde van deur tot deur.
Op een dag verscheen
een gouden wagen in de verte.
De bedelaar vroeg zich af:
‘Wie is die koning?’
Hij begon te hopen:
‘Ik zal aalmoezen krijgen,
zonder ze te moeten vragen.’
De wagen hield stil bij de bedelaar.
Met een glimlach stapte de koning uit.
Hij stak zijn rechterhand uit en zei:
‘Wat hebt u mij te geven?’
Bedremmeld en besluiteloos
stond de bedelaar daar.
Toen nam hij langzaam
uit zijn zak
een korreltje rijst
en gaf het aan de koning.

Groot was zijn verrassing,
toen hij die avond
zijn zak leegschudde,
en het korreltje rijst terugvond,
veranderd in goud.
De bedelaar weende bitter:
‘Ach,
had ik die koning
maar alles gegeven.’

(Naar een verhaal van Rabindranath TAGORE)





BIDDEN / MEDITEREN

God, geef me ...

(C. Leterme)

God, onze Vader,

Geef me oren die luisteren
naar wat anderen nodig hebben.

Geef me handen die helpen
Om het leven van anderen gemakkelijker te maken.

Geef me voeten die gaan
naar mensen die alleen zijn.

Geef me een stem die woorden spreekt
die mensen blij maken.

Geef me ogen die zien
waar tekort is.

Geef me een hart
dat warmte geeft aan anderen.



Dicht bij God?

(bron onbekend)

Ik was hongerig
En jullie vormden
een menslievende vereniging
om over mijn honger te vergaderen.

Ik was in de gevangenis
en jullie slopen zachtjes weg
om in een rustig hoekje
voor mijn bevrijding te bidden.

Ik was naakt
en jullie dachten erover na
of mijn verschijning niet immoreel was.

Ik was ziek
en jullie knielden en dankten God
dat je zelf zo gezond was.

Ik was dakloos
en jullie lieten me alleen
om voor jezelf te zorgen.

Jullie denken dicht bij God te zijn.
Maar ik ben nog steeds
hongerig en alleen en koud.





Jongeren

ACTUALISEREN

Werken van barmhartigheid

Lees het evangelie voor. Dit evangelie ligt aan de basis van heel wat ziekenhuizen, gasthuizen en instellingen die verder leven in OCMW's. Veel van die instellingen beschikken over een schilderij dat de werken, vermeld in het evangelie, uitbeeldt.
Toon zo'n werk (bij voorkeur een werk dat in de omgeving te bezichtigen is). Wat wordt uitgebeeld?
De jongeren leggen de stroken op de juiste plaats bij het werk dat ze te zien krijgen.

Ik had honger en je gaf me te eten.
Ik had dorst en je gaf me te drinken.
Ik was een vreemde en je gaf me een thuis.
Ik was naakt en je gaf me kleding.
Ik was ziek en je hebt me verzorgd.
Ik was gevangen en je hebt me bezocht.

- Wat valt op?
Er wordt een zevende werk afgebeeld nl.: de doden begraven.
Dit was in de Oudheid zo'n belangrijk 'werk', dat het mee bij de zes andere werd opgenomen, zodat het geheel nu gekend is als de 'zeven werken van barmhartigheid'.

Neem nu de stroken met de verschillende werken, zoals ze in het evangelie vermeld staan. De jongeren zoeken op welke manier de maatschappij dit ter harte neemt. Laat ze zeker initiatieven vermelden die in de omgeving bekend zijn.

Daarna zoeken ze naar ‘hun’ zevende werk.
Enkele voorwaarden:
. het wordt een werk dat ze zelf kunnen verrichten in hun eigen omgeving.
. het is een 'werk' waarbij ze zich niet kunnen schuilen achter initiatieven die de maatschappij al heeft genomen.
Bijvoorbeeld: anderen gelukkig maken, tijd maken voor elkaar, vrede brengen onder elkaar.



TIP
Spreek met de jongeren af om zo'n schilderij in het echt te gaan bekijken, of om een instelling te bezoeken die één van die 'werken' nu realiseert.



Uit de actualiteit

Hongerigen te eten geven
Eten bij Papi’s

(KERKNET - Gepubliceerd op donderdag 3 februari 2022)

Alejandro Ortiz, de eigenaar van het Mexicaans restaurant Papi’s in Den-ham Springs (Louisiana),/*8 zag regelmatig klanten die hun maaltijd niet konden betalen. Hij vond er wat op: aan de wand hing hij tickets van maaltijden, die vooraf betaald werden door klanten met het hart op de juiste plaats.

Papi's Mexican Restaurant

© Papi's Mexican Restaurant


Heb je geen geld en heb je toch honger, dan mag je een ticket nemen. Men serveert je dan zomaar, zonder iets te vragen, een volwaardige warme maaltijd.
Boven de tickets met vooraf betaalde maaltijden staat de tekst uit het evangelie volgens Matteüs 25 35-40: Ik was hongerig en jij gaf me te eten …



Agenten betalen een rekening

(HLN, 08 juli 2019 - Bron: The Independent, The New York Post)

Donderdag in een vestiging van de supermarktketen Whole Foods in Manhattan, New York.
Enkele agenten die met hun fiets op patrouille waren, besloten snel iets in de winkel te halen om te lunchen. Daar spraken beveiligingsagenten hen aan omdat ze een vrouw hadden zien stelen. Inspecteur Louis Sojo vroeg haar: ‘Wat is er aan de hand?” De vrouw vertelde dat ze honger had. De inspecteur keek in haar tas en zag drie kartonnen doosjes met eten. De agenten besloten met één blik naar elkaar dat ze daarvoor zouden betalen.
Het moment dat de vrouw haar gezicht snikkend in haar handen verbergt, werd vastgelegd door een andere klant in de winkel, die het beeld deelde op Twitter.

New York

Volgens de agenten gebeurt zoiets wel vaker bij de politie, maar doorgaans gaat dat ongemerkt voorbij.



Dorstigen laven
Stoeptegels

(Naar: Kaat Hermans in Sociaal.net, ‘Ik ben kwaad op onze medemens’, 27 november 2019)

“Dag meneer, ik ben Kaat van straathoekwerk. Heb jij zin in een soepje?”
Hij kijkt op, verschrikt en dankbaar. Alsof hij niet verwacht had nog met iemand te praten vandaag. Hij knikt en nodigt me uit op de natte stoeptegels naast hem. De mensen die ons passeren, kijken letterlijk op ons neer. Velen ook figuurlijk. Ik versta moeilijk wat hij zegt, moet af en toe wat dichter kruipen. Zijn stem is even verzwakt als zijn lijf. Samen zitten we voorovergebogen tegen de grauwe gevel. We zien schoenen, benen en winkeltassen passeren.
“Er zijn twee soorten klootzakken”, zegt hij. “Zij die drugs verkopen en zij die je leren drugs te injecteren. Je weet dat je een junk bent als die twee soorten klootzakken je beste maten zijn. Je enige maten.”
De traan rolt over zijn wang. Ik slik.
“Nu heb ik geen maten meer. Ik ben geen junk meer.” Hij zegt het trots. En dan iets zachter: “Nu ben ik niets meer.”
Een zielig hoopje mens. Sluik haar plakt langs zijn gezicht. Voor zover hij er nog heeft, staan zijn tanden alle kanten op. Maar als hij de kracht vindt om zijn hoofd op te heffen, kijk je recht in twee hondstrouwe ogen. Zijn gezicht is net zo getekend als zijn leven. Getekend dóór zijn leven. Maar hij heeft bijna evenveel lachrimpels als denkrimpels.
“Het ergste is”, gaat hij verder, “dat anderen mij ook zo zien, allez, mij gewoon niet meer zien.”
“Zelfs als ze geld in mijn beker gooien – als ze dat al doen – maken ze geen oogcontact. Ze durven niet te vragen hoe het met me gaat. Eén minuut slechts. Eén minuut om me terug mens te voelen.”
“En een soepje”, zeg ik stil. Hij lacht, waterig maar oprecht.
“Tja, ge moogt mij Royco noemen.” Hij knipoogt zelfs.
Ik word kwaad. Kwaad op onze medemens. De medemens die via mail vraagt of we eens met die triestige bedelaar kunnen praten. De medemens die vijf euro over heeft voor een T-shirt dat kapot is na twee wasbeurten, maar geen twee euro voor een koffie en één minuut van zijn tijd.
Onze mede-mens. Beide delen van dat woord zijn fout.
Hij slurpt soep en we zitten naast elkaar. In stilte.
Na een tijdje sta ik verkrampt op: mijn poep hard van de koude, mijn rug doet pijn. “Amai, da’ gij hier zo lang kunt zitten,” zucht ik.
“Ha! Je hebt bieryoga en zweetyoga. Dit is bedelyoga.” Ik grinnik: “Daar kunnen die yogasnuivers nog iets van leren.”
Ik laat hem achter met een glimlach en een lege soepbeker.

Enkele dagen later. Het is elf uur ’s avonds en ik fiets naar huis. Plots zie ik hem zitten. “Overuren aan het kloppen?”, plaag ik hem lacherig.
Tot ik zijn gezicht zie. “Ik ben overvallen in mijn slaap. Ik heb niets meer. Zelfs mijn slaapzak hebben ze gestolen. En een schop in mijn ribben kreeg ik erbij.”
Mijn hart breekt. Daar heb je die mede-mens weer.
“Ik snap niet hoe je ’t volhoudt.”
“Da ’s simpel”, zegt hij, “Er is geen andere optie.”
Ik wend mijn gezicht af om mijn tranen te verbergen. Ik geef hem wat kleingeld en beloof een matje en slaapzak te halen op onze bureau. Aangekomen in een lege, donkere werkruimte zoek ik een warme trui, een slaapzak en matje.
Ik zet water op voor thee. In de keuken bedenk ik me en neem een Royco Minute Soup mee.



Vreemdelingen herbergen
Dakloze Griek krijgt nieuw leven

(KERKNET - Gepubliceerd op donderdag 3 mei 2018 - 11:44)

Een Nederlandse vrouw die in Athene woont, zette een hulpactie op het getouw voor de dakloze Panos. Hij heeft intussen een job en een woning.

Panos Katris

Tien dagen geleden sliep Panos Katris (36) nog in een kraakpand, gisteren vertrok hij naar Rhodos op weg naar een nieuwe job.
In de Nederlandse media doet Esther Stoel (29) haar verhaal. Begin dit jaar verhuisde de Nederlandse naar Athene, waar ze aan een supermarkt de dakloze Panos Katris ontmoette. ‘Hij zat op een stuk karton in een perkje aan de ingang. Toen ik op een dag ten val kwam met de fiets, was hij de enige die hulp bood. We raakten aan de praat – hij spreekt zeer goed Engels.’ Ze kocht voor hem een hotdogs, hij vertelde zijn verhaal.

Oproep op Facebook
Panos verloor enkele jaren geleden beide adoptieouders en viel zonder job door de economische crisis. Omdat hij geen aanspraak kon maken op een uitkering, zag hij geen andere mogelijkheid dan te bedelen. Nochtans heeft hij een technische beroepsopleiding afgerond en spreekt hij Engels en Duits.
Stoel plaatste een oproep in een Facebookgroep voor Nederlanders die in Griekenland wonen. Ik werd bedolven onder berichten van Nederlanders die hier wonen en wel wat wisten, vooral in het toerisme. Intussen kocht ze voor Panos ook enkele kleren en ze stuurde ze hem naar de kapper.

'Een engel van God'
Drie dagen later had Panos een job: een Nederlandse vrouw die op Rhodos vakantiehuisjes verhuurt, neemt hem in dienst voor onderhoudswerken en allerlei klusjes. Panos: Ik krijg er ook woonruimte en kan gebruikmaken van een auto. Esther is een engel van God.



Gevangenen verlossen
Engel van Lagos koopt patiënten vrij

(naar: De Standaard 22-23 december 2018 p. 34)

Omdat de overheid in Nigeria weinig investeert in gezondheidszorg, zijn de hospitalen vrij om hun patiënten onder druk te zetten om te betalen.

ZealAkaraiwai

De Nigeriaanse zakenman Zeal Akaraiwai bezoekt die gegijzelde patiënten en betaalt voor hen de openstaande schuld. Het gaat bijna altijd om kleine bedragen (100 tot 250 dollar). Een fortuin voor patiënten die vaak niet meer dan twee dollar per dag verdienen.

De zakenman vraagt geen wederdienst en wil nadien ook geen contact meer met de patiënten van wie hij de ziekenhuisfactuur betaald heeft. Hij hoopt wel dat ze zich zullen herinneren als een soort engel. Daarom noemt hij zijn project: 'The angel project'.





VERTELLEN

Bezoek voor Panov

(C. LETERME, Parels van verhalen, uitgeverij Averbode 2019, p. 179)

Op een winteravond droomde Panov, een oude schoenmaker,
dat Jezus hem de volgende dag zou komen bezoeken.
Wakker geworden maakte hij zijn huis klaar voor dat bezoek.
Hij legde ook een speciaal cadeau klaar voor Jezus:
het mooiste paar schoentjes dat hij ooit maakte.

Hij wachtte en wachtte, maar Jezus kwam maar niet.
Wel kwam er een straatveger langs,
die verkleumd was van de kou en hongerig zijn werk deed.
‘Kom binnen’ riep Vadertje Panov
‘en drink iets lekker warms.’

Weer wachtte vadertje Panov, maar niemand kwam,
behalve een jonge vrouw met een baby.
Vadertje Panov gaf haar wat warme soep.
Na enige aarzeling gaf hij het kindje de schoentjes
die hij aan Jezus wilde geven.

Het werd later en later, maar Jezus kwam niet.
Er kwamen wel nog enkele bedelaars voorbij.
Vadertje Panov gaf hun het laatste restje soep.
Ten slotte kwam er niemand meer.
Vadertje Panov was erg verdrietig omdat Jezus niet gekomen was.

De volgende dag klopte er iemand op de deur. Het was Jezus.
‘Ik had honger’, zei Hij, ‘en je hebt Me te eten gegeven.
Ik had het koud en je gaf Me warmte.’
‘Maar wanneer deed ik dat dan?’ vroeg vadertje Panov.
‘Toen je de straatveger, het meisje, het kindje en de bedelaars hielp.’

(Naar een verhaal van Leo Tolstoj)



De bedelaar

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 353)

Een oud joods verhaal
heeft het over een melaatse bedelaar.
Hij zit aan de poort van Rome
en wacht, en wacht ...
Die bedelaar is de Messias.

‘Op wie wacht hij dan?’
vroeg een kleinzoon aan zijn grootvader.
De oude man legde zijn hand
op het hoofd van het kind en zei:
‘Op jou, mijn jongen.’
‘En wat moet ik voor Hem doen?’
vroeg de jongen.

Na een lange stilte zei de grootvader:
‘Omdat de Messias melaats en verlamd is,
kan Hijzelf de vrede niet brengen
die God beloofd heeft.
Daarom zit Hij als een bedelaar
aan de poort van de stad.
Aan ieder die voorbij komt,
vraagt hij of hij Hem wil helpen.
Hij vraagt om te doen
wat Hij had willen doen.’

Naar een joods verhaal.





VIDEO

'Het goede doen ...'

Klik hier





MEDITEREN

Ik was...

(bron onbekend)

Ik was hongerig
En jullie vormden
een menslievende vereniging
om over mijn honger te vergaderen.

Ik was in de gevangenis
en jullie slopen zachtjes weg
om in een rustig hoekje
voor mijn bevrijding te bidden.

Ik was naakt
en jullie dachten erover na
of mijn verschijning niet immoreel was.

Ik was ziek
en jullie knielden en dankten God
dat je zelf zo gezond was.

Ik was dakloos
en jullie lieten me alleen
om voor jezelf te zorgen.

Jullie denken dicht bij God te zijn.
Maar ik ben nog steeds
hongerig en alleen en koud.



Ik had honger ...

IK HAD HONGER ...
en jij ging op reis, tot aan de maan.
IK HAD HONGER ...
en jij gooide het feesteten in de vuilnisbak.
IK HAD HONGER ...
en jij hebt een studiecommissie opgericht.
IK HAD HONGER ...
en jij zei : "Zo gaat het in de wereld."
IK HAD HONGER ...
en jij verklaarde : "Voor mensen op jaren heb ik geen werk."
IK HAD HONGER ...
en jij troostte : "God zegent de mensen die nu afzien."
IK HAD HONGER ...
en jij toonde de machines die nu het werk doen.
IK HAD HONGER ...
en jij beweerde dat velen het nog erger hebben dan ik.
IK HAD HONGER ...
en jij toonde mij de rekeningen van de te betalen wapens.
IK HAD HONGER ...
en jij gaf je opinie: "mocht je niet lui zijn, dan moest je niet bedelen."
IK HAD HONGER ...
en jij sloot de deur: "De armen laten me geen rust meer."



Wat God op die dag niet zal vragen ...

God zal niet vragen in wat voor auto je gereden hebt,
Hij zal vragen hoeveel mensen je vervoerd hebt, die geen vervoer hebben.

God vraagt niet hoeveel vierkante meter je huis is,
Hij zal vragen hoeveel mensen je verwelkomd hebt in je huis.

God zal niet vragen hoeveel kleren je had in je kast,
Hij zal vragen hoeveel mensen je hebt geholpen om aan kleding te komen.

God vraagt niet hoe hoog je salaris was,
Hij vraagt alleen hoe je zover bent gekomen.

God vraagt niet welke titel je functie heeft,
Hij vraagt of je je werk zo goed mogelijk hebt uitgevoerd.

God vraagt niet hoeveel vrienden je hebt,
Hij vraagt je voor wie jij een vriend was.

God vraagt niet in welke buurt je hebt gewoond,
Hij vraagt je hoe jij je buren hebt behandeld.

God vraagt niet naar je huidskleur,
Hij vraagt naar de inhoud van je karakter.

God vraagt niet waarom het zolang duurde tot je bij Hem kwam,
Hij zal je liefdevol naar je plaats in de hemel brengen.





BIDDEN

Koning - rechter

(Luc Beeldens, Pastorale Eenheid Heilige Damiaan – Hoboken-Berchem-Kiel-Wilrijk, november 2023)

Ooit werden koningen gekozen omwille
van hun uitstraling, hun wijsheid
en de wijze waarop ze ten dienste stonden van hun volk.

Matteüs schrijft in zijn relaas
over een koning die oordeelt.
Hij verdeelt de mensen in twee groepen,
links en rechts van Hem.

Alles draait om de criteria
die Hij aanwendt om te oordelen.
Zijn kernvraag luidt:
wat heb je gedaan voor
hongerigen, dorstigen,
vreemdelingen, naakten,
zieken, gevangenen?
Wat heb jij voor hen gedaan?
Wat heb jij gedaan voor diegenen
die Me na aan het hart liggen?
Heb je Me in hen herkend?


Eeuwige Vader,
we noemen onszelf christenen,
mensen die Jezus als Koning erkennen.
Wij vragen U, richt ons leven naar de kleinen
in wie we Hem kunnen ontmoeten.
Amen.





Overwegingen

Mother Teresa

Helpen

"Als je niet iedereen kunt helpen,
help dan één iemand."





Ward Bruynickx

Als God op je weg komt


dan zal het zijn
als een kind,
als een mens ...

Zie toe
dat je Hem herkent!
Hij zal geen lichtkrans dragen,
geen aureool, geen titel
of geen aanzien hebben.
Hij zal man of vrouw zijn,
arm of rijk
- maar dat is niet belangrijk -
Hij zal een mens zijn
die honger heeft:
geef hem te eten van je liefde;
hij zal naakt zijn:
kleed hem met je waardering;
zit hij gevangen:
verlos hem door je begrip;
hij zal misschien ziek zijn:
genees hem met je warme vertrouwen;
dorst zal hij hebben:
geef hem te drinken van je gerechtigheid;
voelt hij zich vreemd-verloren:
geef hem de thuis van je hart.

Zie toe als God incognito
op je weg komt ...





Frans Mistiaen s.j.

Christus, herder, rechter en koning, verborgen in de misdeelde onder ons

De evangelietekst van vandaag biedt ons een voorbeeld
van een gekend literair procedé in de Bijbel.
Met veel beelden wordt een beschrijving gegeven van gebeurtenissen
die de schrijver verplaatst naar het eerste begin
of naar de uiterste toekomst, het einde der tijden.
Dit is dan geen letterlijk relaas van gebeurtenissen,
maar een beeldrijk verhaal dat op een symbolische manier
iets duidelijk maakt (openbaart) over het meest fundamentele
wat nu in het heden aan het gebeuren is, maar nog versluierd blijft.
Wij lijken dus een ooggetuigenverslag te krijgen
van de zgn. eerste of laatste dagen,
maar de bedoeling is ons, met veel symboliek, iets te vertellen
over wat er vandaag in onze werkelijkheid aan het gebeuren is,
maar dan wel nog verborgen, in de diepte.
Dit is een manier om de diepere werkzaamheid van God
in onze huidige mensenwereld uit te spreken, te openbaren.
Laten wij dus onthouden dat wij de teksten van vandaag lezen,
niet als een letterlijke reportage
over het toekomstige einde van onze wereld,
wél als een beeldrijke "openbaring"
van de uiteindelijke bedoelingen van God met ons, nu.

Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar
worden wij uitgenodigd nu reeds te kijken naar Christus,
onze Herder, onze Rechter en onze verborgen Koning.

Christus zien als onze uiteindelijke Herder betekent,
dat wij willen geloven dat de diepe bedoeling
van onze mensenwereld is
dat wij allen ter bestemming komen bij God,
zoals de schapen, ook de verdwaalde, ook de verwonde,
uiteindelijk allemaal door de herder worden bijeengebracht
in de veilige geborgenheid van de stal.
Wij willen geloven dat wij op weg zijn
in de voetsporen van de Heer die als een herder
ieder van ons persoonlijk bij name kent en voor ons Zijn leven geeft.
Het is onze diepste hoop dat wij nu reeds
aan het te groeien zijn naar die liefdevolle gemeenschap
onder de herdersstaf van de Heer Jezus.
Daarom proberen wij nu reeds elke dag te leven
in dat perspectief van die liefde en dat geborgen te zijn bij de Herder.
Dat laat ons toe nu te leven
als fundamenteel vertrouwvolle en dankbare mensen.

God is ook onze uiteindelijke Rechter.
Het beeld van de Rechter begrijpen wij volledig verkeerd
als wij denken dat God zou straffen om wraak op ons te nemen.
Een rechter is niet iemand die wraak wil nemen,
maar iemand die recht doet aan het goede.
Zolang wij leven, blijven goed en kwaad steeds met elkaar vermengd.
En dat kan sommige mensen hopeloos maken.
Zij vragen zich angstig af: "Zal het goede
uiteindelijk wel krachtig genoeg zijn om de bovenhand halen?"
Als wij, christenen, God aanvaarden als uiteindelijke Rechter
dan betekent dit dat wij geloven dat Hij wél de kracht heeft
om het kwade te scheiden van het goede,
juist om alleen het goede te laten verder leven.
God maakt dus nu reeds wel een scherp onderscheid,
een heilzame scheiding, juist om het goede definitief te redden.
Wij geloven dat er bij Hem een goed leven mogelijk is
dat niet meer vermengd is met kwaad en dood,
een verrezen, eeuwig leven dus.
Wij geloven in een God die recht verschaft aan het goede
en ons altijd de kracht geeft om het kwade te overwinnen.
Dat laat ons toe nu te leven als hoopvolle mensen.

Waarom legt het evangelie
zo de nadruk op de tegenmogelijkheid van vernietiging en dood?
Omdat de mens vrij is en dus ook die keuze kan maken.
Vermits God Liefde is en dus niemand wil dwingen,
respecteert hij de vrijheid van de mens,
ook als die het aangeboden goddelijk leven wil weigeren.
Wie echt wil kiezen voor het kwaad, kan dat,
maar hij haalt dan wel over zichzelf vernietiging en dood.
Het is niet God die op het einde de slechte mens zal straffen.
Het is de mens, die kiezend voor het kwade, zichzelf nu reeds straft.
Wij weten heel goed dat zulke mensen
nu reeds onze wereld tot een hel kunnen maken.

Maar ik herhaal dat wat hier verteld wordt
over de oordelende Rechter geen voorspelling is
van wat er precies gaat gebeuren achteraf, ná ons leven.
Het is veeleer een beeld om er ons aan te herinneren
voor welke keuze wij nú staan.
Elke dag nodigt God ons uit dat levenbrengend onderscheid te maken
tussen goed en kwaad, het ene te doen en niet het andere,
mens te zijn en geen onmens.
Wij geloven dat Hij radicaal aan de kant staat van het goede
en dus ook van diegenen die nu reeds het goede betrachten.
Daarom proberen wij te leven en te werken vanuit die diepe droom.

God is ook onze uiteindelijke Koning.
Maar nu wel nog een verborgen Koning,
die Zichzelf vandaag vereenzelvigt
met de armen en de geringen op onze weg.
En dat is voor ons de meest onthutsende openbaring.
Wij zijn spontaan geneigd in onze samenleving
een onderscheid te maken tussen vooraanstaanden en geringen.
Maar het is Gods diepe droom dat iedereen gelijk wordt behandeld,
ook diegenen die wij spontaan miskennen of links laten liggen.
Als Jezus "Koning" mag genoemd worden
dan is het niet omdat Hij heerste, maar omdat Hij de mensen diende,
ook de zwaksten en de uitgestotenen.
Voor ons bestaat er maar één manier om deze Koning te dienen:
diegenen dienen die Hij diende, de kleinsten, de zwaksten onder ons.
Uiteindelijk stelt God onze Koning
nu reeds aan ieder van ons één vraag:
"Hoe groot is de liefde van je hart voor de misdeelde op je weg?"
Christus wordt meer en meer de Heer van heel de wereld
waar christenen in het gelaat van de gekwetste, kleine mens
de trekken van God Zelf herkennen
en door hun inzet en edelmoedigheid
de wereld helpen groeien tot Zijn koninkrijk van liefde.
Wij proberen te leven en te werken
in het besef dat de geringste op onze weg
nu reeds de Koning in ons midden is.
Dat nodigt ons uit nu te leven
als mensen die fundamenteel open staan voor onze medemens.

Zo is de heerschappij van de Liefde onder ons aanwezig,
in Christus, Herder, Rechter en Koning,
vanaf het begin, tot op het einde, maar vooral vandaag.





Marc Gallant, trappist (Orval)

De mensenzoon

We zitten hier met een vervelende vraag. Jezus heeft ons een God van Liefde verkondigd, een barmhartige Vader, en hier horen wij hem zeggen: ”Ga weg van mij, vermaledijden, in het eeuwig vuur …” Wat betekent dat? Komt hier de “God der wrake” van het Oude Testament terug opdagen?
Eigenlijk heeft Jezus een probleem. Hij brengt een nieuw godsbeeld. Om dat godsbeeld aan te brengen beschikt hij echter slechts over de uitdrukkingswijze van zijn tijd, die Gods tussenkomst verwoordt in een kleurrijke apocalyptische stijl. De figuur van de Mensenzoon is typisch voor deze stijl. Als goede pedagoog vertrekt Jezus van de zienswijze van zijn toehoorders, en van de figuur van de Mensenzoon.

Wie is dan die Mensenzoon? Die mysterieuze figuur van hemelse oorsprong duikt reeds op bij de profeet Daniël (7, 6) en doorheen de Joodse apokalyps, vooral in het Boek van Henoch, is Hij de grote Rechter op het eind der tijden. Hij wordt hier voorgesteld met al de attributen zoals die in het Oude Testament aan God toegekend worden: Hij komt als koning. Die koningstitel is voorbehouden aan God nadat er in Israël geen koningen meer zijn. De Mensenzoon verschijnt in de heerlijkheid, en die is Gods eigen aura. Hij is vergezeld van alle engelen, die Gods persoonlijke hofhouding zijn. Hij neemt plaats op de troon van glorie, die Gods troon is, en volgens de geijkte voorstelling van God bij het eindoordeel van de mensheid worden alle volken vóór Hem bijeengebracht. Wij hebben zo een duidelijk antwoord op onze vraag: de Mensenzoon die komt op het einde der tijden is, in wezen, God zelf: Hij is in het bezit van al de goddelijke prerogatieven.

En juist hier komt die God met een verrassing door alle perspectieven om te gooien: Hij, die komt op het einde der tijden, die mysterieuze Mensenzoon is niet meer een verre God, subliem, hoog boven de wolken, buiten onze gezichtseinder, zonder echt impact op ons leven. Integendeel, Hij is God dicht bij ons, voortdurend nabij, onverwacht. Hij is niet een verpletterende heerser, hij verschijnt als de armste, als de kleinste onder ons. De rode draad die loopt doorheen heel het evangelie wordt hier duidelijk: Jezus is onder ons gekomen in een kribbe. Kleiner kan niet. Zijn koninkrijk is inderdaad niet van deze wereld, beheerst door rijkdom, macht en aanzien. Zijn koninkrijk is een wereld waar de liefde geldt als enige wet. Het is de wereld van de dienstbaarheid, van de gratuïteit, van de aandacht voor de anderen. Christus is koning, ja, maar van een nieuwe wereld, van een nieuwe schepping.

Op het einde der tijden komt hij alles in het perspectief van die nieuwe wereld plaatsen: het eeuwigheidsperspectief. Hij maakt ons dan duidelijk wat er in ons leven eeuwigheidswaarde heeft gehad, wat er overblijft van ons leven. Wat zegt die Mensenzoon, gezeten op zijn troon van glorie? Hij zegt: “Ik had honger, ik had dorst, ik was vreemdeling”, en zo verder. Jezus verklaart zich als onze universele broeder die zichzelf te kennen geeft in ieder die deel uitmaakt van onze mensengeschiedenis: de gevangene, de zieke, de dakloze, naakte, hongerige en dorstige. Zij zijn “mijn broeders”, verduidelijkt Hij. “Wat gij aan één van hen gedaan hebt, hebt gij aan Mij gedaan”. In het gelaat van de arme die om hulp vraagt, begint het laatste oordeel. Volgens ons respons worden wij uitgenodigd tot het feest van het Koninkrijk of verwezen naar het oordeel.

Dat verandert op radicale wijze onze menselijke verhoudingen. De anderen, de armsten op de eerste plaats, zijn niet meer het voorwerp van onze zorg. Zij zijn het onderwerp: wij zijn ten dienste gesteld van hen, zoals wij ten dienste staan van de Koning van het heelal. Geen enkel meerderwaardigheidsgevoel kan ons nog bewonen. De liefde sluit alle meerderwaardigheidsgevoel uit. Onze eerbied voor de armsten die we ontmoeten moet de eerbied zijn die wij opbrengen voor de Koning van hemel en aarde.
Waarlijk, moesten alle mensen leven volgens die wet van het evangelie, dan zou onze aarde een paradijs worden. Iedereen zou er meer begaan zijn met de naaste dan met zichzelf. Nergens nog agressiviteit die verplettert of machtsdrang die verknecht.