Loading...
 

Handelingen 15, 22-31

Handelingen 15, 22-31: Grote bijeenkomst te Jeruzalem

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1746-1748)

Toen namen de apostelen, de leiders van de kerk in Jeruzalem en alle andere christenen een besluit. Ze besloten om twee mannen met Paulus en Barnabas mee te sturen naar Antiochië. Ze kozen Silas uit en Judas, die ook wel Barsabbas genoemd werd. Zij waren allebei leiders van de kerk. Judas en Silas kregen een brief mee. Daarin stond:
‘Van de apostelen en leiders van de kerk. Aan de niet-Joodse christenen in Antiochië, Syrië en Cilicië.
Vrienden, wij groeten jullie! We hebben gehoord dat er een paar mensen uit onze kerk bij jullie geweest zijn. En dat zij dingen hebben gezegd waardoor jullie in de war gebracht zijn. Die mensen waren niet door ons gestuurd! Daarom hebben we nu met elkaar besloten om een paar andere mensen naar jullie toe te sturen. Ze komen mee met onze vrienden Barnabas en Paulus. Die zijn al vaak in gevaar geweest door hun werk voor onze Heer Jezus Christus. De mannen die we naar jullie toe sturen, zijn Judas en Silas. Zij zullen jullie de dingen die in deze brief staan, nog eens zelf vertellen. Wij hebben een besluit genomen, en zo wil de heilige Geest het ook. We willen het jullie niet te moeilijk maken. Jullie hoeven alleen de regels te volgen die echt nodig zijn: Eet geen vlees dat aan afgoden geofferd is. Eet niets waar bloed in zit. Eet alleen vlees van dieren die op de goede manier geslacht zijn. En heb geen verboden seks. Als jullie je aan die regels houden, dan doen jullie het goed.
Onze hartelijke groeten!’

Toen werden Paulus en Barnabas met Silas en Judas op weg gestuurd. Samen gingen ze terug naar Antiochië. Daar riepen ze alle christenen bij elkaar, en ze gaven hun de brief uit Jeruzalem. De brief werd voorgelezen, en iedereen was blij met het goede bericht.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Er kwamen enkele mensen uit Judea naar Antiochië die zeiden: ‘Als jullie zich niet laten besnijden, zoals de wet van Mozes het voorschrijft, kunnen jullie niet gered worden.’
Er ontstond een heftige discussie en Paulus en Barnabas raakten met hen in conflict. Daarom gaf men aan Paulus, Barnabas en nog enkele anderen de opdracht om dit probleem voor te leggen aan de apostelen en de verantwoordelijken in Jeruzalem.
Die besloten in overleg met de gemeenschap van christenen om Paulus en Barnabas samen met Judas (ook Barsabbas geheten) en Silas naar Antiochië te sturen, samen met deze brief:
‘De apostelen en de verantwoordelijken groeten hun broeders van heidense afkomst in Antiochië, Syrië en Cilicië. Wij vernamen dat enkelen van ons, zonder ons daarin te kennen, jullie met hun woorden verward hebben. Daarom besloten wij samen om een paar mannen uit te kiezen en die mee te sturen met Barnabas en Paulus, die zich met hart en ziel inzetten voor de naam van onze Heer Jezus Christus. Het gaat om Judas en Silas die u dezelfde boodschap ook mondeling zullen overbrengen. De Heilige Geest en wij hebben besloten om jullie niets meer op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is: jullie mogen geen vlees eten dat aan de afgoden geofferd is, of bloed, of vlees dat niet ritueel geslacht is en jullie mogen ook geen ontucht plegen. Als jullie zich daaraan houden, is het in orde. Het ga jullie goed.’

Ze namen afscheid en vertrokken naar Antiochië. Nadat ze daar de gemeente hadden bijeengeroepen, overhandigden ze de brief.
Toen die was voorgelezen, was de gemeente blij met de stimulerende inhoud.



Stilstaan bij …

De Heilige Geest en wij hebben besloten …
Deze formule kan de uiting zijn van een erg grote pretentie: wat wij toelaten en verbieden, wordt door God zelf toegelaten en verboden. Maar men kan ze ook lezen als een uitdrukking van bescheidenheid: wij proberen zo goed mogelijk te achterhalen wat overeenkomt met de inspiratie van de Heilige Geest.





Bij de tekst

Situering van de tekst

Als Paulus op zijn reis in het Midden-Oosten ergens kwam, ging hij eerst prediken in de synagoge. Hoewel heel wat joden aanvankelijk enthousiast waren, eindigde dit meestal in vervolging en arrestatie van Paulus. Daarom begon Paulus zich te richten tot de mensen die geen jood waren. Maar ook dit stelde problemen:
- Kon men wel christen worden zonder eerst jood te zijn?
- Moest men eerst besneden zijn om Christus te kunnen volgen?
Vooral de christenen, die voordien jood waren geweest, waren ervan overtuigd dat men zeker de Tora moest beleven en besneden zijn.

Omdat dit gegeven een grote crisis veroorzaakte bij de eerste christenen, werd een bijeenkomst / concilie bijeengeroepen te Jeruzalem. Daarop werd officieel besloten dat men christen kon worden zonder eerst jood te zijn. De argumenten hiervoor staan in Handelingen 15, 3-21:

Petrus
'Broeders, jullie weten dat God al van in het begin ervoor gekozen heeft dat ik de heidenen het evangelie zou brengen zodat ze tot geloof zouden komen. God die weet wat er in hart van de mensen leeft, heeft dat duidelijk gemaakt door hun, net als ons, de heilige Geest te schenken. Hij heeft nergens onderscheid gemaakt tussen ons en hen, omdat Hij hun harten met het geloof gezuiverd heeft. Waarom wilt u hen een last opleggen die onze voorvaderen noch wijzelf konden dragen? Nee, wij geloven dat wij net als zij door Jezus zullen gered worden.’

Jakobus
‘Broeders, luister. Simeon heeft gezegd dat God zelf begonnen is zich het lot aan te trekken van de heidenen, om uit hen een volk te vormen voor zijn naam. Dit komt overeen met de woorden van de profeten: "Dan zal Ik terugkeren en de ingestorte tent van David weer opbouwen. Wat omver ligt zal Ik herstellen en weer overeind zetten. Dan zullen de mensen die overgebleven zijn, op zoek gaan naar de Heer samen met de heidenen, over wie mijn naam is uitgeroepen. Zo spreekt God. " Daarom vind ik dat we de heidenen die zich tot God bekeren, geen onnodige last moeten opleggen. We moeten hun schrijven dat ze zich onthouden van verontreiniging door afgoden, ontucht, verstikt vlees, en bloed.


Zo toont Lucas in het boek Handelingen aan dat het toelaten van heidenen tot de gemeenschap van christenen het werk is van God zelf:
. Hij verwijst naar de bekering van de Romein Cornelius, waarbij 'de heilige Geest neerdaalde op allen die naar zijn toespraak luisterden'.
. Via Petrus zegt Lucas dat de joden zelf niet in staat waren de wet te onderhouden (het lijkt wel erg onwaarschijnlijk dat Petrus dit zelf zou gezegd hebben)
. Paulus en Barnabas verwijzen naar het gunstig onthaal wanneer ze zich richten naar de heidenen.
. Via Jakobus komt een argument uit de Bijbel: een citaat uit de profeet Amos (waarvan de tekst in 'Handelingen' komt uit een Griekse vertaling, die afwijkt van de Hebreeuwse tekst). Volgens dit citaat is de opname van heidenen in de gemeenschap van christenen reeds lang door God gewild.



Brief aan de Galaten

De tekst in de ‘Handelingen van de apostelen’ werd door Lucas geschreven.
Paulus verwees naar deze gebeurtenis in een brief aan de Galaten (Galaten 2, 1-10). Die brief kan doorgaan als historische informatie uit eerste hand.

Na veertien jaar ging ik samen met Barnabas en Titus terug naar Jeruzalem. God had me laten weten dat ik dat moest doen. Ik heb daar aan de leiders van de Kerk het evangelie voorgelegd dat ik aan de niet-joden verkondig. Ik wilde er zeker van zijn dat ik niet voor niets werk of had gewerkt. Maar zelfs Titus, een Griek, werd niet gedwongen om zich te laten besnijden. Dat wilden wel een paar valse broeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die wij hebben in Christus Jezus, gebruikten. Maar wij zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het evangelie moest bij u behouden blijven. De leiders hebben mij niets opgelegd. Integendeel, toen zij inzagen dat aan mij het evangelie voor de niet-joden was toevertrouwd, zoals dat voor de joden aan Petrus en omdat zij de mij gegeven genade hadden erkend, hebben zij, Jakobus en Petrus en Johannes, mij en Barnabas de rechterhand toegestoken (1): wij zouden naar de niet-joden gaan en zij naar de joden. Wij moesten alleen de armen gedenken, en daar heb ik dan ook mijn best voor gedaan.

(1) Met dit gebaar geeft men aan dat men een vreedzaam verdrag heeft gesloten, waarbij geen van de partijen het overwicht heeft.





Suggesties

Kleine en grote kinderen, jongeren

EXTRA

De Heilige Geest

Klik hier voor info en suggesties bij de Heilige Geest.