Loading...
 

Johannes 14, 21-26

Johannes 14, 21-26: Luisteren naar de woorden van Jezus

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1703)

Je houdt van mij als je volgens mijn regels leeft. En als je van mij houdt, dan houdt de Vader van jou. En ook ik zal van je houden, en je laten zien wie ik echt ben.’
Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot, maar een andere leerling) aan Jezus: ‘Heer, waarom wilt u alleen aan ons laten zien wie u echt bent? Waarom wilt u dat niet laten zien aan de mensen van deze wereld?’
Jezus antwoordde: ‘Als je van mij houdt, dan luister je naar mijn woorden. Dan zal mijn Vader van je houden. En de Vader en ik zullen bij je komen en voor altijd in jou aanwezig zijn. Maar mensen die niet van mij houden, luisteren niet naar mijn woorden.
En bedenk goed: De woorden die jullie mij horen zeggen, komen niet van mijzelf. Ze komen van de Vader die mij gestuurd heeft.’
De leerlingen moeten moed houden
Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Ik vertel jullie al deze dingen nu ik nog bij jullie ben. Later zullen jullie het helemaal begrijpen. Dat zal gebeuren als de heilige Geest komt. De Vader zal hem als helper naar jullie toe sturen. Dat doet hij voor mij. De heilige Geest zal jullie herinneren aan alles wat ik tegen jullie gezegd heb. En hij zal ervoor zorgen dat jullie het begrijpen.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Jezus zei:
‘Wie de geboden onderhoudt, die hij van Me kreeg,
zo iemand ziet Me graag.
En wie Me graag ziet, ziet mijn Vader ook graag.
Ook Ik zal van hem houden
en Ik zal Me aan hem bekend maken.
Judas - niet Judas Iskariot - vroeg aan Jezus:
‘Heer, hoe komt het dat Jij Jezelf aan ons zult bekend maken
en niet aan de wereld?’
Jezus antwoordde: ‘Als iemand Me graag ziet,
zal hij doen wat Ik zeg, mijn Vader zal van hem houden
en Wij zullen bij hem komen en bij hem wonen.
Wie niet van Me houdt, doet niet wat Ik zeg.
Het woord dat jullie horen, is niet dat van Mij,
maar van de Vader die Me gezonden heeft.
Dit zeg Ik jullie, terwijl Ik nog bij jullie ben,
maar de Helper, de Heilige Geest,
die de Vader in mijn Naam zal zenden,
Die zal jullie alles duidelijk maken
en jullie alles doen herinneren wat Ik jullie gezegd heb.’



Stilstaan bij ...

Vader
Typische manier waarmee Jezus God aanspreekt.
Door God zijn vader te noemen, wordt duidelijk dat Jezus de zoon van God is. Wanneer zijn volgelingen God ook als Vader mogen noemen, zijn zij dus ook zonen of dochters, kinderen van God. Een verwantschap die een hele taak met zich meebrengt.

Wij
Dit woord onderlijnt de nauwe relatie tussen Vader en Zoon.

Helper
(Grieks = parakletos)
Het Griekse woord ‘parakletos’ kan vertaald worden met: ‘pleitbezorger’, ‘helper’ of ‘trooster’. Het gaat om een persoon die de opdracht heeft om iemand bij te staan, en voor hem het woord te voeren.

Geest
(Hebreeuwse = roeach (betekent 'adem' of 'wind')
Zoals men de wind niet ziet, maar voelt, zo is het met de Geest van God. Men ziet Hem niet, toch kan men zijn aanwezigheid voelen. Een aanwezigheid die inspireert, begeestert, enthousiast maakt, in beweging brengt. Zo ging Abraham op weg ging vanuit Chaldea, trok Mozes met het joodse volk weg uit Egypte naar het Beloofde Land, lieten de profeten begeesterd de woorden van God horen en voelde Jezus bij zijn doopsel zijn stimulerende aanwezigheid.





Overwegingen

Marc Gallant, trappist (Orval)

Jezus zien (2013)

Jezus moet antwoorden op de verbaasde vraag van Judas Taddeüs: “Heer, hoe komt het dat Gij U wel aan ons wilt openbaren, maar niet aan de wereld?”. Eigenlijk zitten we zelf ook met zo een vraag. Als het alleen aan ons gegeven is te geloven in Jezus, iets te zien in Hem, Hem te ontwaren als Messias en Zoon van God, dan kunnen we bij hen, die deze ervaring niet hebben, doorgaan voor geïllumineerden. Het zou zoveel eenvoudiger zijn, moest Jezus zich aan iedereen laten zien voor wie Hij is: dan zouden we er niet moeten mee inzitten met wat de anderen van ons gaan denken.

Als antwoord geeft Jezus een soort overweging over wat het betekent hem te zien. Hij vraagt ons in te treden in het mysterie van zijn schijnbare afwezigheid. Johannes kan dat mysterie in zijn evangelie verwoorden aan de hand van de ervaring die hij zelf met Jezus beleefd heeft. Bij Jezus‘ dood op het kruis heeft hij het bruuske gevoel ervaren van de breuk in de relatie met zijn Meester en vriend. Weliswaar heeft Jezus die breuk willen milderen door hem zijn moeder toe te vertrouwen. Maar door hem vervolgens zelf aan Maria toe te vertrouwen heeft Jezus zichzelf voorgoed teruggetrokken. Sindsdien heeft Johannes geleefd in die gevoelsmatige afwezigheid, maar stilaan heeft hij tevens begrepen welke de conditie is van de transcendente aanwezigheid van de Heer. Hij zal dan ook zijn evangelie willen afsluiten met het woord van de Heer aan Tomas: “Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben” (Johannes 20, 29).

Johannes weet immers bij ervaring dat de tegenwoordigheid van Jezus bij de zijnen niet bestaat in buitengewone visioenen, zelfs niet vooreerst in zijn paasverschijningen, die maar voorlopig en kortstondig waren en bestemd voor enkele bevoorrechte getuigen die de band konden leggen met zijn aardse leven. De tegenwoordigheid van Jezus is immers steeds en overal geschonken aan het geloof van wie Jezus zoeken. Opgenomen in Gods heerlijkheid heeft de verrezen Jezus zijn aardse staat verlaten die Hem vatbaar maakte voor waarneembare kennis. Hij ontsnapt voortaan aan de beperkingen van ruimte en tijd, en zo Hij uit onze ogen verdwijnt, dan is het om ons tegenwoordig te worden op de manier van God die onzichtbaar is.

In dat licht kan Johannes de afscheidswoorden van Jezus begrijpen. De voortaan onzichtbare Jezus openbaart zich aan het geloof van allen die Hem liefhebben en die Hem trouw zijn. Als we trouw zijn aan zijn woord komen we tot een innerlijke kennis die “inzicht” geeft in wie Jezus is. We zien Jezus door innerlijke ervaring omdat Hij dan met de Vader tot ons komt, en in ons komt wonen. We zien Jezus niet meer als iemand buiten ons: Hij is in ons en wij in Hem. De heilige Geest, die de Vader zendt in zijn naam, laat ons dit begrijpen: de Geest maakt levend het woord van Jezus dat we in ons bewaren. De Geest vult Jezus’ belofte in, hij springt voor ons in, Hij helpt ons, Hij laat ons er niet alleen voor staan. Met de Geest geeft Jezus ons de vrede, zijn vrede, de harmonie met heel de schepping die ons stelt buiten onrust en angst.

Onze zekerheid hangt niet langer af van de zichtbare tegenwoordigheid van Jezus, maar van ons geloof verlicht en versterkt door de heilige Geest. Jezus is weggegaan uit onze zichtbaarheid, Hij komt naar ons terug in de onzichtbaarheid van de Vader die groter is dan Hijzelf. Wij verliezen dus niets bij die verandering van regime, maar we hebben alleen maar reden tot vreugde.
Een nieuwe weg gaat voor ons open: de weg van het geloof dat ziet in het onzichtbare.