Marcus 8, 22-26

Marcus 8, 22-26: Jezus geneest een blinde in Betsaïda

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1582)

Jezus en de leerlingen kwamen in Betsaïda.
Een paar mensen brachten een blinde man bij Jezus.
Ze vroegen: ‘Wilt u deze man alstublieft aanraken?’
Jezus nam de blinde man bij de hand en bracht hem buiten het dorp.
Hij deed spuug op de ogen van de man.
Toen legde hij zijn handen op hem en vroeg: ‘Zie je iets?’
De man keek rond en zei:
‘Ik zie mensen, maar het lijken net bomen die rondlopen.’
Jezus legde nog een keer zijn handen op de ogen van de man.
Toen de man zijn ogen opendeed, kon hij zien. Nu zag hij alles goed.
Jezus zei tegen hem: ‘Ga naar je huis, maar ga niet naar het dorp.’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Jezus en zijn leerlingen kwamen in Betsaïda.
Toen de mensen hen zagen,
brachten ze een blinde bij Hem en vroegen:
‘Wil Je hem aanraken alsjeblief.’
Jezus nam de blinde bij de hand.
Samen gingen ze buiten het dorp.
Jezus deed speeksel op de ogen van de blinde,
legde zijn handen op zijn ogen en vroeg:’
Zie je al iets?’
De blinde keek op en zei:
‘Ik zie mensen,. Het zijn precies bomen.’
Daarna legde Jezus nog eens de handen op zijn ogen.
De blinde keek nauwkeurig. Hij zei:
‘Nu is het goed. Ik kan alles scherp zien.’
Jezus zei: ‘Ga maar naar huis, maar ga niet naar het dorp.
De mensen moeten dit niet weten.’



Stilstaan bij ...

Betsaïda
Deze plaats aan het meer van Galilea werd verfraaid door Herodes Filippus, een zoon van Herodes de Grote. Hij gaf Betsaïda de bijnaam Julia, ter ere van de dochter van keizer Augustus die zo heette.

Blind
Toen Jezus leefde waren er veel blinden. Dit kwam omdat vele mensen arm waren, zich niet goed konden verzorgen en te weinig te eten hadden. Hun leven was heel hard: zij moesten bedelen om in leven te blijven.

Speeksel
In de tijd van Jezus werd speeksel gezien als een geneesmiddel.





Bij de tekst

Verhaal met dubbele bodem

Dit wonder verhaal gaat over de genezing van een persoon met een visuele handicap, maar tegelijk ook over de genezing van mensen die geen inzicht hebben. Wie niet meteen tot inzicht komt, kan daar in stappen toe komen.
Lees meer over wonderverhalen.



Opvallend

Voor de blinde gaan de ogen open, terwijl de leerlingen van Jezus in het duister lijken te tasten over de feitelijke inhoud van de zending van Jezus en de consequenties ervan.



Doopsel

Marcus beschrijft de genezing van de blinde tegen de achtergrond van de voorbereiding op het doopsel. Geloven blijkt een proces te zijn van vallen en opstaan.



Een verhaal met een opdracht

Jezus deed wat speeksel op de ogen van de man, legde zijn handen op zijn ogen, en vroeg: ‘Zie je iets?’ Een gewone manier om te proberen mensen te genezen in de tijd van Jezus.
Eerst leek de man weer te kunnen zien. Maar dan bleek nog niet alles in orde. Zijn ogen deden het wel, maar mensen kon hij nog niet herkennen. Daarom Jezus raakte hem een tweede keer aan. Dan kon de man wel goed zien.

Men kan dit verhaal ook minder letterlijk lezen en toepassen op het eigen leven.
- Kan ik met aandacht zien?
- Wie en wat zie ik scherp?
- Wat wil ik liever niet zien?
- Begrijp ik wat ik ziet, of moet dat steeds opnieuw duidelijk gemaakt worden, net als bij de leerlingen?

Zo wordt de genezing van de blinde man een opdracht. Voor die blinde man, voor de mensen die erbij waren en ook voor ons: leer kijken, leer echt zien.