…page…
Bijzondere woorden
Apocrief
‘Apocrief’ komt van het Griekse woord voor ‘verborgen’ of ‘geheim’.
Oorspronkelijk betekende het dat de leer of de visie in het werk geheim, ‘verborgen’ moest blijven voor buitenstaanders en alleen toegankelijk mocht zijn voor ingewijden.
Nu benoemen christelijke Kerken er geschriften mee die met Bijbelse figuren te maken hebben, maar ze anders portretteren. Die geschriften werden niet opgenomen in de algemeen aanvaarde reeks boeken van de Bijbel (canon). Ook zijn sommige apocriefen niet zo 'verborgen' als het woord 'apocrief' doet veronderstellen.
Canon
Het woord "canon" komt van een Grieks woord dat ‘richtsnoer’, ‘maatstaf’ betekent.
De canon van de Bijbel is een lijst van boeken die binnen de verschillende takken van het christendom (Bijvoorbeeld: orthodox, Rooms-katholiek, protestants …) gezaghebbend zijn en in de liturgie voorgelezen mogen worden.
Bij de vorming van de canon spelen de volgende criteria een rol:
. de tijd waarin deze teksten ontstonden, ligt dicht bij het optreden van de apostelen
. ze zijn algemeen verspreid in de Kerken
. ze worden gebruikt in de liturgie
. ze zijn orthodox: ze weerspiegelen de ‘juiste leer’ van de Kerk. Bijvoorbeeld: Jezus is mens én God.
Apocriefen van Bijbelboeken
Apocriefen van het Oude Testament
Met dit woord duiden protestantse christenen boeken aan die behoren tot het Oude Testament van de Bijbel, maar niet in de protestantse canon van de Bijbel opgenomen werden. Die canon bevat de Hebreeuwse Bijbel (= alleen de Hebreeuwse teksten van het Oude Testament).
Een tiental boeken dat niet aan die criteria voldeed en door de protestanten ‘apocriefe boeken’ worden genoemd, komen wel voor in de canon van andere kerken (Orthodoxe Kerken; Rooms-Katholieke Kerk), die deze boeken deuterocanoniek (= ‘in tweede instantie aan de canon toegevoegd’) noemen. Het gaat om:
Tobit, Judit, stukken in het boek Ester, De wijsheid van Salomo, Jezus Sirach, Baruch, Brief van Jeremia, stukken in het boek Daniël, boeken van de Makkabeeën.
Wat de Rooms-katholieken onder ‘apocriefen’ verstaan en de protestantse christenen ‘pseudepigrafen’ noemen, zijn alle geschriften die rond het Oude Testament zijn ontstaan, meestal in joodse milieus, sommige misschien in christelijke kringen. De meeste van die geschriften zijn apocalyptisch van aard en gingen verloren of werden vernietigd. Soms kent men er alleen maar de titel van.
‘Pseudepigrafisch’ wil zeggen dat het werken zijn die toegeschreven worden aan belangrijke personen. Bijvoorbeeld Jeremia of Salomo in het jodendom; Apostelen of belangrijke eerste christenen in het christendom
Apocriefen van het Nieuwe Testament
De apocriefe geschriften van het Nieuwe Testament kunnen ingedeeld worden
naar genre:
evangelie, handelingen, brief, apokalyps
of naar inhoud:
De kleine Jezus
In de canonieke evangelies van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes staat zo goed als niets over de jeugdjaren van Jezus. Die lacune wordt opgevuld door een aantal apocriefe geschriften:
. Het Evangelie van Jakobus
. Het Kindsheidsevangelie van Thomas
Sporen van die apocriefe geschriften zijn te vinden op iconen en in teksten van de Koran: Soera 3:37,44 (het proto-evangelie van Jakobus)
Soera 3:49 (het kindsheids-evangelie van Thomas).
Apostelen / eerste christenen
Verschillende teksten hebben het over de levens van de apostelen.
Maria
Meer dan vijftig teksten bestaan uit beschrijvingen van gebeurtenissen rond Maria, de moeder van Jezus.
(losse) Woorden
Verzamelingen van gezegden en korte gelijkenissen (logia), zonder verhaalstructuur.
Bijvoorbeeld:
. Het evangelie van Thomas met 114 uitspraken die aan Jezus toegeschreven worden
. Het evangelie van Filippus, waarschijnlijk geschreven door een leerling van Valentinus.
Gnostische teksten
Sommige teksten hebben de vorm van een uiteenzetting of een dialoog waarin Jezus kennis uiteenzet, terwijl zijn leerlingen daar vragen over stellen.
Bijvoorbeeld:
. Het evangelie van Maria Magdalena, bekend van het boek ‘De Da Vinci Code’ van Dan Brown
. Het evangelie volgens Judas
Joods-christelijke evangelies
Dit gaat om een verzameling evangelies van christenen, die sterk verbonden waren met het jodendom en de joodse wetten volgden.
Hun geschriften werden slechts bewaard als woorden /zinnen binnen de kritische commentaren van de groepen of de personen (kerkvaders) die hen destijds bestreden.
Kenmerken
Veel apocriefe geschriften zijn meer verhalend, legendarischer en fantastischer dan de geschriften die in de canon werden opgenomen.
Om die teksten extra gezag te geven werden ze vaak toegeschreven aan belangrijke personen (b.v. apostelen). Dit wordt 'pseudepigrafie' genoemd.
Een geheel?
Divers
De apocriefe geschriften van de Bijbel vormen geen eenheid. Ze zijn verspreid in de tijd en in de ruimte en bestaan in veel talen. Ze getuigen van de grote diversiteit die in de eerste eeuwen van het christendom aanwezig was. Men vond ze of ontdekte ze in de woestijn, in bibliotheken, in citaten …
Enkele fragmenten
Evangelie van de Ebionieten
“Toen het volk was gedoopt, kwam ook Jezus en Hij werd door Johannes gedoopt. En toen hij uit het water kwam, gingen de hemelen open en zag Hij de Heilige Geest in de vorm van een duif. Die daalde neer en ging bij Hem binnen. En een stem uit de hemel zei: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon. Ik heb in Jou een welgevallen’. En verder: ‘Ik heb je vandaag verwekt’. En op hetzelfde moment werd die plaats omgeven door een groot licht. Toen Johannes dat zag, zei hij tegen Hem: ‘Wie ben Je, Heer?’ Opnieuw klonk een stem uit de hemel die zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon. In Hem heb Ik welgevallen’. Toen viel Johannes voor Hem neer en hij zei: ‘Ik vraag Je, Heer, doop me’. Maar Hij stond hem dat niet toe, met de woorden: ‘Laat het zo, want zo moet alles in vervulling gaan’.”
Kindheidsevangelie van Thomas
“Enkele dagen later speelde Jezus met enkele kinderen op het dak van een huis. Een van hen viel van het dak naar beneden en stierf. Toen de anderen dat zagen, liepen ze weg, zodat Jezus alleen achterbleef.
De ouders van het dode kind stapten naar Jezus toe en beschuldigden hem: ‘Jij herrieschopper, Je hebt hem naar beneden gegooid.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Dat heb ík niet gedaan. Hij was onvoorzichtig en viel zelf van het dak.’ Daarop sprong hij zelf naar beneden en ging naast het lijk van het kind staan. Hij riep luid: ‘Zeno, want zo heette het kind, sta op en zeg me: ‘Heb ik je naar beneden gegooid?’ Het kind stond onmiddellijk op en zei: ‘Nee, heer, Je hebt me niet naar beneden gegooid, maar me wel doen opstaan.’ Toen de ouders dit zagen, schrokken ze hevig. Ze dankten God voor dit wonder en knielden neer voor Jezus.”
Petrusevangelie
In de vroege ochtend, toen de sabbat oplichtte, kwam er een volksmenigte van Jeruzalem en omstreken om de verzegelde grafkamer te zien. In de nacht waarin de dag des Heren aanbrak, terwijl de soldaten twee aan twee de wacht hielden om beurten, klonk er een luid geluid in de hemel. Ze zagen dat de hemelen zich openden (en) dat twee mannen van daaruit naar beneden kwamen in een grote lichtglans (en) het graf naderden. Die steen nu, die was opgeworpen tegen de deur, wentelde vanzelf (en) week uit naar de kant en het graf ging open en beide jongemannen gingen naar binnen. Toen die soldaten dit hadden gezien, wekten ze de honderdman en de oudsten - want ook zij waren daar om de wacht te houden - en terwijl ze uitbrachten wat ze hadden gezien, zagen ze opnieuw dat drie mannen uit het graf naar buiten kwamen en dat de twee de ene ondersteunden en dat een kruis hen volgde. En het hoofd van de twee reikte tot aan de hemel, terwijl dat van diegene die door hen bij de hand werd gehouden, boven de hemelen uitstak. En ze hoorden een stem uit de hemelen die vroeg: ‘Heb je verkondigd aan de ontslapenen?’ Er werd een antwoord gehoord van het kruis: ‘Ja’.
Evangelie van Maria Magdalena
En de ziel antwoordde: 'Wat me bindt is gedood en wat me omringt is overwonnen Mijn begeerte heeft opgehouden te bestaan en de onwetendheid is gestorven. In een wereld ben ik bevrijd uit een andere wereld en in een beeld door een beeld van boven, want de boeien van de vergetelheid hebben een tijdelijke duur. Vanaf dit ogenblik af zal ik de rust ontvangen, los van het tijdsverloop van de eon; in zwijgen'. Toen Maria dit had gezegd, zweeg ze, want tot zover had de Verlosser met haar gesproken. Maar Andreas nam het woord en zei tegen de broeders: 'Zeg eens, wat denk je over wat ze gezegd heeft? Ikzelf geloof niet dat de Verlosser dit heeft gezegd. Het is duidelijk dat het afwijkende ideeën zijn.'
Judasevangelie
Jezus, die wist dat Judas nadacht over iets verhevens, zei tegen hem: 'Verwijder je van de anderen en Ik zal je de geheimen van het koninkrijk vertellen. Je bent in staat om dat te bereiken, maar je zult veel lijden. Want een ander zal jou vervangen, zodat de twaalf (leerlingen) weer aangevuld worden met hun God.' Judas vroeg Hem: 'Wanneer ga Je me deze zaken vertellen en wanneer breekt de grote dag van het licht aan voor het geslacht?' Maar toen hij dit vroeg, verliet Jezus hem.
Belang
Het bestuderen van apocriefe geschriften is van groot belang om het geestelijk klimaat te kennen waarin het eerste christendom zich ontplooide.