Ezechiël 18, 21-28

2 Weg

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Ezechiël 18, 21-28: De weg van de goede

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1354)

Stel dat iemand verkeerde dingen doet. Maar hij krijgt spijt, en stopt met zijn verkeerde gedrag. Hij gaat zich aan mijn regels houden en zich goed en eerlijk gedragen. Dan zal hij zeker in leven blijven. Hij hoeft niet te sterven. Al zijn misdaden zullen hem vergeven worden. Hij mag in leven blijven omdat hij nu goede dingen doet.
Of denken jullie soms dat ik blij ben met de dood van een slecht mens? Nee, ik wil veel liever dat hij ophoudt met zijn verkeerde gedrag, zodat hij in leven blijft.

Maar stel dat een goed mens ophoudt met goed te leven. Stel dat hij verschrikkelijke dingen gaat doen, en een misdadiger wordt. Dan zullen de goede dingen die hij vroeger gedaan heeft, hem niet redden van de straf. Hij zal sterven omdat hij nu zondigt en misdaden pleegt.

Jullie zeggen: ‘Wat de Heer doet, is oneerlijk!’ Maar luister eens, Israëlieten! Jullie zijn zelf oneerlijk!
Als een goed mens ophoudt met goed te leven, en slechte dingen gaat doen, dan zal hij sterven. En als een slecht mens spijt krijgt van zijn misdaden, en zich goed gaat gedragen, dan zal hij blijven leven. Hij hoeft niet te sterven.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Wie goddeloos leeft, maar zich bekeert van de zonden die hij deed,
al mijn geboden onderhoudt en handelt naar rechten en wetten,
zal blijven leven en niet sterven.
Het kwade dat hij deed, wordt hem niet aangerekend.
Omdat hij goede daden deed, zal hij in leven blijven.
Denk je soms dat Ik de dood van de zondaar fijn vindt, zegt God.
Ik zie veel liever dat hij zijn leven betert en in leven blijft.

Maar als iemand die rechtvaardig is
afwijkt van de weg van het goede en kwaad doet
en dezelfde gruwel bedrijft als een slecht mens,
zal hij dan in leven blijven?
Al zijn vroegere goede daden tellen dan niet meer mee.
Omdat hij afvallig is geworden en gezondigd heeft, zal hij sterven.

Dan beweer je: 'De weg van God is niet recht!'
Luister toch, volk van Israël:
Is het echt zo dat mijn weg die niet recht is?
Zijn het niet eerder je eigen wegen die niet recht zijn?
Als een rechtvaardige afwijkt van de weg van het goede
en kwaad gaat doen, zal hij daarom sterven.
Omdat hij kwaad deed, zal hij sterven.

En als iemand die goddeloos leefde,
zich bekeert van de zonden die hij deed
en naar rechten en wetten handelt, dan blijft hij in leven.
Hij kwam tot beter inzicht en brak met zijn misdadig gedrag.
Hij zal in leven blijven en niet sterven.



Stilstaan bij …

De weg
De weg is een oeroud beeld voor het leven van de mens. Zo heeft men het over de ‘levensweg’.
Tijdens de geschiedenis van het joodse volk ging het letterlijk 'op weg': Abraham ging op weg uit Ur in Chaldea, Mozes ging op weg uit Egypte, de joden gingen op weg uit Babylonië. Telkens eindigde hun ‘weg’ in het Beloofde Land.
Sinds de profeten wordt 'de weg' het beeld van wat zich in het hart van de mens afspeelt.

Gerechtigheid / het goede
Gerechtigheid is:
. leven volgens de tien geboden, in een juiste (rechte) verhouding tussen mensen onderling en tussen de mensen en God.
. een leven leiden dat gericht is op het goede, op levenskansen voor ieder mens.





Bij de tekst

Ezechiël

De profeet Ezechiël, die aan de basis ligt van deze tekst, maakte de ballingschap mee.



Vergeven

God wil niet de dood, maar het leven. Daarom pint Hij mensen niet vast op hun verleden in zondigheid: Hij geeft telkens opnieuw nieuwe kansen (leven) aan wie zich bekeert.





Overweging

E. LEVINAS

Alledaagse menselijke goedheid

(E. Levinas, Altérité et transcendence, Fata Morganan, 1995)

"Naast het goede dat groots is en dreigend, is er de alledaagse menselijke goedheid. Een goedheid zonder getuigen, in stilte voltrokken, bescheiden, zonder triomf. Ze staat buiten elk systeem, boven elke religie, voorbij elke sociale organisatie. Ze ontsnapt aan elke ideologie! Ze is gratuit en juist daardoor eeuwig. Het zijn gewone mensen, de zwakken, die haar verdedigen en ervoor zorgen dat ze doorgaat van de ene naar de andere mens, al staat ze weerloos tegenover de macht van het kwaad dat zich organiseert in naam van het goede.
Het lijkt alsof het ‘simpele zielen’ zijn die een wereldbrand willen blussen met een petieterig waterpeertje. Toch houdt hun schamele goedheid stand. Ze is als een grassprietje dat platgetrapt wordt en zich geruisloos maar hardnekkig weer opricht. Het is een ‘gekke goedheid’, maar ze is tegelijk het meest menselijke in de mens. Ze tekent en bepaalt de mens ondanks zijn onvermogen. Ze is machteloos, maar mooi als de druppels van de morgendauw. Welke frisheid in de wanhoop! Ze wint nooit, maar wordt ook nooit overwonnen. Ze is de vonk van het Oneindige in het eindige."