De ‘RONDE van de BIJBEL’ verlaat Gibea noordoostwaarts om aan te komen in Lo-Debar.
Lo-Debar lag in ‘the middle of nowhere’, een onooglijke plaats, zonder veel activiteit en handel, ver weg van Jeruzalem, maar wel een uitstekende plaats om naartoe te vluchten, want niemand voelde zich erdoor aangetrokken.
De reden waarom deze rit in Lo-Debar aankomt is omdat daar de zoon van Jonatan verbleef. Die zoon heette Mefiboset en had een handicap: hij kon moeilijk stappen. Toen de kinderverzorgster hoorde dat de vader én de grootvader van Mefiboset gesneuveld waren, nam ze hem op, maar ze viel ermee in haar haast, zodat Mefiboset kreupel werd aan zijn voeten. Ze wilde met Mefiboset wegvluchten omdat hij een kleinkind was van de koning en de zoon van de troonopvolger die gesneuveld waren. Want dit was een erg ongunstige situatie voor hem: het risico om gedood te worden was erg groot. Daarom vluchtte zijn omgeving met hem naar Lo-Debar, een onmogelijke plaats.
Maar David liet hem terugkomen naar Jeruzalem, want Mefiboset was de zoon van zijn beste vriend Jonatan. Hij deed er alles aan om de jongen in zijn eer t herstellen. Hierover kun je meer lezen in deze tekst.