Loading...
 

Exodus 32, 15-24.30-34

2 Stier

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Exodus 32, 15-24.30-34: Een stierenbeeld van goud

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 131-132)

Mozes draaide zich om en ging de berg af. Hij had de twee stenen platen met de wet in zijn handen. Er was aan twee kanten op geschreven, aan de voorkant en aan de achterkant. God had de platen gemaakt, en God had er zelf op geschreven.
Jozua, die bij Mozes was, hoorde het lawaai van de Israëlieten. Hij zei: ‘Ik hoor geschreeuw in het kamp. Het lijkt wel of er oorlog is.’ Mozes zei: ‘Het klinkt niet als juichen omdat ze gewonnen hebben. En ook niet als klagen omdat ze verloren hebben. Ze zijn hard aan het zingen, dat hoor ik.’
Toen Mozes dichter bij het kamp was, zag hij het stierenbeeld. En hij zag de Israëlieten dansen. Hij werd woedend, en onder aan de berg gooide hij de stenen platen kapot. Daarna verbrandde hij het stierenbeeld. De resten sloeg hij kapot, en de as strooide hij op het water. Dat water moesten de Israëlieten drinken.

Mozes zei tegen Aäron: ‘Hoe kon zoiets verschrikkelijks gebeuren? Wat heeft het volk met je gedaan dat je dit goedvond?’
Aäron antwoordde: ‘Wees alsjeblieft niet boos! Je weet hoe dit volk is. Ze willen altijd verkeerde dingen doen. Ze zeiden tegen mij: ‘Maak een god voor ons. Dan kan die ons door de woestijn leiden. Want we weten niet wat er met Mozes gebeurd is, die ons uit Egypte heeft weggehaald.’ Ik zei toen dat ik goud nodig had voor zo’n beeld. Meteen deden ze al hun sieraden af en gaven die aan mij. Ik heb het goud in het vuur gegooid, en toen werd het die stier.’


De volgende ochtend zei Mozes tegen de Israëlieten: ‘Jullie hebben verschrikkelijke dingen gedaan. Daarom zal ik de berg op gaan om met de Heer te spreken. Misschien wil hij jullie vergeven, als ik het vraag.’
En Mozes ging terug naar de Heer. Hij zei: ‘Ach, Heer! De Israëlieten hebben iets verschrikkelijks gedaan. Ze hebben een god van goud gemaakt. Maar ik vraag u om hen te vergeven. En als u dat niet wilt, wilt u mij dan straffen in plaats van hen?’
De Heer antwoordde: ‘Alleen de mensen die iets verkeerds gedaan hebben, zal ik straffen. Zij mogen niet meer bij mij horen. Reis nu maar verder met het volk. Ga naar de plaats die ik je genoemd heb. Mijn engel zal vooropgaan en jullie de weg wijzen. Maar ooit zal ik de Israëlieten straffen voor wat ze gedaan hebben.’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Mozes ging op weg en daalde de berg af.
Hij had de twee platen met de tekst van het verbond bij zich,
de platen die aan beide kanten beschreven waren,
aan de voorkant, maar ook aan de achterkant.
De platen waren Gods eigen werk.
Het schrift was Gods eigen schrift: Hij had het er zelf ingegrift.
Toen Jozua het gejoel in het kamp hoorde zei hij tot Mozes:
`Dat lijkt wel het rumoer van een veldslag in het kamp.'
Hij antwoordde: `Het zijn geen juichkreten van overwinnaars,
en het is ook geen gejammer van overwonnenen,
ze zijn aan het zingen.'
Toen Mozes dichter bij het kamp kwam
zag hij het stierenbeeld en het gedans.
Hij werd razend
en gooide de platen tegen de voet van de berg aan stukken.
Toen greep hij het beeld dat ze gemaakt hadden,
gooide het in het vuur,
verpulverde het, strooide de as in het water
en liet dat de Israëlieten drinken.
Toen vroeg Mozes aan Aäron: `Wat heeft het volk toch met je gedaan,
dat je het tot zo'n zware zonde hebt laten komen?'
Aäron antwoordde: `Mijn heer moet niet kwaad zijn.
Je weet zelf hoe dit volk tot kwaad geneigd is.
Ze vroegen me: Maak een god die voor ons uittrekt.
Want die Mozes, de man die ons uit Egypte heeft geleid,
we weten niet wat er met hem aan de hand is.
Ik antwoordde: Laat iedereen die goud draagt dit afdoen.
Toen brachten ze mij het goud, ik wierp het in het vuur
en zo zijn we aan dit stierenbeeld gekomen.'


De volgende dag zei Mozes tegen het volk: `Jullie hebben zwaar gezondigd.
Maar ik zal weer de berg opgaan, naar God.
Misschien kan ik verzoening bekomen voor jullie zonden.'
Mozes ging weer naar God en zei:
`Helaas, dit volk heeft zwaar tegen Jou gezondigd
door een god van goud te maken.
Kunt Je hun toch geen vergiffenis schenken?
Als dat niet gaat, schrap mij dan uit het boek dat Je hebt geschreven.'
God zei tegen Mozes:
`Ik schrap uit mijn boek alleen wie tegen Me zondigt.
Breng het volk maar naar de plaats die Ik je heb getoond.
Mijn engel zal voor je uitgaan.
Maar de dag van vergelding komt
en dan zal Ik hen hun zonden vergelden.'



Stilstaan bij …

Stierenbeeld
In de antieke wereld kende men veel goden die afgebeeld werden als een stier of met een stier. Stieren stonden bekend om hun kracht en onbevreesdheid en werden beschouwd als symbolen van vruchtbaarheid en sterkte.
Zo werd ook de god Baäl vaak als stier afgebeeld.
Het stierenbeeld dat de Israëlieten maakten was, zoals nogal wat godenbeelden in de Oudheid, van hout, bedekt met bladgoud. Wanneer Mozes later de as van het beeld in water strooide en het volk dit water liet drinken, maakte hij zo de nietigheid van dit beeld duidelijk tegenover God.

As
Het gouden kalf was wellicht, zoals nogal wat godenbeelden in de Oudheid, van hout dat bedekt was met bladgoud. Dat Mozes de as van het beeld in water strooide en dit het volk liet drinken, wil de nietigheid van dit beeld onderstrepen tegenover Jahwe.

Boek
Men veronderstelde dat God in een boek de namen opschreef van alle mensen. Wie uit het boek geschrapt werd, stierf. Mozes vroeg God om vergiffenis voor de handelswijze van het volk Israël. Als God hen niet wilde vergeven, dan mocht Hij de naam ‘Mozes’ uit dat boek schrappen.
Zo wordt Mozes gepresenteerd als een echte profeet: hij is niet geïnteresseerd in eigen gewin en komt op voor de mensen die hij leidt. Zo weet hij het verbond met God te herstellen.





Bij de tekst

Stierenbeeld

Het stierenbeeld in de tekst zou Apis geweest kunnen zijn, een Egyptische stiergod.

Apis

Egyptisch beeld van de heilige stier Apis.



In het Oude Oosten werden meerdere goden geassocieerd met een stier (als rijdier):
. de maangod Sin
. Mardoek van Babylon
. Osiris in Egypte
El in Fenicië
. (H)adad , de Babylonische / Assyrische god van de stormen
. De Kanaänitische god Baäl die vaak werd afgebeeld, staande op een stier met in beide handen een bundel van drie bliksemschichten.

Het zou het kunnen dat de Israëlieten zich aan die goden inspireerden om Jahwe voor te stellen als een onzichtbare God op een stier. Zo vonden archeologen in Kunillet Ajrud - in de Sinaïwoestijn - een afbeelding van een wezen dat half-mens / half-stier is, met een inscriptie erbij die zegt dat het om Jahwe gaat.



Betekenissen in de tekst

. God wil niet beeldend weergegeven worden. Iets wat later heel nadrukkelijk in de islam voorkomt.

. De gebroken stenen tafels illustreren het verbreken van het verbond.



Historische context

Bij het schisma van Jeroboam I in het Noordrijk maakte men propaganda voor de stierencultus in Betel en Dan.
Deze verering werd door sommigen (o.a. de profeten Amos en Hosea) gezien als een uiting van geloofsafval, een visie die geprojecteerd werd naar de tijd van de Uittocht en zo veroordeeld.





Bijbel en kunst

Kapiteel in Autun


Gouden Kalf

Mozes slaat het ‘gouden kalf ‘met een van de twee stenen tafelen (traditioneel afgebeeld: bovenaan afgerond) De duivel rechts, is daar duidelijk niet blij mee.