Loading...
 

Johannes 1, 19-28

Johannes 1, 6-8. 19-28: Onwaardig om zijn sandalen los te maken

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1673-1674)

Hier volgt wat Johannes de Doper zei over de messias.
Er kwamen priesters en Levieten uit Jeruzalem naar Johannes de Doper. Ze waren gestuurd door de Joodse leiders. Ze vroegen aan Johannes: ‘Wie bent u?’ Johannes aarzelde niet, maar gaf hun een eerlijk en duidelijk antwoord. Hij zei: ‘Ik ben niet de messias.’ Ze vroegen hem: ‘Maar wie bent u dan? Bent u Elia?’ Johannes zei: ‘Nee.’ Toen vroegen ze: ‘Bent u dan de profeet die zou komen?’ En weer zei Johannes: ‘Nee.’
Toen zeiden ze tegen hem: ‘Vertel ons wie u bent! De leiders die ons gestuurd hebben, willen dat weten. Hoe noemt u zichzelf?’
Johannes antwoordde met deze woorden uit het boek Jesaja: «Ik ben degene die roept in de woestijn. Ik roep: Maak de weg vrij voor de Heer!»

Er waren ook een paar farizeeën naar Johannes de Doper toe gekomen. Die zeiden tegen hem: ‘U bent dus niet de messias, niet Elia, en niet de profeet die zou komen. Waarom doopt u de mensen dan?’
Johannes zei: ‘Ik doop de mensen met water. Maar na mij komt iemand die belangrijker is dan ik. Ik ben het zelfs niet waard om zijn schoenen uit te trekken. Hij is al gekomen, maar jullie weten niet wie het is.’
Dat gebeurde allemaal in Betanië, aan de overkant van de Jordaan. Dat was de plaats waar Johannes de mensen doopte.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Joden uit Jeruzalem
stuurden priesters en Levieten naar Johannes.
Ze vroegen hem: ‘Wie ben je?
Ben jij misschien de Messias die ons komt bevrijden?’
Zonder te aarzelen zei Johannes: ‘Ik ben de Messias niet.’
Toen vroegen ze:
‘Maar wie ben je dan wel? Ben je Elia?’
Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’
‘Ben je soms de profeet?’
‘Nee,’ antwoordde hij.
‘Maar wie ben je dan?’ vroegen ze.
Wij moeten een antwoord kunnen geven
aan wie ons gestuurd heeft.
‘Wie zeg je zelf dat je bent?’
Johannes zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn:
‘Maak de weg recht van de Heer.’
Net zoals de profeet Jesaja dat zei.’
Toen vroegen de joden die uit de kring van de farizeeën kwamen:
‘Waarom doop je, als je de Messias niet bent,
en ook niet Elia of de profeet?’
‘Ik doop met water,’ antwoordde Johannes,
‘Maar in jullie midden is iemand die je niet kent,
Hij die na mij zal komen.
Ik ben het niet waard
om de riemen van zijn sandalen los te maken.’

Dit alles gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan,
op de plaats waar Johannes doopte.



Stilstaan bij ...

Johannes
(= God is genadig)
Zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabet.
Hij predikte en doopte in de streek van de Jordaan. Hij droeg een kameelharen kleed zoals de profeet Elia. Hij werd op bevel van koning Herodes onthoofd.
Merk op dat Johannes de Doper in het evangelie van Johannes steeds 'Johannes' wordt genoemd, terwijl Matteüs, Marcus en Lucas (synoptici) het steeds over 'Johannes de Doper' hebben.
Lees meer

Jeruzalem
Religieus en politiek centrum van Palestina. Plaats waar de tempelautoriteiten en Schriftgeleerden woonden.

Priester
Staat tussen God en het volk: hij draagt de offers van de mensen op en spreekt de zegen van God uit.

Leviet
Naam voor tempeldienaren. Ze maakten deel uit van de stam van Levi.

Priesters en Levieten
Zij vertegenwoordigen de centrale godsdienstige autoriteiten uit Jeruzalem en zijn belast met een officiële zending. Ze moeten de rechtgelovigheid van de beweging van Johannes de Doper onderzoeken.

Messias
(Hebreeuws = Gezalfde. Het Griekse woord ervoor is: ‘Christus’)
Tijdens de Babylonische ballingschap keek het joodse volk uit naar een Messias, iemand die vrede zal brengen.

Elia
(= Mijn God is Jahwe’)
Elia was een profeet ten tijde van koning Achab (9e eeuw voor Christus). Hij keerde zich tegen de afgodendienaars en kwam op voor de eredienst van Jahwe. Voor de joden is hij een belangrijk profeet.

Woestijn
De woestijn is een stuk natuur, waar niets groeit, waar alleen maar zand of stenen zijn. In de bijbel is de woestijn de plaats waar men honger en dorst lijdt en waar men getest wordt op de diepgang van het engagement en op de sterkte van de trouw aan God. Het is een plaats waar men zich voorbereidt op een nieuwe taak.

Profeet
Het Griekse woord voor ‘profeet’ betekent: ‘spreken voor of namens een ander’. Een profeet is iemand die spreekt in naam van God: iemand die een concrete situatie aanklaagt en oproept om ze te veranderen, om ze om te keren vanuit Gods droom over de wereld. Want hij roept de mensen op om te leven zoals God het droomt.

Farizeeër
(= ‘gescheidene’)
Lid van een godsdienstige lekenbeweging. Een Farizeeër kende de wet van God nauwkeurig en leefde er ook naar. Er waren farizeeën in alle lagen van de bevolking, maar vooral bij de Schriftgeleerden. Ze waren zowat de geestelijke leiders van het volk. Hun grote bekommernis was dat iedereen de wet zou onderhouden. Wat in de schrift stond legden ze vast in nauwkeurige voorschriften. Gewone mensen keken met bewondering en ontzag naar hen op.

Dopen
(= onderdompelen)
Johannes zag deze onderdompeling als een teken van bekering en vergeving. Als dopelingen onder water gedompeld worden is dat een beeld voor het verdrinken van hun oude bestaan en hun opstaan tot een nieuw leven.

Jordaan
(Het woord 'Jordaan' betekent: naar beneden stromen)
De Jordaan is de belangrijkste rivier in Palestina. Hij loopt door de drie landstreken ervan. De afstand tussen het Meer van Galilea en de Dode Zee is 113 km in vogelvlucht. Maar omdat de rivier zo sterk kronkelt, is de afstand over de rivier wel tweemaal zo lang. Johannes doopte in de Jordaan op de plaats waar het volk Israël doortrok bij zijn intocht in het beloofde land.

Betanië
De meeste handschriften hebben het over Betanië. De toevoeging 'over de Jordaan' onderscheidt dit Betanië van het dorp bij Jeruzalem waar Lazarus woonde.

Andere handschriften hebben het over Betabara (= huis van de overtocht). Dit dorp aan de Jordaan lag bij de plaats waar deze rivier gemakkelijk over te steken was en waar men in de tijd van Johannes die intocht in het Beloofde Land lokaliseerde.





Bij de tekst

Jezus en Johannes

In het begin van het christendom waren er spanningen tussen de leerlingen van Jezus en die van Johannes. In het licht van die spanningen probeerden de evangelisten in hun teksten duidelijk te maken dat Jezus in alles de meerdere van Johannes is.
. In deze tekst wordt dit duidelijk door wat Johannes de Doper zelf zegt.
. Lucas schrijft in zijn evangelie uitgebreider over de gebeurtenissen rond de geboorte van Jezus dan die van Johannes. Hij vermeldt dat Johannes de zoon is van een priester, terwijl Jezus een afstammeling is van koning David.



Ken je taal

'De stem van een roepende in de woestijn.'
Dit wordt gezegd van iemand die iets zegt, maar naar wie men niet luistert.
'Een stem voor dovemansoren'.





Suggesties

Grote kinderen

ACTEREN

Interview van Johannes de doper

(Personen: verteller, joden, Johannes)

VERTELLER
De Joden stuurden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar Johannes.

JODEN
Wie ben je?

JOHANNES
Ik ben niet de Messias.

JODEN
Wie ben je dan wel?
Ben je soms Elia?

JOHANNES
Die ben ik ook niet.

JODEN
Ben je soms de profeet?

JOHANNES
Nee.

JODEN
Maar wie ben je dan wel?
Wij moeten een antwoord kunnen geven
aan degenen die ons gestuurd hebben.
Wie zeg je zelf dat je bent?

JOHANNES
Ik ben de stem die roept in de woestijn:
'Maak de weg recht van de Heer.'
Net zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.

JODEN
Waarom doopt u, als u de Messias niet bent,
en ook niet Elia of de profeet?

JOHANNES
Ik doop met water,
Maar in uw midden is iemand die u niet kent,
hij die na mij komt.
Ik ben het niet eens waard
om de riemen van zijn sandalen los te maken.

VERTELLER
Dit alles gebeurt in Betanië,
aan de overkant van de Jordaan,
op de plaats waar Johannes doopt.





VERTELLEN

Het lange verhaal van het verbond

(Zonneland 2002, nr 15, p. 20)

Op een dag dacht God:
'Ik ga eens terug naar de aarde.'
Hij ging naar de aarde,
wandelde in de natuur
en kwam zo aan een dorp.
Hij zag dat alles goed was
en zei tegen de mensen:
'Zorg dat je mijn vrienden blijft.'
En God ging welgezind terug naar de hemel.

Jaren later...
God hoorde niets meer van de mensen.
'Dat is vreemd,' dacht Hij,
'Ze weten toch hoeveel Ik van hen houd!
Misschien moet ik dat anders aanpakken.
Ik zoek een klein volk uit
en zal daar dan speciaal voor zorgen.
Zo zullen de mensen zien
dat Ik mijn beloften houd.
En Ik zal ook profeten sturen.
Zij zullen zeggen
wat Ik eigenlijk aan hen wil zeggen.'
En God zorgde speciaal voor het joodse volk
en stuurde profeten.

Jaren later ...
God zat er ontgoocheld bij.
'Dat kleine volk
heeft het eigenlijk ook al niet zo best begrepen.
Hoe kan Ik toch tonen
dat Ik wil dat ze zichzelf en anderen gelukkig maken.
Misschien moet Ik wel mijn zoon sturen.'
En Hij stuurde zijn Zoon,
zodat de mensen konden zien
hoezeer God met hen verbonden is
en Hij om hen bezorgd is.





Overwegingen

Agnes Lameire

Een redder in aantocht

‘Het gebeurde aan de overkant van de Jordaan waar Johannes aan het dopen was..’.
Dat lijkt niet speciaal maar voor joden in de tijd van Jezus klonk dat heel belangrijk. Johannes doopte immers op de plek waar meer dan duizend jaar eerder het volk onder de leiding van Jozua, het ‘Beloofde land’ was binnengekomen. Dus was de oproep van Johannes groot nieuws voor het volk dat nu verdrukt en uitgebuit onder Romeinse heerschappij leefde.
Zo groot was dat nieuws dat het zonder radio of tv, zonder GSM of Smartphone, tot in Jeruzalem was doorgedrongen, tot bij de Farizeeën die een onderzoekscommissie van enkele priesters en levieten ter plekke stuurden om die Doper aan de tand te voelen.
’Wie zijt gij?’ vroegen ze hem.
‘Ik ben niet de Messias’, was het antwoord van de Doper. ’Ik ben niet Elia en ik ben niet de profeet.’
Jamaar, wie was hij dan wel? En wie gaf hem het recht om te dopen? In wiens naam deed hij dat?
Johannes geeft zijn identiteit niet prijs. Hij noemt zichzelf ‘een roepende in de woestijn’: de voorloper van iemand die groter was dan hijzelf. Van wie hij zelfs niet waardig was de riem van zijn sandalen los te maken.
‘Maakt de weg recht voor de Heer!’ preekte hij.

In verre tijden hield een zegevierende koning een triomfantelijke intocht in de steden die hij had overwonnen. Dan moesten de wegen speciaal worden effengemaakt. Net zoals toen koning Albert I tijdens de eerste wereldoorlog een bezoek bracht aan zijn soldaten achter het front in de streek van Veurne. Het had gesneeuwd en speciaal voor de koning had men ‘s morgens vroeg een paadje gebaand waarlangs de koning kon stappen zonder zijn laarzen nat te maken.
Dat beeld gebruikt Johannes. Als hij oproept om de weg vrij te maken voor degene die in aantocht is, dan wijst hij er op dat degene die na hem komt niet zomaar de eerste de beste is. Hij zal koning zijn, Hij zal herder zijn, Hij zal een licht zijn voor het hele volk.
Dat was vreugdevol nieuws voor de verdrukte kleine man daar bij de Jordaan. Eindelijk was een redder in aantocht, en als teken van bekering en voorbereiding liet iedereen zich dopen.

Elk van de vier evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes, getuigen over het optreden van Johannes de Doper.
‘Midden onder u staat Hij die gij niet kent ‘ zei de Doper.
Kennen wij hem ?
De profeet Jesaja licht een tipje van de sluier op:
“De komende zal aan armen de Blijde boodschap brengen,
Hij zal gebroken harten genezen
aan gevangenen vrijlating melden
en vrijheid aan allen die opgesloten zijn.”
Christenen hebben in die ‘komende’ Jezus van Nazaret gezien, van wie de geboorte binnenkort gevierd wordt.
Voor Hem moet ook nu de weg vrijgemaakt worden. Het is duidelijk dat het niet zomaar om een gewone weg gaat. Het gaat om de binnenkant, het gaat om de weg naar het hart.