Loading...
 

Psalm 63

2 Woestijn

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Psalm 63: Naar Jou blijf ik zoeken

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Een psalm van David.
Toen hij in de woestijn van Juda was.

God, mijn God, naar Jou blijf ik zoeken,
mijn ziel heeft dorst naar Jou.
Al wat ik ben smacht naar Jou
als een troosteloos dor land zonder water.

Zo kijk ik naar Je uit in je tempel,
Wil ik je macht en je grootheid zien.
Jouw goedheid is me meer waard dan dit leven.
Mijn lippen zingen je lof.

Kon ik Jou zo heel mijn leven prijzen,
en met geheven handen je naam noemen.
Ik vind kracht in voedzaam voedsel,
jubelend ligt je naam op mijn lippen.

Op mijn bed denk ik ’s nachts aan Jou.
Was Jij niet altijd mijn helper?
In de schaduw van jouw vleugels jubelde ik.
Jij zoekt mijn hart, wil dicht bij mij zijn.

Jouw hand zal mij blijven vasthouden.
Zij die mij naar het leven staan
zullen zelf in de afgrond geraken
en vallen door het zwaard.

Ze zijn een aas voor de jakhals.
Maar de koning is blij in God.
Die Hem trouw zweert, is gelukkig
als de leugenaar voorgoed de mond sluit.



Stilstaan bij …

Dor land
Het beeld van de verdorde aarde drukt niet de afwezigheid van God uit zoals meestal in de psalmen, maar eerder het verlangen om God te ontmoeten.

Schaduw
In het Oude Oosten kende men gevleugelde goden. De cherubs die op de ark van het verbond in de tempel stonden herinneren daaraan.

Jakhals
De jakhals is en vogel die zich voedt met lijken en zo de dood oproept. Dat het dode lichaam op die manier geen begrafenis krijgt werd ervaren als schande.





Bij de tekst

Opbouw

Deze Psalm bestaat uit twee delen:
. verzen 2 tot 9:
drukken verlangen uit naar God en het besef dat God als een beschermer was.

. verzen 10 tot 12
Drukken gevoelens van wraak uit naar wie de psalmist als vijand ervaart.





Suggestie

Jongeren

MEDITEREN

Ode van Salomo

(Uit ‘De Oden van Salomo’ – tweede eeuw na Christus)

Kom allen die dorst lijden.
Neem de drank die je kan lessen.
Leg je te rusten bij de bron van de Heer:
die is schoon en zuiver,
en biedt rust voor je ziel.
Haar water is zoeter dan honing.
De honingraat van de bijen
verdraagt de vergelijking niet.
Want ze ontspringt aan de lippen van de Heer,
En ontleent haar naam aan zijn hart.
De bron welt eeuwig en onzichtbaar:
Voor het verschijnen had niemand haar gezien.
Zalig wie gedronken heeft
En er zijn dorst heeft aan gelest.





VERTELLEN

Waar is God te vinden?

(C. LETERME, 99 verhalen met een knipoog, uitgeverij Averbode, 2014, p. 128)

Op een dag
ging een leerling naar zijn meester
met een zak geldstukken bij zich.
- Rabbi, dit is heel mijn bezit.
Ik geef het u allemaal
als u mij kunt zeggen
waar ik op de wereld
God kan vinden?
De rabbi dacht diep na,
en ging toen weg.

Wat later kwam hij terug.
met twee grote zakken geldstukken.
- Dat is alles wat ik bezit.
Het is allemaal voor jou
als je mij kunt zeggen
waar op de wereld,
God niet te vinden is?



De oude schildpad

(C. LETERME, Parels van verhalen, uitgeverij Averbode 2019, p. 85)

'God is als de wind,' fluisterde een zachte bries.
'Nee, Hij is als een grote sterke rots,' zei een steen.
'Hij is een besneeuwde bergtop,' wist een berg.
'Nee, Hij zwemt diep in de zee,' zeiden de vissen.
‘Nee, Hij is schittering,' zei de ster.
'God is een grote boom, die veel vruchten geeft,' zei de wilg.
'God is als de zon, ver boven alles', vond de blauwe lucht.
'Nee, Hij is een rivier', bulderde de waterval.
'God is een roofdier', brulde de leeuw, 'Hij is sterk', bromde de beer.
Het geruzie klonk harder en harder en harder tot...

‘Hou op!’ zei een oude schildpad
'God is in de diepte', zei ze tegen de vissen,
'maar Hij is ook veel hoger dan hoog', tegen de bergen.
'Hij is snel en zo vrij als de wind, en zo stevig als een grote rots.
Hij altijd dichtbij, en toch verder dan de verste ster. Hij is goed én sterk.’
Nooit eerder zei de oude Schildpad zóveel.
Ze zei ook nog:
'Als er mensen komen op de wereld, zullen ze ons aan God herinneren.
Zij zullen vele kleuren en vormen hebben en verschillende talen spreken.
Ze zullen machtig zijn en sterk, maar ook lief, een teken van Gods liefde.’

De mensen kwamen, maar vergaten dat ze een teken van liefde waren.
Ze begonnen ruzie te maken... over wie God kende en wie niet,
waar God was of niet, en of God er was, of niet.
Ze gebruikten hun krachten verkeerd en deden elkaar pijn en ook de aarde.
Ze konden zich niet meer herinneren wie ze waren, of waar God was.
Maar op een dag klonken er stemmen: ‘Hou op!’
‘Soms zie ik God in de diepte van de zee’, ‘Ik zie Hem op bergtoppen.’
‘Je kunt zijn adem voelen als Hij om je heen waait’, 'Zijn liefde raakt alles.’
Na een tijd zagen de mensen God in elkaar en in de aarde.
Toen lachte de oude schildpad. En God ook...

(Naar een verhaal van Douglas Wood)