Loading...
 

SAMARIA

SAMARIA


…page…

Eerste kennismaking

Waar?

Kaart

Samaria, de hoofdstad van het koninkrijk Israël (het Tienstammenrijk / Noordrijk) na de splitsing tussen Israël en Juda, lag op de Westelijke Jordaanoever. De stad werd gebouwd op een geïsoleerde heuvel bij een kruispunt van wegen. De vallei aan de voet van de stad was erg vruchtbaar.



Betekenis van de naam

De stad is bekend onder de namen: Sjomron, Shomron, Shomeron, Samáreia, as-Samira, Sebaste, Sebastia, Sebastiya, Sebastiyeh, Sebastos, Sebustiyeh.

Het Hebreeuwse woord 'Sjomeron' dat in de Bijbel met Samaria weergegeven wordt, kan 'wachttoren' betekenen. Dit woord is niet gestolen, want de stad op een heuvel is een geweldige uitkijkpost.

Toen Herodes de Grote de stad Samaria toewijdde aan de Romeinse keizer Augustus, gaf hij die de naam ‘Sebaste’, de Griekse naam voor ‘Augustus’.



Meer over Samaria

Koning Omri (ca. 882-871 voor Christus) verplaatste zijn hoofdstad Tirsa rond 876 voor Christus naar een berg die hij kocht van een zekere Semer, waarvan de naam in het woord Samaria terug te vinden is. Samaria is dus de enige grotere stad die door Israëlieten werd gesticht. Onderzoekers stelden vast dat hij op de top van de heuvel een akropolis bouwde met paleizen en tempels, die door een muur en de stad werd omgeven.


Later breidde zijn zoon Achab (871-852 voor Christus) de stad uit.
Het was de vrouw van Achab, Izebel, een Fenicische prinses, die de Baälcultus introduceerde aan het hof.


Samaria was 150 jaar lang een belangrijk cultureel en politiek centrum. Alle koningen van het Tienstammenrijk regeerden vanuit deze stad.
Men legde terrassen aan om het landschap beter geschikt te maken voor landbouw.


Na de val van het Tienstammenrijk werd het koninkrijk een provincie van het Assyrische Rijk met Samaria als provinciehoofdstad.


In 331 voor Christus nam Alexander de Grote Samaria in en liet er Macedoniërs wonen.


Keizer Augustus (27 voor Christus - 14 na Christus) gaf de stad aan koning Herodes. Die veranderde de naam 'Samaria' in 'Sebaste' om er de keizer mee te eren. Onder Herodes de Grote werd de stad herbouwd, uitgebreid en verfraaid met grote bouwwerken: een hippodroom, een theater, een forum en een tempel voor de keizer.


Tijdens de Eerste Joodse Oorlog tegen de Romeinen (66-70 na Christus) werd de stad verwoest.


Onder keizer Septimius Severus (193-211 na Christus) werd de stad weer opgebouwd en kreeg ze speciale stadsrechten.



Actuele situatie

De ruïnes van Samaria / Sebaste liggen nabij of in de huidige Palestijnse plaats Sebastia / Sabastya / Sebastije ten noorden van Nabloes.

Van het oude Sebaste zijn alleen de ruïnes uit de Grieks-Romeinse tijd bewaard.

Het huidige Samaria / Sebaste valt onder Israëlisch, deels onder Palestijns bestuur.





Wetenswaardigheden

Het ivoren huis

Bij opgravingen werd het ‘ivoren paleis’ gevonden, het paleis dat gebouwd werd door Omri en verder uitgebouwd onder Achab en Jerobeam, naar het voorbeeld van Fenicische paleizen.

Achab liet er een versterkte muur omheen bouwen met een stevige uitkijktoren aan de zuidwestelijke zijde.

C Ivoren Gevleugelde Sfinx 'ivoren Huis' Van Omri In Samaria D Samaria Ivory Stag


Archeologen vonden in de ruïnes van het paleis ivoorplakketten in Fenicische stijl. Ze dienden als bekleding van houten meubels (bedden, tafels en stoelen) en getuigen van de grote rijkdom van de bewoners ervan.



Samaria en Samaria

Het woord Samaria kan verwijzen naar:
. de stad Samaria, waarin ook het ivoren paleis stond.
. de landstreek Samaria, waar de Samaritanen woorden. Die streek lag tussen Galilea in het noorden en Judea in het zuiden.
Toen Jezus leefde waren veel spanningen tussen de Samaritanen en de Joden van Galilea en Judea.



Johannes de Doper

Volgens een christelijke traditie werden het hoofd en het lichaam van Johannes de Doper in de crypte van de Johanneskerk van Samaria begraven. De ruïnes van een kleine Byzantijns-Frankische kerk die in de vijfde eeuw op die plaats werd gebouwd, zijn er nog te zien. Die kerk werd gebouwd in het zuiden van de acropolis, waar men de gevangenis situeert waarin Johannes de Doper verbleef voor zijn dood.