Loading...
 

10e zondag door het jaar A - tweede lezing

Mohammad Hossein Farahzadi G9DW1fnlIR4 Unsplash D

Foto van Mohammad Hossein Farahzadi in Unsplash


…page…

Romeinen 4, 18-25: Een voorbeeld van geloof

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1783)

God beloofde dus veel nakomelingen aan Abraham, en Abraham geloofde God. Hij wist dat God de macht heeft om doden levend te maken. En om iets dat niet bestaat, te laten leven. Abraham geloofde dat er later heel veel volken van hem zouden afstammen. Want God had gezegd: ‘Je zult heel veel nakomelingen krijgen.’
Abraham geloofde dat, ook al was het iets dat eigenlijk helemaal niet kon. Want Abraham wist best dat hij veel te oud was om vader te worden. Hij was al honderd jaar. En zijn vrouw Sara was veel te oud om een kind te krijgen. Toch twijfelde Abraham niet, maar hij geloofde dat ze een kind zouden krijgen. Omdat God het beloofd had.
God zorgde ervoor dat Abrahams geloof steeds sterker werd. En Abraham eerde God. Want God heeft de macht om te doen wat hij belooft. Dat geloofde Abraham, zonder te twijfelen. En daarom zag God hem als een goed mens.

In de heilige boeken staat dus dat God Abraham als een goed mens zag. Dat geldt niet alleen voor Abraham, maar ook voor ons. Want God ziet ook ons als goede mensen, omdat we in hem geloven. Wij geloven dat God Jezus Christus, onze Heer, heeft laten opstaan uit de dood. Omdat Jezus Christus gestorven is, worden onze zonden vergeven. En omdat hij is opgestaan uit de dood, worden wij gered.




Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Tegen alle hoop in hoopte Abraham en geloofde hij
dat hij vader zou worden van vele volken, zoals hem gezegd was:
‘Zo talrijk zullen je nakomelingen zijn.’

Zijn vertrouwen in die belofte van God verflauwde niet,
ook niet toen hij, de honderdjarige, dacht aan zijn eigen oude lichaam
en aan Sara, die te oud was om kinderen te krijgen.

Hij twijfelde geen moment aan die belofte van God.
Integendeel, hij eerde God door zijn krachtig geloof
en zijn vaste overtuiging dat God kan doen wat Hij beloofde.
Daarom zag God hem als een goed mens.

Die woorden werden niet alleen neergeschreven
voor hem maar ook voor ons.
God zal ook met ons geloof rekening houden.
Want we geloven in Hem,
die Jezus onze Heer uit de dood heeft opgewekt:
Jezus die werd overgeleverd omwille van onze tekorten
en opgewekt omwille van onze rechtvaardiging.



Stilstaan bij …

Abraham
Abraham leefde rond 2000 voor Christus. Omdat met hem de eigenlijke geschiedenis van het joodse volk begint, wordt hij hun stamvader genoemd.

’’Geloven’’
Geloven betekent in deze tekst vooral: trouw zijn, vertrouwen.

’’Maar ook voor ons’’
Paulus ziet een verband tussen het vertrouwen van Abraham en het vertrouwen van de volgelingen van Christus.

’’Tekorten’’
Zonden.




Bij de tekst

Het geloof van Abraham

God aanvaardde Abraham omdat hij geloofde. Tegen alle verwachtingen in bleef hij erop vertrouwen dat God zou doen wat Hij beloofde.
Daarom bestaat het volk van God niet alleen uit de nakomelingen van Abraham, maar uit al wie gelooft zoals Abraham dat deed.