2 Samuel 11, 1 - 12, 25: Natan bij David
De tekst
’Bijbel in gewone taal’
(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 462-465)
Het was lente geworden, de tijd dat koningen oorlog voeren. David wilde de Ammonieten verslaan en hun stad Rabba veroveren. Hij stuurde zijn leger op weg, onder leiding van Joab. Maar David bleef zelf in Jeruzalem.
Op een dag had David ’s middags geslapen. Toen hij opstond, ging hij naar het dak van zijn paleis. Daar liep hij wat heen en weer. Toen hij naar beneden keek, zag hij een heel mooie vrouw. Ze nam net een bad, omdat ze pas ongesteld geweest was.
David vroeg wie de vrouw was. Zijn dienaren zeiden: ‘Dat is Batseba, de dochter van Eliam. Ze is getrouwd met de Hethiet Uria.’ David liet haar bij zich komen en hij sliep met haar. Daarna ging Batseba terug naar huis.
Korte tijd later merkte Batseba dat ze zwanger was. Dat liet ze aan David weten. Toen stuurde David aan Joab het volgende bericht: ‘Stuur Uria terug naar Jeruzalem.’ Dat deed Joab.
Toen Uria bij David kwam, vroeg David hoe het met Joab en het leger was. En hij wilde weten of de strijd goed ging. Daarna zei David: ‘Ga naar huis en rust uit bij je vrouw.’ Toen Uria het paleis uit ging, kreeg hij een cadeau mee van David.
Maar Uria ging niet naar huis. Hij bleef slapen bij de ingang van het paleis. Daar sliepen alle dienaren van David.
David hoorde dat Uria niet naar huis gegaan was, en hij vroeg: ‘Waarom ben je niet naar huis gegaan? Was je niet moe van de lange reis?’ Uria antwoordde: ‘De heilige kist van de Heer staat in een tent, en Joab en zijn soldaten slapen buiten. Dan kan ik toch niet naar huis gaan om te eten en te drinken? En om te slapen met mijn vrouw? Dat zou ik nooit doen, zo zeker als u leeft!’ Toen zei David: ‘Blijf ook vandaag nog hier. Morgen laat ik je teruggaan.’ Daarom bleef Uria die dag nog in Jeruzalem.
De volgende dag nodigde David hem uit voor een maaltijd. Hij zorgde ervoor dat Uria dronken werd. Maar weer ging Uria ’s avonds niet naar huis. Ook nu bleef hij slapen bij de ingang van het paleis, waar Davids dienaren sliepen.
De volgende ochtend schreef David een brief aan Joab. Hij gaf de brief mee aan Uria. In de brief stond: ‘Zet Uria op de plaats waar het hardst gevochten wordt. Zeg dan tegen de andere soldaten dat ze zich moeten terugtrekken. Dan zal Uria gewond raken en sterven.’
Toen Joab de stad aanviel, liet hij Uria vooraan vechten. Want Joab wist dat de Ammonieten daar hun beste soldaten hadden. De Ammonieten vielen Joab en zijn leger aan. Sommige soldaten van David werden gedood. Ook Uria werd gedood.
Joab zei tegen één van zijn dienaren: ‘Ik wil dat jij naar koning David gaat. Je moet hem alles over de strijd vertellen.
Misschien wordt koning David boos en zegt hij: ‘Waarom zijn jullie zo dicht bij de stad gaan vechten? Jullie wisten toch dat ze vanaf de muur konden schieten? Zijn jullie soms vergeten hoe Abimelech, de zoon van Jerubbeset, gestorven is? Hij stierf in Tebes, door een steen. Die had een vrouw vanaf de stadsmuur op zijn hoofd gegooid. Ik begrijp dus niet waarom jullie zo dicht bij de stadsmuur zijn gaan vechten.’
Als koning David dat zegt, moet je hem vertellen dat ook Uria gedood is.’
De dienaar van Joab ging naar David toe, om hem te vertellen wat Joab gezegd had. Hij zei tegen David: ‘Koning, onze vijanden waren sterker dan wij. Daarom konden ze ons aanvallen. Wij konden ze wel terugdringen tot vlak bij de stadspoort. Maar toen begonnen ze op ons te schieten vanaf de muur, met pijl en boog. Sommige van uw soldaten werden gedood. Ook Uria is gedood.’
David liet de dienaar tegen Joab zeggen: ‘Er gaan altijd mensen dood in een oorlog. Daar kun je niets aan doen. Blijf moedig! Val opnieuw aan en verwoest de hele stad.’
Batseba, de vrouw van Uria, hoorde dat haar man gedood was. Ze had veel verdriet. Na de verplichte tijd van rouw liet David haar bij zich in zijn paleis komen. Batseba werd zijn vrouw, en ze kregen een zoon.
Maar de Heer vond het slecht wat David gedaan had.
De Heer stuurde de profeet Natan naar David. Natan kwam bij David en vertelde hem een verhaal: ‘Er woonden eens twee mannen in dezelfde stad. De ene man was rijk en de andere man was arm. De rijke man had veel geiten, schapen en koeien. De arme man had maar één lammetje.
De arme man zorgde voor het lammetje zoals hij zorgde voor zijn kinderen. Het lammetje liep bij hem in huis rond. Het mocht eten van zijn bord en drinken uit zijn beker. En het sliep op zijn schoot. Want hij hield van het lammetje als van een dochter.
Op een dag kreeg de rijke man bezoek. Hij wilde een maaltijd klaarmaken voor zijn gast. Maar hij wilde niet één van zijn eigen dieren slachten. Daarom pakte hij het lammetje van de arme man, en maakte daar een maaltijd van voor zijn gast.’
David werd kwaad op de rijke man, en zei tegen Natan: ‘Zo zeker als de Heer leeft: de man die dat gedaan heeft, moet gedood worden! En hij moet de arme man vier keer zo veel geld betalen als het lammetje gekost heeft. Want hij pakte dat lammetje af zonder medelijden te hebben met de arme man.’
Toen zei Natan: ‘U bent net als die rijke man! Dit zegt de Heer, de God van Israël: ‘David, ik heb jou koning van Israël gemaakt. Ik heb jou gered van je vijand Saul. Alles wat van Saul was, heb ik aan jou gegeven. Ook zijn vrouwen mocht je hebben. Je mocht heersen over Israël en Juda. En als je dat te weinig vindt, kan ik je nog wel meer geven.
Waarom heb je dan zoiets slechts gedaan? Je hebt je niet aan mijn wetten gehouden. Je hebt de vrouw van de Hethiet Uria afgepakt. En daarna heb je Uria laten doden in de strijd tegen de Ammonieten.
Er zullen voortaan in jouw familie altijd mensen gedood worden. Want jij had geen eerbied voor mij, en je hebt de vrouw van Uria afgepakt. Daarom zal je eigen familie jou ongelukkig maken. Ik zal je vrouwen weggeven aan een man uit je eigen familie. Jij hebt in het geheim met Batseba geslapen. Maar die man zal in het openbaar met jouw vrouwen naar bed gaan. Alle Israëlieten zullen het zien. Daar zal ik voor zorgen.’’
Toen zei David tegen Natan: ‘Ik heb iets heel ergs gedaan.’ Natan zei: ‘De Heer vergeeft het u. U zult niet sterven. Maar u hebt de Heer beledigd. Daarom zal de zoon die u pas gekregen hebt, sterven.’
Daarna ging Natan naar huis.
De Heer liet het kind van David en Batseba ernstig ziek worden. David was voortdurend voor zijn zoon aan het bidden. Hij wilde niets eten of drinken, en ’s nachts sliep hij op de grond. Davids belangrijkste dienaren probeerden hem te laten opstaan en brachten hem eten. Maar David bleef liggen en at niets.
Na zeven dagen stierf het kind. De dienaren durfden het niet tegen David te zeggen. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Toen zijn kind ernstig ziek was, wilde koning David al niet naar ons luisteren. Dan kunnen we nu toch niet zeggen dat zijn kind dood is? Misschien doet hij dan zichzelf iets ergs aan.’
David zag zijn dienaren met elkaar fluisteren. Hij begreep dat zijn kind gestorven was, en hij vroeg: ‘Is mijn zoon dood?’ ‘Ja, hij is gestorven,’ zeiden zijn dienaren.
Toen stond David op van de grond. Hij nam een bad, smeerde zijn huid in met geurige olie en trok andere kleren aan. Daarna ging hij naar de heilige tent van de Heer om te bidden.
Toen David weer thuis was, vroeg hij om eten. Zijn dienaren brachten het en vroegen: ‘Waarom wilt u nu wel eten? Toen uw kind nog leefde, wilde u niets eten en moest u huilen. Maar nu uw kind gestorven is, staat u op en gaat u eten.’
David antwoordde: ‘Toen mijn kind nog leefde, hoopte ik dat de Heer medelijden met me zou krijgen. Daarom wilde ik niets eten en huilde ik. Misschien zou de Heer mijn kind dan laten leven. Maar nu is mijn kind dood. Dus waarom zou ik dan niets eten? Daarmee krijg ik mijn zoon toch niet terug. Ooit zal ik naar hem toe gaan, maar hij zal niet bij mij terugkomen.’
David troostte zijn vrouw Batseba. Hij sliep met haar, en ze kreeg een zoon. David noemde hem Salomo. De Heer hield van het kind. Hij gaf de profeet Natan de opdracht om het kind Jedidja te noemen.
Dichter bij de tijd
(Bewerking: C. Leterme)
Op een avond wandelde David op het dakterras van zijn paleis.
Van daaruit zag hij een heel mooie vrouw die aan het baden was.
Het was Batseba, de vrouw van Uria de Hethiet.'
David zond boden naar de vrouw om haar te halen.
Ze kwam bij hem en hij sliep met haar. Daarna ging ze terug naar huis.
De vrouw was zwanger geworden en liet dat David weten.
David riep Joab, zijn veldheer bij zich en zei:
‘Laat Uria de Hethiet bij me komen.'
Toen Uria bij hem was, vroeg David
hoe het was met het leger en met de oorlog.
Daarna zei hij tegen Uria: ‘Ga naar huis en neem een bad.'
Uria verliet het paleis, maar bleef in het portaal van het paleis
en overnachtte bij de soldaten van koning David.
Toen David dat hoorde, vroeg hij hem: ‘Waarom ging je niet naar huis?'
Uria zei: ‘De ark en Israël en Juda zijn ondergebracht in loofhutten
en mijn heer Joab en de soldaten liggen in de open lucht.
Kan ik dan naar huis gaan om er te eten en te drinken
en bij mijn vrouw te slapen? Zowaar u leeft, dat doe ik niet.'
Toen zei David: ‘Uria, blijf ook vandaag nog hier.
Morgen kun je vertrekken.'
Zo bleef Uria in Jeruzalem, die dag en de dag erna.
David nodigde hem uit om te komen eten en te drinken
Hij voerde hem dronken.
Toch ging Uria 's avonds weer overnachten bij de soldaten
en hij ging niet naar huis.
De volgende morgen stuurde David een bericht aan Joab:
‘Zet Uria vooraan in de strijd, waar het hevigst gevochten wordt,
en trek je dan achter hem terug, zodat hij wordt getroffen en sneuvelt.'
Toen zette Joab bij de belegering van de stad, Uria op een plaats,
waarvan hij wist dat er sterke troepen stonden.
De bewoners van de stad deden een uitval tegen Joab.
Het leger leed verliezen en Uria werd gedood.
Joab stuurde een bode naar David
om verslag uit te brengen over de strijd
en te zeggen dat Uria gesneuveld was.'
De bode haaste zich naar David
en zei hem alles wat Joab had gevraagd.
Toen de vrouw van Uria hoorde dat haar man dood was,
hield zij de rouwklacht over haar echtgenoot.
Maar toen de rouw voorbij was,
liet David haar halen en nam haar op in zijn huis.
Zij werd zijn vrouw en schonk hem een zoon.
Maar wat David gedaan had, mishaagde God.
God zond de profeet Natan naar David. Hij vertelde:
‘Twee mannen, een rijke en een arme, woonden in dezelfde stad.
De rijke bezat heel veel schapen en runderen,
de arme maar een enkel lammetje, dat hij gekocht had.
Het groeide bij hem op tussen zijn kinderen.
Op een dag kreeg de rijke man bezoek.
Omdat hij geen schaap of rund uit zijn eigen kudde wilde nemen
om dat klaar te maken voor de reiziger die bij hem was gekomen,
pakte hij het lam van de arme en maakte dat klaar voor zijn gast.'
David was diep verontwaardigd over die man en zei tot Natan:
‘Zowaar God leeft: de man die dat deed, verdient de dood
en het lam moet hij vierdubbel vergoeden,
omdat hij er niet voor teruggeschrok zo iets ergs te doen.'
Toen zei Natan tegen David: 'Die man, dat ben jij!
Zo spreekt de God van Israël:
Ik zalfde je tot koning over Israël, Ik gaf je de vrouwen van je heer.
Ik gaf je het huis van Israël en Juda.
Waarom heb je het gebod van God met de voeten getreden
en gedaan wat Hij niet graag heeft?
Je hebt Uria de Hethiet vermoord met het zwaard van de Ammonieten
en zijn vrouw heb je tot vrouw genomen.
Daarom zal het zwaard nooit meer weggaan van je huis,
Toen zei David tegen Natan: ‘Ik heb tegen God gezondigd.'
Natan zei: ‘Dan heeft God je deze zonde vergeven: je zult niet sterven.
Maar omdat je zo de vijanden van God reden tot lasteren hebt gegeven,
zal het kind dat je geboren is, sterven.'
Natan ging naar huis
en het kind van de vrouw van Uria werd zwaar ziek
David begon te bidden voor de jongen.
Hij vastte en sliep ‘s nachts op de grond.
De oudsten van het hof vroegen hem om dat niet langer te doen,
maar hij wilde niet luisteren. Hij wilde ook niet eten.
Op de zevende dag stierf het kind.
Niemand durfde aan David te vertellen dat het kind dood was.
Ze dachten:
‘Hij wilde al niet naar ons luisteren, toen het kind nog leefde.
Hoe kunnen we hem nu dan zeggen dat het kind dood is?'
Maar toen David zijn hovelingen met elkaar zag fluisteren,
begreep hij dat het kind gestorven was. Hij vroeg:
‘Is het kind dood?' Ze zeiden: ‘Ja, het is dood.'
Toen stond David op, waste zich, zalfde zich en trok andere kleren aan.
Hij ging het heiligdom van God binnen en boog zich neer.
Daarna ging hij naar huis, vroeg om eten en at wat men hem bracht.
Zijn hovelingen vroegen: 'Hoe kun je zo iets doen?
Toen het kind nog leefde, heb je gevast en geweend,
maar nu het dood is sta je op en eet!'
David antwoordde: ‘Zolang het kind leefde vastte ik en weende ik,
omdat ik dacht: misschien is God me genadig
en blijft de jongen in leven.
Maar nu is hij dood. Waarom zou ik nog vasten?
Kan ik hem terughalen?
Ik ga wel naar hem, maar hij keert niet terug naar mij.'
Daarna troostte David zijn vrouw Batseba;
hij kwam bij haar en sliep met haar;
Ze kreeg een zoon en hij noemde hem Salomo.
Jahwe hield van het kind.
Stilstaan bij ...
David
Koning David had veel vrouwen. Dat was voor een oosters koning een teken van rijkdom. De Bijbel keurt dit noch goed noch af. Wat David verweten wordt is niet dat hij nog een vrouw wil, maar dat hij daardoor haar man benadeelt en hem zelfs het leven ontneemt.
Bijbelse rechtvaardigheid vraagt dat ieder aan zijn rechten komt.
Niettegenstaande men van David zijn zwakke plekken kent ... toch ging hij de geschiedenis in als een ideale koning en herinnert men zijn tijd als een paradijselijke tijd voor Israël. Wanneer men zich later een mooie toekomst voorstelt, blijft men zich spiegelen aan de figuur van David. Hij was de ideale Gezalfde, Messias, Christus.
Uria
Hij was een Hethiet en dus geen echte Israëliet. Toch bleek hij een man uit één stuk te zijn.
Daartegenover stond David, de koning van het volk Israël.
Met dit contrast toont de schrijver aan dat een uitverkiezing geen garantie biedt voor een rechtvaardig leven.
Natan
Natan was profeet aan het hof van koning David: hij moest de koning op godsdienstig gebied begeleiden en raad geven.
Bij de tekst
Namen en hun betekenis
Natan
= hij heeft gegeven.
Batseba
= dochter van overvloed, de welige.
Israël
= Gods strijder.
Uria
= Jaweh is mijn licht.
David
= de geliefde of liefhebber.
Betekenis
Dit verhaal vertelt een dieptepunt in het leven van David. Hij vergreep zich op twee manieren aan het leven van Uria: hij nam zijn vrouw en liet hem sneuvelen. Hij toonde zich de sterkste en misbruikte zijn macht, net zoals Saül dat voor hem deed.
Toch verschilt David van Saül: Saül wenste geen terechtwijzing van Samuël. David liet zich terugroepen en bestraffen. Hij besefte zijn schuld en gedroeg er zich naar, waardoor de weg van de toekomst open bleef: Batseba werd de moeder van Salomo.
Merk op
Het gehele verhaal wordt verteld zonder enige religieuze reflectie. Alleen op het eind vermeldt de schrijver: 'Maar wat David gedaan had, mishaagde aan Jahwe.' Het onrecht dat David Batseba en Uria aandeed, maakte hem uiteindelijk schuldig t.o.v. God.
