Loading...
 

EGYPTE

2 CLeterme 2010 DSC04386

Foto © Chantal Leterme (2020)

Eerste kennismaking

Waar?

Kaart Egypte

© Google maps – Bewerking: Dirk Vanderhallen


Egypte lag / ligt in het noordoosten van Afrika en het zuidwesten van Azië.
Het land werd in de oudheid in het noorden begrensd door de Middellandse Zee, in het oosten door de Nubische en Arabische woestijn, in het oosten door de Rode Zee, in het zuiden door Nubië (Soedan) en in het westen door de Libische woestijn.



Geschiedenis

Het oude Egypte

Het eerste verenigde koninkrijk werd gesticht rond 3200 voor Christus.
De daaropvolgende drie millennia regeerden verschillende dynastieën over Egypte. Tijdens die lange periode bloeide de Egyptische cultuur op alle gebied.
De koningen van Egypte werden ‘farao’ (= koning) genoemd. In de Bijbel wordt dit woord foutief gebruikt alsof het een eigennaam was.

Daarna werd Egypte bestuurd door Grieken, Romeinen, Byzantijnen.



Het moderne Egypte

7e eeuwIslamitische Arabieren introduceerden de islam en het Arabisch in Egypte.
1517Het Ottomaanse Rijk veroverde Egypte
1798Bonaparte liet Egypte negen maanden bezetten door Franse expeditietroepen.
19e eeuwBouw van het Suezkanaal, waardoor Egypte strategisch heel belangrijk werd.
20e eeuwEgypte werd een Brits protectoraat.
1952Egypte werd een republiek.




Godsdienst

Vroeger

De Egyptenaren kenden een veelgodendom. In planten, dieren, voorwerpen zagen ze de goddelijke aanwezigheid.
Uit de piramiden en de grote zorg aan de graven kan men opmaken dat ze veel belang hechtten aan het leven na de dood.



Actuele situatie

In Egypte is de islam (het soennisme) de staatsgodsdienst.
Christenen in Egypte behoren vooral tot de Koptisch-Orthodoxe Kerk.





Wetenswaardigheid

Nijl

CLeterme 2010  DSC03709

Foto © Chantal Leterme (2020)


De Nijl stroomt vanuit het zuiden naar het noorden van het land en mondt uit in de Middellandse Zee. Zo vormt de Nijl een langgerekte oase en zou Egypte zonder de Nijl alleen woestijn zijn.
Elk jaar overstroomde de Nijl door de grote wateraanvoer van het regenseizoen in het zuiden. Die jaarlijkse overstromingen zorgden voor vruchtbare grond waarop landbouw mogelijk was. Maar als de Nijl te lang buiten zijn oevers trad, verrotten de gewassen waardoor er hongersnood kwam. Kwam het water van de Nijl niet hoog genoeg, dan ontstond er hongersnood.

Sinds de aanleg van de Aswandam (1960 – 1970) zorgt irrigatie ervoor dat de landbouwgronden water krijgen.





Bijbel

Oude Testament

’Graanschuur’

Genesis 37, 28
“Toen Midjanitische kooplieden voorbijkwamen, trokken de broers Jozef uit de put en verkochten hem voor twintig sikkel zilver aan de Ismaëlieten. De kooplieden voerden Jozef naar Egypte."
Lees meer

De Bijbel vermeldt Egypte voor het eerst in het grote verhaal over Jozef, die door zijn broers verkocht werd aan kooplui, die hem uiteindelijk in Egypte brachten. Later kwamen ook zijn broers in Egypte, gedreven door de hongersnood in hun land.

Onder de regering van de Hyksos (Semitische heersers van ± 1720 tot 1550 voor Christus) waren die Hebreeën / Israëlieten welkom in Egypte. De Egyptische heersers zelf hadden zich toen in het Zuiden van het land teruggetrokken. Zo kon Jozef opklimmen in de Egyptische ambtenarij en mocht zijn familie wonen aan de Noord-Oostelijke grens van Egypte, iets wat ondenkbaar was onder het bestuur van een rasechte Egyptische farao.
Onder de regering van Ramses II vestigde de 19e dynastie zich terug in de Nijldelta. Van dan af zag Egypte de Semitische bevolking aan de noord-oostelijke grens als een gevaar omdat men vreesde dat die in oorlogsjaren de kant van de tegenstanders zou kiezen. Daarom nam Egypte maatregelen voor 'geboortebeperking' (Verhaal over de geboorte van Mozes).



Uittocht

Exodus 3, 7-8a
“Jahwe zei: ‘Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord. Ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte, om het weg te leiden uit dit land naar een land dat goed en ruim is, een land van melk en honing.”
Lees meer

De uittocht uit Egypte wordt verbonden met de verdrukking van alle vreemdelingen na de verdrijving van de Hyksos (Semitische ‘farao’s’). De hand- en spandiensten die de Semieten (Israëlieten) in Egypte moesten verrichten werd als zware dwangarbeid beschreven: ze moesten werken aan de bouw van de voorraadsteden Piton (Per-Atum) en Raämses (Per-Ra'mses) (Exodus 1, 11) In de Bijbel is dit gegeven de enige mogelijkheid om de Uittocht te dateren. Maar geen enkele buiten-Bijbelse bron geeft hier informatie over.
Dit gebeuren was voor de Egyptenaren wellicht een onbelangrijk incident dat betrekking had op een bevolkingsgroep die in hun ogen marginaal was. Vreemd is ook dat de Uittocht voorgesteld wordt als een gebeurtenis die het hele joodse volk heeft meegemaakt, terwijl er voor de tijd van David helemaal geen sprake was van één volk. Alleen de groepen van Mozes en Jozua bleken herinneringen te hebben aan de Uittocht uit Egypte.

Het hele verhaal van de Uittocht blijkt in de eerste plaats bedoeld voor de joden die leefden in ballingschap in Babylonië (zesde eeuw voor Christus). De verhalen van de Uittocht uit Egypte legden ze op hun leven: hun ballingschap in Babylonië vergeleken ze met het slaverwerk in Egypte van hun voorvaderen. Dat daar een einde aan kwam, was voor hen de bron waaruit ze kracht putten om uit te zien naar het einde van hun ballingschap.





Nieuwe Testament

Zoals het joodse volk

Matteüs 2, 13-14
“Na het vertrek van de wijzen verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef en zei: 'Sta op, neem het Kind en zijn moeder, vlucht naar Egypte en blijf daar tot ik je waarschuw, want Herodes komt het Kind zoeken om het te doden.' Hij stond op en week in de nacht met het Kind en zijn moeder naar Egypte uit.”
Lees meer

Met het jonge gezin dat naar Egypte vluchtte, toonde Matteüs de solidariteit van Jezus met zijn volk dat ook naar Egypte moest vluchten om te kunnen overleven tijdens de hongersnood.





'RONDE van de BIJBEL'

Egypte was de 'aankomstplaats' van de 'RONDE van de BIJBEL' met als onderwerpen: kikker, bakker.