Hosea 8, 4-7.11-13

2 Barth Bailey UyfuXn4vu 4 Unsplash (1)

Foto van Barth Bailey in Unsplash (detail)

Hosea 8, 4-7 . 11-13: Wie wind zaait zal storm oogsten

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1445-1446)

De Heer zegt: ‘De Israëlieten hebben een koning uitgekozen, en bestuurders. Maar zonder mijn toestemming! Ze hebben godenbeelden gemaakt van goud en zilver. Maar ik zal al hun goud en zilver vernietigen.
In Samaria staat dat afschuwelijke stierenbeeld. Ik wil dat niet langer. Ik ben woedend op de Israëlieten die dat beeld vereren. Hoe lang nog blijven ze daarmee doorgaan? Het komt gewoon uit Israël, het is gemaakt door een kunstenaar. Het is helemaal geen god! Dat beeld in Samaria zal helemaal kapotgeslagen worden.
De goden bij wie de Israëlieten hulp zoeken, kunnen niets. Ze zijn als slecht zaad, waaruit geen koren kan groeien. En als er toch koren komt, dan is het niet genoeg om er meel van te maken. En als er toch meel van gemaakt wordt, dan komen de vijanden dat allemaal stelen.
Omdat de Israëlieten bij zulke goden hulp zoeken, loopt het slecht met hen af.’ (...)

De Heer zegt: ‘De Israëlieten hebben veel altaren gebouwd. Maar dat zijn geen altaren om mij te eren, maar om mij te beledigen! Want mijn volk houdt zich niet aan mijn regels, hoe vaak ik die ook opschrijf. Ze doen alsof ze mijn regels niet kennen. Ze brengen mij offers, maar alleen omdat ze dan vlees kunnen eten. Zulke offers hoef ik niet!
Ik zal niet vergeten wat voor slechts de Israëlieten allemaal doen. Ik zal ze daarvoor straffen. Ik zal ze terugsturen naar Egypte!



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Zo zegt God:
Ze stelden koningen aan, maar buiten Mij om.
Ze kozen leiders, maar zonder Mij erin te kennen.
Ze maakten afgodsbeelden van hun zilver en goud,
goed om stukgeslagen te worden.

Verwijder toch dat stierenbeeld, Samaria!
Ik begin woedend te worden. Hoelang zal het nog duren?
Zijn ze dan niet tot zuiverheid in staat? Ja, die afgod komt uit Israël.
Een kunstenaar maakte het daar. Maar het is geen god!
Ja, dat stierenbeeld van Samaria zal versplinterd worden!
Ja, ze zaaien wind, maar zullen storm oogsten:
halmen die niet groeien geven geen meel,
en al zouden ze meel geven, vreemdelingen zouden het opeten.
Ja, Efraim bouwde veel altaren, maar die dienden om te zondigen.
Altaren om te zondigen!
Al schrijf Ik mijn wetten nog zo vaak aan hem voor,
Ze zijn voor hem als wetten van een vreemde.

Zij brengen offers naar hun eigen zin en eten van het offervlees,
maar God aanvaardt die niet.
Nu herinnert Hij zich hun schuld en straft Hij hun zonden:
ze gaan terug naar Egypte!



Stilstaan bij ...

Stierenbeeld
Jerobeam, de eerste koning van het tienstammenrijk (= Noordrijk), liet twee gouden kalveren / stierenbeelden maken om te aanbidden. Het ene beeld plaatste hij in Betel, het andere in Dan. Zo wilde hij voorkomen dat zijn onderdanen naar Jeruzalem op pelgrimstocht zouden gaan.

Efraïm
Efraïm was een stam uit het Noordrijk, die terugging op een zoon van Jozef en zijn Egyptische vrouw, een kleinzoon van Jakob en Rachel.





Bij de tekst

Inhoud

Hosea, een van de twaalf klein profeten, spreekt in de tijd die aan de ballingschap voorafgaat. Hij wil dat de mensen en hun leiders zich bekeren. Maar die ervaren de wetten van God als vreemde wetten.