Icoon
Het woord
Het woord 'icoon' stamt af van het Griekse woord 'eikon', dat portret, beeltenis of gelijkenis betekent. Het is de naam geworden van de voorstellingen van Christus, de Moeder Gods en de Heiligen, die in de Oosters-orthodoxe Kerk deel uitmaken van de eredienst
Het voorwerp
Iconen zijn op hout geschilderde, gestileerde heiligenafbeeldingen. Ze beantwoorden aan strenge voorschriften.
Iconen verwijzen naar het eeuwig onveranderlijke. Zij worden in de orthodoxe kerk meer gezien als symbool van het geloof, dan als kunstwerk. Ze spelen een belangrijke rol in het godsdienstig leven: bij alle grote gebeurtenissen van het leven is de icoon aanwezig met een visuele religieuze boodschap.
Een icoon is de werkelijke aanwezigheid van de afgebeelde persoon: een icoon van de Moeder Gods stelt de Moeder Gods zelf aanwezig.
Schilders / iconografen
Iconenschilders waren de bewuste vertolkers van de onzichtbare werkelijkheid. Zij werkten anoniem en volgens strikte regels. Het esthetische noch het individuele heeft belang. Zomin als iconen als kunst worden beschouwd, zomin gelden iconenschilders als kunstenaars in onze betekenis van het woord.
De eerste die in Rusland een iconenschool bouwde in het klooster van Kiev en beroemd werd, was Theofaan De Griek. Zijn eerste leerling was Andrei Roebljow, die aan iconen een zachte uitdrukking gaf.
Vroeger waren in Rusland naast de iconenkunstscholen ook de volkskunsticonen. Wanneer de boeren in de winter hun veld niet konden bewerken, trokken zij die iets van schilderen afwisten met hun schilderkistjes van boerderij tot boerderij om daar voor de boeren iconen te maken, meestal een Moeder Gods (geen O.-L.-Vrouw of Maria, zoals ze in het Westen genoemd wordt) want die was meest geliefd. In ruil kregen ze kost en inwoon. Wanneer het lente was, waren ze weer in thuis om het land te bewerken.
Spreken met beelden
Elke iconograaf heeft zijn eigen stijl, maar is gebonden aan de juiste symbolen en voorschriften en dat zijn er niet weinig. Ze werden destijds vastgelegd door de monniken in de zogeheten 'podliks', een soort 'catechismus van de iconograaf'. Enkele van deze schrifjes zijn bewaard in het klooster op de Athosberg in Griekenland. Wil een icoon wilt schilderen, moet zich aan deze voorschriften houden. Je kunt niet zomaar de hand van de Moeder Gods een andere houding geven, of ergens een engeltje in een hoek bijschilderen, of een kleur fantaseren.
Maria draagt als mens een blauw kleed en daarboven, als vergoddelijkte mens een donkerrode mantel. (Soms zie je een groene mantel. In de meeste gevallen was deze blauw, maar door de tijd is het blauw door het eigeel, dat werd gebruikt bij het schilderen naar groen overgegaan). Bij Christus zijn de kleuren omgekeerd. Hij is eerst God, dan mens, dus draagt hij een rood onderkleed en daarboven een blauwe mantel.
Middenvoor op het hoofd van de Moeder Gods vinden we een ster in goud, evenals op de twee schouders. Dit zijn de drie sterren die wijzen op haar maagdelijkheid voor, tijdens en na de geboorte van Christus.
Op een icoon wordt nooit een tafereel in een interieur afgebeeld. Als het gebeuren zich binnenshuis afspeelt, dan wordt dat symbolisch gesuggereerd door een rode sjaal die twee torens verbindt.
Vaak springt een deel van het gouden aureool van Maria of Christus uit het kader; dat wijst op de uitstraling van het goddelijke. Trouwens: alle goud (nimbus / aureool, gouden achtergrond, gouden streepjes) verwijst naar het goddelijke - ook alle wit in de gelaatstrekken van de mens.
Geschiedenis
Oorsprong
De techniek van het schilderen van iconen ontstond uit de Egyptische portretkunst van eeuwen voor Christus. Daar maakte men 'portretten' van de overledenen. Het beste van die persoon, werd verheerlijkt en op zijn gelaat zichtbaar gemaakt: daarom kreeg die grote ogen, mooie gelaatstrekken...
Maria, de apostelen, de heiligen zijn allemaal door dit soort portretten geïnspireerd.
Het ontstaan van de eerste icoon van Christus wordt verteld in een legende.
Abgar, de koning van Efeze was ziek. Hij had vernomen dat er in Palestina een heel speciale man leefde, Christus genaamd, die wonderen deed. Hij stuurde een gezand naar hem toe in de hoop dat Christus hem zou kunnen genezen. De gezant ontmoette Christus op weg naar calvarie en hij zag hoe zeer Hij bezweet was en hij drukte de lap stof die hij mee had tegen het gezicht van Christus. Toen de gezant terug bij Agbar zijn verhaal deed, bleek dat de gelaatstrekken van Christus vaag op het doek afgedrukt stonden.
Dit beeld dat 'mandilion' wordt genoemd, is hét vertrekpunt geworden voor alle iconen met het gelaat van Christus op.
Verspreiding
De oudste bewaarde iconen, dateren uit de 6e eeuw.
Het hoogtepunt van het iconen-schilderen wordt bereikt in de 12e en 13e eeuw. Een van de bekendste iconen uit deze periode is de moeder Gods van Vladimir (Vladimirskaja).
De iconenkunst is aanvankelijk typisch voor Byzantium. Na de val van Byzantium (Constantinopel) in 1453 vluchtten er heel veel mensen naar Italië, Kreta en Rusland. Zo verspreidden zich de iconen in deze streken.
Nu vindt men iconen vooral in de Russische, de Byzantijnse en de Grieks-katholieke Kerk.
Iconen in 'bijbelin1000seconden'
Feesticonen
. Aankondiging van de geboorte van Jezus - 25 maart
. Geboorte van Christus - 25 december
.Opdracht van Jezus in de tempel - 2 februari
. Doopsel van Christus - 6 januari
. Gedaanteverandering van de Heer - 6 augustus
. De opwekking van Lazarus - zondag voor Palmzondag A
. Intocht in Jeruzalem - Zondag voor Pasen
. De Nederdaling ter Helle - Pasen
. Hemelvaart - veertig dagen na Pasen
. Pinksteren - vijfttig dagen na Pasen
. Ontslapen van de Moeder Gods - 15 augustus
De inhoud van die feesten is gebaseerd op de Bijbel of op apocriefe teksten, zoals het Proto-Evangelie van Jakobus. Bij elk van die feesten hoort een icoon, die te vinden is op de rij feesticonen van een iconostase.
Soms zijn ook de volgende feesten te zien op een iconostase.
Zoals:
. Opdracht van Maria in de tempel - 21 november
. Het Laatste Avondmaal
. Kruisverheffing - 14 september
Iconen van heiligen
Sint-Nicolaas
Moeder Gods van Vladimir
Moeder Gods van Kazan
Andere
Genezing van tien melaatsen
De vrouwen bij het graf
Elke maand een icoon
ICOON/ DE AANKONDIGING
Inspiratiebronnen
Evangelie volgens Lucas
In het eerste hoofdstuk van het evangelie volgens Lucas staat:
In de zesde maand stuurde God de engel Gabriël naar een stad in Galilea, Nazaret, naar een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij ging bij haar binnen en zei: 'Wees blij, Begenadigde, de Heer is met u!' Ze schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet kon betekenen. Maar de engel zei: 'Vrees niet Maria, want je hebt genade gevonden bij God. Zie, je zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die je de naam Jezus moet geven.
Proto-evangelie van Jakobus
Een proto evangelie is een vroegchristelijke tekst, meestal uit de tweede eeuw na Christus, die gebeurtenissen beschrijft die plaatsvonden vóór de geboorte van Jezus of voor zijn openbaar optreden en niet te lezen zijn in de vier bekende evangelies. Zo’n evangelie heeft het vaak over de jeugd van Maria of Jezus. Het is dus een “voorafgaand evangelie”, een proto-evangelie.
Veel van die evangelies hadden een enorm impact op liturgie, iconografie en volksdevotie.
Het proto evangelie van Jakobus (tweede eeuw) heeft het over:
de geboorte en jeugd van Maria
haar opvoeding in de tempel
de Aankondiging van de geboorte van Jezus
de geboorte van Jezus.
In het tiende hoofdstuk van het proto-evangelie van Jakobus10 krijgt Maria van de priesters in de tempel te Jeruzalem de opdracht om “de purperen en scharlaken wol” te spinnen voor het nieuwe voorhangsel van de tempel. Terwijl Maria de wol spint, verschijnt de engel Gabriël met een boodschap voor haar.
Later scheurde dit voorhangsel dat een scheiding maakte tussen het Heilige de heiligen en de tempel, toen Jezus de kruisdood stierf. Hiermee legde men de betekenis van die dood uit: er is geen belemmering meer in de toenadering tussen God en mens.
Kennismaking met de icoon
De aankondiging (Ohrid)
Opbouw
| Dit stukje grote zwarte cirkel roept God op. God kan niet afgebeeld worden, omdat niemand Hem ooit heeft gezien. Uit die cirkel gaat een straal in de richting van de Moeder Gods. | |||
| De rode gedrapeerde stof maakt duidelijk dat het gebeuren zich binnen afspeelt. | |||
| De aartsengel Gabriël. De vleugels en de staf in zijn linkerhand tonen dat hij een boodschapper is. De aureool achter zijn hoofd maakt duidelijk dat hij een boodschapper van God is. Zijn rechterhand maakt duidelijk dat hij iets te zeggen heeft. | De Moeder Gods zit op een troon. Met haar rechterhand drukt ze uit dat ze de engel verstaat. Met haar linkerhand spint ze rode wol. | ||
Merk op
. Iconen willen met omgekeerd perspectief duidelijk maken dat de wereld van God anders is dan die van de mensen. In die wereld zijn andere waarden belangrijk.
. Goud op een icoon verwijst naar God.
. Soms zijn er donkere balkjes te zien verspreid over een icoon. Het zijn stukjes icoon die niet aangepakt werden bij de restauratie. Zo kan men zich een idee vormen van hoe de icoon er lange tijd uitzag.
. De houding van de rechterhand van de engel die zo aangeeft dat hij het woord wil hebben, gelijkt op die van een priester die zegent, die het goede toezegt (bene - dicere) in naam van God.
Plaats in een orthodoxe Kerk
In een Orthodoxe Kerk wordt de ruimte van de gelovigen gescheiden van die van de priester door een iconostase: een wand die beschilderd is met heiligen en taferelen die het leven van Jezus uitbeelden.
De icoon van de aankondiging krijgt een centrale plaats op die iconostase: ze is er een onderdeel van de Koninklijke Deuren. De engel wordt op de ene deur afgebeeld, de Moeder Gods op de andere deur. Gesloten verwijzen de deuren naar de aankondiging van de geboorte van Jezus. Geopend kijken ze uit op het altaar, waar Jezus onder de gedaante van brood en wijn dicht bij de gelovigen staat.
Op die deuren staan ook de vier evangelisten die met hun teksten Jezus dicht onder de mensen brengen.
