Loading...
 

HEER, IK BEN NIET WAARDIG ...

Vieringen

Heer, ik ben niet waard dat Gij tot mij komt …


Die woorden worden in een (eucharistie)viering driemaal uitgesproken vlak voor de communie. Ze werden geïnspireerd door de woorden van de honderdman van Kafarnaüm toen die Jezus om hulp vroeg voor zijn zoon.
Een honderdman was een Romeins legeraanvoerder die het bevel uitoefende over ongeveer honderd soldaten. Dat hij Jezus vroeg om hulp vroeg was erg ongewoon. Z’n contact lag voor een officier in het Romeinse leger politiek gezien erg moeilijk.



'Heer/Kyrie'

Heer/Kyrie is de titel die in het Oude Testament gebruikt werd voor God en in het Nieuwe Testament voor Jezus, vooral wanneer de schrijvers het hebben over de verrezen Jezus Christus (de Gezalfde, de Messias).



Waard / Waardig

Voor de joden waren de Romeinen die het land bezetten ‘heidenen’, mensen met een ander geloof waar ze niet mee mochten omgaan. Zo mochten Joden geen Romeinen bij hen thuis ontvangen en mochten ze ook niet op bezoek gaan bij vreemdelingen.
Dat de honderdman uit Kafarnaüm tegen Jezus zei dat hij niet waard was dat Hij bij hem thuis binnenging, toont hoe groot zijn waardering was voor Jezus als persoon en hoeveel hij rekening hield met de joodse afspraken.
Zijn waardering voor de joodse godsdienst was zo groot dat hij de bouw bekostigde voor de bouw van de eerste synagoge van Kafarnaüm.
De woorden ‘waard’ en ‘waardig’ komen ook voor in het Oude Testament waar ze vooral de onwaardigheid van mensen verwoorden tegenover God.





Wortels in de Bijbel

Oude Testament

De woorden ‘ik ben niet waardig’ komen in het Oude Testament zelden voor. De houding die in dat woord ligt veel meer.
Mensen voelen zich vooral onwaardig in de relatie met God.




Genesis 18, 27
“Abraham begon weer en zei: ‘Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken, hoewel ik maar stof en as ben?”
Lees meer


Genesis 32, 10-11
“En Jakob bad: ‘O God van mijn vader Abraham en God van mijn vader Isaak, Jahwe die me gezegd heeft: Keer terug naar je land en je verwanten, en Ik zal u weldoen: je dienaar is al je gunstbewijzen en al je blijken van trouw niet waardig.’”
Lees meer


Exodus 3, 11
“Maar Mozes zei tegen God: ‘Wie ben ik dat ik naar Farao zou gaan en dat ik de Israëlieten uit Egypte zou leiden?'
Lees meer


Rechters 6, 15
“Gideon hernam: ‘Als ik het zeggen mag, Heer: Hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn geslacht is het armste van heel Manasse en ik ben de jongste van de familie.'”
Lees meer


2 Samuël 7, 18
“Toen ging koning David het heiligdom binnen. Hij zette zich neer voor God en zei: ‘Wie ben ik, Heer God, en wat is mijn huis, dat Je me zover gebracht hebt?”
Lees meer




Nieuwe Testament

Matteüs 8, 8
“Maar de honderdman zei: ‘Heer, ik ben het niet waard dat Je onder mijn dak komt, maar een enkel woord van Je is voldoende om mijn knecht te doen genezen.’”
Lees meer

Deze woorden in het evangelie volgens Matteüs liggen aan de basis van het gebed voor de communie in een (eucharistie)viering.


Lucas 7, 6–7
"Toen Jezus niet ver meer van het huis was, liet de honderdman Hem door vrienden zeggen: 'Heer, doe geen verdere moeite; ik ben niet waard dat Je onder mijn dak komt. Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken persoonlijk naar Je toe te komen.’”
Lees meer