Loading...
 

2 Samuel 7, 4-5a.12-14a.16

2 Samuel 7, 4-5a.12-14a.16: De droom van de profeet Natan

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 458)

Maar die nacht sprak de Heer tegen Natan. Natan moest tegen David zeggen: (…)
Ooit zal jouw leven voorbij zijn. En als jij gestorven bent, zal ik je zoon koning maken. Ik zal ervoor zorgen dat hij lang koning blijft. En hij zal voor mij een tempel bouwen.
Ik zal voor hem een vader zijn, en hij zal voor mij een zoon zijn. (…)
Maar jouw familie zal altijd machtig zijn. Want in jouw familie zal altijd iemand koning zijn.’’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

‘s Nachts zei God tegen Natan:
‘Dit moet je zeggen aan mijn dienaar David:

Wanneer je gestorven bent,
zal Ik een koning maken van je zoon
en zijn macht als koning blijven ondersteunen.
Hij zal een huis bouwen ter ere van mijn naam.
Ik zal zijn koninklijke troon voor altijd in stand houden.
Ik zal voor hem een vader zijn
en Hij zal mijn zoon zijn.

Zo zullen je huis en je koninklijke macht voor altijd blijven.
Je troon staat vast voor eeuwig.'



Stilstaan bij ...

Natan
(= God heeft gegeven)
De profeet Natan blijkt een grote invloed te hebben aan het hof van de koningen David en Salomo.

Huis
Het 'huis van God' wordt ook 'tempel' genoemd.
Uiteindelijk heeft niet koning David, maar koning Salomo voor God een huis gebouwd. Het werd de tempel van Jeruzalem.
Lees meer over deze tempel.





Bij de tekst

Een huis voor God; een huis voor David

In het begin van de tekst gaat het over een huis voor God. Tegen het eind van de tekst gaat het over een huis dat God wil oprichten voor David en daarbij belooft dat er altijd familie van koning David op de troon zal zitten. Lange tijd leek die belofte uit te komen: ongeveer vier eeuwen lang was de koning van Juda een nakomeling van David. Maar daar kwam een einde aan toen de Babyloniërs Juda en Jeruzalem in 586 voor Christus veroverden.

Toch bleven de Israëlieten uitkijken naar een koning uit de familie van David. In latere teksten kreeg de belofte aan David een nieuwe, bredere betekenis: de nieuwe koning zou niet alleen in politieke zin een koning zijn, maar ook een koning die voor recht en vrede zal zorgen en over de hele aarde zal heersen (lees Jesaja 11, 1-10).

Wanneer Matteüs in het Nieuwe Testament koning David vermeldt in de stamboom van Jozef en Matteüs en Lucas schrijven dat Jezus geboren werd in Betlehem, de stad van David, dan is dat niet zonder reden. Zo willen ze aantonen dat Jezus als Christus / Messias beantwoordt aan de uitspraak van de profeet Natan in 2 Samuel 7, 16.