Loading...
 

25e zondag door het jaar C - tweede lezing

1Timoteüs 2, 1-8: Bid tot God

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1890)

Timoteüs, jij moet bidden voor alle mensen. Dat is het belangrijkste dat ik van je vraag. Vraag God om hulp voor iedereen, en dank God voor alles en iedereen. Bid ook voor koningen en machthebbers, zodat we in vrede kunnen leven. Dan kunnen we God eren en krijgen we respect van andere mensen.
God vindt het belangrijk dat we voor alle mensen bidden. Hij is onze redder. Hij wil dat alle mensen gered worden en dat iedereen de waarheid leert kennen. Dit is de waarheid: Er is maar één God. En de enige die mensen bij God kan brengen, is de mens Jezus Christus. Hij gaf zijn leven om alle mensen te redden. Dat nieuws wordt nu verteld, op het moment dat God bepaald heeft.
God heeft mij als apostel uitgekozen om daarover te vertellen. Dat is geen leugen. Het is echt mijn opdracht om aan alle volken uitleg te geven over het ware geloof.

Als jullie bij elkaar komen, gelden de volgende regels.
De mannen moeten bidden, met de handen omhoog naar God. Ze mogen dan geen ruzie hebben of boos zijn op iemand, want het gebed is iets heiligs.




Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Timoteüs, allereerst vraag ik je dat je bid, smeekt,
om hulp vraagt en dankt voor alle mensen,
voor koningen en alle hooggeplaatsten,
zodat we God in vrede kunnen eren
en een waardig leven kunnen leiden.
Dit is goed in de ogen van God, onze redder,
die wil dat alle mensen gered worden
en de waarheid leren kennen.
Want God is één,
ook de middelaar tussen God en de mensen is één,
de mens Christus Jezus.
Hij gaf zijn leven als losgeld voor allen.
Hij getuigde op de vastgestelde tijd.

God stelde me aan als apostel om daarover te vertellen
- ik spreek de waarheid, geen leugen –
om de volken te onderrichten in het ware geloof.
Ik wil dus dat overal
waar de gemeente samenkomt om te bidden,
de mannen hun handen opheffen
in een geest van godsvrucht, zonder haat en ruzie.



Stilstaan bij …

Koningen
Omdat deze tekst verwijst naar de liturgie heeft de schrijver het algemeen over koningen, terwijl hij in feite de Romeinse keizers en overheden bedoelt.

Redder
In de pastorale brieven (de twee brieven aan Timoteüs en de brief aan Titus) worden God de Vader en Christus vaak redder genoemd, want beide willen ze het geluk voor de mensen.

Losgeld
In de tijd waarin de Bijbel werd geschreven, was losgeld de som geld die men moest betalen om iemand te verlossen uit de gevangenis, te bevrijden van straf, van zonde, van een bepaalde verplichting.

Alle mensen
Zo verwoordt Paulus nog eens de eigenheid van het christendom. Terwijl de joodse godsdienst een exclusief nationaal karakter had, richt het christendom zich tot alle mensen.

Getuigenis
Dat God wil dat alle mensen gered worden en het geluk vinden, daarvan heeft Jezus getuigd door zijn woorden en door zijn dood op het kruis.

Opheffen

Orantehouding

Dat de mannen hun handen moeten opheffen bij het bidden doet denken aan de orantehouding die te zien is in catacomben en oude fresco’s. Een houding die een priester soms aanneemt tijdens een eucharistieviering.





Suggesties

Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Gebedshoudingen

De kinderen spreken over de verschillende gebedshoudingen die ze kennen:
. bij zichzelf
. in een eucharistieviering
. in andere geloofsovertuigingen

Ze doen een aantal gebedshoudingen na.
- Wat zouden deze gebedshoudingen willen zeggen?
- Welke gebedshouding treft je het meest? Waarom is dat?





Jongeren

VERDIEPEN

Over God en Jezus spreken

Mocht je – net als Paulus – gevraagd worden om de mensen over God en Jezus te leren, wat zou je dan te zeggen hebben …
… over God?
… over Jezus?